Vragen: Locatiekeuze Veranda-West en MER 2009 inzake Feyenoord City

Geacht college,

In 2016 lag de keuze voor over waar een (ver)nieuw(d) stadion voor voetbalclub Feyenoord moest komen: Veranda-West; Veranda-Oost of Stadiondriehoek. Uiteindelijk hebben de planmakers voor een nieuw stadion gekozen voor de locatie Veranda-West op basis van een aantal factoren. Dit plan is vervolgens omgedoopt tot Feyenoord City en behelst in het fysieke domein behalve een nieuw voetbalstadion een programma van wonen, horeca en retail, evenals een herbestemming van De Kuip.

Volgens de planmakers van Feyenoord City [1] hebben de volgende factoren een rol gespeeld in het komen tot een voorkeurslocatie: 1) stedelijk programma; 2) inpassing in de gebiedsvisie; 3) stakeholders; 4) financiën; 5) risico's; en 6) ruimtelijke voorwaarden. Duurzaamheid wordt genoemd als onderdeel van de gebiedsvisie voor het Stadionpark, maar niet verder uitgewerkt. In de gebiedsvisie [2] die het college ons recent heeft aangeboden, kom je het woord 'duurzaamheid' niet tegen. De Partij voor de Dieren vraagt zich af hoe er dan überhaupt op heeft kunnen worden getoetst.

1. Op welke wijze heeft het college duurzaamheid geborgd in de gebiedsvisie voor het Stadionpark?

In de gebiedsvisie voor het Stadionpark schrijft het college over de besluitvorming inzake locatiekeuze voor Feyenoord City:

“De in de concept-gebiedsvisie opgenomen 3 locaties zijn vergeleken op hun milieueffecten (op basis van de relevante thema’s die als aandachtspunt benoemd zijn in het Plan-MER), bijdrage aan de doelstellingen van de gebiedsvisie en financiële-economische haalbaarheid.”

De discussie over de locatie van het toekomstige onderkomen van Feyenoord loopt al jaren. In 2009 werden voor het gebied Stadionpark drie locaties in ogenschouw genomen, waarvoor tevens een Plan-MER werd opgesteld. Dit is het document waar de gebiedsvisie naar verwijst. De locaties in de Plan-MER waren behalve de Stadiondriehoek/Varkenoord (alternatief 'Stadionpark') ook een alternatief dieper gelegen op de sportcampus, richting Lombardijen (alternatief 'United') en eentje bij het Eiland van Brienenoord (alternatief 'Maas'). Het toenmalige voorkeursalternatief heette 'Rotterdamse Inzet', dat de locatie voor een nieuw stadion van een van de alternatieven combineerde met elementen van de andere alternatieven. Een alternatief met de locatie Veranda-West maakte geen deel uit van de Plan-MER.

2. Gaat er college ervoor zorgen dat de Plan-MER uit 2009 bij de stukken op de website van Feyenoord City wordt gevoegd? Indien nee, waarom niet?

3. Waarom wordt de Plan-MER in het debat omtrent Feyenoord City opgevoerd nu blijkt dat de voorkeurslocatie van de planmakers en gemeente – Veranda-West – niet in ogenschouw is genomen?

De thema's die benoemd waren in de Plan-MER betroffen de waterveiligheid, externe veiligheid, geluidhinder en de bereikbaarheid. De locaties Veranda-West, Veranda-Oost en Stadiondriehoek zijn hierop getoetst. De tabel op bladzijde 47 van de gebiedsvisie is hierop geënt. Ecologie was geen thema, althans de gebiedsvisie heeft eventuele effecten op ecologie niet getoetst voor de drie locaties.

4. Hoe denkt het college te weten dat de onderzochte milieueffecten ook spelen voor de locatie Veranda-West?

5. Waar kunnen wij in de gebiedsvisie de onderbouwing lezen voor de milieubeoordeling op bladzijde 47 van de gebiedsvisie, anders dan de zeer summiere uiteenzetting aldaar?

In de Plan-MER uit 2009 werd niet getoetst op milieueffecten als gevolg van bouwen in het water. Uiteraard heeft een dergelijke bouwactiviteit een directe impact op de ecologie, mede door de invloed van de strekdam op het getij. In de Plan-MER werd gesteld dat de toen geldende locaties niet of nauwelijks effect hadden op ecologische thema's als bodem en natuur. Deze afweging houdt natuurlijk geen stand als de locatie Veranda-West in ogenschouw wordt genomen.

