Bijdrage: Jaar­lijkse voort­gangs­rap­portage Rotterdams Onder­wijs­beleid 2019-2022


Uitge­sproken in de verga­dering van de commissie ZOCS op 5 februari 2020

5 februari 2020

Voorzitter,

Een van de belangrijkste redenen om kritisch te zijn op het Rotterdamse onderwijsbeleid is de innige samenwerking tussen gemeente, het onderwijsveld en het bedrijfsleven. Paragraaf 6 van ‘Gelijke kansen voor elk talent’ zet de bedrijven prominent neer in het Rotterdamse klaslokaal. Die paragraaf gaat ogenschijnlijk over de arbeidsmarkt. Wij hebben meer het idee dat deze paragraaf gaat over het bedrijfsleven. Om die reden dienden wij dan ook op 31 januari vorig jaar de motie 'Inzicht in lobby bedrijfsleven op het Rotterdamse onderwijsbeleid in', gesteund door Denk, Nida, de Socialistische Partij en 50Plus maar evenwel verworpen. Andere fracties zijn blijkbaar niet in die mate geïnteresseerd welke invloed bedrijven uitoefenen op de totstandkoming van het curriculum en extracurriculaire activiteiten.

In de voortgangsrapportage wordt een aantal evenementen opgesomd die verband houden met voornoemde paragraaf. We vinden van al die evenementen wel iets, maar voor dit moment beperken wij ons tot het evenement Girlsday. Dat is bedoeld om meiden tussen de tien en vijftien jaar oud te enthousiasmeren voor techniek en bètavakken. Op zich niks mis mee, natuurlijk. Maar twee olieraffinaderijen uit Rotterdam hebben zich in voorgaande jaren wel verbonden aan dit initiatief: BP en Exxonmobil. Welke giftige boodschap geven ze deze meiden mee? Dat olie oppompen het mooiste beroep is dat er bestaat? Voorzitter, in de voortgangsrapportage staat dat de gemeente op 2 april van dit jaar een nieuwe editie van Girlsday organiseert. Wij willen graag weten of er ook bedrijven actief in de fossiele industrie aan meedoen. Of wat als een tabaksfabrikant wil meedoen aan Girlsday? De inschrijving loopt op dit moment. Graag een antwoord.

Voorzitter, er stonden ook heus wel goede dingen in ‘Gelijke kansen voor elk talent’, natuurlijk wel. Zo zijn we blij met de Rotterdamse aanpak burgerschap. Wij zouden wel graag willen weten of de spreiding in de subsidieaanvragen van deelnemende scholen goed verdeeld is over de stad. Weet elke school in elke wijk de gemeente te vinden? Onderdeel drie gaat over de nexus tussen onderwijs en zorg. Wij zouden van de wethouder meer willen weten over de leerrechtpilots, zowel op primair als voortgezet onderwijs. Hoe staat het ermee? In de beantwoording van onze vragen over leerrecht voor kinderen in noodsituaties lezen we dat zorginstellingen verantwoordelijk zijn voor het regelen van passend onderwijs. Gebeurt dat ook? Hoe is dat geborgd in de huidige resultaatgerichte inkoop van zorg? Controleert de gemeente erop dat aannemers van zorgbehoevende leerlingen daadwerkelijk onderwijs leveren? Weet de wethouder of het merendeel van thuiszitters behoren tot die groep kinderen die intramuraal verblijven?

Tot slot lezen wij dat het aantal thuiszitters helaas licht is toegenomen. Hoe verhouden de aantallen thuiszitters en kinderen vrijgesteld van onderwijs zich tot elkaar? Zijn het communicerende vaten, dat wil zeggen: worden thuiszitters vaak artikel-5a- of 11d-kinderen?

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.