Raads­vragen: Niet in de etalage, dus ook niet op de stoep


Geacht college,

In de Voorburgstraat in het Liskwartier – tegenover het winkelcentrum aan het Eudokiaplein – is een onderneming gevestigd die exotische vogels verkoopt. De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam heeft van een bezorgde Rotterdammer een foto toegezonden gekregen waaruit blijkt dat de ondernemer kooien met daarin exotische vogels buiten laat hangen tijdens openingstijden. De foto is bijgevoegd.

Het is momenteel hoog zomer en de exotische vogels in de kooien die buiten hangen, worden urenlang blootgesteld aan het felle zonlicht. Daar komt nog bij dat de Voorburgstraat druk is, met auto's, fietsers en voetgangers die om de haverklap passeren. De hele dag moeten de vogels uitlaatgassen inademen en de stadse geluiden aanhoren. Dit zijn allesbehalve ideale omstandigheden voor deze prachtige vogels en dan drukken we ons zacht uit.

1. Bent u op de hoogte dat een onderneming in de Voorburgstraat vogels in de buitenruimte blootstelt aan het felle zonlicht en wat dies meer zij? Indien ja, wat vindt u hiervan?

2. Vindt u dat het welzijn in het geding is van de vogels die buiten in kooien verblijven? Indien nee, waarom niet?

Eind 2016 hebben wij de motie 'Ook niet op de stoep'1 ingediend, waarin wij het college vragen wat de juridische mogelijkheden zijn om het landelijke verbod tot het plaatsen van dieren voor verkoop in de etalage uit te breiden tot de stoep vóór de winkelruimte. Het huidige landelijke 'etalageverbod' is bedoeld om impulsaankopen van dieren tegen te gaan, met als achterliggende gedachte het bevorderen van dierenwelzijn. Onze motie is met brede steun uit de Raad aangenomen. In de afdoening2 van de motie schrijft het college dat zij geen bevoegdheid heeft om een dergelijke uitbreiding te regelen, bijvoorbeeld middels aanpassing van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit instrument is volgens het college om de veiligheid in de buitenruimte te regelen en niet om impulsaankopen tegen te gaan en biedt daarom geen handvatten voor uitbreiding van het etalageverbod. Het college heeft voorts aangegeven ambtelijk overleg te gaan voeren met het ministerie dat verantwoordelijk is voor het landelijk dierenwelzijnsbeleid, met als doel uitbreiding van het etalageverbod in het 'Besluit houders van dieren' te realiseren. In de afdoening geeft het college aan mogelijk ook een brief met een dergelijk verzoek te versturen aan het lid van het kabinet dat verantwoording draagt voor het beleid omtrent dierenwelzijn.

3. Stelt u nog altijd dat u geen bevoegdheid heeft om een uitbreiding van het etalageverbod te regelen? Indien ja, waarom?

4. Wat is er uit het ambtelijk overleg voortgekomen dat u in de afdoening van onze motie heeft aangekondigd?

5. Heeft u per brief aan het Rijk aangegeven dat u een aanpassing van het 'Besluit houders van dieren' wenst om het etalageverbod uit te breiden tot de stoep? Indien nee, waarom niet? Indien nee, bent u bereid dat alsnog te doen? Indien ja, bent u bereid deze brief als bijlage toe te voegen in de beantwoording van deze vragen?

De APV is bedoeld om de veiligheid in de buitenruimte te regelen. Kooien die buiten vóór een winkelruimte worden opgehangen, kunnen naar beneden vallen. Wij zijn benieuwd of de APV kan worden aangewend om de veiligheid van het winkelend publiek te bestendigen waar het deze kooien betreft. Het gevaar van het naar beneden vallen van kooien kan in dat geval leiden tot een verbod.

6. Stelt u dat de APV kan worden aangewend om kooien vóór een winkelruimte die naar beneden kunnen vallen, te weren? Indien nee, waarom niet?

1 https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/4812579/2/16bb9968

2 https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/5245088/1/17bb2926

Antwoorddatum: 2 okt. 2018

1. Bent u op de hoogte dat een onderneming in de Voorburgstraat vogels in de buitenruimte blootstelt aan het felle zonlicht en wat dies meer zij? Indien ja, wat vindt u hiervan?

"Naar aanleiding van uw vragen heeft de gemeente Rotterdam de politie (taakaccent dieren) verzocht per direct een spoedcontrole uit te voeren. De politie heeft op 25 juli 2018 geconstateerd dat de onderneming twee dagen per week geopend is en er op het moment van controle geen vogels in kooien buiten de onderneming aanwezig waren. Bij navraag in de omgeving van de onderneming werd gemeld dat kooien met de betreffende vogels inderdaad af en toe buiten staan. De politie werd hierbij geïnformeerd dat de vogels korte tijd (ca een uur) buiten staan en de beschikking hebben over voldoende water. De politie heeft toegezegd de onderneming te blijven monitoren."

2. Vindt u dat het welzijn in het geding is van de vogels die buiten in kooien verblijven? Indien nee, waarom niet?

"In dit concrete geval is ons college van mening dat het welzijn van de vogels niet in het geding was."

3. Stelt u nog altijd dat u geen bevoegdheid heeft om een uitbreiding van het etalageverbod te regelen? Indien ja, waarom?

"Ja, wij stellen dat de gemeente nog steeds geen bevoegdheid heeft om het etalageverbod uit te breiden naar de stoep omdat dierenwelzijnsaspecten en het tegengaan van impulsaankopen niet middels de APV geregeld kunnen worden."

4. Wat is er uit het ambtelijk overleg voortgekomen dat u in de afdoening van onze motie heeft aangekondigd?

"Het toenmalige ministerie van EZ heeft aangegeven een tweetal mogelijkheden te zien om het plaatsen van dieren op de stoep dooi ondernemers tegen te gaan:

  1. Artikel 3.12 van het ‘Besluit houders van dieren’ kan door handhavers van politie, LID of NVWA gebruikt worden om bedrijfsmatige verkoop van gezelschapsdieren op straat door achterliggende winkel aan te pakken De argumentatie die gebruikt kan worden, is dat de dieren onnodig stress en angst zullen ondervinden op straat ten gevolge van mensenmassa’s, kinderen die de dieren willen oppakken, mensen die over hen heen zullen buigen (prooidieren) etc. Daarnaast zullen ze over onvoldoende bewegingsruimte beschikken.
  2. Het bedrijfsmatig te koop aanbieden zonder winkelpand in de nabijheid: dit is reeds verboden. Dit is alleen toegestaan op een beurs, tentoonstelling of markt.

Diersoorten zoals kippen en duiven staan op de productiedierenlijst en vallen daarmee niet onder de definitie van gezelschapsdier. Daarmee is artikel 3.12 niet van toepassing en zouden deze dieren wel op de stoep geplaatst kunnen worden. Het ministerie was (ambtelijk) van mening dat dit verschil ongewenst was, maar dat heeft nog niet tot een aanpassing van het ‘Besluit houders van dieren’ geleid. Dat neemt niet weg dat er wel degelijk mogelijkheden zijn maar dan op grond van andere (gelijkluidende) artikelen:

Op grond van art 1.3, 3e lid (intrinsieke waarde), art 2.1 ‘Wet dieren’ (dierenmishandeling) en de algemene huisvestings- en verzorgingsnormen uit het ‘Besluit houders van dieren’ is het te beargumenteren dat het op straat ter verkoop aanbieden onnodige stress met zich mee kan brengen, het dier mogelijk onvoldoende ruimte wordt gelaten voor zijn fysiologische en ethologische behoeften en de bewegingsvrijheid op een zodanige wijze beperkt worden dat het dier daardoor onnodig lijden of letsel wordt toegebracht. Op grond hiervan kan worden opgetreden door de bevoegde handhaver (NVWA, politie, LID). Hierbij kan tevens verwezen worden naar art 1.3 van de ‘Wet dieren’ om de geest van de wet nader te duiden.

Het ministerie van LNV heeft vooralsnog geen concrete plannen om het 'Besluit houders van dieren’ aan te passen zodat het etalageverbod ook betrekking heeft op de stoep."

5. Heeft u per brief aan het Rijk aangegeven dat u een aanpassing van het 'Besluit houders van dieren' wenst om het etalageverbod uit te breiden tot de stoep? Indien nee, waarom niet? Indien nee, bent u bereid dat alsnog te doen? Indien ja, bent u bereid deze brief als bijlage toe te voegen in de beantwoording van deze vragen?

"Er is ambtelijk schriftelijk en mondeling gecommuniceerd met het toenmalige ministerie van Economische Zaken over een uitbreiding van het etalageverbod. Een brief namens het college over dit onderwerp is niet verstuurd. Omdat ons college het logisch vindt dat een etalageverbod voor gezelschapsdieren zich ook uitstrekt tot het naastgelegen trottoir, gezien de doelstelling om impulsaankopen van dieren te voorkomen, zullen wij alsnog een brief versturen. De brief is bijgevoegd als bijlage."

6. Stelt u dat de APV kan worden aangewend om kooien vóór een winkelruimte die naar beneden kunnen vallen, te weren? Indien nee, waarom niet?

"Ons college is van mening dat deze redenatie wat vergezocht is. Er zou op zijn minst aangetoond moeten kunnen worden dat dit een keer (bijna) gebeurd is. Als de ondernemer in kwestie er voor zorgt dat de kooien stevig opgehangen zijn en er nooit incidenten waren, dan moet de APV niet voor dit doel worden ingezet."