Raads­vragen: De mili­eu­ef­fecten van bestem­mings­plannen


Geacht college,

Vandaag bereikte de gemeenteraadsfracties van de Partij voor de Dieren en 50PLUS in Rotterdam het bericht1 op de website van RTV Rijnmond dat de sloop van de wijk De Wielewaal in Charlois voorlopig is opgeschort. De Raad van State heeft het bestemmingsplan waar De Wielewaal onderdeel van is ('De Nieuwe Wielewaal'), vernietigd. Er is door het bevoegd gezag van het bestemmingsplan namelijk te weinig rekening gehouden met de effecten op het milieu door de voorgenomen herontwikkeling. De gemeente Rotterdam is bevoegd gezag. De Raad heeft op 18 oktober jongstleden het bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal' vastgesteld.

1. Wat vindt u ervan dat het bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal' is vernietigd?

In de uitspraak2 over het bestemmingsplan motiveert de Raad van State haar oordeel door te wijzen op de wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (MER). Zij wijst op de verplichting een MER op te stellen als bestemmingsplannen een activiteit in categorie D11.2 omvatten. De uitspraak stelt over bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal' en over de wettelijke bepaling tot het opstellen van een MER het volgende:

Het plan voorziet in een herontwikkeling van een woonwijk en maakt ter vervanging van 545 bestaande woningen maximaal 675 nieuwe woningen mogelijk. Daarmee wordt voorzien in de realisatie van een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.). Het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan betreft in dit geval een besluit als bedoeld in kolom 4 van categorie 11.2, onderdeel D, van de bijlage bij het Besluit m.e.r., omdat het plan de realisatie van de woningen bij recht mogelijk maakt.”

Vervolgens legt de uitspraak uit hoe de wettelijke bepaling tot het opstellen van een MER in werking treedt. Het gaat hier in eerste instantie over drempelwaarden van een activiteit die nopen tot het opstellen van een MER. Voor bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal' is dat overigens niet het geval. Indien deze drempelwaarden niet worden overschreden, dient een zogenoemde vormvrije MER-beoordeling te worden uitgevoerd of kan worden uitgesloten dat er mogelijke nadelige effecten voor het milieu plaatsvinden. Indien die effecten niet kunnen worden uitgesloten, moet een daadwerkelijke MER-beoordeling worden uitgevoerd. Een dergelijke beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te bepalen of milieueffecten kunnen optreden als een activiteit wordt genoemd in de wettelijke bepalingen tot het opstellen van een MER.

2. Wist u voorafgaand aan het ter vaststelling aanbieden van bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal' aan de Raad dat de voorgenomen herontwikkeling wordt genoemd in het Besluit milieueffectrapportage? Indien nee, waarom niet? Indien ja, vindt u dat de Raad hierover juist heeft ingelicht? Indien ja, waar kunnen wij in het raadsvoorstel voor vaststelling van het bestemmingsplan informatie vinden over de categorie van de voorgenomen herontwikkeling?

3. Wist u dat voorafgaand aan het ter vaststelling aanbieden van het bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal' aan de Raad een vormvrije MER-beoordeling moest worden uitgevoerd, om uit te sluiten of er door de voorgenomen herontwikkeling geen mogelijke nadelige effecten voor het milieu zouden optreden? Indien nee, waarom niet? Indien ja, waarom heeft u dat niet gedaan?

4. Gaat u conform het Besluit milieueffectrapportage een vormvrije MER-beoordeling uitvoeren om uit te sluiten of de voorgenomen herontwikkeling geen nadelige effecten voor het milieu heeft? Indien nee, waarom niet?

De uitspraak van de Raad van State stelt vervolgens dat er een zogenoemd MER-beoordelingsbesluit moet worden genomen. Een MER-beoordelingsbesluit is bedoeld om te bepalen of al dan niet een MER moet worden opgesteld. Voor diverse bestemmingsplannen heeft het college onlangs een dergelijk besluit genomen, bijvoorbeeld voor bestemmingsplan Zestienhoven en IJsselmonde Noord. Uit de beraadslaging over deze twee specifieke onderwerpen blijkt dat een dergelijk besluit niet hoeft te worden voorgelegd aan de Raad.

5. Gaat u een MER-beoordelingsbesluit nemen voorafgaand aan herziening van het bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal'? Indien nee, waarom niet? Indien ja, bent u bereid het MER-beoordelingsbesluit voor een herziene versie van bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal' voor te leggen aan de Raad?

6. Wie toetst de kwaliteit van de MER-beoordelingsbesluiten die u neemt?

Het is aan de volharding en toewijding van de bewoners van de bestaande Wielewaal te danken dat de Raad van State zich heeft gebogen over de rechtmatigheid van het bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal'. Maar met de sloop van de Tweebosbuurt en voorts nieuwbouw ligt er nog een andere grote herontwikkeling in het verschiet. Ook hier kan sprake zijn van dezelfde onrechtmatigheid met betrekking tot de wettelijke bepaling tot het uitvoeren van een vormvrije MER-beoordeling en het nemen van een MER-beoordelingsbesluit, al dan niet tot het direct overgaan tot opstellen van een MER.

7. Stelt u dat de wettelijke bepalingen in het Besluit milieueffectrapportage zijn nageleefd in het geval van de herontwikkeling van de Tweebosbuurt? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet? Indien nee, is het mogelijk dat de Raad van State ook deze herontwikkeling opschort?

8. Zijn er volgens u nog andere herontwikkelingsplannen – al dan niet vervat in bestemmingsplannen – die de bepalingen in het Besluit milieueffectrapportage niet hebben nageleefd? Indien ja, welke plannen dan wel bestemmingsplannen zijn dat?

Bestemmingsplan 'De Nieuwe Wielewaal' laat zien dat voor bestemmingsplannen soms een MER-beoordeling moet worden uitgevoerd of een MER moet worden opgesteld. Dergelijke bestemmingsplannen zijn in dat laatste geval MER-plichtig. Het Rijk stelt op haar website3 onomwonden dat de plicht tot opstellen van een MER geldt voor die bestemmingsplannen die activiteiten omhelst zoals genoemd in het Besluit milieueffectrapportage4. Zo stelt het Rijk het volgende:

Dat het bestemmingsplan ook in kolom 4 van de bijlage terug te vinden is, komt doordat er activiteiten zijn waarbij het bestemmingsplan het laatste besluit is waarin de milieueffecten van die activiteit (in zijn geheel) beoordeeld worden en waar een milieueffectrapport gewenst is.

De verwijzing naar kolom 4 betreft een verwijzing naar het eerder genoemde Besluit milieueffectrapportage, als onderdeel van de Wet milieubeheer. Voorts stelt het Rijk dat onder andere categorieën D11.2 en D10 in de bijlage van voornoemd besluit dat het bestemmingsplan getoetst moet worden op milieueffecten. Categorie D11.2 betreft een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals herontwikkeling of gebiedsontwikkeling. Categorie D10 betreft de aanleg van recreatieve of toeristische voorzieningen.

9. Bent u het met ons eens dat het opstellen van een MER bij het bestemmingsplan met een stedelijk ontwikkelingsproject zoals opgenomen in categorieën D11.2 en D10 een verantwoordelijkheid van de gemeente is? Indien nee, waarom niet?

Voor het bestemmingsplan waarin de private gebiedsontwikkeling van Feyenoord City onderdeel wordt, wordt momenteel een MER opgesteld. Dat komt omdat er in het bestemmingsplan activiteiten zoals bedoeld in categorieën D11.2 en D10 zullen worden opgenomen. In het zogenoemde 'Startdocument bestemmingsplan en MER'5 uit 2017, als onderdeel van de planvorming van Feyenoord City, staat over de plicht tot uitvoeren van een MER-beoordeling en opstellen van een MER het volgende:

De gebiedsontwikkeling Feyenoord City is een stedelijk ontwikkelingsproject zoals opgenomen in categorie D 11.2 van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage. Daarnaast valt de ontwikkeling onder categorie D 10 (themaparken/ jachthaven) uit dit Besluit en is sprake van verplaatsing van een hogedruk gasleiding (categorie D 8.1). Dit betekent dat in het kader van het bestemmingsplan via een zogenaamde m.e.r.-beoordeling de gemeente moet bepalen of de ontwikkeling belangrijke negatieve milieueffecten kan hebben en daarom een MER moet worden opgesteld. Gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling heeft de gemeente in overleg met Feyenoord City besloten de fase van de m.e.r.-beoordeling over te slaan en direct een MER op te stellen.”

Het startdocument voor het bestemmingsplan en de MER is een bijlage van het raadsvoorstel waarmee de Gebiedsvisie Stadionpark is vastgesteld. Het vaststellen van een bestemmingsplan is een publiekrechtelijke aangelegenheid.

10. Staat u nog altijd achter de redenering dat een MER moet worden opgesteld in het kader van het bestemmingsplan waar Feyenoord City onderdeel van wordt? Indien nee, waarom niet?

In de afdoening6 van de toezegging op onze vragen over de MER voor het bestemmingsplan waar Feyenoord City onderdeel van wordt, stelt het college dat zij geen rol speelt in het opstellen van de MER. Zij stelt het volgende:

Feyenoord City betreft een private gebiedsontwikkeling. De milieuonderzoeken worden uitgevoerd in opdracht van de private partij. Deze partij is derhalve verantwoordelijk voor de voortgang. De gemeente en DCMR hebben een begeleidende en toetsende rol in dit proces.“

11. Hoe rijmt u bovenstaande passage uit de afdoening met de passage uit het startdocument, waarin wordt gesteld dat de gemeente Rotterdam in het kader van het bestemmingsplan een MER moet worden opgesteld?

12. Hoe toetst u de kwaliteit van naleving van de wettelijke bepalingen tot het opstellen van een MER als u dit blijkbaar heeft uitbesteed bij een private partij?

1 https://www.rijnmond.nl/nieuws/183777/Rotterdam-blundert-met-plan-Wielewaal

2 https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@116397/201810229-3-r3/

3 https://www.infomil.nl/onderwerpen/ruimte/ruimtelijke/milieu/mer-bestemming/

4 https://wetten.overheid.nl/BWBR0006788/2018-07-01

5 https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/6027657/1/s17bb010251_1_46202_tds

6 https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/7757217/1/s19bb016272_3_54081_tds