Bijdrage: Rotterdams onder­wijs­beleid 'Gelijke kans voor elk talent'


Uitge­sproken in de verga­­­­­­dering van de commissie ZOCS op 23 januari 2019

23 januari 2019

Voorzitter,

Goed onderwijs is een basisrecht. Goed onderwijs betekent wat de Partij voor de Dieren betreft een leven lang leren waarin gelijke kansen voorop staan. Maar goed onderwijs betekent ook dat je de regie over je eigen leven opeist, dat je je vrij voelt keuzes te maken en te weten wat je kunt doen om de planeet door te geven aan toekomstige generaties.

Het huidige Rotterdamse onderwijsbeleid is een uitwerking van het masterplan 'Bouwen aan de toekomst'. Wij hebben vorig jaar als enige tegen het masterplan gestemd omdat wij ons zorgen maken over de invloed van het bedrijfsleven in het Rotterdamse onderwijs. Die invloed wordt niet alleen als probleemloos ervaren, maar zelfs omarmd. Zeer problematisch, voorzitter. Enkele passages uit het masterplan:

“Rotterdam heeft onderwijs nodig dat zichzelf blijft verbeteren en vernieuwen, want alleen zulk onderwijs draagt bij aan het innovatief vermogen van het bedrijfsleven.”

“Op veel plekken werken onderwijs en het bedrijfsleven intensief samen.”

“Anderzijds zit het onderwijs vol met jonge talenten die het bedrijfsleven kunnen helpen vernieuwen.”

“Het onderwijs en het bedrijfsleven kunnen elkaar scherp houden op de nieuwste ontwikkelingen.”

Het college laat ook de bedrijven aan het woord in 'Bouwen aan de toekomst.' Een exponent van het bedrijfsleven maakt het in het masterplan wel erg bont. Zijn stelling:

“Bedrijfsleven en onderwijs moeten geen bruggen bouwen, maar er één groot land van maken”

Voorzitter, wat willen we nu echt met het Rotterdamse onderwijs? Vinden we goed onderwijs een publieke taak of laten we het over aan de kortetermijnbelangen van de markt? Is perspectief op de arbeidsmarkt zaligmakend, dus het enige dat telt? Waarom lezen we slechts een lofzang op de samenwerking met het bedrijfsleven, maar niets over de schone taak van het onderwijs om Rotterdammers op te laten groeien tot burgers die staan voor het belang van dieren, natuur, milieu en klimaat, en daarmee voor het belang van ons allemaal?

Een nieuw college, maar oud beleid. Spijtig, maar waar. Want wat lezen we in de brief van de wethouder over het zesde thema van het Rotterdamse onderwijsbeleid? Ik citeer: “Het uiteindelijke doel van de opleiding en ontwikkeling van kinderen is dat ze zelfredzaam zijn en bijdragen aan de ontwikkeling en economie van onze stad en ons land.” Nee, voorzitter. Nee. Dat is het doel niet. Mondig burgerschap, weten wat je rechten zijn, autonomie en deelname aan de samenleving, daar moet het toch om gaan?

Al jaren strijden we tegen de inmenging van fossiele bedrijven in het onderwijs en dus vóór fossielvrij onderwijs. De fossiele industrie is de arbeidsmarkt van het verleden. Toch hebben fossiele bedrijven in met name het techniekonderwijs nog altijd een stevige vinger in de pap. Ten minste één fossiel bedrijf heeft bijvoorbeeld bijgedragen aan de totstandkoming van het Rotterdamse techniekpact. Wij zijn daarom benieuwd hoe de nieuwe wethouder verantwoordelijk voor onderwijs zich beweegt in het veld van enerzijds de publieke zaak en anderzijds de private belangen van het bedrijfsleven.

Tot slot, voorzitter. Op 7 februari aanstaande gaan leerlingen in het hele land staken voor het klimaat. Wij steunen de Rotterdamse klimaatstakers van harte, waaronder de leden van onze jongerenorganisatie PINK!. Want zij komen op voor hun toekomst en voor het welzijn van de planeet. Wij willen van de wethouder weten of zijn leerplichtambtenaren een oogje toeknijpen als op 7 februari de schoolbanken leeg zijn. Graag een antwoord.

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.