6. Waarom ontbrak 'ecologie' als categorie waarin de milieueffecten zijn getoetst toen in 2016 een beslissing moest worden genomen over een voorkeurslocatie?

7. Erkent het college dat bouwen in het water – hetgeen gaat gebeuren op de locatie Veranda-West – nieuwe milieueffecten met zich meebrengt die geen onderdeel uitmaakten van de Plan-MER uit 2009? Indien nee, waarom niet? Indien ja, vindt het college het procedureel zuiver om zich uit te spreken voor een bepaalde locatie zonder alle milieueffecten te kennen?

8. Waarom heeft het college bij haar steun voor de locatie Veranda-West er niet voor gepleit deze nieuwe milieueffecten te onderzoeken en deze te verankeren in de afwegingen ten aanzien van locatiekeuze? Is het college niet oprecht geïnteresseerd in de milieueffecten van haar beslissingen?

9. Waarom heeft het college de planmakers van Feyenoord City in 2016 niet verplicht tot het opstellen van een plan-MER met daarin een vergelijking tussen de drie voorliggende locaties?

10. Is het college bereid de planmakers van Feyenoord City te verplichten tot het opstellen van een plan-MER waarin in ieder geval nieuwbouw van een stadion op de locatie Veranda-West wordt vergeleken met vernieuwbouw in de Stadiondriehoek? Indien nee, waarom niet?

11. Welke verschillen in milieueffecten denkt het college dat er optreden in een vergelijking tussen enerzijds de locatie Veranda-West en anderzijds de locaties Veranda-Oost en Stadiondriehoek met betrekking tot effecten op bodem, natuur en water?

12. Vindt het college het procedureel zuiver om nu slechts varianten (want allemaal op locatie Veranda-West: voorkeursalternatief, basisalternatief en maximaal alternatief) te toetsen die bij voorbaat een min of meer soortgelijk milieueffect kunnen verwachten? Indien ja, hoe heeft het college gewaakt voor procedurele 'lock-in' of padafhankelijkheid?

De planmakers van Feyenoord City erkennen in hun beoordeling van de drie locaties (zie voetnoot 1) dat de toestand van de ondergrond in de Stadiondriehoek het meest gunstig is. Wij gaan ervan uit dat zij hier niet de grasmat van De Kuip mee bedoelen, hoewel die er natuurlijk altijd strak bijligt. Nee, wij nemen aan dat het hier gaat om de ondergrond van de locatie. Helaas moeten we het ook hier zonder uitleg stellen.

13. Weet het college wat wordt bedoeld met de toestand van de ondergrond?

14. Welke milieueffecten gaan gepaard met bouwen op de ondergrond in respectievelijk Veranda-West, Veranda-Oost en de Stadiondriehoek?

 

[1] https://www.feyenoord-city.nl/wp-content/uploads/2017/04/1_Notitie-Locatiekeuze-en-vernieuwbouw.pdf

[2] https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/6027656/1/s17bb010246_1_46124_tds

Antwoorden

Vraag 1:
Op welke wijze heeft het college duurzaamheid geborgd in de gebiedsvisie voor het Stadionpark?

Antwoord:
Wij hebben er voor gekozen duurzaamheid in Stadionpark te borgen in de masterplannen voor de deelgebieden. Er is binnen Stadionpark sprake van grote verschillen tussen de deelgebieden, het type ontwikkelingen in deze deelgebieden en de fasering. Het college meent dat het borgen van duurzaamheid op masterplanniveau, passend bij het type gebied en ontwikkeling en passend bij de stand van de techniek qua
duurzaamheid op dat moment, zal leiden tot het beste resultaat. In het vastgestelde Masterplan Sportcampus en Park de Twee heuvels is een expliciete paragraaf over duurzaamheid opgenomen. Voor Feyenoord City is in de Position Paper opgenomen dat het Masterplan Feyenoord City een volwaardige duurzaamheidsparagraaf dient te bevatten en dat de gemeente van Feyenoord City verwacht dat zij maximaal op
duurzaamheid inzet zover dat technisch en financieel mogelijk is.

Vraag 2:
Gaat er college ervoor zorgen dat de Plan-MER uit 2009 bij de stukken op de website van Feyenoord City wordt gevoegd? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
We zullen Feyenoord City verzoeken de Plan-MER uit 2009 toe te voegen aan de stukken op de website. De stukken zijn ook te vinden op de website van de commissie voor de mer (http://www.commissiemer.nl/advisering/afgerondeadviezen/2201).

Vraag 3:
Waarom wordt de Plan-MER in het debat omtrent Feyenoord City opgevoerd nu blijkt dat de voorkeurslocatie van de planmakers en gemeente - Veranda-West - niet in ogenschouw is genomen?

Antwoord:
De Plan-MER geeft informatie over milieueffecten die van belang zijn bij een locatiekeuze van een nieuw stadion met bijbehorend programma in dit gebied. De relevante milieuthema’s zijn als uitgangpunt genomen bij het onderzoek en de afweging van de drie locaties uit de concept-gebiedsvisie.

Vraag 4:
Hoe denkt het college te weten dat de onderzochte milieueffecten ook spelen voor de locatie Veranda-West?

Antwoord:
We leiden dit af uit de onderzoeken gedaan voor de Plan-MER, in het bijzonder uit de effecten als beschreven voor de modellen Maas en Rotterdamse inzet. Op basis van de ligging van de gekozen locatie en de huidige invulling van deze plek heeft het college (en de betrokken deskundigen) geconcludeerd dat de onderzochte thema’s ook de relevante thema’s zijn voor de locatievergelijking. Ecologie is voor de locatievergelijking geen onderscheidend thema.

Vraag 5:
Waar kunnen wij in de gebiedsvisie de onderbouwing lezen voor de milieubeoordeling op bladzijde 47 van de gebiedsvisie, anders dan de zeer
summiere uiteenzetting aldaar?

Antwoord:
Bij het Startdocument Feyenoord City is de bijlage “milieu gebiedsvisie Stadionpark: nadere verantwoording locatiekeuze nieuw stadion aan de Maas” opgenomen. Voor de volledigheid is deze bij de beantwoording als bijlage bijgevoegd (bijlage 1).

Vraag 6:
Waarom ontbrak 'ecologie' als categorie waarin de milieueffecten zijn getoetst toen in 2016 een beslissing moest worden genomen voor een voorkeurslocatie?

Antwoord:
In de Plan-MER is bij de beoordeling Flora en Fauna te lezen dat de natuurwaarden in de hoofdstroom van de Maas zeer beperkt zijn. Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat dit op de locatie Veranda-West anders is. Onze inzet is om de dam zodanig vorm te geven dat de natuurwaarden op deze locatie worden versterkt, zoals dat ook het plan is bij het Mallegatpark. De juiste vormgeving van de dam is dan ook een belangrijk onderdeel van de onderzoeken die dit jaar plaats zullen vinden in het kader van de projectMER voor het bestemmingsplan.

Vraag 7:
Erkent het college dat bouwen in het water - hetgeen gaat gebeuren op de locatie Veranda-West - nieuwe milieueffecten met zich meebrengt die geen onderdeel uitmaakten van de Plan-MER uit 2009? Indien nee, waarom niet? Indien ja, vindt het college het procedureel zuiver om zich uit te spreken voor een bepaalde locatie zonder alle milieueffecten te kennen?

Antwoord:
Zoals bij het antwoord op vraag 6 aangegeven verwachten we dat de gekozen locatie in dit opzicht bij de juiste uitwerking extra positieve milieueffecten met zich mee kan brengen. Het komende MER-onderzoek is er op gericht alle informatie te hebben, zodat
de uitwerking ook op die manier vormgegeven kan worden. Wij zijn van mening dat op andere locaties eveneens inzet op verbetering van ecologische waarden noodzakelijk en wenselijk is.

Vraag 8:
Waarom heeft het college bij haar steun voor de locatie Veranda-West er niet voor gepleit deze nieuwe milieueffecten te onderzoeken en deze te verankeren in de afwegingen ten aanzien van locatiekeuze? Is het college niet oprecht geïnteresseerd in de milieueffecten van haar beslissingen?

Antwoord:
Wij zijn van mening dat de milieuaspecten bij de locatiekeuze volwaardig zijn meegenomen en dat dit bij de vervolguitwerking ook het geval moet zijn.
Het college heeft in de Position Paper opgenomen dat bij het verder uitwerken van het Stadion en de bijbehorende dam de impact op het getijdenpark Mallegat en Eiland van Brienenoord moet worden meegenomen, waarbij het streven is deze te verbeteren. In het Startdocument is opgenomen dat beschouwd wordt welke kansen het plangebied biedt voor verhoging van natuurwaarden en dat daarbij de varianten voor inrichting van de oeverzone nadrukkelijk een rol (zie paragraaf 4.2.3.) spelen.

