Vertrek voor­zitter RRKC


Indiendatum: mei 2015

Geacht college,

1 juni aanstaande stapt de huidige voorzitter van de Rotterdamse Raad voor Kunst & Cultuur (RRKC) op. Dit nieuws is enkele dagen geleden wereldkundig gemaakt op de website van de RRKC. De Partij voor de Dieren in Rotterdam is verbaasd over het plotselinge karakter en de toedracht van het vertrek.

De RRKC stelt dat een aantal 'recente ontwikkelingen' ten grondslag liggen aan een veranderend speelveld tussen de gemeente Rotterdam, de RRKC en de culturele sector.

1. Denkt het college te weten welke recente ontwikkelingen dit zijn?

2. Kan het college zich vinden in de motivering van het vertrek van de voorzitter dat in het bericht naar voren is gebracht?

3. Acht het college een opzegtermijn van een maand van de voorzitter van een belangrijk adviesorgaan van de gemeente opportuun indien nog naar een opvolger moet worden gezocht?

4. Denkt het college dat binnen een kleine maand een adequate opvolger kan worden gevonden, die bovendien genoeg dossierkennis in huis heeft om de 'grote' dossiers (poppdodium, collectiegebouw, Wereldmuseum) naar behoren te begeleiden?

5. Komt het komende cultuurplan door het plotselinge vertrek van de voorzitter in gevaar?

In een artikel op de website van Metro 8 mei jongstleden wordt gesuggereerd dat de voorzitter van de RRKC opstapt omdat ze zich niet kan vinden in de visie van de wethouder verantwoordelijk voor kunst en cultuur. De voorzitter laakt het ontbreken van “een scherpe visie op de toekomst van kunst en cultuur in de stad”.

6. Heeft het college dergelijke signalen ontvangen van de voorzitter?

7. Denkt het college dat de situaties rondom respectievelijk het poppodium, het collectiegebouw van Boijmans-van Beuningen en het Wereldmuseum te maken hebben met het plotselinge vertrek van de voorzitter?

In het artikel van Metro wordt gemeld dat een evaluatie van het functioneren van de RRKC onlangs is afgerond en binnenkort zal worden besproken in de gemeenteraad. De suggestie wordt gewekt dat de evaluatie aanleiding heeft gegeven tot een negatieve beoordeling van de voorzitter.

8. Klopt de bewering van Metro dat het functioneren van de RRKC is geëvalueerd? Indien ja, is dit uitgemond in een evaluatierapport?

9. Heeft het college bedacht wanneer het evaluatierapport wordt doorgeleid naar de gemeenteraad?

10. Is er vanuit het college druk uitgeoefend op de voorzitter om haar functie te beëindigen? Indien nee, waarom niet?

In een ander artikel op de website van Metro, deze van 12 mei jongstleden, stelt de secretaris van de RRKC het wenselijk te vinden snel een onderhoud te hebben met de wethouder verantwoordelijk voor kunst en cultuur over de rol van de kunstraad in de toekomst.

11. Is het college bereid ons te informeren wanneer dit onderhoud plaats zal hebben?

Ik zie uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

Indiendatum: mei 2015
Antwoorddatum: 21 jan. 2016

Op 13 mei 2015 stelde J.D. van der Lee-van der Haagen (PvdD) ons schriftelijke vragen over vertrek voorzitter RRKC

Inleidend wordt gesteld:
1 juni aanstaande stapt de huidige voorzitter van de Rotterdamse Raad voor Kunst & Cultuur (RRKC) op. Dit nieuws is enkele dagen geleden wereldkundig gemaakt op de website van de RRKC. De Partij voor de Dieren in Rotterdam is verbaasd over het plotselinge karakter en de toedracht van het vertrek. De RRKC stelt dat een aantal 'recente ontwikkelingen' ten grondslag liggen aan een veranderend speelveld tussen de
gemeente Rotterdam, de RRKC en de culturele sector.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Denkt het college te weten welke recente ontwikkelingen dit zijn?

Antwoord:
Ja. In zijn berichtgeving geeft de RRKC aan dat het besluit van de voorzitter gebaseerd is op veranderingen in het culturele en het politiek-bestuuri?jke speelveld waarin de Raad opereert. Letterlijk zegt de RRKC: "Gemeente, Raad en culturele veld moeten herontdekken hoe zij zich tot elkaar verhouden. Daarom wil de Raad zich bezinnen op zijn positie en op een voor de Raad en gemeente effectieve samenwerking. De eerste gesprekken hiertoe zijn inmiddels gevoerd en Raad en College zien aanknopingspunten voor een hernieuwde samenwerking. Deze recente ontwikkelingen vormden voor Melanie Post van Ophem aanleiding om het voorzitterschap van de Raad in overweging te nemen."

