Vragen: Moza­ïek­maaien


Indiendatum: mrt. 2017

Met ecologisch maaibeheer valt er een wereld te winnen. Afgelopen jaar is er onderzoek gedaan naar de gunstige effecten van ecologisch maaibeheer op de biodiversiteit. Dit ging door middel van een pilot in IJsselmonde. In de pilot werd een vergelijking gemaakt tussen locaties met het zogenaamde mozaïekmaaien en locaties waar traditioneel maaibeheer en begrazingsbeheer werden toegepast. Mozaïekmaaien is gefaseerd maaibeheer waarbij door kleinschalige afwisseling van maaitijdstippen en maaifrequenties verschillende groeistadia van de vegetatie naast elkaar kunnen bestaan. Dit bespoedigt de gunstige staat van instandhouding van insectenpopulaties. In een onlangs verschenen rapport (1) van Bureau Stadsnatuur zijn de uitkomsten van de pilot geëvalueerd. Het rapport is verschenen in opdracht van het cluster Stadsontwikkeling van de gemeente Rotterdam.

1. Is het college bekend met voornoemde pilot?

Binnen het eerste jaar van de pilot bleek dat de biodiversiteit bij het mozaïekmaaien significant hoger was dan bij de andere beheertypen. Bureau Stadsnatuur concludeert in haar rapport:

“Het directe effect van mozaïekmaaien op de flora is dat meer soorten hun volledige bloei en vruchtzetting in delen van het perceel kunnen voltooien terwijl op andere plekken juist het maaibeheer extra nazomerbloei stimuleert.”

Volgens Bureau Stadsnatuur strekt het tot aanbeveling mozaïekmaaien toe te passen op plaatsen die nu al bloemrijk zijn.

2. Kan het college zich vinden in deze conclusie? Indien nee, waarom niet?

3. Kan het college zich vinden in deze aanbeveling? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is dit reden om mozaiekmaaien stadsbreed en zonder einddatum toe te passen binnen de beheercategorie natuurlijk groen (met verwijzing naar de 'Beheeraanpak openbaar groen') op bloemrijke plaatsen?

Op de Kreekhuizenlaan, een van de proeflocaties waar in een mozaïek wordt gemaaid, zijn momenteel graafwerkzaamheden. Dit leidt tot verstoring van het onderzoek naar de effecten van gefaseerd maaibeheer, alhoewel wij uiteraard ook de noodzaak van publieke werkzaamheden zien. Tevens blijkt dat er voedselrijke grond teruggeplaatst wordt. Dit gaat lijnrecht in tegen de huidige en toekomstige natuurwaarde van de laan. In het rapport van Bureau Stadsnatuur wordt namelijk aanbevolen mozaïekmaaien te bespoedigen door eerst een laag productieniveau van de vegetatie te bewerkstelligen, wat neerkomt op het aanbrengen van een voedselarme bodem. Dit leidt uiteindelijk tot een grotere soortenrijkdom. De kern van de aanbeveling is dus dat het aanbrengen van een voedselarme bodem de weg vrijmaakt voor mozaïekmaaien.

4. Is het college bereid voornoemde aanbeveling over te nemen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid te zorgen voor een lage productiviteit van de grond die wordt aangebracht op de Kreekhuizenlaan, zodat de biodiversiteit hier op peil blijft?

Omdat graafwerkzaamheden vaker in de stad voorkomen, vinden wij het een goed idee dat aannemers worden verplicht te allen tijde een voedselarme bodem aan te brengen als de werkzaamheden voltooid zijn. Met aanbrengen van een voedselrijke bodem wordt de natuurkwaliteit namelijk vernietigd en dat zorgt voor vele opeenvolgende jaren voor een verstoorde situatie met een slechte beeldkwaliteit.

5. Is het college ertoe bereid aannemers te verplichten een voedselarme bodem aan te brengen als graafwerkzaamheden voltooid zijn? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college ertoe bereid in meer algemene zin deze verplichting op te nemen in de aanbesteding van publieke werken in de buitenruimte?

In Rotterdam passen we een eenduidige methodiek toe om de buitenruimte vorm te geven: de Rotterdamse stijl. Wij willen graag vergewissen dat mozaïekmaaien verenigbaar is met de Rotterdamse stijl. Indien dat niet het geval is, dan pleiten wij voor aanpassing van de Rotterdase stijl.

6. Stelt het college dat het mozaïekmaaien verenigbaar is met de Rotterdamse stijl? Indien nee, is het college bereid een gesprek aan te gaan met de Raad met als inzet het verenigbaar maken van de Rotterdamse stijl en ecologisch maaibeheer?

Zonder geëngageerde burgers en organisaties van en in Rotterdam was de pilot in IJsselmonde hoogstwaarschijnlijk nooit van de grond gekomen. In veel gevallen hebben zijn goed zicht op de mogelijkheid en wenselijkheid van ecologisch maaibeheer.

7. Is het college bereid burgers en organisaties te betrekken in de verdere voortgang binnen ecologisch maaibeheer? Indien nee, waarom niet?

(1) http://www.bureaustadsnatuur.nl/fileadmin/user_upload/documents-bsr/rapporten/2016/bSR-rapport_307_Monitoring_pilot_mozaiek_maaien_Rotterdam_Zuid_2016_DEFINITIEF_compressed.pdf

Indiendatum: mrt. 2017
Antwoorddatum: 1 jun. 2017

Vraag 1:
Is het college bekend met voornoemde pilot?

Antwoord:
Ja.

Voorts wordt gesteld:
“Binnen het eerste jaar van de pilot bleek dat de biodiversiteit bij het mozaïekmaaien significant hoger was dan bij de andere beheertypen. Bureau Stadsnatuur concludeert in haar rapport:
“Het directe effect van mozaïekmaaien op de flora is dat meer soorten hun volledige bloei en vruchtzetting in delen van het perceel kunnen voltooien terwijl op andere plekken juist het maaibeheer extra nazomerbloei stimuleert.”
Volgens Bureau Stadsnatuur strekt het tot aanbeveling mozaïekmaaien toe te passen op plaatsen die nu al bloemrijk zijn.”

Vraag 2:
Kan het college zich vinden in deze conclusie? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja.

Vraag 3:
Kan het college zich vinden in deze aanbeveling? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is dit reden om mozaiekmaaien stadsbreed en zonder einddatum toe te passen binnen de beheercategorie natuurlijk groen (met verwijzing naar de 'Beheeraanpak openbaar groen') op bloemrijke plaatsen?

Antwoord:
Het college kan zich vinden in de aanbeveling. De pilot is gestart in 2016 om ervaring op te doen met allerlei beheeraspecten zoals natuurwaarde, bedrijfsvoering, beeldkwaliteit en verkeersveiligheid. De ervaringsperiode is na één jaar nog te kort om gefaseerd maaien nu al toe te passen in de hele stad. Daarom wordt in 2017 de pilot voortgezet, met enkele aanpassingen n.a.v. de aanbevelingen.

Voorts wordt gesteld:
“Op de Kreekhuizenlaan, een van de proeflocaties waar in een mozaïek wordt gemaaid, zijn momenteel graafwerkzaamheden. Dit leidt tot verstoring van het onderzoek naar de effecten van gefaseerd maaibeheer, alhoewel wij uiteraard ook de noodzaak van publieke werken zien. Tevens blijkt dat er voedselrijke grond teruggeplaatst wordt. Dit gaat lijnrecht in tegen de huidige en toekomstige natuurwaarde van de laan. In het rapport van Bureau Stadsbeheer wordt namelijk aanbevolen mozaïekmaaien te bespoedigen door eerst een laag pioductieniveau van de vegetatie te bewerkstelligen, wat neerkomt op het aanbrengen vaneen voedselarme bodem. Dit leidt uiteindelijk tot een grotere soortenrijkdom. De kern van de aanbeveling is dus dat het aanbrengen van een voedselarme bodem de weg vrijmaakt voor mozaïekmaaien.”

Vraag 4:
Is het college bereid voornoemde aanbeveling over te nemen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid te zorgen voor een lage productiviteit van de grond die wordt aangebracht op de Kreekhuizenlaan, zodat de biodiversiteit hier op peil blijft?

Antwoord:
In de meeste gevallen wordt op locaties die ingericht zijn als grasvegetatie al schrale grond toegepast. Op de Kreekhuizenlaan was dit aanvankelijk niet goed gegaan en is de standaard teelaarde die gebruikt is in de ophogingen, later vervangen door schrale grond.
Door de Beheeraanpak zijn een aantal gazonlocaties versneld omgevormd naar (bloemrijke) grasvegetaties die minder vaak gemaaid worden. Voor deze locaties geldt dat ze nog een minder schrale bodem hebben met een hoge grasproductie. Hier zal het nog enige tijd duren voor het beoogde beeld en de natuurwaarde bereikt zijn.

Voorts wordt gesteld:
“Omdat graafwerkzaamheden vaker in de stad voorkomen, vinden wij het een goed idee dat aannemers worden verplicht te allen tijde een voedselarme bodem aan te brengen als de werkzaamheden voltooid zijn. Met aanbrengen van een voedselarme bodem wordt de natuurkwaliteit namelijk vernietigd en dat zorgt voor vele opeenvolgende járen voor een verstoorde situatie met een slechte beeldkwaliteit.”

Vraag 5:
Is het college ertoe bereid aannemers te verplichten een voedselarme bodem aan te brengen als graafwerkzaamheden voltooid zijn? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college ertoe bereid in meer algemene zin deze verplichting op te nemen in de aanbesteding van publieke werken in de buitenruimte?

Antwoord:
Ja, dit is al de werkwijze. Bij de voorbereiding van projecten wordt toepassing van de meest geschikte bodem voor het beoogde inrichtingselement voorgeschreven in de bestekken.

Voorts wordt gesteld:
“In Rotterdam passen we een eenduidige methodiek toe om de buitenruimte vorm te geven: de Rotterdamse stijl. Wij willen graag vergewissen dat mozaïekmaaien verenigbaar is met de Rotterdamse stijl. Indien dat niet het geval is, dan pleiten wij voor aanpassing van de Rotterdamse stijl.”

Vraag 6:
Stelt het college dat het mozaïekmaaien verenigbaar is met de Rotterdamse stijl? Indien nee, is het college bereid een gesprek aan te gaan met de Raad met als inzet het verenigbaar maken van de Rotterdamse stijl en ecologisch maaibeheer?

Antwoord:
Beeldkwaliteit is één van de aspecten waarop de pilot beoordeeld wordt. Bij een verdere toepassing van gefaseerd maaien zal dit verenigbaar moeten zijn met de Beheeraanpak Openbaar Groen, die onderdeel is van de Rotterdamse Stijl. De keuze van een plantsoenelement, gazon of grasvegetatie, en het wel of niet gefaseerd maaien van een grasvegetatie, zal moeten voldoen aan het vastgestelde beheerbeeld en lokale eisen
m.b.t. veiligheid en functies voor het betreffende groen.
De initiatieven worden zodanig uitgewerkt dat ze wat betreft draagvlak vanuit de wijk en buurt, beeldkwaliteit, natuurwaarde en gebruikswaarde optimaal zijn. Het is zowel een (natuur)beheer als een ontwerpopgave om goede kwaliteit te bereiken.
Met deze aanpak ontstaat een ecologisch maaibeheer dat onderdeel uitmaakt van de Rotterdamse Stijl.
De kansen voor mozaïek-beheer zien wij met name in de wijk- en buurt structuur van de stad. Op de hoofd en stadsdeelstructuur zal natuurlijk beheer passend bij de maat en schaal van de lange lijnen en parken worden toegepast in lijn met de beheeraanpak.

Voorts wordt gesteld:
“Zonder geëngageerde burgers en organisaties van en in Rotterdam was de pilot in IJsselmonde hoogstwaarschijnlijk nooit van de grond gekomen. In veel gevallen hebben zijn goed zicht op de mogelijkheid en wenselijkheid van ecologisch maaibeheer.”

Vraag 7:
Is het college bereid burgers en organisaties te betrekken in de verdere voortgang binnen ecologisch maaibeheer? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Net zoals gebeurd is bij de pilot met gefaseerd maaien in Rotterdam-Zuid, zullen burgers en organisaties op andere locaties ook betrokken worden.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer