Raads­vragen: Museale functie Fort aan den Hoek van Holland


Geacht college,

Uit een artikel [1] van NRC Handelsblad van vrijdag 1 juni jongstleden hebben de gemeenteraadsfracties van de Partij voor de Dieren en de Partij van de Arbeid in Rotterdam vernomen dat er een juridisch conflict gaande is tussen het museum Fort aan den Hoek van Holland en een expositiemaker die de museale invulling van het museum voor haar rekening nam. De commerciële uitbater van het museum weigert een rekening te betalen voor geleverde diensten van laatstgenoemde. Uit het artikel blijkt dat de uitbater al in een eerder stadium niet aan zijn betalingsverplichtingen heeft kunnen voldoen, waardoor andere toeleveranciers bleven zitten met onbetaalde rekeningen. Wij vrezen dat de museale functie van Fort aan den Hoek van Holland op het spel staat.

1. Is volgens u de museale functie van Fort aan den Hoek van Holland in het geding? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe lang vindt u dit al?

2. Wat gaat u doen als blijkt dat Fort aan den Hoek van Holland niet aan zijn betalingsverplichtingen aan toeleveranciers kan voldoen en failliet wordt verklaard en de museale functie daarmee definitief komt te vervallen?

Het fort en de omliggende gronden zijn eigendom van de gemeente. Uit voornoemd artikel blijkt dat de uitbater van het museum de erfpacht heeft afgekocht. Hierbij is afgesproken dat de uitbater de museale functie van het fort waarborgt. Hiervoor is Stichting Fort aan Zee opgericht.

3. Bent u bereid de overeenkomst tussen de uitbater van het museum en de gemeente waarin waarborging van de museale functie van Fort aan den Hoek van Holland is geregeld openbaar te maken? Indien nee, waarom niet?

4. Is er sprake van een erfpachtovereenkomst tussen de uitbater van het museum en de gemeente Rotterdam? Indien ja, zijn er in de overeenkomst ontbindende voorwaarden opgenomen als blijkt dat de museale functie in het geding is?

5. Is er sprake van een huurovereenkomst tussen de uitbater van het museum en de gemeente Rotterdam? Indien ja, zijn er in de overeenkomst ontbindende voorwaarden opgenomen als blijkt dat de museale functie in het geding is?

6. Wat is volgens u de privaatrechtelijke relatie tussen de commerciële uitbater van het museum en de stichting die subsidies ontvangt om de museale functie in te kleden?

7. Welke rechtspersoon is voor u gesprekspartner in het verstrekken van subsidies voor de museale functie?

8. Heeft u reden aan te nemen dat subsidies van de gemeente Rotterdam die de afgelopen jaren zijn verstrekt aan het museum onrechtmatig zijn besteed? Indien ja, bent u bereid onderzoek te doen naar (on)rechtmatigheid?

9. Vindt u dat de aanbevelingen van de enquêtecommissie Boompjeskade voldoende worden opgevolgd met betrekking tot de relatie die de gemeente – in casu afdeling Vastgoed – onderhoudt met de huurder van het Fort aan den Hoek van Holland?

Uit voornoemd artikel blijkt dat er sprake is van een bestuursvacuüm in Stichting Fort aan Zee. Er wordt niet voldaan aan de bepalingen in de statuten van de stichting.

10. Vindt u het problematisch als blijkt dat er inderdaad sprake is van een bestuursvacuüm bij voornoemde stichting? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet?

11. Wordt naar u mening de principes van de Governance Code Cultuur door de stichting voldoende in de praktijk gebracht? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet?

[1] https://www.nrc.nl/nieuws/2018/06/01/ruzie-over-fort-hoek-van-holland-a1604784

Antwoorddatum: 18 sep. 2018

1. Is volgens u de museale functie van Fort aan den Hoek van Holland in het geding? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe lang vindt u dit al?

"De gemeente Rotterdam heeft in 2015 met J.A. Beumer Vastgoed B.V. een erfpachtovereenkomst gesloten, waarin is vastgelegd dat de erfpachter gehouden is het vastgoed deels voor een museale functie te gebruiken. De Stichting Fort aan Zee 1881 is de uitbater van de museale activiteiten. Er is geen structurele subsidierelatie met de stichting over de museale programmering. De stichting is zelf verantwoordelijk voor de uitvoering en financiering van de museale functie. De gemeente kan de erfpachtovereenkomst opzeggen, indien de erfpachter gedurende een periode van ten minste zes maanden in ernstige mate tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen Dat is op dit moment niet aan de orde. Het museum is geopend en er zijn tentoonstellingen te zien."

2. Wat gaat u doen als blijkt dat Fort aan den Hoek van Holland niet aan zijn betalingsverplichtingen aan toeleveranciers kan voldoen en failliet wordt verklaard en de museale functie daarmee definitief komt te vervallen?

"Deze situatie is niet aan de orde. Bij een eventueel faillissement zullen wij in contact treden met de curator. Wij willen de museale functie behouden. De met de ondernemer gemaakte afspraak over de museale invulling van het Fort is opgenomen in de akte van erfpacht (zie hiervoor verder het antwoord op vraag 3)."

3. Bent u bereid de overeenkomst tussen de uitbater van het museum en de gemeente waarin waarborging van de museale functie van Fort aan den Hoek van Holland is geregeld openbaar te maken? Indien nee, waarom niet?

"De akte van erfpacht is ingeschreven in het kadaster en dus openbaar. Hierin is afgesproken dat 4825 m2 van het object een museale functie moet hebben. De akte treft u als bijlage aan."

4. Is er sprake van een erfpachtovereenkomst tussen de uitbater van het museum en de gemeente Rotterdam? Indien ja, zijn er in de overeenkomst ontbindende voorwaarden opgenomen als blijkt dat de museale functie in het geding is?

"De gemeente Rotterdam heeft een erfpachtovereenkomst gesloten met de Vastgoed B.V.. die het Fort aan de Stichting Fort aan Zee 1881 ter beschikking stelt voor het exploiteren van het museum. Bij de vestiging van het recht van erfpacht is bepaald dat 4825 m2 van het gebouw voor de museale functie moet worden gebruikt. De gemeente kan de erfpachtovereenkomst opzeggen, indien de erfpachter gedurende een periode van ten minste zes maanden in ernstige mate tekort schiet in de nakoming van zijn verplichtingen."

5. Is er sprake van een huurovereenkomst tussen de uitbater van het museum en de gemeente Rotterdam? Indien ja, zijn er in de overeenkomst ontbindende voorwaarden opgenomen als blijkt dat de museale functie in het geding is?

"Er is geen sprake van een huurovereenkomst tussen gemeente en de uitbater van het museum."

6. Wat is volgens u de privaatrechtelijke relatie tussen de commerciële uitbater van het museum en de stichting die subsidies ontvangt om de museale functie in te kleden?

"Er is sprake van één ondernemer die het totale complex exploiteert. Deze ondernemer heeft voor de organisatie van culturele en recreatieve activiteiten een Stichting Fort aan Zee 1881 opgericht. De museale functie wordt ondersteund met commerciële activiteiten."

7. Welke rechtspersoon is voor u gesprekspartner in het verstrekken van subsidies voor de museale functie?

"Stichting Fort aan Zee 1881 is de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor het uitvoeren van de museale functie. Daar krijgt de stichting geen subsidie voor."

8. Heeft u reden aan te nemen dat subsidies van de gemeente Rotterdam die de afgelopen jaren zijn verstrekt aan het museum onrechtmatig zijn besteed? Indien ja, bent u bereid onderzoek te doen naar (on)rechtmatigheid?

"Nee. de bestedingen van de verstrekte Europese en cofinancieringssubsidies zijn onderhevig aan een door Europa opgelegde strenge controle door een registeraccountant. Daaruit zijn geen onrechtmatigheden gebleken. De drie kleine subsidies die in 2016 en 2017 door de gemeente zijn verleend, waren bestemd voor culturele activiteiten die, zover we kunnen nagegaan, zijn uitgevoerd."

9. Vindt u dat de aanbevelingen van de enquêtecommissie Boompjeskade voldoende worden opgevolgd met betrekking tot de relatie die de gemeente – in casu afdeling Vastgoed – onderhoudt met de huurder van het Fort aan den Hoek van Holland?

"Er is, zoals hiervoor aangegeven, geen sprake van een huurovereenkomst, maar van een erfpachtovereenkomst. De erfpacht is eeuwigdurend afgekocht. Er is dus geen bestendige financiële relatie. De betrokken ondernemer heeft éénmalig een bedrag voor de afkoop aan de gemeente betaald."

10. Vindt u het problematisch als blijkt dat er inderdaad sprake is van een bestuursvacuüm bij voornoemde stichting? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet?

"Nee, dat vinden wij niet problematisch. Wij hebben geen structurele relatie met de Stichting. Volgens de inschrijving van de Kamer van Koophandel is er op dit moment nog maar één bestuurder, terwijl rechtshandelingen alleen in gezamenlijkheid met een andere bestuurder verricht kunnen worden. Het is de verantwoordelijkheid van de stichting om dit te regelen, wil zij in de toekomst in aanmerking komen voor een subsidie."

11. Wordt naar u mening de principes van de Governance Code Cultuur door de stichting voldoende in de praktijk gebracht? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet?

"Het toepassen van de Governance Code Cultuur is een verantwoordelijkheid van de stichting zelf. Om in aanmerking te komen voor structurele subsidie moet de code wel worden toegepast, maar de stichting ontvangt, zoals gezegd, geen structurele subsidie."