Vraag 2:
Kan het college zich vinden in de motivering van het vertrek van de voorzitter dat in het bericht naar voren is gebracht?

Antwoord:
Wij respecteren het besluit van mevrouw Post van Ophem en twijfelen niet aan de juistheid van de berichtgeving.

Vraag 3:
Acht het college een opzegtermijn van een maand van de voorzitter van een belangrijk adviesorgaan van de gemeente opportuun indien nog naar een opvolger moet worden gezocht?

Antwoord:
De verordening Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur bevat geen opzegtermijn voor de leden van de Raad. Een opzegtermijn van een maand is niet ongebruikelijk.

Vraag 4:
Denkt het college dat binnen een kleine maand een adequate opvolger kan worden gevonden, die bovendien genoeg dossierkennis in huis heeft om de 'grote' dossiers (poppdodium, collectiegebouw, Wereldmuseum) naar behoren te begeleiden?

Antwoord:
De werving van een nieuwe voorzitter is inmiddels in gang gezet. Wij hopen nog voor het zomerreces een opvolger voor mevrouw Post van Ophem te kunnen benoemen, maar we zullen voor de selectie van de meest geschikte opvolger uiteraard meer tijd nemen indien dat door omstandigheden nodig is.

Vraag 5:
Komt het komende cultuurplan door het plotselinge vertrek van de voorzitter in gevaar?

Antwoord:
Nee.

In een artikel op de website van Metro 8 mei jongstleden wordt gesuggereerd dat de voorzitter van de RRKC opstapt omdat ze zich niet kan vinden in de visie van de wethouder verantwoordelijk voor kunst en cultuur. De voorzitter laakt het ontbreken van "een scherpe visie op de toekomst van kunst en cultuur in de stad".

Vraag 6:
Heeft het college dergelijke signalen ontvangen van de voorzitter?

Antwoord:
Nee.

Vraag 7:
Denkt het college dat de situaties rondom respectievelijk het poppodium, het collectiegebouw van Boijmans-van Beuningen en het Wereldmuseum te maken hebben met het plotselinge vertrek van de voorzitter?

Antwoord:
Daar is ons niets van gebleken.

In het artikel van Metro wordt gemeld dat een evaluatie van het functioneren van de RRKC onlangs is afgerond en binnenkort zal worden besproken in de gemeenteraad. De suggestie wordt gewekt dat de evaluatie aanleiding heeft gegeven tot een negatieve beoordeling van de voorzitter.

Vraag 8:
Klopt de bewering van Metro dat het functioneren van de RRKC is geëvalueerd? Indien ja, is dit uitgemond in een evaluatierapport?

Antwoord:
De RRKC heeft het eigen functioneren laten evalueren door een extern bureau. De resultaten daarvan zijn ons nog niet officieel aangeboden. Zij zullen mede input vormen van de gesprekken die wij met de RRKC de komende tijd zullen voeren, zoals de RRKC in zijn berichtgeving meldt.

Vraag 9:
Heeft het college bedacht wanneer het evaluatierapport wordt doorgeleid naar de gemeenteraad?

Antwoord:
Zodra wij het rapport ontvangen en besproken hebben, zullen wij u in kennis stellen van onze bevindingen.

Vraag 10:
Is er vanuit het college druk uitgeoefend op de voorzitter om haar functie te beëindigen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Daar was geen enkele aanleiding voor.

In een ander artikel op de website van Metro, deze van 12 mei jongstleden, stelt de secretaris van de RRKC het wenselijk te vinden snel een onderhoud te hebben met de wethouder verantwoordelijk voor kunst en cultuur over de rol van de kunstraad in de toekomst.

Vraag 11:
Is het college bereid ons te informeren wanneer dit onderhoud plaats zal hebben?

Antwoord:
Zoals hiervoor aangegeven, zijn wij voortdurend in gesprek met de RRKC over de toekomst van de RRKC, de samenwerking tussen RRKC en gemeente en de rol van de RRKC als adviseur over het gemeentelijke cultuurbeleid.

Over de resultaten van deze gesprekken zullen wij u in de tweede helft van 2015 informeren.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer