Raads­vragen: Wie voelt zich straks met die Floating Farm nog kiplekker?


Indiendatum: mrt. 2017

In de Volkskrant (1) van 3 maart jongstleden wordt recent onderzoek verhandeld over gezondheidsrisico's voor omwonenden van pluimveebedrijven? Het onderzoek toont onomstotelijk aan dat omwonenden elf procent meer kans lopen op longontsteking. De boosdoener is een verhoogde concentratie van fijnstof. Door een toename in de uitstoot van fijnstof rond pluimveebedrijven wordt de bacterieflora in de keel verstoord, waardoor pneumokokken eerder longontsteking kunnen veroorzaken.

Nu krijgen we in Rotterdam binnenkort een drijvende boerderij, de Floating Farm, met daarop plek voor zesduizend (!) kippen. De Floating Farm wordt geplaatst in het Merwevierhavengebied, pal naast woonwijken zoals het Witte Dorp en Oud-Mathenesse. Tijdens de besluitvorming over de Floating Farm eind vorig jaar was het onderzoek waar de Volkskrant over bericht nog niet bekend.

1. Gaat het college het recente onderzoek over een verhoogd risico op longontsteking door een verhoogde concentratie fijnstof bespreekbaar maken in haar overleg met de bewoners van de omliggende wijken van de Floating Farm? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe gaat zij dit doen?

Verhoogde concentraties fijnstof afkomstig van pluimveebedrijven worden veroorzaakt door de bewegingen van kippen. De Floating Farm bestaat uit een binnenverblijf en een buitenverblijf voor de kippen. De lucht in het binnenverblijf wordt gefilterd, maar slechts met een fijnstoffilter en niet met een ionenfilter. Uit het advies van de GGD (kenmerk 16bb8756), als onderdeel van de besluitvorming over de Floating Farm, blijkt dat een ionenfilter de passende techniek is. De GGD veronderstelt dat een ionenfilter in het geval van de Floating Farm niet nodig is. Dit is naar eigen zeggen een inschatting, geen wetenschappelijk vaststaand feit.

2. Vindt het college de inschatting van de GGD over nut en noodzaak van een ionenfilter (nog steeds) accuraat, nu recent onderzoek het gevaar van verhoogde concentraties fijnstof afkomstig van pluimveebedrijven heeft aangetoond? Indien ja, waarom? Indien nee, is zij bereid de GGD te verzoeken nieuw advies uit te brengen over de gevaren van verhoogde concentraties fijnstof voor de gezondheid van omwonenden van de Floating Farm?

3. Gaat het college er bij de initiatiefnemers van de Floating Farm met de huidige stand van de wetenschap op aandringen dat een ionenfilter wordt aangebracht in het binnenverblijf van de kippen? Indien nee, waarom niet?

4. Vindt het college dat de GGD met haar inschatting, in tegenstelling tot het doen van uitvoerig onderzoek, de gezondheid van omwonenden van de Floating Farm serieus neemt? Indien ja, waarom?

Voor het buitenverblijf wordt er helemaal geen lucht gefilterd. Voor een inschatting over toekomstige concentraties fijnstof door toedoen van kippen in het buitenverblijf kan nog geen zinnig woord worden gezegd. Dit hangt namelijk af van de te kiezen ondergrond. De GGD schrijft in haar advies dat zij hopen dat de initiatiefnemers van de Floating Farm rekening houden met de keuze van de ondergrond van het buitenverblijf van de kippen, voor wat betreft concentraties fijnstof.

5. Weet het college welke ondergrond het buitenverblijf van de kippen zal hebben? Indien ja, welke ondergrond? Indien nee, kan zij inschatten welke gevolgen de gekozen ondergrond zal hebben voor verhoogde concentraties fijnstof in het gebied? Indien ja, is zij bereid advies in te winnen bij de GGD over het indammen van de gezondheidsrisico's voor de omwonenden?

6. Is het college bereid de initiatiefnemers van de Floating Farm op te roepen te kiezen voor een ondergrond die verhoogde concentraties fijnstof zoveel mogelijk tegengaat? Indien nee, waarom niet?

Kippen houden ervan een stofbad te nemen. Een kip die het naar de zin heeft vliegt, fladdert, rent, scharrelt, pikt. Dat is natuurlijk gedrag. Hierdoor dwarrelt er natuurlijk ook stof rond.

7. Hoe gaat het college erop toezien dat aan de meest verregaande eisen van dierenwelzijn wordt voldaan zonder dat omwonenden worden blootgesteld aan verhoogde concentraties fijnstof door toedoen van de kippen in het buitenverblijf van de Floating Farm?

Een van de coalitiepartijen opperde een week geleden in De Telegraaf dat onder andere in het Merwevierhavengebied drijvende woningen moeten komen. Inderdaad, mogelijk komen deze woningen pal naast de Floating Farm te liggen, zeker als het college menens is versneld aan de bouw te beginnen.

8. Indien wordt overgegaan tot de bouw van drijvende woningen in het Merwevierhavengebied, gaat het college de toekomstige bewoners mededelen dat hun gezondheid schade zal oplopen door verhoogde concentraties fijnstof afkomstig van de Floating Farm? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe gaat zij dit doen?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

(1) http://www.volkskrant.nl/wetenschap/verhoogd-risico-op-longontsteking-voor-omwonenden-pluimveebedrijf~a4469395/?utm_source=twitter&utm_medium=social&utm_campaign=shared%20content&utm_content=free

Indiendatum: mrt. 2017
Antwoorddatum: 14 jun. 2017

Vraag 1:
Gaat het college het recente onderzoek over een verhoogd risico op longontsteking door een verhoogd concentratie fijnstof bespreekbaar maken in haar overleg met de bewoners van de omliggende wijken van de Floating Farm? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe gaat zij dit doen?

Antwoord:
Het is vanuit (VGO) onderzoek rondom pluimveehouderijen in regio Brabant en Limburg al langer bekend dat er gezondheidseffecten zijn voor omwonenden van een pluimveehouderij. Er worden vaker complicaties voor COPD-patiënten, vaker luchtweg infecties gezien en er komt minder astma en allergie voor. Dit ís meegewogen in de eerdere risicobeoordeling over de Floating Farm d.d. 10 november 2016.
Nieuw in genoemde onderzoek is dat de hypothese wordt getoetst over het ontstaan van longontsteking ten gevolge van blootstelling aan fijnstof en endotoxinen. Eerder werd aannemelijk geacht dat verspreiding van micro-organismen de oorzaak van het vaker vóórkomen van longontstekingen zou zijn.
De resultaten van het in de Volkskrant beschreven onderzoek zijn niet zonder meer toe te passen op de situatie rondom de Floating Farm. Dit, omdat er sprake is van een stedelijke omgeving, waardoor de achtergrondblootstelling aan fijnstof van een andere samenstelling is dan die in landelijk gebied. Ook is de schaal waarop in de Floating Farm kippen gehouden zullen worden aanzienlijk kleiner dan die bij de in het onderzoek betrokken bedrijven (een gemiddelde pluimveehouderij telt rond de 100.000 kippen).
Deze nieuwe resultaten onderschrijven wel het belang de blootstelling van omwonenden aan fijnstof en endotoxinen afkomstig van de Floating Farm pluimveehouderij zoveel mogelijk te beperken.

Voorts wordt gesteld:
“Verhoogde concentraties fijnstof afkomstig van pluimveebedrijven worden veroorzaakt door de bewegingen van kippen. De Floating Farm bestaat uit een binnenverblijf en een buitenverblijf voor de kippen. De lucht in het binnenverblijf wordt gefilterd, maar slechts met een fijnstoffilter en niet met een ionenfilter. Uit het advies van de GGD (kenmerk 16bb8756), als onderdeel van de besluitvorming over de Floating Farm, blijkt dat een ionenfilter de passende techniek is. De GGD veronderstelt dat een ionenfilter in het geval van de Floating Farm niet nodig is. Dit is naar eigen zeggen een inschatting, geen wetenschappelijk vaststaand feit.”

Vraag 2:
Vindt het college de inschatting van de GGD over nut en noodzaak van een ionenfilter (nog steeds) accuraat, nu recent onderzoek het gevaar van verhoogde concentraties fijnstof afkomstig van pluimveebedrijven heeft aangetoond? In dien ja, waarom? Indien nee, is zij bereid de GGD te verzoeken nieuw advies uit te brengen over de gevaren van verhoogde concentraties fijnstof voor de gezondheid van omwonenden van de Floating Farm?

Antwoord:
Inmiddels hebben de initiatiefnemers besloten tot het plaatsen van een ionenfilter in het binnenverblijf. Hiermee zal de verspreiding van fijnstof en endotoxinen vanuit het binnenverblijf aanzienlijk beperkt worden. Vooral het buitenverblijf telt dan nog als bron. De achtergrondconcentratie aan fijnstof in stedelijk gebied varieert tussen de 25 en 40 pg/mS. DCMR heeft berekend dat de bijdrage aan de concentratie fijnstof in de buitenlucht vanuit het binnenverblijf (na filtering) 0,045 pg/mS zal zijn; de berekening is uitgevoerd voor de dichtstbijzijnde woningen, op circa150 meter afstand. De verspreiding vanuit het buitenverblijf is niet te berekenen. De totale bijdrage van de Floating Farm aan de fijnstofconcentratie in de buitenlucht wordt zeer gering geschat.

Vraag 3:
Gaat het college er bij de initiatiefnemers van de Floating Farm met de huidige stand van de wetenschap op aandringen dat een ionenfilter wordt aangebracht in het binnenverblijf van de kippen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Er is besloten tot het plaatsen van een ionenfilter. Zie verder het antwoord bij vraag 2.

Vraag 4:
Vindt het college dat de GGD met haar inschatting, in tegenstelling tot het doen van uitvoerig onderzoek, de gezondheid van omwonenden van de Floating Farm serieus neemt? Indien ja, waarom?

Antwoord:
DCMR geeft aan dat het niet mogelijk is om met metingen de bijdrage van de Floating Farm aan de aanwezige concentraties fijnstof in de buitenlucht vast te stellen. Om wetenschappelijk gefundeerde uitspraken te kunnen doen over het al dan niet optreden van effecten van de Floating Farm op de gezondheid van omwonenden, is onderzoek nodig binnen een voldoende grote groep mensen gedurende een groot
aantal járen. Het uitvoeren van dergelijk epidemiologisch onderzoek zal op veel methodologische en praktische bezwaren stuiten. Tevens is het de vraag of een zodanig onderzoek kan worden opgezet dat conclusies kunnen worden getrokken uit de resultaten. Als een individu in de omgeving bijvoorbeeld een longontsteking krijgt, is niet met zekerheid vast te stellen wat de oorzaak is en of de Floating Farm een rol
heeft gespeeld. Er zijn altijd veel factoren die samen leiden tot het ontstaan van ziekte. Het college acht op grond hiervan en op grond van de zeer beperkte bijdrage vanuit de Floating Farm aan de concentraties fijnstof, een inschatting op basis van de beschikbare literatuur zoals de GGD heeft gedaan de aangewezen benaderingswijze.

Voorts wordt gesteld:
“Voor het buitenverblijf wordt er helemaal geen lucht gefilterd. Voor een inschatting over toekomstige concentraties fijnstof door toedoen van kippen in het buitenverblijf kan nog geen zinnig woord worden gezegd. Dit hangt namelijk af van de te kiezen ondergrond.
De GGD schrijft in haar advies dat zij hopen dat de initiatiefnemers van de Floating Farm rekening houden met de keuze van de ondergrond van het buitenverblijf van de kippen, voor wat betreft concentraties fijnstof."

Vraag 5:
Weet het college welke ondergrond het buitenverblijf van de kippen zal hebben? Indien ja, welke ondergrond? Indien nee, kan zij inschatten welke gevolgen de gekozen ondergrond zal hebben voor verhoogd concentraties fijnstof in het gebied? Indien ja, is zij bereid advies in te winnen bij de GGD over het indammen van de gezondheidsrisico's voor de omwonenden?

Antwoord:
Hoe dunner de onderlaag, hoe minder fijnstof er ontstaat bij het gebruik ervan door de kippen. Vanuit oogpunt van gezondheid adviseert de GGD daarom een zo dun mogelijke laag aan te brengen. Dit advies is doorgegeven aan de initiatiefnemers van de Floating Farm.

Vraag 6:
Is het college bereid de initiatiefnemers van de Floating Farm op te roepen te kiezen voor een ondergrond die verhoogde concentraties fijnstof zoveel mogelijk tegengaat? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie antwoord bij vraag 5.

Voorts wordt gesteld:
“Kippen houden ervan een stofbad te nemen, een kip die het naar de zin heeft vliegt, fladdert, rent, scharrelt, pikt. Dat is natuurlijk gedrag. Hierdoor dwarrelt er natuurlijk ook stof rond."

Vraag 7:
Hoe gaat het college erop toezien dat aan de meest verregaande eisen van dierenwelzijn wordt voldaan zonder dat de omwonenden worden blootgesteld aan verhoogde concentraties fijnstof door toedoen van de kippen in het buitenverblijf van de Floating Farm?

Antwoord:
Dit is een landelijk bekend dilemma. Optimaal dierenwelzijn in de pluimveehouderij, betekent meer gezondheidsrisico’s voor omwonenden. Er zal dus altijd een afweging tussen de twee gemaakt moeten worden. De Floating Farm neemt maatregelen om de uitstoot van fijnstof te beperken.

Voorts wordt gesteld:
“Een van de coalitiepartijen opperde een week geleden in De Telegraaf dat onder andere in het Merwevierhavengebied drijvende woningen moeten komen. Inderdaad, mogelijk komen deze woningen pal naast de Floating Farm te liggen, zeker als het college menens is versneld aan de bouw te beginnen.”

Vraag 8:
Indien wordt overgegaan tot de bouw van drijvende woningen in het Merwevierhavengebied, gaat het college de toekomstige bewoners mededelen dat hun gezondheid schade zal oplopen door verhoogde concentraties fijnstof afkomstig van de Floating Farm ? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe gaat zij dit doen?

Antwoord:
Indien een besluit zal worden genomen tot het bouwen van woningen in de directe omgeving van de Floating Farm, zal opnieuw advies ingewonnen worden bij de GGD. Voor de beoordeling tot nu toe is namelijk uitgegaan van een woonafstand van 150- 200 meter. Dichterbij de Floating Farm zal de blootstelling aan fijnstof, endotoxinen en micro-organismen hoger zijn, dit vraagt een nieuwe risico-inschatting van de GGD.

Wij staan voor:

Wij zijn tegen:

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer