Raads­vragen: Renovatie Wereld­museum uit eigen middelen


Geacht college,

Momenteel wordt het Wereldmuseum gerenoveerd. Onlangs vernam de gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam in een brief van het college1 dat de renovatie drie maanden langer duurt dan oorspronkelijk gedacht. Bovendien valt de renovatie een half miljoen duurder uit en kost nu zo'n kleine tien miljoen euro. Van dit bedrag neemt het Wereldmuseum drie miljoen euro voor haar rekening. De meerkosten van de renovatie worden verdisconteerd in de kostprijsdekkende huur die het Wereldmuseum voor het gebruik van het pand aan de Willemskade moet betalen. Dit pand is in eigendom van de gemeente.

Tot en met 2020 ontvangt het Wereldmuseum van de gemeente Rotterdam jaarlijks vijf miljoen euro via een subsidie uit het cultuurplanbudget en een aanvullende subsidie die wordt gedekt uit de vrije ruimte in het cultuurbudget. In het cultuurplan 'Reikwijdte en armslag: Cultuurplan 2017-2020'2 wordt gesteld dat de volledige subsidie van vijf miljoen euro ten goede moet komen aan de museale invulling van het Wereldmuseum, om zo een volwaardig etnografisch museum te behouden voor de stad.

Het is voor ons onduidelijk uit welke middelen het Wereldmuseum haar bijdrage aan de renovatie van het pand bekostigt. De jaarlijkse subsidie is namelijk bedoeld voor de museale invulling, inclusief beheer van de gemeentelijke collectie. Wij willen specifiek weten of geld voor cultuur wordt uitgegeven aan een renovatie die niet onlosmakelijk samenhangt met de museale invulling.

1. Uit welke middelen bekostigt het Wereldmuseum haar eigen bijdrage aan de renovatie?

2. Kunt u de eigen bijdrage van het Wereldmuseum aan de renovatie rechtvaardigen met inachtneming van het doel waarvoor de jaarlijkse subsidie aan deze instelling wordt verstrekt? Indien ja, waarom? Indien nee, welke consequenties verbindt u aan uw oordeel?

De gemeente betaalt zes miljoen euro voor de renovatie van het pand in het kader van groot onderhoud, de rest komt zoals eerder gesteld op direct wijze of indirect via de kostprijsdekkende huur voor rekening van het Wereldmuseum, in casu Stichting Wereldmuseum Rotterdam. Deze stichting is de begunstigde van de subsidie van de gemeente.

3. Op welke wijze is de verdeling van de kosten voor de renovatie verdeeld tussen enerzijds de gemeente en anderzijds het Wereldmuseum?

4. Welke onderdelen van de renovatie worden bekostigd door het Wereldmuseum? En hoe dragen deze onderdelen van de renovatie bij aan een verbeterde museale invulling van het Wereldmuseum?

In de eerder aangehaalde brief van het college staat het volgende:

Tijdens de verbouwing is geconstateerd dat er aanvullende werkzaamheden moeten worden verricht. (...) De nog uit te voeren werkzaamheden zijn o.a. uitvoering van het interieurbestek, het aanpassen van het leidingentracé en het realiseren van een tussenvloer.”

5. Stelt u dat deze werkzaamheden bijdragen aan een verbeterde museale invulling van het Wereldmuseum? Indien ja, waarom? Indien nee, beschouwt u deze werkzaamheden als groot onderhoud? Indien groot onderhoud, waarom worden de kosten van deze werkzaamheden verdisconteerd in een hogere huurprijs?

De meerkosten van de renovatie leiden voor het Wereldmuseum tot een hogere huurprijs van het pand aan de Willemskade. De jaarlijkse subsidie houdt geen rekening met een hogere huurprijs.

6. Hoe vergewist u dat de jaarlijkse subsidie aan het Wereldmuseum toereikend blijft nadat een hogere huurprijs is vastgesteld?

1 https://rotterdam.notubiz.nl/document/7193080/3/s18bb010932_6_28799_tds

2 https://www.rotterdam.nl/vrije-tijd/cultuurplan-2017-2020/Reikwijdte-en-Armslag-Cultuurplan-2017-2020-voor-web_DEF.pdf

Antwoorddatum: 14 mei 2019

1. Uit welke middelen bekostigt het Wereldmuseum haar eigen bijdrage aan de renovatie?

"Het Wereldmuseum heeft de verbouwingskosten verspreid over de komende jaren in de meerjarenbegroting van het museum verwerkt. Dit houdt in dat de verbouwing deels wordt bekostigd vanuit de eigen reserves en als onderdeel van de jaarlijkse exploitatie. De jaarlijkse exploitatie wordt gedekt door enerzijds de subsidie die het Wereldmuseum ontvangt van gemeente Rotterdam en anderzijds door eigen inkomsten van het museum zelf. Het museum bekostigt de verbouwing daarnaast deels via schenkingen en bijdragen van Rotterdamse (waaronder Stichting Volkskracht) en landelijke (waaronder het Mondriaanfonds en het VSB-fonds) cultuurfondsen."

2. Kunt u de eigen bijdrage van het Wereldmuseum aan de renovatie rechtvaardigen met inachtneming van het doel waarvoor de jaarlijkse subsidie aan deze instelling wordt verstrekt? Indien ja, waarom? Indien nee, welke consequenties verbindt u aan uw oordeel?

"Ja, wij vinden de eigen bijdrage van het Wereldmuseum gerechtvaardigd. Voor de toekomstplannen van het Wereldmuseum in de constellatie met het Nationaal Museum voor Wereldculturen is in het cultuurplan 'Reikwijdte en armslag: Cultuurplan 2017-2020' (door u vastgesteld op 24 november 2016) een jaarlijks bedrag van C 5 mln. ter beschikking gesteld. Onderdeel van deze toekomstplannen is een grootschalige renovatie van het pand, waarvan een groot deel in samenwerking met en voor rekening komt van het cluster Stadsontwikkeling in de vorm van groot onderhoud. De renovatie komt de museale kwaliteit van het pand ten goede en stelt het museum samen met het Nationaal Museum van Wereldculturen in staat een toonaangevend etnografisch museum te worden.

De gemeente betaalt zes miljoen euro voor de renovatie van het pand in het kader van groot onderhoud, de rest komt zoals eerder gesteld op direct wijze of indirect via de kostprijsdekkende huur voor rekening van het Wereldmuseum, in casu de Stichting Wereldmuseum Rotterdam. Deze stichting is de begunstigde van de subsidie van de gemeente."

3. Op welke wijze is de verdeling van de kosten voor de renovatie verdeeld tussen enerzijds de gemeente en anderzijds het Wereldmuseum?

"Bij het opstellen van een kostenraming voor de renovatie is ook een verdeling van verantwoordelijkheden (demarcatie) opgesteld. Deze verdeling is gebaseerd op de demarcatieafspraken die in het huurcontract tussen de gemeente en het Wereldmuseum zijn gemaakt. De demarcatieafspraken regelen hoe de onderhoudsverantwoordelijkheid en de daarmee gemoeide kosten van het pand en de installaties, worden verdeeld tussen de gemeente en het museum. Werkzaamheden die conform de demarcatieafspraken de verantwoordelijkheid zijn van het museum, komen voor rekening van het museum. Grofweg gaat het om kosten voor inrichting en inventaris. Ook afwijkende eisen die aan het gebouw gesteld worden voor het museale klimaat en de aard van de activiteiten die het museum organiseert, komen voor rekening van het museum."

4. Welke onderdelen van de renovatie worden bekostigd door het Wereldmuseum? En hoe dragen deze onderdelen van de renovatie bij aan een verbeterde museale invulling van het Wereldmuseum?

"De volgende onderdelen worden door het Wereldmuseum zelf bekostigd:

  • Het realiseren van een centrale verbinding per bouwlaag tussen de museale zalen van de verschillende bouwdelen;
  • Het terugbrengen van een aantal belangrijke zichtlijnen vanuit het Wereldmuseum naar buiten (terugbrengen van daglichtmuseum);
  • Het realiseren van een plafondafwerking die afgestemd is op de museale klimaatinstallaties en aansluitend is op de monumentale en esthetische context;
  • Het plaatselijk herstellen van vloer-, wand- en plafondafwerkingen vanuit museale beleving;
  • Het realiseren van een tussenvloer in het voormalig auditorium voor functionele verbetering van het Wereldmuseum in de vorm van extra berging en opslag;
  • Het op orde brengen van de inbraakbeveiliging van het Wereldmuseum;
  • Inrichting van het museum (waaronder bijvoorbeeld het Reispaleis).

Deze onderdelen dragen bij aan het museale klimaat, de inrichting, beleving en het gebruik als museum en ook de beveiliging van het gebouw (zie verder antwoord op vraag 5)."

5. Stelt u dat deze werkzaamheden bijdragen aan een verbeterde museale invulling van het Wereldmuseum? Indien ja, waarom? Indien nee, beschouwt u deze werkzaamheden als groot onderhoud? Indien groot onderhoud, waarom worden de kosten van deze werkzaamheden verdisconteerd in een hogere huurprijs?

"Ja, deze werkzaamheden dragen bij aan een verbeterde museale invulling van het Wereldmuseum:

  • De huidige bouwkundige afwerkingen (“doos in een doos” constructie) in de museale ruimten worden bij de buitengevels verwijderd. Hiermee wordt de slechte bouwfysische situatie (verstoorde vochthuishouding tussen de binnen en buitenmuur) hersteld. De nieuwe afwerking wordt zodanig aangebracht dat deze een sterke bijdrage levert aan het gewenste hoogwaardige museale klimaat.
  • Door het realiseren van een centrale verbinding per bouwlaag ontstaat er een duidelijke interne routing tussen de tot op heden van elkaar afgescheiden bouwdelen (Willemskade 23 en 25).
  • Door het verwijderen van de bestaande plafondafwerkingen en de gedecentraliseerde en gedateerde installaties, wordt het oorspronkelijke plafond met plaatselijke ornamenten weer zichtbaar. Door de nieuwe hoogwaardige klimaatinstallatie met respect voor het monumentale gebouw te plaatsen, ontstaat een geheel nieuwe museale beleving waarbij de kunstcollectie van het Wereldmuseum weer centraal wordt gesteld.
  • Door het verwijderen van diverse voorzetwanden worden zichtlijnen naar de omgeving (de Maas en de Veerhaven) in ere hersteld en invulling gegeven aan de wens van het Wereldmuseum om weer daglicht toe te laten tot de museumzalen.
  • Door deze aanpassingen is het ook mogelijk beveiligingseisen ten aanzien van inbraakwerendheid en brandveiligheid te implementeren en toe te snijden op de beoogde museale invulling.
  • Door het realiseren van een kleinschalige tussenvloer in het voormalige auditorium, wordt tot slot ruimte gecreëerd voor extra berging en opslag.

De meerkosten van de renovatie leiden voor het Wereldmuseum tot een hogere huurprijs van het pand aan de Willemskade. De jaarlijkse subsidie houdt geen rekening met een hogere huurprijs."

6. Hoe vergewist u dat de jaarlijkse subsidie aan het Wereldmuseum toereikend blijft nadat een hogere huurprijs is vastgesteld?

"Het Wereldmuseum heeft de kosten van de renovatie (waaronder de hogere huurprijs) verwerkt in de meerjarenbegroting. Door onder meer de langere looptijd van het huurcontract (en daarmee een langere termijn waarin de kosten kunnen worden afgeschreven) is de stijging van de huurprijs beperkt gebleven en valt bovendien nog binnen de kaders zoals door de gemeenteraad vastgesteld in de Voorjaarsnota 2017. De meerjarenbegroting van het Wereldmuseum is gericht op de realisatie van de afspraken die tussen het museum en de gemeente gemaakt zijn. Wij toetsen het Wereldmuseum jaarlijks op realisatie van de afspraken en een daarbij horende (gezonde) bedrijfsvoering."