Raads­vragen: Ongepaste spier­bal­lentaal directeur Haven­be­drijf Rotterdam


Geacht college,

In een artikel1 op de website van RTV Rijnmond over de aanstaande energietransitie in Rotterdam wordt de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam opgevoerd. In dit artikel geeft de directeur aan dat het ongepast is als het Rotterdamse stadsbestuur maatregelen oplegt aan het Havenbedrijf Rotterdam die een aanvulling vormen op landelijke maatregelen om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Zo stelt hij in het artikel over maatregelen in het kader van het landelijke Klimaatakkoord:

"Elke eis van Rotterdam daar bovenop is ongepast, ongewenst en onhaalbaar."

De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam vindt de spierballentaal van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam zeer ongepast. Met deze ferme uitspraken zet de directeur onze ambitie om te komen tot een voldragen stedelijk energie- en klimaatbeleid op de helling, terwijl het Havenbedrijf Rotterdam nota bene voor zeventig procent in eigendom is van de gemeente. Wij kunnen niet toestaan dat een directeur van een deelneming zich keert tegen de beleidskeuzes van de grootaandeelhouder. Daarbovenop veroorzaakt de directeur tweespalt in de gezamenlijke opdracht van stad en haven om te komen tot een CO2-reductie van 49 procent in 2030 ten opzichte van peiljaar 1990.

De Rotterdamse energietransitie vindt voor ruim negentig procent plaats in de haven, want daar vindt ook de uitstoot plaats. De cijfers liegen er niet om. Maar de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam wil niet dat de haven een plek krijgt in het aankomende Rotterdamse Energie- en Klimaatakkoord. Dat betekent de facto dat de Rotterdamse energietransitie nooit kan welslagen indien de landelijke maatregelen niet afdoende blijken te zijn. We moeten deze gok niet willen nemen.

Wij willen expliciet de wethouder verantwoordelijk voor de energietransitie bevragen over de in onze ogen ongepaste spierballentaal van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam. De mening van de wethouder verantwoordelijk voor de haven is ons namelijk reeds bekend. De volgende vragen zijn derhalve gericht aan de wethouder Duurzaamheid, luchtkwaliteit en energietransitie.

1. Wat vindt u van de uitspraken van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam over dat maatregelen aanvullend op het landelijke Klimaatakkoord ongepast, ongewenst en onhaalbaar zijn?

2. Wat vindt u ervan dat een deelneming van de gemeente Rotterdam zich zo roert in de beleidskeuzes die u kunt maken om het beoogde CO2-reductiedoel te behalen?

3. Stelt u dat het inwilligen van de wens van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam kan worden verenigd met uw ambitie om de CO2-uitstoot in Rotterdam met 49% terug te brengen in 2030 ten opzichte van peiljaar 1990? Indien ja, waarom? Indien ja, lopen de landelijke maatregelen in het aankomende Klimaatakkoord ten aanzien van CO2-uitstoot door industriële activiteiten in de pas met de maatregelen die u zelf wenst te nemen om de CO2-uitstoot door industriële activiteiten in de haven te beteugelen? Indien ja, hoe weet u dat?

4. Wat is voor u de meerwaarde van een stedelijk Energie- en Klimaatakkoord als daarin geen maatregelen mogen worden opgenomen die de bedrijfsvoering in de haven beïnvloeden, in de wetenschap dat er ook een landelijk Klimaatakkoord in de maak is?

Tijdens de behandeling van de Begroting 2019 heeft de Raad de motie 'Baas in eigen haven'2 aangenomen waarin we het college de opdracht meegeven meetbare en afrekenbare doelen ten aanzien van de CO2-reductie op te nemen in de aankomende Havenvisie, in samenspraak met het Havenbedrijf Rotterdam. De motie geldt als een grote stap voorwaarts in het daadwerkelijk verduurzamen van de haven.

5. Hoe ziet u de uitspraken van de directeur van het Havenbedrijf in het kader van de afdoening van de motie 'Baas in eigen haven'?

6. Stelt u dat het inwilligen van de wens van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam geen maatregelen te nemen aanvullend op het landelijk Klimaatakkoord ertoe leidt dat de toegezegde Havenvisie slechts een opsomming bevat van landelijk beleid? Indien nee, waarom niet?

1 https://www.rijnmond.nl/nieuws/176353/Haven-Elke-extra-eis-van-Rotterdam-over-Energietransitie-is-ongepast

2 https://rotterdam.notubiz.nl/document/7036400/1/18bb9399

Antwoorddatum: 19 feb. 2019

1. Wat vindt u van de uitspraken van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam over dat maatregelen aanvullend op het landelijke Klimaatakkoord ongepast, ongewenst en onhaalbaar zijn?

"Er zit geen licht tussen de ambities van het Havenbedrijf (HBR) en de gemeente Rotterdam als het gaat om de vergroening van het Havenindustrieel Complex. Wij onderschrijven beide de internationale doelstellingen van 49% reductie in 2030 (t.o.v. 1990) en klimaatneutraliteit in 2050 daarom waren wij verrast door de uitspraken."

2. Wat vindt u ervan dat een deelneming van de gemeente Rotterdam zich zo roert in de beleidskeuzes die u kunt maken om het beoogde CO2-reductiedoel te behalen?

"Het Havenbedrijf is een van de belangrijke spelers in het vormgeven van de energietransitie in het havengebied. Net als alle andere ondernemingen en organisaties kan ook het Havenbedrijf zijn mening in het publieke debat uiten."

3. Stelt u dat het inwilligen van de wens van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam kan worden verenigd met uw ambitie om de CO2-uitstoot in Rotterdam met 49% terug te brengen in 2030 ten opzichte van peiljaar 1990? Indien ja, waarom? Indien ja, lopen de landelijke maatregelen in het aankomende Klimaatakkoord ten aanzien van CO2-uitstoot door industriële activiteiten in de pas met de maatregelen die u zelf wenst te nemen om de CO2-uitstoot door industriële activiteiten in de haven te beteugelen? Indien ja, hoe weet u dat?

"Zoals eerder gesteld zit er geen licht tussen de ambities van het Havenbedrijf en de gemeente Rotterdam als het gaat om de vergroening van het Havenindustrieel Complex. Wij onderschrijven beide de internationale doelstellingen van 49% reductie in 2030 (t.o.v. 1990) en klimaatneutraliteit in 2050."

4. Wat is voor u de meerwaarde van een stedelijk Energie- en Klimaatakkoord als daarin geen maatregelen mogen worden opgenomen die de bedrijfsvoering in de haven beïnvloeden, in de wetenschap dat er ook een landelijk Klimaatakkoord in de maak is?

"De meerwaarde van een lokaal energie- en klimaatakkoord zit hem met name in de concrete collectieve afspraken die wij in samenwerking met lokale partners kunnen maken. Een goede samenwerking tussen bedrijven en andere partners is voor het behalen van de 49%-doelstelling essentieel, evenals een goede samenwerking tussen haven en stad."

5. Hoe ziet u de uitspraken van de directeur van het Havenbedrijf in het kader van de afdoening van de motie 'Baas in eigen haven'?

"Het Havenbedrijf onderschrijft de ambitie van 49% C02-emissiereductie in 2030 en deze zal dan ook opgenomen worden in de havenvisie."

6. Stelt u dat het inwilligen van de wens van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam geen maatregelen te nemen aanvullend op het landelijk Klimaatakkoord ertoe leidt dat de toegezegde Havenvisie slechts een opsomming bevat van landelijk beleid? Indien nee, waarom niet?

"Een Rotterdams klimaatakkoord beoogt een concrete invulling van de ambitie van 49% in 2030 t.o.v. 1990. Hoe meer partijen met elkaar samenwerken t.b.v. dit doel hoe gemakkelijker."