Raads­vragen: Kosten dierenarts in de bijzondere bijstand


Geacht college,

Voor veel Rotterdammers zijn huisdieren een onlosmakelijk deel van hun bestaan. Maar als huisdieren ziek worden en zorg nodig hebben, leidt dit bij stadsgenoten met een smalle beurs vaak tot financiële problemen. Zij moeten dan een afweging maken waaraan zij hun spaarzame middelen besteden, hetgeen er mogelijk toe leidt dat huisdieren niet de zorg krijgen die zij nodig hebben. Om die reden heeft de gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren er in het verleden met succes voor gezorgd dat ouderen in Rotterdam met recht op AOW-tegoed de kosten voor onder andere de dierenarts met deze toelage kunnen betalen. Het AOW-tegoed komt alle Rotterdammers toe die een uitkering volgens de Algemene Ouderdomswet ontvangen en waarvan het inkomen niet meer is dan 110% van het wettelijk sociaal minimum. Onder de ruim achtduizend ontvangers van het AOW-tegoed wordt er goed gebruik gemaakt van deze extra bestedingsmogelijkheid. De financiële problemen in het geval van een zorgbehoevend huisdier blijven evenwel bestaan voor hen die nog niet in aanmerking komen voor het AOW-tegoed.

1. Deelt u onze mening dat kosten voor diergeneeskundige zorg voor Rotterdammers met een smalle beurs tot financiële problemen kunnen leiden? Indien nee, waarom niet?

2. Deelt u onze zorg dat financiële problemen ertoe kunnen leiden dat huisdieren mogelijk niet de zorg krijgen die zij nodig hebben? Indien nee, waarom niet?

Het onderbrengen van diergeneeskundige zorg in de bijzondere bijstand kan uitkomst bieden. De bijzondere bijstand wordt uitgekeerd door gemeenten op basis van de Participatiewet en is bedoeld om inwoners met een smalle beurs financieel te ondersteunen als zij worden geconfronteerd met incidentele hoge kosten die zij niet uit eigen middelen kunnen betalen. Over het onderbrengen van diergeneeskundige zorg in de bijzondere bijstand bestaat jurisprudentie1 waarin wordt ingegaan of deze kostenpost als incidenteel en daarmee als bijzonder kan worden bestempeld. Uit de jurisprudentie maken wij op dat het aanwijzen van diergeneeskundige zorg als categorie in de bijzondere bijstand volledig binnen de discretionaire bevoegdheid van gemeenten valt, aangezien de Participatiewet decentraal wordt uitgevoerd. Het hoeft niet, maar het mag wel. Een dergelijke aanwijzing is een keuze die gemeenten aldus mogen maken.

3. Bent u bekend met de jurisprudentie over het bestempelen van diergeneeskundige zorg als categorie in de bijzondere bijstand? Indien ja, trekt u net als wij de conclusie dat het aanwijzen van diergeneeskundige zorg als bijzondere kostenpost een discretionaire bevoegdheid van de gemeente is?

4. Bent u bereid diergeneeskundige zorg aan te wijzen als nieuwe categorie in de bijzondere bijstand? Indien nee, waarom niet? Indien ja, wanneer gaat u dit doen?

Voornoemde jurisprudentie over diergeneeskundige zorg als categorie in de bijzondere bijstand laat eveneens zien dat de meerkosten voor het onderhoud van dieren die de houder met een medische of psychosociale indicatie voorzien in hun zorgbehoefte, zoals hulphonden of blindengeleidehonden, kunnen worden bestempeld als incidentele kostenpost. Zo lezen wij in de jurisprudentie het volgende:

Als er een medische of psychosociale indicatie is voor het hebben en houden van een hond, zoals bijvoorbeeld ingeval van een blindengeleidehond of een hulphond die wordt benut in het kader van een therapie, kunnen de noodzakelijke meerkosten - als daarvoor geen voorliggende voorziening bestaat - in beginsel voor bijzondere bijstand in aanmerking komen.”

Meerkosten komen voort uit noodzakelijke uitgaven voor het onderhoud van deze dieren, om zo te kunnen blijven voorzien in de zorgbehoefte van de houders. Deze uitgaven kunnen daarom wat ons betreft worden bestempeld als bijzonder. De gemeente Rotterdam heeft de meerkosten voor het onderhoud van een dier zoals een hulphond of blindengeleidehond tot op heden niet ondergebracht in de bijzondere bijstand.

5. Deelt u onze mening dat de jurisprudentie over de meerkosten van het onderhoud van een dier die de houder met een medische of psychosociale indicatie voorziet in zijn zorgbehoefte, het mogelijk maakt deze kostenpost aan te wijzen als categorie in de bijzondere bijstand? Indien nee, waarom niet?

6. Bent u bereid de meerkosten voor het onderhoud van een dergelijk dier, aan te wijzen als categorie in de bijzondere bijstand? Indien nee, waarom niet?

Gemeenten kunnen behalve gebruikmaking van de bijzondere bijstand ook regelingen in het leven roepen waarmee diergeneeskundige zorg gratis wordt voor inwoners met een smalle beurs. Onder andere de gemeenten Amsterdam en Tilburg hebben een dergelijke regeling2. In Rotterdam kennen we de regeling dat inwoners met een inkomen op of rond het wettelijk sociaal minimum aanspraak kunnen maken op een gereduceerd tarief bij Minimax, die namens Dierenopvangcentrum Rotterdam diergeneeskundige zorg verstrekt. Dit is in onze ogen een mooie regeling, maar vormt voor sommige Rotterdammers nog altijd een financieel obstakel. Om die reden pleiten wij voor invoering van een regeling die gebruikers ervan kosteloos stelt als hun huisdier noodzakelijke zorg nodig heeft.

7. Bent u bekend met de regelingen die sommige gemeenten hebben getroffen om inwoners met een smalle beurs financieel te compenseren als zij kosten maken voor diergeneeskundige zorg? Indien ja, bent u bereid te inventariseren wat de ervaringen van desbetreffende gemeenten zijn over onder meer het bereik en de maatschappelijke meerwaarde van deze regelingen?

8. Bent u bereid een dergelijke regeling in te voeren waar Rotterdammers gebruik van kunnen maken? Indien nee, waarom niet?

1 Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep: https://uitspraken.rechtspraak...

2 Zie bijvoorbeeld de 'Amsterdamse Dierenhulp Aan Minima-regeling' (ADAM-regeling) van de gemeente Amsterdam: https://www.amsterdam.nl/toeri...

Antwoorddatum: 14 mei 2019

1. Deelt u onze mening dat kosten voor diergeneeskundige zorg voor Rotterdammers met een smalle beurs tot financiële problemen kunnen leiden? Indien nee, waarom niet?

"Ja."

2. Deelt u onze zorg dat financiële problemen ertoe kunnen leiden dat huisdieren mogelijk niet de zorg krijgen die zij nodig hebben? Indien nee, waarom niet?

"Het is zeker denkbaar dat financiële problemen ertoe kunnen leiden dat de eigenaren van gezelschapsdieren onvoldoende in staat zijn hun dier de zorg te geven waar zij recht op hebben. Overigens wijzen wij erop dat de zorg voor het welzijn en welbevinden van gezelschapsdieren primair de verantwoordelijkheid van hun houders is. Bij de aanschaf van hun huisdier zullen zij allereerst de afweging moeten maken of zij de reguliere kosten die de zorg van dit dier met zich meebrengt kunnen dragen. Daarbij kunnen zij zich voor onverwachte hoge zorgkosten indekken middels een huisdierenverzekering. Verschillende verzekeraars bieden zo’n verzekering aan. Hoewel slechts een klein percentage van de Nederlanders zo’n verzekering heeft afgesloten, kan dit voor vooral mensen zonder veel financiële reserves een uitkomst zijn. Uit reacties van leden van de Consumentenbond, die een dierenverzekering hebben afgesloten, blijkt dat men er positief over is en er baat van ondervindt.

Tot slot wil ik u wijzen op de Minimax Dierendokter, waar huisdiereigenaren met een uitkering en woonachtig in Zuid-Holland tegen minimale kosten hun huisdier (hond, kat, konijn of knaagdier) kunnen laten behandelen. Op deze wijze kunnen mensen met een uitkering hun dier toch de zorg geven die ze nodig hebben."

3. Bent u bekend met de jurisprudentie over het bestempelen van diergeneeskundige zorg als categorie in de bijzondere bijstand? Indien ja, trekt u net als wij de conclusie dat het aanwijzen van diergeneeskundige zorg als bijzondere kostenpost een discretionaire bevoegdheid van de gemeente is?

