Raads­vragen: Onderwijs voor leer­lingen met autisme spec­trum­stoornis


Geacht college,

Achttien kinderen met een autisme spectrumstoornis uit Rotterdam en regio verkeren in een benarde positie. Zij gaan dagelijks naar Acato Rotterdam, een initiatief in het voortgezet onderwijs dat is opgezet door Stichting Bloemfleur vanuit een groot gevoel voor maatschappelijke betrokkenheid iets voor leerlingen met deze stoornis te doen. Helaas dreigt Acato Rotterdam ten onder te gaan aan regelgeving die niet meehelpt in het classificeren van dit initiatief als een voldragen onderwijsvoorziening.

Acato Rotterdam ving in het afgelopen schooljaar leerlingen op die niet naar een reguliere school konden en ook geen toelatingsverklaring kregen voor passend onderwijs op de bestaande speciale scholen. Acato werdd deels bekostigd met het persoonsgebonden budget (pgb) dat kinderen kregen vanwege hun indicatie in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO). Maar zorggeld moet louter aan zorg worden uitgegeven en omdat Acato geen erkende onderwijsinstelling is, mag er geen onderwijsbudget heen. Inderdaad, tussen droom en daad staan wetten in de weg.

De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam wil in de eerste plaats de loftrompet schallen voor Stichting Bloemfleur die zich met het onderwijsinitiatief Acato Rotterdam inzet voor deze vergeten groep leerlingen. Elk kind heeft namelijk recht op onderwijs. De Wet passend onderwijs is om die reden in 2014 in het leven geroepen om daarin te voorzien. Maar wij maken ons ook grote zorgen over de toekomst van Acato Rotterdam. Gelukkig hebben wij vernomen dat de gemeente Rotterdam onze zorgen deelt en naarstig naar een oplossing zoekt om Acato Rotterdam te behouden voor de stad en daarmee leerlingen met een autisme spectrumstoornis te voorzien in hun onderwijsbehoefte. Onderwijs is immers een basisrecht en helpt leerlingen met een dergelijke stoornis tot een gelijkwaardig bestaan in de samenleving. Toch is er nog geen structurele oplossing gevonden in het toekomstbestendig maken van Acato Rotterdam.

1. Bent u bekend met de geschetste problematiek waarin Acato Rotterdam zich bevindt? Indien ja, bent u bereid de instelling te helpen met het vinden van een oplossing?

2. Waar moeten de leerlingen van Acato Rotterdam naartoe als hun huidige school dreigt te sluiten?

3. Hoe wordt in het geval van leerlingen met een autisme spectrumstoornis invulling gegeven aan de Wet passend onderwijs die in het leven is geroepen te voorzien in specifieke onderwijsbehoeften?

Er is een administratieve werkelijkheid die zich vertaalt in separate budgetten voor zorg en onderwijs. Maar er is ook een andere werkelijkheid, eentje van gelijke kansen en het onderwijs als basisrecht. Wij kiezen voor het laatste. Wij vinden dat de leerlingen van Acato Rotterdam niet noodgedwongen thuis moeten komen te zitten door toedoen van regelgeving. Bovendien vinden wij dat zij, gelijk andere leerlingen met een zorgbehoefte, recht hebben op de regelingen die er voor deze doelgroep bestaan.

4. Hoe gaat u ervoor zorgen dat de leerlingen van Acato Rotterdam niet de dupe worden van de regelgeving ten aanzien van de financiering van zorg en onderwijs?

5. Hebben de leerlingen van Acato net als andere leerlingen met een WMO-indicatie recht op een onderwijszorgarrangement? Indien ja, hebben zij toegang tot een dergelijk arrangement zolang Acato door de gemeente niet wordt aangemerkt als volwaardige onderwijsvoorziening?

Volgens Stichting Bloemfleur zijn er door Stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR) – een scholenkoepel voor onder andere speciaal onderwijs met diverse vestigingen in Rotterdam – toezeggingen gedaan over de kosten voor het volbrengen van Acato Rotterdam als volwaardige onderwijsvoorziening, evenals over het voorschieten van toelatingsverklaringen van de leerlingen. Deze toezeggingen schijnen niet nagekomen te zijn. Wij vinden het een slechte zaak dat er door mogelijk toedoen van niet nagekomen toezeggingen een negatief beeld bestaat van een dergelijke grote speler in het Rotterdamse onderwijsveld.

6. Kent u de geluiden over niet nagekomen toezeggingen door Stichting BOOR? Zo ja, Klopt het volgens u dat er diverse toezeggingen zijn gedaan die niet zijn nagekomen?

Wij denken graag met het college mee over een oplossing voor Acato Rotterdam. Momenteel zijn er zes zogenoemde leerrechtpilots in het primair onderwijs gaande met scholen verspreid over de stad. In de pilots worden zorg en onderwijs gecombineerd om kinderen met een leerplichtvrijstelling door toedoen van hun zorgbehoefte – op basis van artikel 5a van de Leerplichtwet – toch te voorzien in hun recht op onderwijs. De pilots zijn tot stand gekomen door onder de vlag van de gemeente met medewerking van het samenwerkingsverband Passend Primair Onderwijs (PPO) Rotterdam en MEE Rotterdam-Rijnmond. In de leerrechtpilot staan de leerlingen met een specifieke zorgbehoefte ingeschreven op een school voor speciaal onderwijs en hebben ze daarmee toegang tot een onderwijszorgarrangement. Acato Rotterdam zal ongetwijfeld erg geholpen zijn met een leerpilot in het voortgezet onderwijs. De leerlingen van Acato Rotterdam kunnen in zo'n pilot aanhaken bij een van de deelnemende scholen, bijvoorbeeld door vrijgesteld te blijven van de leerplicht, voor nul uren ingeschreven te staan bij een deelnemende school en vervolgens onderwijs en zorg te genieten bij Acato Rotterdam. Het Rijk staat een dergelijke leerrechtconstructie ook toe.

7. Bent u met ons eens dat leerrechtpilots zoals thans plaatsvinden in het primair onderwijs ook zouden kunnen worden toegepast in het voortgezet onderwijs, waarmee Acato Rotterdam kan aanhaken bij een van de scholen die aan deze pilots willen deelnemen? Indien ja, bent u bereid dergelijke pilots in het leven te roepen? Indien nee, waarom niet?

8. Hoe denken de partners van de gemeente in het aanbieden van voortgezet speciaal onderwijs, zoals Koers-VO, Stichting BOOR en MEE Rotterdam-Rijnmond, over dergelijke leerrechtpilots?