Vragen: Hand­having Wet natuur­be­scherming bij verstoring tijdens broed­seizoen


Indiendatum: apr. 2017

Maandag 3 april meldde de website van RTV Rijnmond (1) dat een hond een zwaan heeft doodgebeten in Pendrecht. De knobbelzwaan is een inheemse diersoort en geniet bescherming onder de Wet natuurbescherming. Dit betekent onder andere dat je zwanen niet mag doden.

In het artikel wordt gesteld dat de politie niet handhavend kan optreden tegen de eigenaar van de hond in kwestie. De Wet natuurbescherming lijkt deze stelling te onderbouwen. In artikel 3.24 lid 5 staat het volgende, waarbij met 'veld' wordt bedoeld de terreinen waarop kan worden gejaagd en die buiten de bebouwde kom liggen:

“Het is een ieder verboden zich in een veld te bevinden met een dier dat hem toebehoort of onder zijn toezicht staat en dat in het veld dieren opspoort, doodt, verwondt, vangt of bemachtigt.”

Het incident in Pendrecht kan breder worden getrokken. Het lijkt er dus op dat de politie in Rotterdam binnen de bebouwde kom niet kan handhaven tegen eigenaren als hun dier betrokken is geweest in geval van soortgelijke incidenten.

1. Klopt het volgens het college dat de politie geen mogelijkheden heeft om op te treden tegen eigenaren van dieren die betrokken zijn geweest bij incidenten met een negatieve impact op de flora en fauna? Indien nee, waarom niet?

Uit een brief (kenmerk 17bb2706) van de wethouder verantwoordelijk voor buitenruimte en dierenwelzijn blijkt dat boswachters bevoegd zijn te handhaven op een juiste uitvoering van de Wet natuurbescherming. Er zijn zes boswachters in dienst van de gemeente Rotterdam. De boswachters zien erop toe dat er geen verstoring van broedende vogels plaatsvindt door loslopende honden.

2. Hebben de boswachters de status van buitengewoon opsporingsambtenaar (boa)? Indien ja, hoe kan het dan dat algemeen opsporingsambtenaren (aio, lees: politieagenten) niet zouden kunnen handhaven op naleving van de Wet natuurbescherming?

3. Weet het college hoe vaak boswachters in dienst van de gemeente Rotterdam in het vorige kalenderjaar (2016) boetes hebben uitgedeeld aan eigenaren van loslopende honden die broedende vogels hebben verstoord? Indien ja, hoe vaak?

Wij constateren een lacune in de huidige wetgeving als blijkt dat de politie in Rotterdam binnen de bebouwde kom niet kan handhaven bij verstoring tijdens het broedseizoen. Verstoring houdt wat ons betreft een overtreding van de Wet natuurbescherming in, zoals blijkens voornoemd wetsartikel nu ook al geldt voor buiten de bebouwde kom. Op een overtreding volgen normaliter bestuurlijke maatregelen.

4. Is het college het met ons eens dat er een lacune in de wetgeving is? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid om deze lacune aan te kaarten bij het Rijk?

5. Indien de lacune blijft voortbestaan door toedoen van het Rijk, is het college bereid zelf beleid te maken omtrent het nemen van bestuurlijke maatregelen volgend op incidenten met een negatieve impact op de flora en fauna? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe gaat dit beleid eruit zien?

Naleving van de bepaling dat broedende vogels niet mogen worden verstoord, kan worden ondervangen door het aanlijngebod. Uit de brief van de wethouder blijkt dat de gebiedscommissies bevoegd zijn tot het instellen van een opheffing van het aanlijngebod wanneer zij dit juist achten. In de brief staat:

“De aanwijzing tot losloopgebied kan worden voorzien van de voorwaarde dat de opheffing van de aanlijnplicht niet geldt gedurende het broedseizoen.“

6. Zijn er volgens het college gebiedscommissies die ervoor hebben gekozen om in sommige van hun losloopgebieden een opheffing van de aanlijnplicht ook tijdens het broedseizoen in stand te houden? Indien ja, welke gebiedscommissies zijn dit? Indien ja, weet het college wat hun beweegredenen zijn (geweest) de opheffing in stand te houden?

7. Vindt het college dat het beter is de aanlijnplicht te allen tijde te laten gelden tijdens het broedseizoen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is zij bereid de bevoegdheid van de gebiedscommissies tot het instellen van een opheffing van het aanlijngebod tijdens het broedseizoen in te trekken?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

(1) http://www.rijnmond.nl/nieuws/153519/Hond-bijt-zwaan-dood-in-Rotterdam-Pendrecht

Indiendatum: apr. 2017
Antwoorddatum: 23 mei 2017

Vraag 1:
Klopt het volgens het college dat de politie geen mogelijKheden heeft om op te treden tegen eigenaren van dieren die betrokken zijn geweest bij incidenten met een negatieve impact op de flora en fauna? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De politie kan wel degelijk optreden tegen eigenaren van dieren die betrokken zijn geweest bij dergelijke incidenten. Lastig 's wel dat er opzet moet zijn bij het verstoren van een broedende vogel.

Vraag 2:
Hebben de boswachters de status van buitengewoon opsporingsambtenaar (boa)? Indien ja, hoe kan het dan dat algemeen opsporingsambtenaren (aio, lees: politieagenten) níet zouden kunnen handhaven op naleving van de Wet natuurbescherming?

Antwoord:
De boswachters heoben de siatus van BOA. Net ais de politie kunnen zij optreden tegen eigenaren van dieren die betrokken zijn geweest bij dergelijke incidenten.

Vraag 3:
Weet het college hoe vaak boswachters in dienst van de gemeente Rotterdam in het vorige kalenderjaar (2016) boetes hebben uitgedeeld aan eigenaren van loslopende honden die broedende vogels hebben verstoord? Indien ja, hoe vaak?

Antwoord:
Er zijn in 2016 geen verbalen uitgedeeld voor hei verstoren van broedende vogels. Het is moeilijk te bewijzen dat iemand opzettelijk broedende vogels verstoort.

Vraag 4:
Is het college het met ons eens dat er een lacune in de wetgeving is? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid om deze lacune aan te kaarten bij het Rijk?

Antwoord:
De Partij voor de Dieren constateert een lacune in de huidige wetgeving als blijkt dat de politie in Rotterdam binnen de bebouwde kom niet kan handhaven bij verstoring tijdens hei broedseizoen. Verstoring houdt wat ons betreft een overtreding van de Wet natuurbescherming in, zoais blijkens wetsartikel 3.1 nu ook al geldt voor binnen de bebouwde kom. Wij zijn van mening dat deze lacune er niet is. De politie kan handhaven op overtreding van de Wet natuurbescherming, net als de boswachters.

Vraag 5:
Indien de lacune blijft voortbestaan door toedoen van het Rijk, is het college bereid zelf beleid te maken omtrent het nemen van bestuurlijke maatregelen volgend op incidenten met een negatieve impact op de flora en fauna? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe gaat dit beleid eruit zien?

Antwoord:
Zoals in antwoord 4 is toegelicht is er geen ìacune, en de gemeente za’ geen maatregelen nemen.

Vraag 6:
Zijn er volgens het college gebiedscommissies die ervoor hebben gekozen om in sommige van hun losloopgebieden een opheffing van de aanlijnplicht ook tijdens het broedseizoen in stand te houden? Indien ja, welke gebiedscommissies zijn dit? Indien ja, weet het college wat hun
beweegredenen zijn (geweest) de opheffing in stand te houden?

Antwoord:
De meeste losloopgebieden hebben die status het hele jaar rond. Er zijn enkeie losloopgebieden waar in het broedseizoen de aanlijnplicht wel geldt. Dit geldt bijvoorbeeld voor het Kralingse Bos en vogelbescherming is hiervoor de reden.

Vraag 7:
Vindt het college dat het beter is de aanlijnplicht te allen tijde te laten gelden tijdens het broedseizoen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is zij bereid de bevoegdheid van de gebiedscommissies tot het instellen van een opheffing van het aanlijngebod tijdens het broedseizoen in te trekken?

Antwoord:
Voor de goede orde, het bijtincident heeft plaatsgevonden in een zone waar de aanlijn plicht geldt. Een tijdelijke opheffing van de losloopmogelijkheid is op veel plaatsen niet nodig omdat de kans op het verstoren van broedende vogels nagenoeg nihil is. De Kans op een noodlottig bijtincident moet worden afgewogen tegen het belang van de hond die graag los wil lopen.
Daarvoor is maatwerk nodig. Zo nodig kan er met een onderbord duidelijk worden gemaakt dat aanlijnen in het broedseizoen verplicht is. Overal de aanlijnplicht laten gelden gedurende het broedseizoen vinden wij niet nodig. Uiteraard betreuren wij dit incident met dodelijke afloop.
In de nieuwe hondenfolder met daarin per gebied een kaart met de verschillende uitlaatzones wordt een tekst opgenomen over net niet storen van broedende vogels, ook in een losloopgebied.
Stadsbeheer twittert momenteel regelmatig de volgende tekst: Stoor geen broedende #vogels in 't #broedseizoen mei-juli. Lijn uw hond aan indien nodig, ook in een #losloopgebied.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer