Motie: Afkoe­lings­pe­riode voor terug­ge­treden bestuurders


18 februari 2021

De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 februari 2021, ter bespreking van het voorstel tot vaststelling van het Beleidsplan bestuurlijke integriteit 2021-2025,

constaterende dat

  • Bij het terugtreden van een bestuurder uit het college van burgemeester en wethouders in 2019 de nieuwe werkgever van deze persoon met de gemeente Rotterdam heeft afgesproken een afkoelingsperiode in te gelasten van twee jaar voor lobbyactiviteiten, of langer dan twee jaar in geval van tegenstrijdig belang op de strategische dossiers van het voormalig werkterrein van de teruggetreden bestuurder indien de informatie waarover de informatie waarover deze persoon beschikt nog steeds actueel is, hetgeen inhoudt dat deze persoon in de periode van twee jaar niet werkzaam mag zijn voor de gemeente Rotterdam en ook niet mag optreden als bemiddelaar, lobbyist, contact of tussenpersoon in zakelijke contacten tussen de nieuwe werkgever en de gemeente;
  • Er, behoudens artikel 3 lid 15 van de gedragscode Rotterdamse bestuurders 2016, momenteel geen kader bestaat die het inlassen van een afkoelingsperiode voorschrijft;

overwegende dat

  • Het onwenselijk is dat teruggetreden bestuurders functies vervullen waarmee zij direct na hun terugtreden opnieuw actief worden op hun voormalige werkterrein, omdat zij goed op de hoogte zijn van de onderhandelingspositie van de gemeente Rotterdam;

verzoekt het college

  • Een afkoelingsperiode van twee jaar in te gelasten voor teruggetreden bestuurders van het Rotterdamse college van burgemeester en wethouders, teneinde te voorkomen dat zij zich in zakelijke relatie tot de gemeente Rotterdam verhouden binnen hun voormalige werkterrein;
  • Deze bepaling gestand te doen in de daarvoor geëigende instrumenten, zoals de Gedragscode Rotterdamse bestuurders 2016 of een ander beleidskader;

en gaat over tot de orde van de dag.


Status

Aangenomen

Voor

Tegen