Raads­vragen: Foute biomassa van Neste in de Rotter­damse haven


Indiendatum: 4 mrt. 2021

Geacht college,

In een rapport[1] van milieubeschermingsorganisatie Milieudefensie van eind vorig jaar wordt de donkere kant van palmolieproducent Neste belicht. Neste is een Fins bedrijf dat biodiesel en biokerosine produceert met palmolie als belangrijkste grondstof. Daarbij maakt zij gebruik van toeleveranciers die niet schuwen tropisch regenwoud plat te branden voor de aanleg van palmolieplantages. Zo stelt het rapport dat een van de toeleveranciers in 2019 zo’n vierduizend hectare aan natuurlijke vegetatie in Indonesië heeft vernietigd voor de productie van palmolie, dus voor biomassa. Dit heeft een zeer negatief effect op de lokale biodiversiteit, maar ook op de mondiale capaciteit CO2 op te slaan. En dat is niet het enige negatieve effect, want er wordt ook land afgepakt van gemeenschappen die in hun levensonderhoud afhankelijk zijn van de bossen. Milieudefensie stelt dat er in totaal vanaf 2019 al zo’n tienduizend hectare aan tropisch regenwoud is gekapt om zo te voorzien in de productiecapaciteit van Neste.

1. Heeft u voornoemd rapport (‘The dark side of Neste’s biofuel production’) gelezen? Indien ja, wat is uw reactie?

2. Weet u of foute biomassa, te weten palmolie verbouwd op gronden waarvoor natuurlijke vegetatie is vernietigd, door Neste wordt verwerkt in de Rotterdamse haven? Indien ja, hoe gaat u dit een halt toe roepen?

Neste is al gevestigd in de Rotterdamse haven, opererend onder de naam Neste Netherlands B.V. In voornoemd rapport valt te lezen dat Nederland ongeveer de helft van de Europese import van palmolie voor haar rekening neemt. De Rotterdamse fabriek van Neste is de grootste in haar soort in Europa. Ook staat er dat dit bedrijf haar productie van biokerosine in Rotterdam wil uitbreiden met 450.000 ton per jaar vanaf 2023.

3. Heeft u meer informatie voor ons over eventuele uitbreiding van de productiecapaciteit van Neste in de Rotterdamse haven, voor de productie van biokerosine vanaf 2023? Indien ja, bent u bereid deze met ons te delen?

Op 19 november jongstleden heeft Neste een aanvraag[2] voor een omgevingsvergunning ingediend bij Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland voor uitbreiding van de productiecapaciteit op de Tweede Maasvlakte, middels een tweede productielijn voor de productie van hernieuwbare brandstoffen uit dierlijke en plantaardige oliën en vetten. In het rapport van Milieudefensie wordt gesproken over het gebruik van ‘palm fatty acid distillate’ (PFAD) in het productieproces van Neste, dat wordt gewonnen uit palmolie. PFAD, als derivaat van palmolie, is net zo slecht als het moederproduct. In voornoemd rapport staat bijvoorbeeld het volgende:

“Notwithstanding Neste’s sustainability rhetoric, the company’s palm oil and PFAD supply chain has been repeatedly linked to allegations of deforestation, illegal practices and labour rights abuses.”

In de Notitie Reikwijdte en Detailniveau[3], die de aanvraag voor de omgevingsvergunning begeleidt, wordt over het gebruik van afval en reststromen gesproken als het over Nestes productie van biodiesel, biokerosine, nafta en propaan gaat. Wij vermoeden dat hier onder meer over PFAD gesproken wordt.

4. Wie is het bevoegd gezag voor verlening van een omgevingsvergunning voor uitbreiding van Nestes productiecapaciteit? Indien Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, waarom?

5. Wordt met het gebruik van afval en reststromen onder meer PFAD bedoeld? Indien nee, waaruit bestaan het afval en reststromen dat Neste in haar uitbreiding van de productiecapaciteit wil gebruiken.

6. Klopt het dat er slachtafval gaat worden gebruikt in deze tweede productielijn?

In het raadsakkoord over de energietransitie (‘Raadsakkoord Energietransitie’[4]), door de Raad aangenomen in maart 2019, staat het volgende principe: “Onze keuzes leiden niet tot meer CO2-uitstoot elders in de wereld”. In de ‘Gemeentelijke visie op duurzame biomassa’[5] van de gemeente Rotterdam staat het volgende:

“Biomassastromen direct afkomstig van akkers en uit bossen kennen de hoogste duurzaamheidsrisico’s, omdat deze het meest direct kunnen leiden tot ontbossing, verlies aan biodiversiteit, hoog gebruik van zoetwater, aantasting van bodemen waterkwaliteit en extra emissies als gevolg van landverschuivingseffecten. Op sociaal vlak spelen risico’s als voedsel- en waterzekerheid, uitbuiting en landroof.”

Voorts wordt in deze visie gesteld dat zogenoemde ‘high-ILUC’-biobrandstoffen onwenselijk zijn, waarbij geldt dat ‘ILUC’ een acroniem is van ‘Indirect Land Use Change’. Dat zijn de biobrandstoffen waarvoor natuurlijke vegetatie moet wijken. Het college wil deze brandstoffen niet in de Rotterdamse haven. Zij erkent de grote risico’s die spelen bij de productie van dit type brandstoffen. Dit standpunt wordt overigens gedeeld in voornoemd rapport van Milieudefensie.

7. Steunt uw lid met de portefeuilles duurzaamheid en energietransitie uitbreiding van de productie van biobrandstoffen in de Rotterdamse haven? Indien ja, waarom? Indien ja, hoe verhoudt uitbreiding van Nestes productiecapaciteit in de haven zich tot het principe uit het raadsakkoord over de energietransitie dat onze keuzes niet leiden tot meer CO2-uitstoot elders in de wereld? En indien ja, hoe verhoudt uitbreiding van Nestes productiecapaciteit zich tot uw standpunt dat de productie van ‘high-ILUC’-biobrandstoffen in Rotterdam onwenselijk is?

8. Heeft uw lid met de portefeuilles duurzaamheid en energietransitie überhaupt iets te zeggen over uitbreiding van Neste in de Rotterdamse haven, of is dit het alleenrecht van uw lid met de portefeuille haven die niks opheeft met duurzaamheid en energietransitie?

De motie ‘Visie duurzame biomassa is leidend’[6] van begin vorig jaar roept het college op geen acquisitie te plegen op bedrijven die toepassingen van biomassa gebruiken die niet in lijn zijn met voornoemde gemeentelijke visie op duurzame biomassa. In de afdoening van het college van juli vorig jaar wordt gewag gemaakt van een acquisitiestrategie die momenteel wordt ontwikkeld door de organisatie InnovationQuarter, in de vorm van een ‘biobased propositie’. Verder wordt verwezen naar een rapport[7] van het Industriecluster Rotterdam-Moerdijk, een coalitie van fossiele bedrijven, fossiele belangenorganisaties en met ondersteuning van de gemeente Rotterdam om te komen tot een stappenplan naar een fossielvrije toekomst. Maar in dit rapport wordt als noodzakelijke stap genoemd dat het havenindustrieel complex van Rotterdam een ‘biomassahub’ moeten worden, vanaf 2030. Houtverbranding voor energieopwekking staat als maatregel genoemd om te komen tot een fossielvrije haven in 2050.

9. Is de ‘biobased propositie’ van InnovationQuarter reeds af? Indien ja, kunt u deze met ons delen? Indien ja, hoe verhoudt de propositie zich tot initiatieven zoals die van Neste in de Rotterdamse haven? Indien nee, wanneer is de propositie af?

10. Welke acquisitie heeft u samen met partners in het afgelopen jaar gepleegd op bedrijven die toepassingen van biomassa gebruiken?

11. Waarom zou het havenindustrieel complex van Rotterdam volgens u een ‘biomassahub’ moeten zijn om de energietransitie in Rotterdam te vervolmaken?

12. Kunt u ons in simpele taal uitleggen hoe het verbranden van hout gaat leiden tot een fossielvrije haven in 2050, gegeven het risico van ontbossing voor houtproductie?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

[1] https://milieudefensie.nl/actueel/dark-side-of-nestes-biofuel-production/@@download/file/The%20Darik%20Side%20of%20Neste's%20Biofuel%20Production.pdf

[2] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2020-8602.html

[3] https://repository.officiele-overheidspublicaties.nl/externebijlagen/exb-2020-63142/1/bijlage/exb-2020-63142.pdf

[4] https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/7283605/1/s19bb000822_4_57039_tds

[5] https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/7997637/1

[6] https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/8476980/2

[7] https://www.portofrotterdam.com/sites/default/files/in-drie-stappen-naar-een-duurzaam-industriecluster-rotterdam-moerdijk-in-2050.pdf?token=nUYiyTOs

Indiendatum: 4 mrt. 2021
Antwoorddatum: 30 mrt. 2021

Klik hier voor de beantwoording van het college van burgemeester en wethouders op de website van de gemeenteraad van Rotterdam.