"De door u aangehaalde uitspraak van de Centrale Raad van Beroep is ons bekend. In deze uitspraak bevestigt de Raad juist dat de aanvraag voor bijzondere bijstand voor dierenartskosten terecht is afgewezen. De Raad concludeert daarbij kortweg dat er geen sprake is van bijzondere noodzakelijke kosten. Dit is één van de voorwaarden voor het verlenen van bijzondere bijstand. Het uitgangspunt van huidige wetgeving en van de jurisprudentie is derhalve: kosten voor diergeneeskundige zorg zijn in principe geen kosten die kunnen leiden tot een verstrekking van de bijzondere bijstand.

Indien er geen recht bestaat op bijzondere bijstand kan het college dit recht toch aannemen. Dit wordt buitenwettelijk begunstigend beleid genoemd. Met een dergelijk beleid wordt een inkomensniveau geboden dat niet in overeenstemming is met de aard en het doel van de bijstandsverlening. Voorbeelden van buitenwettelijk begunstigend beleid treft u in de beleidsregels bijzondere bijstand Rotterdam 2018. Het toevoegen van diergeneeskundige zorg aan de beleidsregels, in de vorm van buitenwettelijk begunstigend beleid, is inderdaad een bevoegdheid van het college."

4. Bent u bereid diergeneeskundige zorg aan te wijzen als nieuwe categorie in de bijzondere bijstand? Indien nee, waarom niet? Indien ja, wanneer gaat u dit doen?

"Wij zullen diergeneeskundige zorg in algemene zin niet toevoegen aan het buitenwettelijk begunstigend beleid voor de bijzondere bijstand. Het uitgangspunt van de bijzondere bijstand is dat kosten niet worden vergoed, indien deze kosten tot de algemene kosten van het bestaan behoren.

Zoals eerder aangegeven valt de keuze voor houden van een huisdier onder de primaire verantwoordelijkheid van de houder. Hij zal de afweging moeten maken of hij de reguliere kosten van het dier kan betalen en of hij een verzekering afsluit voor de geneeskundige zorg voor zijn dier. Het is naar onze mening ongewenst dat de lokale overheid meebetaalt aan de kosten van een huisdier, indien de houder in onvoldoende mate bereid of in staat is de eigen verantwoordelijkheid te nemen. Indien diergeneeskundige zorg opgenomen zou worden als buitenwettelijk begunstigend beleid, kan dit resulteren in een verminderd animo zich te verzekeren voor diergeneeskundige zorg en mogelijk zelfs leiden een onverantwoorde (extra) aanschaf van gezelschapsdieren."

5. Deelt u onze mening dat de jurisprudentie over de meerkosten van het onderhoud van een dier die de houder met een medische of psychosociale indicatie voorziet in zijn zorgbehoefte, het mogelijk maakt deze kostenpost aan te wijzen als categorie in de bijzondere bijstand? Indien nee, waarom niet?

"Wij delen uw mening dat de jurisprudentie de mogelijkheid biedt bijzondere bijstand aan te vragen en te verkrijgen aan inwoners die een huisdier houden op basis van een medische/psychosociale indicatie. Het gaat hier bijvoorbeeld om Rotterdammers die een blindengeleidehond nodig hebben.

Voor deze specifieke doelgroep zullen wij de diergeneeskundige zorg toevoegen aan de Beleidsregels Bijzondere Bijstand, onder voorwaarde dat er geen andere voorliggende voorziening voor deze kosten is. Een wijziging van deze beleidsregels is gepland in het najaar van 2019, waarbij we er zorg voor zullen dragen dat deze kostensoort zal worden toegevoegd aan deze regels."

6. Bent u bereid de meerkosten voor het onderhoud van een dergelijk dier, aan te wijzen als categorie in de bijzondere bijstand? Indien nee, waarom niet?

"Zoals bij het antwoord op vraag 5 aangegeven zijn wij bereid diergeneeskundige zorg, bij afwezigheid van een voorliggende voorziening, op te nemen in onze beleidsregels bijzondere bijstand."

7. Bent u bekend met de regelingen die sommige gemeenten hebben getroffen om inwoners met een smalle beurs financieel te compenseren als zij kosten maken voor diergeneeskundige zorg? Indien ja, bent u bereid te inventariseren wat de ervaringen van desbetreffende gemeenten zijn over onder meer het bereik en de maatschappelijke meerwaarde van deze regelingen?

"Wij zijn bekend met regelingen die sommige gemeenten hebben getroffen ten aanzien van (onvoorziene) kosten voor hun huisdier. Wij zijn bereid te onderzoeken of dit soort regelingen een meerwaarde hebben voor Rotterdammers."

8. Bent u bereid een dergelijke regeling in te voeren waar Rotterdammers gebruik van kunnen maken? Indien nee, waarom niet?

"Zie antwoord vraag 7."