Bijdrage: Ener­gie­tran­sitie in de Begroting 2019


Uitge­sproken in de verga­­­dering van de commissie EDEM op woensdag 31 oktober 2018

31 oktober 2018

Voorzitter,

Het college zegt te staan voor een duurzaam, energiezuinig, klimaatbestendig Rotterdam mét schone lucht. Dat klinkt goed, maar wat er precies onder wordt verstaan weet ik niet. Ik begin bij klimaat. Het college is al tevreden als zij een dalende trend van CO2-uitstoot weet te realiseren. Hoe klein ook. Voorzitter, deze ambitie is te vaag, te laag en te vrijblijvend. Een afrekenbaar doel voor deze collegeperiode lijkt mij onmisbaar.

Het klimaat wacht niet, er is geen ruimte voor vertraging. Daarom ben ik verbaasd over de beantwoording van de feitelijke vragen. De huidige CO2-uitstoot is al bekend, zelfs per bron. Maar deze gegevens van het PBL en CBS worden niet gebruikt. Het DCMR gaat de CO2-uitstoot opnieuw vaststellen Pas dan kan er worden nagedacht over welke maatregelen er getroffen moeten worden. Wat is de logica en noodzaak?

Voorzitter, het college gaat samen met partijen in 2019 afspraken formuleren voor het Rotterdamse klimaatakkoord. Waarom pas dan? Waarom niet gisteren of vorige maand? Bij het opstellen van het akkoord is er een reëel risico dat er onvoldoende resultaat wordt geboekt. Kijk naar het landelijke klimaatakkoord: heilige huisjes blijven overeind en er wordt eindeloos gepolderd tot er boterzachte compromissen overblijven. Je kunt een kalkoen simpelweg niet laten meebeslissen over zijn eigen slacht.

Een bekende tactiek aan tafel is "meestribbelen". De verandering waar je zelf niet op zit te wachten zo lang mogelijk tegenhouden zonder dat dat echt opvalt. Een soort van ja zeggen en nee doen, maar dan heel slim. En staat de Rotterdamse Raad buiten spel staat tijdens het formuleren van het akkoord? Dat lijkt me zeer onwenselijk. Wat spreken we hierover af?

Uiteindelijk tellen natuurlijk niet de doelen die je stelt maar de doelen die je haalt. Het CO2-reductiedoel af laten hangen van een onbewezen techniek is een onverantwoord risico. En dat is precies wat de haven van plan is met CO2-opslag. Deze techniek heeft zich de afgelopen tien jaar niet weten te bewijzen, zo meldde de algemene rekenkamer afgelopen week.

Deelt de wethouder de mening dat een techniek zich eerst dient te bewijzen voor het mee mag tellen als CO2-reductiemaatregel? En dat de haven voldoende alternatieve maatregelen achter de hand dient te hebben om tegenvallende resultaten te kunnen compenseren? Mogen we dat verwachten van dit college dat heeft toegezegd een aanjagende rol te pakken in de energietransitie van het Havenbedrijf en de havenindustrie? En komt er ook een duidelijk nee vanuit de gemeente tegen plannen die haaks staan op de beoogde CO2-reductie? Ik denk aan BP die voor 1 miljard euro een nieuwe fabriek wil bouwen bij zijn Rotterdamse raffinaderij. En chemieconcern Ineos die een miljardeninvestering overweegt voor een schaliegasfabriek. Voor de productie van plastic, nota bene.

Voorzitter, het gebruik van biomassa als energiebron is omstreden. Er is internationaal afgesproken dat het CO2-neutraal is, maar dat is het simpelweg niet. Er is slechts een papieren werkelijkheid gecreëerd. Daarnaast kleven aan biomassa serieuze risico’s zoals ontbossing, biodiversiteitsverlies en voedselconcurrentie en is biomassa schaars. Het ontbreekt aan heldere duurzaamheidscriteria en cascadering. Alleen de definitie geeft al verwarring, blijkt uit de beantwoording van de feitelijke vragen. Houtpellets en palmolie worden niet als biomassa meegeteld, maar zijn het wel degelijk. Gezamenlijk goed voor maar liefst 3,6 miljoen ton per jaar dat wordt doorgevoerd of geraffineerd. Is de wethouder bereid tot het opstellen van een Rotterdamse visie op de impact en oorsprong van biomassa en biobrandstoffen? Wij zinspelen op een motie naar Amsterdams voorbeeld.

Laatst spraken we over de duurzaamheidsstrategie van de haven. Kan de wethouder nog specifiek ingaan op palmolie? De verwerking en doorvoer ervan is zeer schadelijk voor het klimaat. En wij zijn de grootste daarin.

De ambitie voor circulaire economie is net zo vaag als die van klimaat. Ook daar graag concrete en afrekenbare doelstellingen deze collegeperiode. Hoe wordt de circulaire economie via eigen bedrijfsvoering versterkt? En welke afspraken zijn er al gemaakt met horeca, festivals en het mkb? Is het aanbieden of opleggen van gescheiden afvalbakken voor het mkb en kantoren een optie? En 20-25% van kapot glas blijkt in de horeca bij het restafval te belanden. Wat kan de wethouder hier aan doen?

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.