Vragen: Voorwaardelijke opzet overtreding Wet natuurbescherming bij aanzetten fontein

Donderdag 8 juni jongstleden is in de actualiteitenraad het incident besproken waarbij een meerkoet dreigde te worden verstoord tijdens het broeden in de Rotte, ter hoogte van de Noorderbrug. Verstoring van broedende vogels is niet toegestaan, tenzij de verstoring niet opzettelijk is. De Wet natuurbescherming vereist opzet als voorwaarde alvorens te kunnen spreken van verstoring.

Wij zijn ervan overtuigd dat het college niet moedwillig de meerkoet heeft willen verstoren met het aanzetten van de fontein. Maar onder opzet valt ook voorwaardelijke opzet, binnen de Wet natuurbescherming. Bij voorwaardelijke opzet is er sprake van een aanmerkelijke kans op verstoring, ook als er geen kwaad in de zin is. Naar onze optiek is er in het geval van de broedende meerkoet in de Rotte sprake van een aanmerkelijke kans op verstoring omdat een fontein een zeer geschikte plek is voor het bouwen van een nest.

1. Wat verstaat het college onder de idee van voorwaardelijke opzet?

2. Is het college het met ons eens dat er sprake is van voorwaardelijke opzet in het geval van de broedende meerkoet in de Rotte? Indien nee, waarom niet? Indien nee, is het college het met ons eens dat een fontein een zeer geschikte plek is voor het bouwen van een nest? Indien nee, is het college op de hoogte dat een fontein in werking – dus eentje die water spuit – verstoring met zich meebrengt als het water terecht komt op een nest? Indien ja, hoe gaat het college ervoor zorgen dat onze pakweg 75 fonteinen in de stad geen aanmerkelijke kans op verstoring meer met zich meebrengen voor broedende watervogels?

In het Museumpark is er eveneens een meerkoet die zijn nest op een fontein heeft gebouwd, wist de website (1) van RTV Rijnmond op 9 juni jongstleden te melden. Om elke ochtend alle fonteinen in de stad te controleren op de aanwezigheid van broedende watervogels lijkt ook ons een ondoenlijke taak. Sowieso is een fontein belangrijk voor het waarborgen van de waterkwaliteit, vooral in de zomer. Het college kan het zichzelf veel gemakkelijker maken zich aan de wet te houden door te investeren in natuureilandjes in onze sloten en singels. Dit zijn eilandjes met begroeiing die een plek bieden aan watervogels om hier hun nest te bouwen. Een meerkoet, eend, zwaan of fuut zal altijd kiezen voor de meest aantrekkelijke optie. En dan verkiest zij altijd het natuureilandje boven de fontein. Daarnaast zorgen natuureilandjes voor meer biodiversiteit, vormen een schuilplaats voor vissen en hebben een reinigend vermogen waardoor het water schoner en zuurstofrijker wordt en de kans op botulisme en blauwalg afneemt. En natuureilandjes middenin een sloot of singel zijn ook nog eens onbereikbaar voor vechthonden en onverlaten die bewust broedende vogels willen verstoren. Bovendien zien natuureilandjes er mooi uit, althans dat vinden wij. Natuureilandjes zijn al te vinden in onder andere de Noordsingel en Bergsingel. Houten vlonders zouden overigens ook soelaas kunnen bieden.

3. Deelt het college onze mening over de toegevoegde waarde van natuureilandjes in sloten en singels voor broedende watervogels en is zij bekend met alle andere voordelen voor de flora en fauna ter plaatse? Indien nee, is het college bereid informatie in te winnen over de rol van natuureilandjes voor de stadsnatuur?

4. Is het college bereid te investeren in natuureilandjes in onze sloten en singels, teneinde zich ervan te vergewissen de Wet natuurbescherming niet te overtreden? Indien nee, waarom niet?

Een ander alternatief voor de fontein zijn de natuurvriendelijke oevers. De meerkoet broedt graag aan drassige moeraskanten met grote rietkragen en waterplanten. Natuurvriendelijke oevers hebben als voordeel dat ze net als fonteinen ook het water zuiveren. Met dergelijke oevers hoeft er net als bij de natuureilandjes geen sprake meer te zijn van voorwaardelijke opzet.

5. Is het college bereid natuurvriendelijke oevers aan te leggen langs de walkanten van sloten en singels daar waar is gebleken dat de broedplaats van meerkoeten (of andere watervogels) tot problemen leidde, zoals onlangs dus in de Rotte en in het water van het Museumpark? Indien nee, waarom niet?

Bewoners hebben vaak eerder dan de gemeente in de gaten dat een broedende vogel mogelijk zal worden verstoord of dat er anderszins sprake kan zijn van overtreding van de Wet natuurbescherming. Het is evenwel onduidelijk waar zij dit kunnen melden, óók als gemeentelijk handelen de oorzaak is van mogelijke verstoring. Meldingen over de buitenruimte kunnen doorgaans aan de gemeente worden doorgegeven via de applicatie Buiten Beter of door te bellen met 14010.

6. Is het college bereid de applicatie Buiten Beter en 14010 op een dergelijke manier in te richten dat bewoners melding kunnen doen als zij vermoeden dat er sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming door toedoen van gemeentelijk handelen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, op welke termijn verwacht zij dit gereed te hebben?

 

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

 

(1) http://www.rijnmond.nl/nieuws/155877/Spuitende-fontein-Museumpark-gevaarlijk-voor-meerkoetnest

Antwoorden

1. Wat verstaat het college onder de idee van voorwaardelijke opzet?

Antwoord:
In de context van de Wet natuurbescherming verstaat ons college onder voorwaardelijke opzet een situatie waarbij iemand een handeling verricht waarbij hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zijn gedraging leidt tot overtreding van het verbod op het doden of verstoren van dieren, ook als een kwade intentie bij hem ontbreekt.

2. Is het college het met ons eens dat er sprake is van voorwaardelijke opzet in het geval van de broedende meerkoet in de Rotte? Indien nee, waarom niet? Indien nee, is het college het met ons eens dat een fontein een zeer geschikte plek is voor het bouwen van een nest? Indien nee, is het college op de hoogte dat een fontein in werking – dus eentje die water spuit – verstoring met zich meebrengt als het water terecht komt op een nest? Indien ja, hoe gaat het college ervoor zorgen dat onze pakweg 75 fonteinen in de stad geen aanmerkelijke kans op verstoring meer met zich meebrengen voor broedende watervogels?

Antwoord:
Nee, zoals u in uw inleiding terecht opmerkt is er geen sprake van opzet en ook niet van voorwaardelijke opzet. Voorwaardelijke opzet houdt in dat wij met het aanzetten van een fontein een strafbaar feit plegen en dat wij vooraf wisten dat dit gedrag een bepaald gevolg kan hebben en deze gevolgen op de koop toenemen. Het aanzetten van een fontein betreft geen strafbaar feit. Voorts dient opgemerkt te worden dat artikel 3.1 lid 5 van de Wet natuurbescherming ten aanzien het begrip opzet een nuance aanbrengt. In verstoren van vogels, indien de verstoring niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De meerkoet is in Zuid-Holland een algemeen voorkomende soort. De stand in Zuid-Holland is stabiel (Bron: Faunabeheerplan Meerkoet Zuid-Holland 2013-2018).

Hoewel de meerkoet niet in zijn voortbestaand bedreigd wordt, kunnen individuele vogels wel hinder ondervionden van werkende fonteinen. Meerkoeten kunnen in een nacht, het tijdsbestek waarin de fontein is uitgeschakeld, bijna een volledig nest bouwen. Wanneer er water in het nest komt, zou dit een niet-opzettelijke verstoring met zich mee kunnen brengen. Zoals reeds eerder opgemerkt, zijn wij van mening dat er geen sprake is van overtreding van de Wet Natuurbescherming, gelet op het feit dat het gebruiken van een fontein niet een strafbaar feit betreft en op het feit dat de gunstige staat van instandhouding van de soort niet in het geding is.
Toch menen wij dat onnodige verstoring van broedende vogels niet wenselijk is. Daarom zullen wij bij een aantal fonteinen kleine vlonders gaan plaatsen. Wij doen dat bij de fonteinen waarvan bekend is dat er (regelmatog) broedende meerkoeten worden waargenomen die in de problemen komen. In de Rotte zijn inmiddels drie vlonders geplaatst. Overigens biedt het plaatsen van een vlonder geen garantie dat een meerkoet er gebruik van maakt en niet meer op een spuikkop zal gaan broeden.

3. Deelt het college onze mening over de toegevoegde waarde van natuureilandjes in sloten en singels voor broedende watervogels en is zij bekend met alle andere voordelen voor de flora en fauna ter plaatse? Indien nee, is het college bereid informatie in te winnen over de rol van natuureilandjes voor de stadsnatuur?

Antwoord:
Ja, een natuureilandje kan een toegevoegde waarde hebben voor watervogels, al is er in Rotterdam geen tekort aan broedplekken voor watervogels. Er is vooral sprake van toegevoegde waarde voor flora en fauna wanneer de eilandjes interactie hebben met het water (wortels in contact met het water). Er zijn succesvolle maar ook minder succesvolle natuureilandjes in Rotterdam. De waarde wordt dus voor een groot deel bepaald door het type eiland. De kans is overigens groot dat deze eilandjes met name door ganzen, eenden en zwanen zullen worden benut. De meerkoet maakt geen onderscheid, het is een opportunist. Ook de spuitkop van een fontein is geschikt, evenals een kale vlonder.

4. Is het college bereid te investeren in natuureilandjes in onze sloten en singels, teneinde zich ervan te vergewissen de Wet natuurbescherming niet te overtreden? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ons college staat niet negatief tegenover het plaatsen van enkele natuureilandjes, al zien wij dit niet als een effectieve oplossing voor het broeden door meerkoeten op/in fonteinen (zie ook vraag 3). Wij zullen op zoek gaan naar enkele geschikte locaties voor het aanleggen van natuureilandjes. De locaties moeten wel aan een aantal randvoorwaarden voldoen: voldoende ruimte, toegevoegde waarde voor watervogels ter plaatse en passend binnen de gewenste beeldkwaliteit. Ook moet het eilandje goed bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud. Er zal voor elke potentiële locatie een integrale afweging van gebruik, beeld, beheer en natuurwaarde worden gemaakt. Dat geldt overigens ook voor het plaatsen van houten vlonders.

De vergroening van de stad ens pecifiek de gestage groei van het aantal natuurvriendelijke oevers draagt overigens reeds bij aan de verruiming van de nestmogelijkheden voor watervogels. Wij zijn van mening dat er in de stad voldoende alternatieven zijn voor meerkoeten om nesten te bouwen.

5. Is het college bereid natuurvriendelijke oevers aan te leggen langs de walkanten van sloten en singels daar waar is gebleken dat de broedplaats van meerkoeten (of andere watervogels) tot problemen leidde, zoals onlangs dus in de Rotte en in het water van het Museumpark? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij zijn voorstander van natuurvriendelijke oevers in de stad, maar leggen deze niet specifiek voor de meerkoet aan. De meerkoet heeft in de stad voldoende alternatieven om nesten te bouwen. En hoewel meerkoeten kunnen broeden in ruige oevervegetaties, voelen ze zich in bijna elke biotoop thuis. De aanleg van natuurvriendelijke oevers geeft niet de garantie dat de meerkoeten niet meer op fonteinen een nest gaan bouwen en is derhalve voor dat doel niet de meest effectieve maatregel. Sterker nog, meerkoeten broeden juist liever niet in/op een natuurvriendelijke oever, vooral als er op het water of nabij de waterkant een alternatief is. Een natuurvriendelijke oever is namelijk niet veilig genoeg tegen predatie.

6. Is het college bereid de applicatie Buiten Beter en 14010 op een dergelijke manier in te richten dat bewoners melding kunnen doen als zij vermoeden dat er sprake is van overtreding van de Wet natuurbescherming door toedoen van gemeentelijk handelen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, op welke termijn verwacht zij dit gereed te hebben?

Antwoord:
De categorie "Overige meldingen" in de Buiten Beheer App biedt ruimte aan alle zaken waarvoor geen andere categorie beschikbaar is. Gezien het feit dat het voor bewoners lastig, zo niet onmogelijk is om bij het doen van een melding te bepalen of sprake is van een overtreding van de wet Natuurbescherming, al dan niet door de gemeente zelf, volstaat de mogelijkheid van het plaatsen van dergelijke meldingen in de categorie "Overige meldingen" volgens ons college om aan uw wens tegemoet te komen.

Bewoners kunnen ook met 14010 bellen wanneer zij menen dat een broedvogel verstoord wordt. Deze meldingen worden uitgezet bij de boswachterij.