SV: Inrich­tingsplan nieuwbouw Klein­polder


Indiendatum: mei 2016

Aan de Burgemeester Wijnaendtslaan in Kleinpolder (gebied Overschie) komt een nieuwbouwproject. Verleden week zijn omwonenden in het plangebied rondgeleid door enkele ambtenaren van de gemeente Rotterdam. Volgens een van de ambtenaren zal binnen afzienbare tijd een inrichtingsplan worden opgesteld. Op een later tijdstip wordt er naar verluidt een bestemmingsplan opgesteld voor het gebied waarbinnen het huidige plangebied valt.

1. Wordt het inrichtingsplan ter vaststelling doorgeleid naar de gemeenteraad? Indien nee, waarom niet? Indien je, wanneer verwacht het college dat dit gebeurt?

2. Waarom kiest het college ervoor een inrichtingsplan op te stellen in plaats van een projectbestemmingsplan?

3. Waarom kiest het college ervoor niet te wachten met het voornemen tot nieuwbouw totdat het bestemmingsplan is opgesteld voor het gebied waarbinnen het huidige plangebied valt?

4. Is er al een ontwikkelaar bekend voor het nieuwbouwproject? Indien ja, welke ontwikkelaar is dat? Indien nee, wat is voor het college de urgentie om nu een inrichtingsplan op te willen stellen?

Een speelplek, een oud schoolgebouw en een losloopgebied voor honden zullen moeten wijken voor de nieuwbouw, evenals een totaal van 54 bomen. Dit zijn alle bomen die het plangebied omheinen en doorkruisen. De kapvergunning is op 15 april jongstleden aangevraagd1. Een besluit over de vergunningsaanvraag moet nog worden genomen.

5. Wanneer verwacht het college een besluit te nemen over de vergunningsaanvraag?

6. Klopt het dat er recent al twee populieren in het plangebied zijn gekapt? Indien ja, was de kap vergunningplichtig en wat was de reden van de kap?

7. Wordt in het besluit een herplantplicht opgenomen? Indien nee, waarom niet?

Het plangebied wordt gekenmerkt door een grote biodiversiteit. Er komen veel verschillende vogelsoorten voor, maar ook veel verschillende vleermuissoorten. De gemeente is hiervan op de hoogte, bleek uit de rondleiding met omwonenden. Alle vleermuizen genieten de hoogste bescherming onder flora- en faunawetgeving (voorkomend op Tabel 3 van de Flora- en faunawet). De bomenkap in het plangebied zal grote gevolgen hebben voor de vleermuizen om te kunnen rusten en foerageren. Een onderzoek naar de flora en fauna is volgens ons wettelijk verplicht alvorens de bomen in het plangebied te kunnen kappen.

8. Is het college het met ons eens dat een flora- en faunaonderzoek met betrekking tot vleermuizen wettelijk verplicht is alvorens te kunnen beginnen met de bomenkap? Indien nee, waarom niet?

9. Is het college bereid het flora- en faunaonderzoek openbaar te maken en te doen toekomen aan de Raad, indien beschikbaar? Indien nee, waarom niet?

10. Welke gedragscode Flora- en faunawet gaat het college hanteren om de geldende wet- en regelgeving ten opzichte van beschermde soorten na te leven?

11. Is het zogenoemde Vleermuisprotocol van toepassing op de totstandkoming en mogelijke uitvoering van het nog op te stellen inrichtingsplan? Indien nee, waarom niet?

Het schoolgebouw in het plangebied heeft gaten in de muren. In de spouwruimten nestelen vleermuizen. Die hebben er hun habitat van gemaakt.

12. Hoe denkt het college om te gaan met de aanwezigheid van vleermuizen in de spouwruimten van het schoolgebouw, alvorens over te gaan tot sloop?

Bewoners rondom het plangebied zijn terecht bezorgd over de plannen voor nieuwbouw. Zij zien een waardevol stuk groen verdwijnen en daarmee talloze vogel- en vleermuissoorten. Het groen had voorts een dempende werking op de geluidsoverlast van het verkeer in de aanvoerwegen naar het Kleinpolderplein. Veel bewoners wensen inspraak in de nieuwbouwplannen omdat zij direct in hun woongenot worden aangetast. De huidige plannen hebben weinig tot geen draagvlak. Een wens die alom onder bewoners wordt gedeeld is om het leeuwendeel van de bomen in het plangebied te behouden en deze in te passen in het nieuwbouwproject, mocht het college de plannen onverkort willen doorzetten.

13. Hoe gaat het college inspraak regelen voor bewoners rondom het plangebied?

14. Is het college bereid een besluit over bomenkap uit te stellen totdat bewoners rondom het plangebied hun ideeën over het nieuwbouwproject middels inspraak hebben kunnen ventileren? Indien nee, waarom niet?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

(1) http://www.rotterdam.nl/bekendmaking:aangevraagdevergunningburgwijnaendtslaan25kappen150416

Indiendatum: mei 2016
Antwoorddatum: 6 okt. 2016

Op 18 mei 2016 stelde J.D. van der Lee (Partij voor de Dieren) ons schríftelijke vragen over het inrichtingsplan nieuwbouw Kleinpolder.

Inleidend wordt gesteld:

“Aan de Burgemeester Wijnaentslaan in Kleinpolder (gebied Overschie) komt een nieuwbouwproject. Op dinsdag 10 mei zijn omwonenden in het plangebied rondgeleid door enkele ambtenaren van de gemeente Rotterdam. Volgens een van de ambtenaren zal binnen afzienbare tijd een inrichtingsplan worden opgesteld. Op een later tijdstip wordt er naar verluidt een bestemmingsplan opgesteld voor het gebied waarbinnen het huidige plangebied valt. ”

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Wordt het inrichtingsplan ter vaststelling doorgeleid naar de gemeenteraad? Indien nee, waarom niet? Indien ja, wanneer verwacht het college dat dit gebeurt?

Antwoord:
Het inrichtingsplan wordt niet doorgeleid naar de raad aangezien het vaststellen van inrichtingsplannen een bevoegdheid is van het college van B&W. Vaststelling van dit inrichtingsplan is gemandateerd aan de directeur van Stadsontwikkeling. Voor een uitgebreidere toelichting op de procedure van de inrichtingsplannen verwijzen we naar de beantwoording van de schríftelijke vragen “Procedures PvE en IP” die uw raad 8 juli 2015 heeft ontvangen (15bb6062).

Vraag 2:
Waarom kiest het college ervoor een inrichtingsplan op te stellen in plaats van een projectbestemmingsplan?

Antwoord:
In aansluiting op het bouwplan wordt door de gemeente een inrichtingsplan opgesteld. In het inrichtingsplan wordt de inrichting van het openbaar gebied vastgelegd. Een (project)bestemmingsplan bevat planologische, ruimtelijke kaders en dient een ander doel. De bouwplannen worden in dit geval getoetst aan de bouwverordening.

Vraag 3:
Waarom kiest het college ervoor niet te wachten met het voornemen tot nieuwbouw totdat het bestemmingsplan is opgesteld voor het gebied waarbinnen het huidige plangebied valt?

Antwoord:
De ontwikkelende partijen hebben ervoor gekozen om vooruitlopend op het vaststellen van het gebiedsbestemmingsplan het plan tot het realiseren van de woningen in te dienen. De aanvraag van de omgevingsvergunning moet door de gemeente in behandeling worden genomen. De wettelijke termijn van de reguliere procedure duurt acht weken waarbij het bevoegd gezag kan beslissen om de termijn eenmalig met zes
weken te verlengen.

Vraag 4:
Is er al een ontwikkelaar bekend voor het nieuwbouwproject? Indien ja, welke ontwikkelaar is dat? Indien nee, wat is voor het college de urgentie om nu een inrichtingsplan op te willen stellen?

Antwoord:
Ja, er zijn twee beoogde ontwikkelaars: van Omme  de Groot en J.P.G. Groeneweg Bouw B.V.

Voorts wordt gesteld:

“Een speelplek, een oud schoolgebouw en een lossloopgebied voor honden zullen moeten wijken voor de nieuwbouw, evenals een totaal van 54 bomen. Dit zijn alle bomen die het plangebied omheinen en doorkruisen. De kapvergunning is op 15 april jongstleden aangevraagd. Een besluit over de vergunningsaanvraag moet nog worden genomen. ”

Vraag 5:
Wanneer verwacht het college een besluit te nemen over de vergunningsaanvraag?

Antwoord:
De omgevingsvergunning voor de kap van de bomen, met kenmerk 22915651 OMV.16.04.00171 is op 6 juni jl. verleend.
De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwplan voor 31 woningen van Van Omme S De Groot is op 28 april 2016 ingediend. De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwplan voor 7 woningen van J.P.G. Groeneweg B.V. is op 30 mei 2016 ingediend. Naar verwachting zal het college in de periode augustus/ september een besluit nemen over de ingediende omgevingsvergunningen.

Vraag 6:
Klopt het dat er recent al twee populieren in het plangebied zijn gekapt? Indien ja, was de kap vergunningplicht en wat was de reden van de kap?

Antwoord:
Ja, het klopt dat er recentelijk twee (Italiaanse) populieren zijn gerooid. Uit de zorgplichtschouw is gebleken dat deze populieren vanuit de beheersoptiek een gevaar opleverden voor de omgeving. Gezien de gevaarzetting van deze twee bomen zijn zij vooruitlopend op de rooivergunning gerooid. De bomen zijn opgenomen in de aanvraag van de kapvergunning voor het rooien van 54 bomen van 15 april jl. Hierbij is de afweging voor de veiligheid van de omwonenden voorop geplaatst.

Vraag 7:
Wordt in het besluit een herplantplicht opgenomen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, ten aanzien van de herplant is in het besluit het volgende opgenomen:
- er wordt u voor minimaal 54 bomen een herplantplicht opgelegd conform het nog te ontwerpen inrichtingsplan met een minimaal te bereiken kroondiameter van 6-12 meter (1ste gr.), opgrond van artikel 4:11f van de APV van Rotterdam;
- de stamomtrek van de bomen dient bij aanplant een minimale maat íe hebben van 16/18 cm;
- de herplant moet worden uitgevoerd in het eerstvolgende plantseizoen na realisatie van het project.

Voorts wordt gesteld:

“Het plangebied wordt gekenmerkt door een grote biodiversiteit. Er komen veel verschillende vogelsoorten voor, maar ook veel verschillende vleermuissoorten. De gemeente is hiervan op de hoogte, bleek uit de rondleiding met omwonenden. Alle vleermuizen genieten de hoogste bescherming onder flora- en faunawetgeving (voorkomend op Tabel 3 van de Flora- en Faunawet). De bomenkap in het plangebied zal grote gevolgen hebben voor de vleermuizen om te kunnen rusten en foerageren. Een onderzoek naar de flora en fauna is volgens ons wettelijk verplicht alvorens de bomen in het plangebied te kunnen kappen. ”

Vraag 8:
Is het college het met ons eens dat een flora- en faunaonderzoek met betrekking tot vleermuizen wettelijk verplicht is alvorens te kunnen beginnen met de bomenkap? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, in de Flora- en faunawet is opgenomen dat een initiatiefnemer bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening dient te houden met wettelijke bepalingen met betrekking tot natuuraspecten. De initiatiefnemer wordt altijd aanbevolen om voorafgaand aan de voorgenomen activiteit een flora- en faunaonderzoek uit te voeren. Hiermee kan worden vastgesteld of er mogelijk beschermde natuurwaarden, zoals vleermuizen, in het geding zijn. Voor de nieuwbouwlocatie aan de Burgemeester Wijnaendtslaan is nader onderzoek uitgezet (uitgevoerd door een extern bureau) naar de aanwezigheid van strikt beschermde soorten, waaronder vleermuizen.

Vraag 9:
Is het college bereid het flora- en faunaonderzoek openbaar te maken en te doen toekomen aan de Raad, indien beschikbaar? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, het college is bereid dit openbaar te maken nadat het onderzoek is afgerond en de uitkomst bekend is.

Vraag 10:
Welke gedragscode Flora - en faunawet gaat het college hanteren om geldende wet-en regelgeving ten opzichte van beschermde soorten na te leveren?

Antwoord:
Voor het gebied IP Kleinpolder is in 2015 vooronderzoek verricht. Uit het vooronderzoek is gebleken dat aanwezigheid van strikt beschermde vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermd nest (huismus, diverse roofvogels) niet op voorhand kon worden uitgesloten. Naar aanleiding van de uitkomsten van het vooronderzoek wordt er momenteel een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar bovengenoemde soortgroepen. Het is niet mogelijk om voor vleermuizen en vogels, met een jaarrond beschermd nest, te volstaan met het werken conform een
gedragscode bij ruimtelijke ontwikkelingen. Indien er daadwerkelijk sprake is van aanwezigheid van vleermuisverblijfplaatsen en/of nesten van jaarrond beschermde vogels, dan zal de gemeente overgaan tot het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet. Bij deze aanvraag zullen mitigerende en compenserende maatregelen worden voorgesteld ter bescherming en in stand houding van de soort.

Vraag 11:
Is het zogenoemde Vleermuisprotocol van toepassing op de totstandkoming en mogelijke uitvoering van het nog op te stellen inrichtingsplan? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, het vleermuisprotocol is niet van toepassing op de totstandkoming en mogelijke uitvoering van het nog op te stellen inrichtingsplan. Het vleermuisprotocol (zoals vastgesteld door het Netwerk Groene bureaus, Zoogdierenvereniging en Ministerie) heeft betrekking op de manier van onderzoeken en/of inventariseren Bij alle onderzoeken naar vleermuizen die in opdracht van de gemeente worden uitgevoerd dient het vleermuisprotocol gevolgd te worden ten behoeve van het verkrijgen van een ontheffing Flora- en faunawet. Indien er mitigerende maatregelen getroffen dienen te worden wordt dit meegenomen in de bouwplannen van de ontwikkelaar.

Verder wordt gesteld:

“Het schoolgebouw in het plangebied heeft gaten in de muren. In de spouwmuren nestelen vleermuizen. Die hebben er hun habitat van gemaakt. ”

Vraag 12:
Hoe denkt het college om te gaan met de aanwezigheid van vleermuizen in de spouwruimten van het schoolgebouw, alvorens over te gaan tot sloop?

Antwoord:
Indien uit het nader onderzoek blijkt dat er in het voormalige schoolgebouw verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig zijn, zal door de gemeente een ontheffing Flora- en faunawet worden aangevraagd. Hierin zullen mitigerende en compenseren maatregelen worden voorgesteld ter bescherming en in stand houding van de soort (bijvoorbeeld middels ‘natuurinclusief bouwen’ of het ophangen van vleermuiskasten).

Verder wordt gesteld:

“Bewoners rondom het plangebied zijn terecht bezorgd over de plannen voor nieuwbouw. Zij zien een waardevol stuk groen verdwijnen en daarmee talloze vogel- en vleermuissoorten. He groen had voorts een dempende werking op de geluidsoverlast van het verkeer in de aanvoerwegen naar het Kleinpolderplein. Veel bewoners wensen inspraak in de nieuwbouwplannen omdat zij direct in hun woongenot worden aangetast. De huidige plannen hebben weinig tot geen draagvlak. Een wens die alom onder bewoners wordt gedeeld is om het leeuwendeel van de bomen in het plangebied te behouden en deze in te passen in het nieuwbouwproject, mocht het college de plannen onverkort willen doorzetten."

Vraag 13:
Hoe gaat het college inspraak regelen voor bewoners rondom het plangebied?

Antwoord:
Zie antwoord 14.

Vraag 14:
Is het college bereid een besluit over bomenkap uit te stellen totdat bewoners rondom het plangebied hun ideeën over het nieuwbouwproject middels inspraak hebben kunnen ventileren? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Op 24 mei is er een inloopavond geweest en hebben bewoners hun ideeën over de uitwerking van de plannen en wensen ten aanzien van de bomen aangegeven. Met een aantal bewoners is in een kleiner comité verder gepraat over hun vragen en wensen. Afgesproken is, dat waar mogelijk de wensen worden meegenomen in het definitieve inrichtingsplan. Tevens wordt onderzocht of er een gewijzigde uitvoering kan
plaatsvinden van de kapvergunning. De verslagen van dit gesprek en van de bewonersavond zijn op woensdag 20 juli in het gebied verspreid. De rechtsbescherming van bewoners is voor het vervolg van het proces geborgd via de procedure van de omgevingsvergunning. De gebiedscommissie heeft in dit proces een adviserende rol. De verwachting is dat medio oktober I november een nieuwe bewonersavond zal
plaatsvinden waar het inrichtingsplan wordt gepresenteerd.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer