Raads­vragen: Bedrijfs­leven op school de baas (zijn)


Indiendatum: jan. 2019

Geacht college,

Vandaag vindt het project 'Baas van morgen'1 plaats, georganiseerd door JINC. JINC is een non-profitorganisatie maar wordt voornamelijk gefinancierd door het bedrijfsleven. Daarnaast ontvangt zij een subsidie van de gemeente Rotterdam. Aan het project 'Baas van morgen' nemen zo'n tweehonderd basisschoolleerlingen en leerlingen uit het VMBO deel door voor één dag de baas te spelen van voornamelijk grote bedrijven. Dit kan zijn een frisdrankproducent, een bank die onder andere investeert in de intensieve veehouderij, een vliegmaatschappij, een luchthaven of – jawel – een bedrijf actief in de fossiele industrie. Het is alweer de vijfde keer dat JINC het project organiseert.

1. Kent u het project 'Baas van morgen'? Indien ja, wat vindt u van het project? Indien ja, wat is voor u de toegevoegde waarde voor leerlingen om de baas te spelen van bedrijven die actief zijn in voornoemde sectoren?

Het idee achter 'Baas van morgen' is ogenschijnlijk dat de jeugdige deelnemers ervaring opdoen als leidinggevende in onder andere het bedrijfsleven. De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren heeft evenwel een andere opvatting over het project, namelijk dat de bedrijven de deelnemers gebruiken voor het kweken van goodwill. Dat vinden wij problematisch, te meer scholen er hun medewerking aan verlenen. De deelnemers in de leeftijdscategorie van acht tot zestien jaar worden geworven op scholen in achterstandswijken in het hele land. In Rotterdam is JINC actief op 160 basisscholen en 42 VMBO-scholen, blijkens de eigen website2. In haar Rotterdamse activiteiten, zoals 'Baas van morgen', biedt JINC een leeromgeving aan de ruim 13.000 leerlingen uit onze stad die zij jaarlijks stelt te bereiken.

2. Weet u of Rotterdamse scholen leerlingen hebben laten deelnemen aan het project 'Baas van morgen' dat vandaag plaatsvindt?

3. Vindt u het pedagogisch en didactisch, zo niet ethisch, verantwoord dat Rotterdamse leerlingen in de leeftijdscategorie van acht tot zestien jaar door JINC verkiesbaar worden geacht voor deelname aan een project zoals 'Baas van morgen', waarin deze leerlingen in contact worden gebracht met bedrijven die actief zijn in voornoemde sectoren? Indien ja, waarom?

4. Zijn scholen volgens u vrij in het aangaan van een samenwerkingsverband voor deelname aan activiteiten zoals georganiseerd door JINC? Indien ja, vindt u het net als wij problematisch dat leerlingen uit een kwetsbare omgeving worden gebruikt door grote bedrijven voor het kweken van goodwill?

De Raad is extern toezichthouder van Stichting Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR) die het openbaar onderwijs in Rotterdam en regio verzorgt met in totaal 77 scholen voor zo'n 30.000 leerlingen. In de hoedanigheid van extern toezichthouder draagt de Raad verantwoordelijkheid voor de goedkeuring van het strategisch beleidsplan, de jaarlijkse begroting, het jaarverslag met jaarrekening, de benoeming van de bestuursleden en de wijziging van de statuten. Verder is de Raad verantwoordelijk voor de instandhouding van het openbaar onderwijs met betrekking tot spreiding en toegankelijkheid.

5. Weet u of scholen van BOOR leerlingen hebben laten deelnemen aan het project 'Baas van morgen'?

6. Weet u of scholen van BOOR vrij zijn in het aangaan van een samenwerkingsverband voor deelname aan activiteiten zoals georganiseerd door JINC?

7. Stelt u dat de Raad in haar rol als extern toezichthouder zich mag uitspreken over de wenselijkheid van een samenwerkingsverband met organisaties zoals JINC die een leeromgeving bieden als aanvulling op het curriculum? Indien ja, hoe kan de Raad zich uitspreken?

De Rotterdamse activiteiten van JINC worden gesponsord door veelal dezelfde bedrijven die hun steun verlenen aan het project 'Baas van morgen'. Toch krijgt JINC van de gemeente Rotterdam óók jaarlijks een subsidie. In de Begroting 2019 heeft deze instelling een subsidie van €218.000 aan gemeenschapsgeld toebedeeld gekregen.

8. Waarom en waarvoor geeft u subsidie aan JINC, een organisatie die grotendeels wordt gefinancierd door het bedrijfsleven?

9. Welke voorwaarden stelt u bij de subsidieverstrekking aan JINC? En bent u bereid de voorwaarden voor subsidieverstrekking te doen toekomen aan de Raad?

10. Heeft u expliciet in de voorwaarden van de subsidie aan JINC opgenomen dat zij geen zaken doet met bedrijven die actief zijn in de fossiele industrie? Indien nee, bent u bereid deze bepaling alsnog op te nemen in de subsidie?

Op de website van JINC staat een foto van een jeugdige deelnemer met een blikje frisdrank in de hand. Hoogstwaarschijnlijk heeft deze leerling deelgenomen aan een 'leeractiviteit' bij een frisdrankproducent, een van de sponsors van de leeromgeving die JINC biedt. Frisdrank is funest voor de gezondheid, zoveel is duidelijk. De Alliantie Stop Kindermarketing3 wil dan ook dat kinderen worden beschermd tegen marketing van voedingsmiddelen die geen positief effect hebben op de gezondheid. De gemeente Rotterdam is lid van de Alliantie Stop Kindermarketing.

11. Vindt u het problematisch dat jeugdige deelnemers aan de leeractiviteiten van JINC in aanraking komen met producenten van ongezonde voeding? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe verhoudt uw stellingname zich tot uw lidmaatschap van de Alliantie Stop Kindermarketing?

12. Bent u bereid te inventariseren of Rotterdamse deelnemers aan de leeractiviteiten van JINC in aanraking zijn gekomen met enige vorm van kindermarketing? Indien ja, bent u bereid JINC hierop aan te spreken en aanvullende voorwaarden te stellen voor subsidieverstrekking?

JINC probeert met haar activiteiten de sociaaleconomische achterstanden bij de deelnemende leerlingen uit het primair en voortgezet onderwijs weg te werken. Als exponent van het bedrijfsleven richt deze organisatie zich op de carrièremogelijkheden die voor deze leerlingen bij deze bedrijven in het verschiet liggen. Wat ons betreft is het juist belangrijk dat Rotterdamse leerlingen bekend worden met organisaties die zich niet voor het karretje van het bedrijfsleven laten spannen, maar zich inzetten voor het algemeen belang. Wij willen namelijk dat Rotterdamse leerlingen opgroeien als mondige burgers die weten hoe ze de planeet leefbaar kunnen houden. Organisaties die zich inzetten voor mensenrechten, dierenrechten, natuur, milieu en klimaat spelen hierin een cruciale rol.

13. Verstrekt u subsidies aan organisaties die een leeromgeving bieden aan Rotterdamse leerlingen om ze bewust te maken van mensenrechten, dierenrechten, natuur, milieu en klimaat? Indien ja, welke organisaties zijn dat en wat is hun bereik onder Rotterdamse leerlingen? Indien nee, waarom niet?

1 https://www.jinc.nl/baasvanmorgen/

2 https://www.jinc.nl/ons-werk/regio/rotterdam/

3 https://www.stopkindermarketing.nl/

Indiendatum: jan. 2019
Antwoorddatum: 2 apr. 2019

1. Kent u het project 'Baas van morgen'? Indien ja, wat vindt u van het project? Indien ja, wat is voor u de toegevoegde waarde voor leerlingen om de baas te spelen van bedrijven die actief zijn in voornoemde sectoren?

"Ja, het project is ons bekend. Het project laat leerlingen kennis maken met leidinggevende functies in het bedrijfsleven en de publieke sector waardoor een waardevolle uitwisseling plaatsvindt tussen het bedrijf en de leerling. JINC heeft tot doel jongeren een goede start op de arbeidsmarkt te geven door beroepsoriëntatie over de volle breedte van sectoren en beroepen. Deze ervaring is van toegevoegde waarde voor de loopbaanoriëntatie van de leerlingen, omdat zij op deze manier een breed perspectief krijgen op de arbeidsmarkt. JINC is terughoudend met het uitsluiten van bedrijven en te oordelen over producten die in Nederland legaal voor kinderen verkrijgbaar zijn."

2. Weet u of Rotterdamse scholen leerlingen hebben laten deelnemen aan het project 'Baas van morgen' dat vandaag plaatsvindt?

"Ja, drie basisscholen, twee scholen voor voortgezet onderwijs en een school voor speciaal onderwijs hebben deelgenomen."

3. Vindt u het pedagogisch en didactisch, zo niet ethisch, verantwoord dat Rotterdamse leerlingen in de leeftijdscategorie van acht tot zestien jaar door JINC verkiesbaar worden geacht voor deelname aan een project zoals 'Baas van morgen', waarin deze leerlingen in contact worden gebracht met bedrijven die actief zijn in voornoemde sectoren? Indien ja, waarom?

"Ja, de deelname aan het project biedt de leerlingen een leerzame ervaring waarbij zij een breder perspectief ontwikkelen op de arbeidsmarkt. Er vindt een zorgvuldige voorbereiding plaats door de leerkrachten in overleg met de ouders en er is sprake van matching van leerling en bedrijf op basis van interesse en/of keuzeprofiel van de leerling. JINC gebruikt actuele pedagogische en didactische inzichten bij de vormgeving van haar instrumenten."

4. Zijn scholen volgens u vrij in het aangaan van een samenwerkingsverband voor deelname aan activiteiten zoals georganiseerd door JINC? Indien ja, vindt u het net als wij problematisch dat leerlingen uit een kwetsbare omgeving worden gebruikt door grote bedrijven voor het kweken van goodwill?

"Ja, het is aan de schoolbesturen om te bepalen met welke organisaties zij samenwerken en aan welke activiteiten zij deelnemen.

Voorts delen wij uw opvatting niet. Voor de loopbaanoriëntatie is het van belang dat jongeren kennismaken met beroepen en bedrijven. Dit is in lijn met het onderwijsbeleid van de gemeente Rotterdam."

5. Weet u of scholen van BOOR leerlingen hebben laten deelnemen aan het project 'Baas van morgen'?

"Dit jaar hebben geen scholen van BOOR meegedaan aan het project Baas van Morgen."

6. Weet u of scholen van BOOR vrij zijn in het aangaan van een samenwerkingsverband voor deelname aan activiteiten zoals georganiseerd door JINC?

"Schoolbesturen maken zelf keuzes over het aangaan van samenwerkingsverbanden en deelname aan activiteiten."

7. Stelt u dat de Raad in haar rol als extern toezichthouder zich mag uitspreken over de wenselijkheid van een samenwerkingsverband met organisaties zoals JINC die een leeromgeving bieden als aanvulling op het curriculum? Indien ja, hoe kan de Raad zich uitspreken?

"In Rotterdam ziet uw Raad als extern toezichthouder van het bestuur stichting BOOR erop toe dat er in de gemeente voldoende openbaar onderwijs is. U heeft daartoe een subcommissie-BOOR in het leven geroepen: deze fungeert als een a-politieke commissie. Dit volgt uit het “Toezichtkader stichting BOOR en gemeente Rotterdam”, artikel 4.3 lid A2. Dit lid beschrijft dat 'de subcommissie BOOR fungeert als a-politieke commissie, die de bespreking met het algemeen bestuur BOOR voorbereidt en voert en vervolgens een advies voor de commissie ZOCS formuleert’.

Uw Raad mag zich in de hoedanigheid als extern toezichthouder niet uitspreken over de wenselijkheid van een samenwerkingsverband met organisaties zoals JINC die een leeromgeving bieden als aanvulling op het curriculum."

8. Waarom en waarvoor geeft u subsidie aan JINC, een organisatie die grotendeels wordt gefinancierd door het bedrijfsleven?

"Het programma van JINC is gekoppeld aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid en richt zich op beroepsoriëntatie, coaching en training voor studie en werk. JINC is een publiek-private samenwerking en wij hebben afspraken gemaakt met JINC over het aantal te bereiken leerlingen en de kwaliteit van de activiteiten. De subsidie van de gemeente Rotterdam dekt ongeveer 23% van de totale kosten van het JINC programma. De andere publieke en private partners dekken de overige 77% van de kosten."

9. Welke voorwaarden stelt u bij de subsidieverstrekking aan JINC? En bent u bereid de voorwaarden voor subsidieverstrekking te doen toekomen aan de Raad?

"De door uw Raad vastgestelde Subsidieverordening Rotterdam 2014 is van toepassing. Er zijn geen aanvullende voorwaarden gesteld."

10. Heeft u expliciet in de voorwaarden van de subsidie aan JINC opgenomen dat zij geen zaken doet met bedrijven die actief zijn in de fossiele industrie? Indien nee, bent u bereid deze bepaling alsnog op te nemen in de subsidie?

"Nee en nee. Jongeren dienen een breed perspectief over de arbeidsmarkt te krijgen, ook bij de transitie van huidige naar toekomstige energievoorziening."

11. Vindt u het problematisch dat jeugdige deelnemers aan de leeractiviteiten van JINC in aanraking komen met producenten van ongezonde voeding? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe verhoudt uw stellingname zich tot uw lidmaatschap van de Alliantie Stop Kindermarketing?

"De leerlingen krijgen door de activiteiten van JINC een breed perspectief op de arbeidsmarkt. Daarbij leren zij ook over de uitdagingen waar bovengenoemde bedrijven voor staan. Ze krijgen door de activiteiten van JINC de mogelijkheid over de productie van dergeüjke producten in gesprek te gaan met medewerkers en begeleiders. Wanneer deze leerlingen later de arbeidsmarkt betreden, zullen de transitie en de bijkomende uitdagingen waar deze bedrijven voor gesteld staan, nog gaande zijn. Daarom is het voor de leerlingen nuttig hier een beeld van te krijgen.

De deelname van de leerling die op de website van JINC staat is in lijn met de afspraken van de Alliantie Stop Kindermarketing."

12. Bent u bereid te inventariseren of Rotterdamse deelnemers aan de leeractiviteiten van JINC in aanraking zijn gekomen met enige vorm van kindermarketing? Indien ja, bent u bereid JINC hierop aan te spreken en aanvullende voorwaarden te stellen voor subsidieverstrekking?

"De activiteiten van JINC zijn in lijn met de afspraken rond kindermarketing."

13. Verstrekt u subsidies aan organisaties die een leeromgeving bieden aan Rotterdamse leerlingen om ze bewust te maken van mensenrechten, dierenrechten, natuur, milieu en klimaat? Indien ja, welke organisaties zijn dat en wat is hun bereik onder Rotterdamse leerlingen? Indien nee, waarom niet?

"Ja, we noemen enkele voorbeelden zonder uitputtend te zijn en verwijzen naar het subsidieoverzicht in de jaarrekening 2017 voor het totaal.

  • CityLabOIO: Fawaka Naschools Ondernemen, Perpetual Plastic 010 en Onderwijs van de 21e eeuw.
  • COC Rotterdam: voorlichting aan leerlingen van po en vo over seksuele diversiteit
  • Antidiscriminatiebureau RADAR: voorlichting over diversiteit in brede zin over het bevorderen van gelijkwaardigheid en bewustwording over vooroordelen en discriminatie.
  • RADAR: Hot Topics op mbo-scholen over het voeren van moeilijke gesprekken in de klas over onderwerpen die leerlingen zelf aandragen. Deze hebben vaak te maken met mensenrechten, diversiteit en inclusie of maatschappelijke problemen.
  • JINC: Bliksemstages onder andere bij bedrijven/instellingen met een breder spectrum, inclusief organisaties die zich bezighouden met bovengenoemde onderwerpen zoals Stedin, WMO Radar, de Stadsboerderij, Stadsbeheer Boswachter, Milieudienst Rijnmond, Hotspot Hutspot en Natuurtalent.
  • EIC met hun project Port Rangers met onder andere een onderwijsaanbod voor het primair onderwijs gericht op duurzaam omgaan met de omgeving, natuur, aardrijkskunde.
  • Natuur- en Milieueducatie (NME): educatieve lessen voor basisschoolleerlingen op het gebied van natuur, milieu en duurzaamheid door stichting Natuurstad. Daarnaast worden door de gemeente enkele (veelal incidentele) subsidies verstrekt aan organisaties die aanvullende educatieve activiteiten op het gebied van NME uitvoeren. Het gaat hier om subsidies aan bijvoorbeeld de Rotterdamse Munt, de Botanische Tuin Afrikaanderplein, Ravottuh en Buurtlab. Deze organisaties richten zich voornamelijk op kinderen in de basisschoolleeftijd.

Daarnaast kunnen scholen subsidie aanvragen voor een schoolontwikkelingsbudget dat zij deels besteden aan de genoemde onderwerpen en voor burgerschapsinitiatieven. Voor een totaaloverzicht van de subsidies verwijzen wij naar het subsidieoverzicht in de jaarrekening 2017' https://jaarstukken2017.rotterdam.nl/p205067/subsidies. U treft hier gesubsidieerde organisaties aan die betrekking hebben op de onderwerpen die u noemt. Er is echter geen apart overzicht gerubriceerd op thema’s. Het bereik wordt niet geregistreerd en we kunnen daar geen uitspraak over doen."