Raads­vragen: Gedragstest voor personen in het bezit van wapen­ver­loven en jacht­akten


Geacht college,

In 2017 heeft de Tweede Kamer besloten dat personen in het bezit van een wapenverlof of jachtakte verplicht een gedragstest moet ondergaan. Deze gedragstest neemt de vorm aan van een zogenoemde e-screening en heeft als doel na te gaan of de gemoedstoestand van personen in het bezit van een wapenverlof of jachtakte in orde is. Dat doet zij door risicofactoren te bepalen. De gedragstest is van kracht geworden door aanpassing van de Wet wapens en munitie per 1 oktober jongstleden en heeft betrekking op artikel 6a, lid 1 onder b van deze wet.

De gedragstest is slechts voor korte duur in werking getreden, aangezien het Rijk in de uitvoering problemen ondervindt. Momenteel wordt de gedragstest herzien en waarschijnlijk over twee jaar alsnog ingevoerd. In een brief [1] aan de leden van de Tweede Kamer laat de minister van Justitie en Veiligheid tevens weten dat de gedragstest wél geldt voor nieuwe aanvragen voor wapenverloven en jachtaktes. Daarnaast wordt voor bestaande houders van een wapenverlof of jachtakte de bestaande procedure vernieuwd en uitgebreid middels het WM-32-formulier. Ook stelt de minister dat achtergrondinformatie over de gemoedstoestand van personen in het bezit van een wapenverlof of jachtakte op een andere manier zal worden verkregen. Zo schrijft de minister:

“De informatie over mogelijke risicofactoren wordt op een andere manier verkregen. De afweging die de korpschef moet maken bij de verlening van de vergunning blijft voor alle gevallen gelijk. Daarbij benadruk ik dat de e-screener en/of het WM-32 formulier slechts een onderdeel is in het proces, en dat er ook een antecedentenonderzoek en een referentencontrole wordt verricht, evenals een huiscontrole.“

1. Op welke wijze maakt de korpschef van de Eenheid Rotterdam van de Nationale politie een afweging in het bepalen van de gemoedstoestand van personen in het bezit van een wapenverlof of jachtakte?

2. Welke instrumenten gebruikt de Eenheid Rotterdam van de Nationale politie op dit moment om de gemoedstoestand van personen in het bezit van een wapenverlof of jachtakte te bepalen? Worden er thans bijvoorbeeld antecedentenonderzoeken of referentiecontroles verricht, evenals huiscontroles?

3. Gaat de Eenheid Rotterdam tot aan het moment van de invoering van de verplichte gedragstest haar werkwijze ten aanzien van personen in het bezit van een wapenverlof of jachtakte intensiveren en/of veranderen? Indien ja, hoe gaat de nieuwe werkwijze eruit zien?

De gedragstest is slechts voor korte duur in werking getreden maar heeft er wel toe geleid dat tientallen personen hun wapenverlof of jachtakte zijn ontnomen. Wij zijn benieuwd of dit ook is gebeurd in het district van de Eenheid Rotterdam.

4. Weet u of er in het district van de Eenheid Rotterdam wapenverloven of jachtakten zijn ingenomen in de periode dat de gedragstest verplicht was?

In de beantwoording [2] van onze vragen over 'Pacht en jacht in agrarisch Hoek van Holland' uit 2015 stelt het college dat zij één jachthuurovereenkomst heeft met een particulier in het buitengebied van Hoek van Holland, bij wie de gemeente Rotterdam als jachtheer van eigen grond aldus het genot van de jacht heeft uitbesteed. Hierbij verwijst het college naar het besluit 'Kleine niet-kerntaken – Jachtcontracten' uit 2005. Tevens blijkt uit voornoemde beantwoording dat boswachters in dienst van de gemeente Rotterdam mogen jagen, in het kader van wat doorgaat als 'faunabeheer'.

5. Heeft u nog altijd één jachthuurovereenkomst met een particulier in het buitengebied van Hoek van Holland? Indien ja, waarom?

6. Hoeveel jachthuurovereenkomst met particulieren zijn momenteel in Rotterdam van kracht? En voor welke gebieden zijn zij van kracht?

7. Ziet u aanleiding om jachthuurovereenkomsten die momenteel van kracht zijn, op te schorten totdat meer stringente testen voor het bepalen van de gemoedstoestand van jagers weer van kracht is? Indien nee, waarom niet?

8. Bent u bereid het besluit 'Kleine niet-kerntaken – Jachtcontracten' uit 2005 te doen toekomen aan de Raad? Indien nee, waarom niet?

9. Hoe houdt u toezicht op de gemoedstoestand van boswachters in dienst van de gemeente die mogen jagen in het kader van 'faunabeheer'?

10. Had u de jagende boswachters direct aangemeld voor het ondergaan van de gedragstest die door het Rijk verplicht werd gesteld na aanpassing van de Wet wapens en munitie? Indien nee, waarom niet?

11. Welke regels aanvullend op die van de Eenheid Rotterdam heeft u jagende boswachters opgelegd met betrekking tot wapengebruik, wapenopslag, munitieopslag en andere zaken die raakvlakken hebben met het bewaken van de openbare orde?

12. Is het in de afgelopen vijf jaar voorgekomen dat de gemeente Rotterdam het jachtwapen van een boswachter heeft ingenomen omdat er werd getwijfeld aan de gemoedstoestand of omdat er onzorgvuldig werd omgesprongen met het jachtwapen?

13. Bent u bereid te stoppen boswachters uit te rusten met een jachtwapen en zogenaamd 'faunabeheer' te doen zonder gebruik te maken van afschot? Indien nee, waarom niet?

1https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/10/29/tk-bijstelling-uitvoeringspraktijk-e-screener/tk-bijstelling-uitvoeringspraktijk-e-screener.pdf

2https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/2328122/5/15bb5959