Raads­vragen: Achter­grond­in­for­matie over moge­lijkheid weigeren omge­vings­ver­gunning


Indiendatum: 23 sep. 2021

Geacht college,

Wij hebben de afdoening[1] van onze motie over ‘Geen drijvende boerderij voor kippen’[2] in goede orde ontvangen. In de afdoening schrijft het college onder meer:

“Het college verklaart deze motie onuitvoerbaar.

Het college sluit op voorhand geen activiteiten of bedrijven uit. Het is de taak van de gemeente als bevoegd gezag om omgevingsvergunning aanvragen in behandeling te nemen en te toetsen aan de wettelijke kaders. Hieronder valt ook het toetsen aan de gestelde normen ten aanzien van fijnstof, C02-uitstoot en volksgezondheid waaraan wordt gerefereerd in de motie. Als blijkt dat de aanvraag niet voldoet aan de wet- en regelgeving in het voorgestelde plangebied volgt een afwijzing van de aanvraag van de omgevingsvergunning. De gemeente kan op voorhand niet op andere gronden een aanvraag voor een omgevingsvergunning weigeren. Het college verwijst hiervoor naar de Algemene Wet Bestuursrecht, artikel 4.5.”

Gisteren is de afdoening van de motie behandeld in de vergadering van de commissie Bouwen, Wonen en Buitenruimte (BWB)[3]. Tijdens de behandeling hebben wij diverse vragen gesteld waarop geen antwoord is gekomen. Om die reden stellen wij ze hier nog een keer.

1. Begrijpen wij goed dat het college meent geen ontwikkelingen te kunnen tegenhouden als er planologisch geen mogelijkheid toe bestaat? Dus het college kan welstandsbeleid, milieubeleid, stedenbouwkundige uitgangspunten of andersoortig beleid naar eigen zeggen niet benutten ontwikkelingen tegen te houden, al dan niet op verzoek van de Raad? Indien nee, waarom niet?

2. Welk planologisch kader is nu van kracht aan de Gustoweg?

3. Welke bestemming rust nu op de precieze locatie waar de drijvende boerderij voor kippen is voorzien?

4. Hoe is een eventuele drijvende boerderij voor kippen als ontwikkeling geborgd in het Ruimtelijk Raamwerk M4H, dat geldt als de facto startnotitie van een eventueel nieuw bestemmingsplan voor het gebied dat de Gustoweg omvat?

5. Is de huidige geurverordening van 2016 afdoende om de geuremissies van een tweede drijvende boerderij in de Merwehaven, aan de Gustoweg te faciliteren? Indien ja, waaruit blijkt dat?

6. Heeft u de gebiedscommissie Delfshaven gevraagd te adviseren over een nieuwe ontwikkeling voor intensieve veehouderij binnen het gebied? Indien ja, hoe luidt het advies? Indien nee, waarom niet?

De vergunning van de Floating Farm Eggs & Vegetables is op 30 juli 2021 bij het college binnengekomen, volgens een officiële aankondiging[4] van de gemeente Rotterdam als bevoegd gezag.

7. Mogen wij de vergunningsaanvraag inzien? Met andere woorden, kan de wethouder toezeggen deze openbaar te maken?

In de commissiebehandeling van voornoemde afdoening stelt het college bij monde van wethouder verantwoordelijk voor bouwen het volgende:

“Als er een aanvraag voor een omgevingsvergunning bij ons binnenkomt, gaan we die op haar merites beoordelen.”

Daar is nu toch juist géén sprake van? Uit de afdoening blijkt dat van een afweging op basis van merite geen sprake kan zijn, of hebben wij dat verkeerd begrepen?

Het college stelt verder dat er een afwijkingsprocedure moet worden gevolgd om aan een dergelijke aanvraag voor een omgevingsvergunning, in het geval van een ontwikkeling in een transformatiegebied als Merwe-Vierhavens, opvolging te geven. Dat is ook het geval voor de drijvende boerderij voor kippen. Er zijn ook publiekrechtelijke besluiten nodig van het college, die tijdens het debat de kruimelregeling te berde bracht. Dat gaat in ruimtelijke ordening ook wel door als binnenplanse afwijking.

8. Welk ruimtelijkeordeningsinstrument wordt gebruikt voor een dergelijke ‘afwijkingsprocedure’? Is dat een verklaring van geen bedenkingen, conform de mogelijkheid tot afwijken op basis van artikel 2.12 lid 1, sub a onder 3?

9. Gaat het college de mogelijkheid lichten binnenplans af te wijken om de drijvende boerderij voor kippen mogelijk te maken, voor zover die mogelijkheid bestaat in het planologisch kader? Indien ja, waarom? Indien ja, is het college verplicht binnenplans af te wijken als een aanvrager van een omgevingsvergunning hiertoe een verzoek indient?

10. Welke (andere) publiekrechtelijke besluiten dient het college te nemen om de komst van de drijvende boerderij mogelijk te maken?

De provincie Zuid-Holland heeft beleid met betrekking tot ruimtelijke ordening. Er bestaat ook provinciaal omgevingsbeleid.

11. Wat zegt provinciaal beleid over vestiging van intensieve veehouderij in hoogstedelijk en industrieel gebied? Heeft de wethouder de binnengekomen aanvraag omgevingsvergunning voorgelegd aan de provincie Zuid-Holland? Indien nee, waarom niet?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

[1]https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/10171294/1/s21bb006315_6_41172_tds

[2]https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9424763/1/20bb16926

[3]https://rotterdam.raadsinformatie.nl/vergadering/857542/Commissie%20Bouwen%2C%20Wonen%20en%20Buitenruimte%20%282018-2022%29%2022-09-2021

[4] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2021-267268.html

Indiendatum: 23 sep. 2021
Antwoorddatum: 26 okt. 2021

Klik hier voor de beantwoording van het college van burgemeester en wethouders op de website van de gemeenteraad van Rotterdam.