Vraag 9:
Waarom heeft het college de planmakers van Feyenoord City in 2016 niet verplicht tot het opstellen van een plan-MER met daarin een vergelijking tussen de drie voorliggende locaties?

Antwoord:
Voor het college was van belang dat bij de locatie-afweging de relevante milieuinformatie voor die afweging aanwezig was. Wat het college betreft is er sprake van een volledige afweging waarbij de maatgevende milieuaspecten zijn onderzocht en integraal onderdeel van zijn van de gemaakte afweging.

Vraag 10:
Is het college bereid de planmakers van Feyenoord City te verplichten tot het opstellen van een plan-MER waarin in ieder geval nieuwbouw van een stadion op de locatie Veranda-West wordt vergeleken met vernieuwbouw in de Stadiondriehoek? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij zijn van mening dat de afweging gedegen en zorgvuldig is gemaakt. Het college is daarom niet bereid de planmakers van Feyenoord City te verplichten tot het opstellen van een plan-MER, waarin vernieuwbouw in de Stadiondriehoek wordt opgenomen. Vernieuwbouw in de Stadiondriehoek is wat het college betreft niet haalbaar, op basis van de onderbouwingen in de haalbaarheidsstudie en het Startdocument.

Vraag 11:
Welke verschillen in milieueffecten denkt het college dat er optreden in een vergelijking tussen enerzijds de locatie Veranda-West en anderzijds de locaties Veranda-Oost en Stadiondriehoek met betrekking tot effecten op bodem, natuur en water?

Antwoord:
Zie voor het antwoord omtrent natuur de antwoorden op vraag 6 en 7. De effecten ten aanzien van water zijn beperkt. Deze zijn tijdens de haalbaarheidsstudie onderzocht en voor alle drie de locaties in beeld gebracht. Ten aanzien van bodem worden geen of beperkte effecten verwacht. Dit is ook een toetsingscriterium bij de uitwerking van de plannen, waarbij er geen aanleiding is om te verwachten dat het initiatief niet gerealiseerd kan worden met negatieve effecten op de bodem.

Vraag 12:
Vindt het college het procedureel zuiver om nu slechts varianten (want allemaal op locatie Veranda-West: voorkeursalternatief, basisalternatief en maximaal alternatief) te toetsen die bij voorbaat een min of meer soortgelijk milieueffect kunnen verwachten? Indien ja, hoe heeft het college gewaakt voor procedurele 'lock-in' of padafhankelijkheid?

Antwoord:
In het Startdocument zijn de varianten opgenomen qua programma, bereikbaarheid en oeveruitwerkingen. Het college is van mening dat de voorgaande onderzoeken voldoende onderbouwen dat locatie-alternatieven niet meer in beeld zijn. Dit is ook op deze manier in het Startdocument opgenomen en voor advies aan de commissie mer voorgelegd.

Vraag 13:
Weet het college wat wordt bedoeld met de toestand van de ondergrond?

Antwoord:
De toestand van de ondergrond slaat terug op het feit dat zowel de locatie West Veranda, als Oost Veranda gedeeltelijk in het water geprojecteerd zijn. Er moeten hier extra kosten gemaakt worden om gelijke grondcondities te krijgen vergelijkbaar met de locatie Triangle. Deze extra kosten zijn meegenomen bij de integrale locatieafweging.

Vraag 14:
Welke milieueffecten gaan gepaard met bouwen op de ondergrond in respectievelijk Veranda-West, Veranda-Oost en de Stadiondriehoek?

Antwoord:
Zoals bij het antwoord op vraag 13 aangegeven betreft het de grondcondities gezien het bouwen in het water. In dit opzicht worden geen extra milieueffecten verwacht, behalve degene die onderzocht zijn ten aanzien van het bouwen in het water. Dit leidt nu niet tot een extra onderscheidend effect bij de locatievergelijking. In de MER ten behoeve van het bestemmingsplan zullen de uitwerkingen van de plannen worden onderzocht om de uitvoering ook daadwerkelijk zonder negatieve milieueffecten te laten plaatsvinden.
Tot slot voegen wij vanwege de inhoudelijke samenhang met bovenstaande beantwoording ter afdoening van de toezegging van wethouder SOI aan uw commissie BWB op 17 januari jl. (18bb596) de gevraagde voor het afwegen van de ecologische waarde relevante documentatie van de alternatieven uit de Plan MER 2009 toe (bijlage 2).