Kleine mantel­meeuw op voormalig vogel­eiland De Beer


Indiendatum: jun. 2014

Rotterdam, 29 juni 2014


Geacht college,

In het NRC Handelsblad van 26 juni jongstleden was te lezen dat er, totdat de bouw van de olieterminal van Shtandart eventueel van start gaat, op de kop van voormalig vogeleiland de Beer jachthonden worden ingezet om het de kleine mantelmeeuw onmogelijk te maken om daar te broeden. Het is echter nog altijd onzeker of de olieterminal van Shtandart ooit gebouwd gaat worden. Ondanks deze onzekerheid geeft het Havenbedrijf Rotterdam en dus indirect de gemeente Rotterdam, die 70% van de aandelen van het Havenbedrijf bezit, mede hiervoor, jaarlijks, honderdduizenden Euro's uit. In het “Faunabeheerplan meeuwen havengebied Rotterdam 2010-2015”1 staat niet beschreven dat de kleine mantelmeeuw het broeden onmogelijk gemaakt mag/zal worden om bouwrijpe grond vrij van nesten te houden.

1) Kent u het bericht uit het NRC Handelsblad van 26 juni 2014 waarin staat dat de kleine mantelmeeuw geen ei mag leggen?

2) Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat, indien er in het faunabeheerplan niet staat beschreven dat de meeuwen het broeden onmogelijk gemaakt mag worden om bouwrijpe grond vrij van nesten te houden, dit ook niet dient te gebeuren? Indien nee, waarom niet?

3) Hoeveel geld is er tot nog toe uitgegeven om het terrein waarop Shtandart mogelijk haar olieterminal zal laten bouwen vrij te houden van broedende kleine mantelmeeuwen?

4) Wegen deze kosten op tegen een eventuele uitstel van de bouwactiviteiten indien kleine mantelmeeuwen daar wel broeden? Indien ja, wilt u dit dan financieel onderbouwen?

5) Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat, indien er volgend voorjaar nog altijd geen bouwactiviteiten op het terrein hebben plaatsgevonden, we de dappere kleine mantelmeeuwen het voordeel van de twijfel over de komst van de olieterminal van Shtandart dienen te geven en hen toe dienen te staan te broeden op het terrein? Indien nee, waarom niet?

De kolonie kleine mantelmeeuwen in het havengebied van Rotterdam is de grootste van heel West Europa (ruim 25.000 broedparen) en bevat ongeveer 40% van de totale Nederlandse populatie kleine mantelmeeuwen. Gezien deze aantallen en andere criteria waaraan dit gebied voldoet, zou op basis van de Europese Vogelrichtlijn van 19792 het havengebied van Rotterdam als speciale beschermingszone (SBZ) aangewezen dienen te worden.

6) Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het havengebied van Rotterdam als SBZ zou moeten worden aangewezen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, bent u bereid er bij de verantwoordelijke minister op aan te dringen het Rotterdams havengebied aan te wijzen als SBZ? Indien nee, waarom niet?

In het artikel van het NRC Handelsblad is tevens te lezen dat er, ondanks de waarschuwingsborden ”Let op! Overstekende vogels” regelmatig grijsbruine kuikens worden doodgereden door automobilisten. De maximaal toegestane snelheid op de Europaweg is 100 kilometer per uur. Voor vogelkuikens geldt hetzelfde als voor kinderen. Ze letten veel minder goed op het verkeer, zijn er niet mee bekend en ze zijn minder behendig in het ontwijken van verkeer dan volwassenen. Snelheidsbeperkende maatregelen zijn in dit geval effectief om het aantal ongelukken met kleine mantelmeeuwkuikens, maar ook andere meeuwenkuikens te verminderen.

7) Is het college bereid om in het broedseizoen van de meeuwen een snelheidsbeperking in te voeren op de Maasvlakte, op die plekken waarvan bekend is dat er veel meeuwenkuikens worden doodgereden? Indien nee, waarom niet?

Ik zie uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

Met vriendelijke groet,

Jeroen van der Lee

1) http://www.google.nl/url?sa=t&rct=j&q=&esrc=s&source=web&cd=1&ved=0CCAQFjAA&url=http%3A%2F%2Fwww.zuid-holland.nl%2Fdocumenten%2Fopendocument.htm%3Fllpos%3D154211737%26llvol%3D0&ei=oPuvU_OaEobOOOn6gdgK&usg=AFQjCNE975EDzttAGU_rhmdvSk4rv2Vo3g

2) http://eur-lex.europa.eu/LexUriServ/LexUriServ.do?uri=CELEX:31979L0409:NL:HTML

Indiendatum: jun. 2014
Antwoorddatum: 7 aug. 2014

Aan de Gemeenteraad.

Op 29 juni 2014 stelde J.D. van derLee-van der Haagen ons schriftelijke vragen over Kleine mantelmeeuw op voormalig vogeleiland De Beer.

Inleidend wordt gesteld door PvdD:
In het NRC Handelsblad van 26 juni jongstleden was te lezen dat er, totdat de bouw van de olieterminal van Shtandart eventueel van start gaat, op de kop van voormalig vogeleiland de Beer jachthonden worden ingezet om het de kleine mantelmeeuw onmogelijk te maken om daar te broeden. Het is echter nog altijd onzeker of de olieterminal van Shtandart ooit gebouwd gaat worden. Ondanks deze onzekerheid geeft het Havenbedrijf Rotterdam en dus indirect de gemeente Rotterdam, die 70% van de aandelen van het Havenbedrijf bezit, mede hiervoor, jaarlijks, honderdduizenden Euro's uit. In het “Faunabeheerplan meeuwen havengebied Rotterdam 2010-2015” staat niet beschreven dat de kleine mantelmeeuw het broeden onmogelijk gemaakt mag/zal worden om bouwrijpe grond vrij van nesten te houden.

Voordat het college de vragen beantwoord, wordt ingegaan op de context van het meeuwenbeheer in het havengebied.

Context meeuwenbeheer in het havengebied:
In het havengebied komen ongeveer 25.000 kleine mantelmeeuwen voor. Vanuit de natuurbeschermingswet is het leefgebied van de kleine mantelmeeuw niet beschermd. Vanuit de flora-en faunawet zijn nesten van de kleine mantelmeeuwen beschermd tijdens het broedseizoen.
Binnen het havengebied komen kleine mantelmeeuwen voor op terreinen die bestemd zijn voor haven- en industrie activiteiten. Bij de ontwikkeling van deze terreinen worden werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen uitgevoerd. Indien het echt niet anders kan, of werkzaamheden meerdere jaren in beslag nemen, wordt een terrein broedvrij gehouden.
Tevens hebben het Havenbedrijf Rotterdam (hierna:HbR) en de Faunabescherming een meeuwenbeheerplan opgesteld, waarin is afgesproken dat het HbR er jaarlijks voor zorgt dat er broedgelegenheid is voor ongeveer 25.000 kleine mantelmeeuwen. Om meeuwen te stimuleren zich te verplaatsen naar deze locaties worden lokmiddelen ingezet. Het betreft onder andere het aanbrengen van nestmateriaal (stro en takjes), het aanleggen van zoetwaterpoelen en het creëren van microreliëf. Middels monitoring wordt het effect van de lokmiddelen en de verplaatsingen gevolgd.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Kent u het bericht uit het NRC Handelsblad van 26 juni 2014 waarin staat dat de kleine mantelmeeuw geen ei mag leggen?

Antwoord:
Ja.

Vraag 2:
Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat, indien er in het faunabeheerplan niet staat beschreven dat de meeuwen het broeden onmogelijk gemaakt mag worden om bouwrijpe grond vrij van nesten te houden, dit ook niet dient te gebeuren? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Het "Faunabeheerplan meeuwen 2010-2014" is opgesteld door de provincie Zuid-Holland. Het is het kader voor het afgeven van ontheffingen aan bedrijven in de haven voor het mogen bewerken van nesten en eieren ter bescherming van het luchtverkeer. Het broedvrijhouden van bouwrijpe grond valt buiten het kader van het "Faunabeheerplan meeuwen 2010-2014".

Het streven van het HbR is om zoveel mogelijk buiten het broedseizoen werkzaamheden uit te voeren. Dit is echter niet altijd mogelijk omdat voorbereidingen voor bouwwerkzaamheden of de bouwwerkzaamheden zelf meerdere jaren in ebslag nemen en daarom een gebied broedvrij dient te worden gehouden over een langere periode. Het terrein van de Tankterminal Europoort West wordt broedvrij gehouden, ter voorbereiding voor de uitvoering van de bouwwerkzaamheden (zie verder: context meeuwenbeheer in havengebied).

Vraag 3:
Hoeveel geld is er tot nog toe uitgegeven om het terrein waarop Shtandart mogelijk haar olieterminal zal laten bouwen vrij te houden van broedende kleine mantelmeeuwen?

Antwoord:
Het college is niet op de hoogte van de hoeveelheid geld dat tot nog toe is uitgegeven door HbR aan het broedvrij houden. HbR draagt als beheerder en ontwikkelaar van het Rotterdamse havengebied de verantwoordelijkheid om hierin de juiste keuzes te maken.

Vraag 4:
Wegen deze kosten op tegen een eventuele uitstel van de bouwactiviteiten indien kleine mantelmeeuwen daar wel broeden? Indien ja, wilt u dit dan financieel onderbouwen?

Antwoord:
Zie antwoord vraag 3.

Vraag 5:
Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat, indien er volgend voorjaar nog altijd geen bouwactiviteiten op het terrein hebben plaatsgevonden, we de dappere kleine mantelmeeuwen het voordeel van de twijfel over de komst van de olieterminal van Shtandart dienen te geven en hen toe dienen te staan te broeden op het terrein? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Doordat het terrein van de Tankterminal Europoort West over een langere periode broedvrij wordt gehouden, is de kolonie kleine mantelmeeuwen geleidelijk verplaatst naar andere locaties in het havengebied.

Voorts wordt gesteld door PvdD:

De kolonie kleine mantelmeeuwen in het havengebied van Rotterdam is de grootste van heel West Europa (ruim 25.000 broedparen) en bevat ongeveer 40% van de totale Nederlandse populatie kleine mantelmeeuwen. Gezien deze aantallen en andere criteria waaraan dit gebied voldoet, zou op basis van de Europese Vogelrichtlijn van 1979 het havengebied van Rotterdam als speciale beschermingszone (SBZ) aangewezen dienen te worden.

Vraag 6:
Bent u het met de Partij voor de Dieren eens dat het havengebied van Rotterdam als SBZ zou moeten worden aangewezen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, bent u bereid er bij de verantwoordelijke minister op aan te dringen het Rotterdams havengebied aan te wijzen als SBZ? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De gemeente en HbR zijn zich bewust van deze belangrijke broedplaatsen en hebben ook via de eind 2013 vastgestelde havenbestemingsplannen maatregelen getroffen ten behoeve van de broedgelegenheid voor deze meeuwen. In de havenbestemmingsplannen zijn delen bestemd als 'groen'. De gronden bestemd als 'groen' zijn ook aangewezen als broedgebied voor de kleine mantelmeeuw. Het betreft onder andere grote delen van de Landtong Rozenburg, het eiland Kleine Beer (Papagaaienbek eiland) en het buitentalud van het baggerdepot de Slufter. Daarnaast blijft de lokale instandhouding van de kleine mantelmeeuw gegarandeerd doordat voldoende alternatieve broedlocaties in de omgeving voorhanden zijn (o.a. Maasvlakte 2).

Het havengebied als SBZ aanwijzen acht het college overbodig, omdat de aanwezige natuurwaarden zich al decennia lang hier ontwikkelen. Het is één van de voorbeelden in Nederland waarbij economie en ecologie goed samengaan.

Voorts wordt gesteld door PvdD:

In het artikel van het NRC Handelsblad is tevens te lezen dat er, ondanks de waarschuwingsborden ”Let op! Overstekende vogels” regelmatig grijsbruine kuikens worden doodgereden door automobilisten. De maximaal toegestane snelheid op de Europaweg is 100 kilometer per uur. Voor vogelkuikens geldt hetzelfde als voor kinderen. Ze letten veel minder goed op het verkeer, zijn er niet mee bekend en ze zijn minder behendig in het ontwijken van verkeer dan volwassenen. Snelheidsbeperkende maatregelen zijn in dit geval effectief om het aantal ongelukken met kleine mantelmeeuwkuikens, maar ook andere meeuwenkuikens te verminderen.

Vraag 7:
Is het college bereid om in het broedseizoen van de meeuwen een snelheidsbeperking in te voeren op de Maasvlakte, op die plekken waarvan bekend is dat er veel meeuwenkuikens worden doodgereden? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, maar de gemeente en het HbR zijn zich bewust van de risico's van overstekende kleine mantelmeeuwkuikens versus automobilisten. Op de risicovolle locaties brengt HbR daarom tijdens het broedseizoen veiligheidsrasters en waarschuwingsborden aan. De rasters voorkomen zoveel mogelijk dat mantelmeeuwkuikens de weg oplopen. Mocht dit toch gebeuren, dan worden automobilisten hiervoor gewaarschuwd middels te tekst: "Pas op overstekende vogels".

Burgemeester en Wethouders Rotterdam





Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer