Vragen: Geluid­hinder als grootste mili­eu­pro­bleem van de toekomst


Indiendatum: jan. 2017

In een aflevering (1) van het televisieprogramma De Kennis van Nu van eerder deze maand op NPO2 wordt onomwonden gesteld dat geluidhinder hét milieuprobleem van de toekomst is, met de grootste impact op de volksgezondheid. Geluidhinder veroorzaakt ernstige gezondheidsklachten zoals slaapgebrek, stress, hartritmestoornissen, bloeddruk en depressies. Geluidhinder is zelfs dodelijk, zo stelt een lid van de Gezondheidsraad in de aflevering.

1. Erkent het college dat geluidhinder een veroorzaker is van gezondheidsklachten?

2. Weet het college of geluidhinder wordt geadministreerd als veroorzaker van gezondheidsklachten? Indien nee, denkt het college dat een dergelijke administratie zinvol is?

3. Beschikt het college over een overzicht van het aantal Rotterdammers die een zorgtraject zijn gestart als gevolg van geluidhinder? Indien ja, is het college bereid dit overzicht te doen toekomen aan de Raad? Indien nee, denkt het college dat een dergelijk overzicht belangrijk is om de gevolgen van geluidhinder in Rotterdam in kaart te brengen?

4. Heeft het college in de afgelopen jaren signalen ontvangen van bijvoorbeeld de wijkteams of zorg- en welzijnsorganisaties dat het aantal Rotterdammers die geluidhinder ondervinden, stijgt? Indien ja, wat heeft het college met deze signalen gedaan?

Deskundigen stellen dat stiltegebieden steeds belangrijker worden in de strijd tegen geluidhinder. Maar de stiltegebieden staan onder druk; ze verdwijnen in rap tempo. De gemeente Rotterdam moet wat ons betreft dan ook alles op alles zetten om stiltegebieden voor de stad te behouden.

5. Vindt het college dat er momenteel genoeg stiltegebieden zijn in Rotterdam en omgeving? Indien ja, waarom? Indien nee, wat gaat het college hieraan doen?

6. Vindt het college dat stiltegebieden gelijkelijk zijn verdeeld over Rotterdams grondgebied? Indien ja, waarom? Indien nee, wat gaat het college hieraan doen?

7. Op welke wijze neemt het college geluidhinder mee als criterium voor het goedkeuren van bouwplannen op plekken die door Rotterdammers worden gewaardeerd om de stilte die er heerst, zoals parken?

De gemeente beschikt over de Geluidskaart Rotterdam 2012. Met dit instrument wordt inzichtelijk gemaakt waar geluidproductie tot geluidhinder leidt.

8. Stelt het college dat de Geluidskaart Rotterdam 2012 nog steeds actueel is? Indien nee, wanneer gaat het college de Geluidskaart Rotterdam 2012 herzien?

Op de website van de gemeente Rotterdam spreekt het college de wens uit dat er in 2025 in vergelijking met 2007 het aantal Rotterdammers die geluidhinder ondervinden, met dertig procent is verminderd. Dit is de langetermijndoelstelling van het college.

9. In welk beleidsdocument kunnen wij deze langetermijndoelstelling terugvinden?

10. Hoe staat het volgens het college met het behalen van voornoemde langetermijndoelstelling? Beschikt het college over een voortgangsrapportage die zij wil doen toekomen aan de Raad?

In Actieplan Geluid 2013-2018 staat geen doelstelling om het aantal geluidgehinderden tijdens de aangehaalde periode terug te dringen, in tegenstelling tot het voorgaande actieplan. In dit actieplan uit 2009 werd een vermindering van vijftienduizend geluidgehinderden gehanteerd als doelstelling.

11. Hanteert het college een doelstelling met betrekking tot het verminderen van het aantal geluidgehinderden die niet in Actieplan Geluid 2013-2018 staat vermeld? Indien nee, waarom niet?

12. Beschikt het college over cijfers met betrekking tot vermindering van het aantal geluidgehinderden op dit moment in vergelijking met het aantal geluidgehinderden in het begin van de aangehaalde periode? Indien ja, is het college bereid deze cijfers te doen toekomen aan de Raad? Indien nee, wanneer gaat het college het aantal geluidgehinderden herijken?

In het Actieplan Geluid 2013-2018 staat dat de gemeente de geluidbeleving van Rotterdammers gaat monitoren, teneinde knelpunten met betrekking tot geluidhinder inzichtelijk te maken.

13. Heeft het college de geluidbeleving van Rotterdammers tijdens de aangehaalde periode gemonitord? Indien ja, is het college bereid de uitkomsten van monitoring te doen toekomen aan de Raad? Indien nee, wanneer gaat het college tijdens de aangehaalde periode monitoren?

In het Actieplan 2013-2018 staat dat er niet wordt ingezet op vermindering van automobiliteit, aangezien deze bron van geluidhinder minimaal met de helft zou moeten verminderen om een positief effect op geluidbeleving te hebben. Het is voor ons niet duidelijk waarop deze stelling op is gebaseerd.

14. Hoe komt het college bij de stelling dat automobiliteit minimaal met de helft moet worden verminderd om een positief effect op geluidbeleving te hebben?

Het opstellen van een Actieplan Geluid is wettelijk verplicht. In het Nederlandse recht is deze verplichting verankerd in de Wet milieubeheer. Deze wet gaat op termijn op in de Omgevingswet.

15. Is er volgens het college reden om te anticiperen op veranderende wetgeving met betrekking tot de verplichting tot het opstellen van een Actieplan Geluid?

In voornoemde aflevering van De Kennis van Nu wordt gesteld dat de Omgevingswet ervoor kan gaan zorgen dat geluidhinder toeneemt. Binnen de Omgevingswet hebben gemeenten namelijk meer flexibiliteit/bevoegdheden om wettelijke normen ten aanzien van geluidproductie te overschrijden.

16. Stelt het college dat de Omgevingswet nieuwe uitdagingen biedt om geluidhinder het hoofd te bieden, gegeven meer flexibiliteit en/of bevoegdheden voor gemeenten? Indien nee, waarom niet?

In het beleidsdocument Programma Duurzaam 2015-2018 uit de Gebiedscommissie Feijenoord in een zienswijze haar zorgen over geluidhinder op Katendrecht en het Noordereiland door activiteiten op het water. Als reactie stelt het college in overleg te gaan met de gebiedscommissie. De Gebiedscommissie Hillegersberg-Schiebroek uit in hetzelfde document haar zorgen over geluidhinder veroorzaakt door activiteiten op Rotterdam The Hague Airport (RTHA). Als reactie stelt het college hierop te anticiperen.

17. Is het college sinds de totstandkoming van Programma Duurzaam 2015-2018 in overleg getreden met de gebiedscommissie Feijenoord om geluidhinder op Katendrecht en het Noordereiland door activiteiten op het water terug te dringen? Indien nee, wanneer gaat het college in overleg? Indien ja, wat is er voortgekomen uit het overleg of de overleggen?

18. Hoe heeft het college geanticipeerd op geluidhinder veroorzaakt door activiteiten op RTHA?

19. Is de maximering van geluidproductie in het gezoneerde industrieterrein op RTHA – zoals verankerd in het bestemmingsplan Parapluherziening geluidzone RTHA – gebaseerd op wettelijke normen of is er rekening gehouden met de geluidbeleving door direct omwonenden?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

(1) http://www.dekennisvannu.nl/site/media/Ziek-van-herrie/6264

Indiendatum: jan. 2017
Antwoorddatum: 14 mrt. 2017

Vraag 1:
Erkent het college dat geluidhinder een veroorzaker is van gezondheidsklachten?

Antwoord:
Het college erkent dat langdurige blootstelling aan hoge geluidsniveaus gevolgen heeft voor de gezondheid. Wetenschappelijk is aangetoond dat het hierbij gaat om slaapverstoring, verminderde leerprestaties en een verhoogde kans op hart- en vaatziekten.

Vraag 2:
Weet het college of geluidhinder wordt geadministreerd als veroorzaker van gezondheidsklachten? Indien nee, denkt het college dat een dergelijke administratie zinvol is?

Antwoord:
Van de GGD Rotterdam-Rijnmond hebben wij vernomen dat het niet mogelijk is om op individueel niveau te bepalen of en in hoeverre het geluid in de omgeving heeft bijgedragen aan gezondheidseffecten. Voor bijvoorbeeld hart- en vaatziekten zijn er veel meer risicofactoren dan geluid, zoals overgewicht, voeding en roken. Het is dus ook niet mogelijk om te achterhalen hoeveel Rotterdammers een zorgtraject gestart zijn als gevolg van geluidhinder. Er kunnen slechts grove schattingen worden gemaakt over hoeveel mensen gezondheidseffecten ondervinden als gevolg van geluid. Ook stelt de GGD Rotterdam-Rijnmond elke vier jaar (aan de hand van ingevulde vragenlijsten) een Gezondheidsmonitor op waarin onder andere geluidhinder van verschillende bronnen aan bod komt. De resultaten van de monitoringsronde 2016 zijn naar verwachting halverwege 2017 gereed.

Vraag 3:
Beschikt het college over een overzicht van het aantal Rotterdammers die een zorgtraject zijn gestart als gevolg van geluidhinder? Indien ja, is het college bereid dit overzicht te doen toekomen aan de Raad? Indien nee, denkt het college dat een dergelijk overzicht belangrijk is om de gevolgen van geluidhinder in Rotterdam in kaart te brengen?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 2.

Vraag 4:
Heeft het college in de afgelopen járen signalen ontvangen van bijvoorbeeld de wijkteams of zorg- en welzijnsorganisaties dat het aantal Rotterdammers die geluidhinder ondervinden, stijgt? Indien ja, wat heeft het college met deze signalen gedaan?

Antwoord:
Navraag bij de GGD Rotterdam-Rijnmond leert ons dat het aantal klachten over geluidhinder in de afgelopen járen niet is toegenomen. Zoals in het antwoord op vraag 2 en 3 is aangegeven wordt benadert de GGD het geluidhinder-vraagstuk proactief door in de Gezondheidsmonitor gericht te vragen naar hinder die mensen ondervinden van verschillende bronnen. Wanneer de resultaten van de Gezondheidsmonitor halverwege 2017 bekend zijn, wordt ook aan de hand daarvan beoordeeld of de gerapporteerde geluidhinder in de afgelopen járen is toegenomen.

Vraag 5:
Vindt het college dat er momenteel genoeg stiltegebieden zijn in Rotterdam en omgeving? Indien ja, waarom? Indien nee, wat gaat het college hieraan doen?

Antwoord:
Wij erkennen dat de aanwezigheid van rustige of stille gebieden invloed heeft op de gezondheid van inwoners en dus belangrijk is, zeker in de nabijheid van woonomgevingen met hoge geluidbelastingen. Daarom heeft Rotterdam ervoor gekozen om de DCMR kaarten met contouren voor stille gebieden op te laten stellen (in aanvulling op de wettelijk verplichte EU-geluidbelastingkaarten 2017). Aan de hand hiervan kan worden bepaald hoe het is gesteld met de stille gebieden in Rotterdam. Op grond van de EU-richtlijn omgevingslawaai is Rotterdam ook verplicht om elke vijf jaar een Actieplan Geluid vast te stellen. In dit Actieplan wordt aangegeven wat de gemeente de komende vijfjaar gaat doen om geluidhinder te beperken. Omdat het huidige Actieplan in 2018 afloopt wordt in 2017 gestart met het opstellen van het Actieplan Geluid 2018-2023. Aan de hand van de bovengenoemde geluidkaarten met contouren voor stille gebieden wordt onze inzet op stille gebieden voor de komende vijf jaar bepaald en in het Actieplan vastgelegd.

Vraag 6:
Vindt het college dat stiltegebieden gelijkelijk zijn verdeeld over Rotterdams grondgebied? Indien ja, waarom? Indien nee, wat gaat het college hieraan doen?

Antwoord:
Zie beantwoording vraag 5.

Vraag 7:
Op welke wijze neemt het college geluidhinder mee als criterium voor het goedkeuren van bouwplannen op plekken die door Rotterdammers worden gewaardeerd om de stilte die er heerst, zoals parken?

Antwoord:
Bij de goedkeuring van bouwplannen wordt getoetst aan het geldende bestemmingsplan. Bij het opstellen van bestemmingsplannen wordt bepaald waar wel en waar niet gebouwd mag worden, derhalve ook of in (de nabijheid van) parken gebouwd mag worden. Het geluidsniveau in een park speelt hierbij thans geen rol. Overigens is verkeer de bepalende factor bij het geluidsniveau in parken. Gebouwen kunnen extra
(stem)geluid met zich meebrengen, maar kunnen daarnaast ook juist een afschermende werking voor verkeerslawaai in een park hebben.
Aan de hand van de geluidkaarten met contouren voor stille gebieden die momenteel door de DCMR worden opgesteld zullen wij onze inzet op stille gebieden voor de komende vijfjaar bepalen en vastleggen in het nieuw op te stellen Actieplan Geluid 2018-2023. Wanneer in beleid wordt vastgelegd welk geluidsniveau in gebieden wordt nagestreefd, dient bij het opstellen of aanpassen van bestemmingsplannen conform dit
beleid te worden getoetst welke invloed nieuwbouw heeft op het geluidsniveau in het aangewezen gebied.

Vraag 8:
Stelt het college dat de Geluidskaart Rotterdam 2012 nog steeds actueel is? Indien nee, wanneer gaat het college de Geluidskaart Rotterdam 2012 herzien?

Antwoord:
Conform de verplichting op grond van de EU-richtlijn omgevingslawaai stelt Rotterdam iedere vijfjaar actuele geluidbelastingskaarten op. De huidige kaarten zijn vijfjaar oud en worden daarom nog dit jaar herzien. De DCMR is reeds gestart met de werkzaamheden hiervoor.

Vraag 9:
In welk beleidsdocument kunnen wij deze langetermijndoelstelling terugvinden?

Antwoord:
Deze ambitie is geúit in de Collegevisie Duurzame Mobiliteit uit maart 2008.

Vraag 10:
Hoe staat het volgens het college met het behalen van voornoemde langetermijndoelstelling? Beschikt het college over een voortgangsrapportage die zij wil doen toekomen aan de Raad?

Antwoord:
Met het Actieplan Geluid 2013-2018 en de keuze voor het stelselmatig toepassen van stil asfalt is stevig ingezet op het verminderen van het aantal geluidgehinderden. De programmatische aanleg van stil asfalt en de isolatie van woningen moet ertoe leiden dat er aan het einde van deze actieplanperiode zo’n 15.000 mensen in een rustigere, gezondere omgeving wonen. Een rapportage over de resultaten van het huidige
actieplan maakt verplicht deel uit van het nieuw op te stellen Actieplan 2018-2023.

Vraag 11:
Hanteert het college een doelstelling met betrekking tot het verminderen van het aantal geluidgehinderden die niet in Actieplan Geluid 2013-2018 staat vermeld? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Met de programmatische aanleg van stil asfalt en de isolatie van woningen wordt in het Actieplan Geluid 2013-2018 ingezet op een geluidsvermindering van 3dB of meer in de woningen van zo’n 15.000 Rotterdammers. Het doel om het aantal geluidgehinderden terug te dnngen is in het Actieplan Geluid 2013-2018 vertaald in een concrete doelstelling voor het aantal aan te leggen hectares stil asfalt.

Vraag 12:
Beschikt het college over cijfers met betrekking tot vermindering van het aantal geluidgehmaerden op dit moment in vergelijking met het aantal geluidgehinderden in het begin van de aangehaalde periode? Indien ja, is het college bereid deze cijfers te doen toekomen aan de Raad? Indien nee, wanneer gaat het college het aantal geluidgehinderden herijken?

Antwoord:
Zie beantwoording vraag 10.

Vraag 13:
Heeft het college de geluidbeleving van Rotterdammers tijdens de aangehaalde periode gemonitord? Indien ja, is het college bereid de uitkomsten van monitoring te doen toekomen aan de Raad? Indien nee, wanneer gaat het college tijdens de aangehaalde periode monitoren?

Antwoord:
In het Actieplan Geluid 2013-2018 wordt erkend dat geluidbeleving voor een aantrekkelijke en leefbare stad belangrijk is en dat de verplichte EU-geluidbelastingkaarten een beperkt beeld van geluidhinder geven, omdat deze ingaan op een beperkt aantal bronnen (spoor, weg, luchtvaart en gezoneerde industrieterreinen). Omdat beleving van de omgeving ook wordt bepaald door geluiden waar mensen zich aan storen (zoals bijvoorbeeld horeca- en pieklawaai), is besloten het Actieplan ook te richten op geluidbeleving.
Geluidbeleving wordt niet apart gemonitord, omdat maatregelen om dit te verbeteren zich niet direct laten vertalen in een afname van het berekende aantal geluidgehinderden. Wel is in het Actieplan een actie opgenomen voor het uitvoeren van een belevingsonderzoek naar de effecten van geluidbeperkende maatregelen in twee parken. Rotterdam heeft geparticipeerd in het Europese onderzoeksproject QUADMAP
waarbij onderzoek gedaan is bij het Spinozapark en Zuiderpark. Tegelijk met het nieuw op te stellen Actieplan Geluid 2018-2023 rapporteren wij uw raad over de resultaten van deze en andere acties uit het huidige Actieplan.
Daarnaast wordt door de DCMR jaarlijks het aantal horecaklachten geregistreerd. Deze cijfers zijn opgenomen in de jaarrapportage milieumeldingen van de DCMR en zijn te raadplegen op de website van de DCMR. Ook in de gemeentelijke Omnibusenquête wordt elke twee jaar aandacht besteed aan de geluidbeleving van bewoners.

Vraag 14:
Hoe komt het college bij de stelling dat automobiliteit minimaal met de helft moet worden verminderd om een positief effect op geluidbeleving te hebben?

Antwoord:
Uit onderzoek blijkt dat het menselijk oor pas een verschil in geluid waarneemt bij een afname van 3 decibel. Omdat geluid wordt berekend met een logaritmische schaaí, betekent een afname van 3 decibel een halvering van de hoeveelheid geluid. Als deze geluidafname voor rekening van verkeersbewegingen zou moeten komen, betekent dit een halvering van de automobiliteit.

Vraag 15:
Is er volgens het college reden om te anticiperen op veranderende wetgeving met betrekking tot de verplichting tot het opstellen van een Actieplan Geluid?

Antwoord:
Het opstellen van het nieuwe Actieplan Geluid 2018-2023 is op dit moment een verplichting vanuit de EU-richtlijn omgevingslawaai (zoals opgenomen in de vigerende Wet milieubeheer). Het is mogeliik dat na het van kracht worden van de Omgevingswet actieplannen geluid de status van een programma krijgen. De wetgeving en aanvullende besluiten voor geluid zijn echter nog in ontwikkeling waardoor anticiperen nog niet

Vraag 16:
Stelt het college dat de Omgevingswet nieuwe uitdagingen biedt om geluidhinder het hoofd te bieden, gegeven meer flexibiliteit en/of bevoegdheden voor gemeenten? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De Omgevingswet biedt gemeenten meer ruimte voor het maken van lokale afwegingen. Met de nieuwe instrumenten omgevingsvisie, omgevingsplan en programma krijgen gemeenten aanvullende ruimte om in een integrale afweging ook keuzes ten aanzien van geluid te maken. Dit maakt het ook mogelijk om geluidsoverlast meer gebiedsgericht aan te pakken.

Vraag 17:
Is het college sinds de totstandkoming van Programma Duurzaam 2015-2018 in overleg getreden met de gebiedscommissie Feijenoord om geluidhinder op Katendrecht en het Noordereiland door activiteiten op het water terug te dringen? Indien nee, wanneer gaat het college in overleg? Indien ja, wat is er voortgekomen uit het overleg of de overleggen?

Antwoord:
Hierover heeft geen overleg plaatsgevonden. In het kader van het Actieplan Geluid 2018-2023 zal contact worden opgenomen met de gebiedscommissie Feijenoord.

Vraag 18:
Hoe heeft het college geanticipeerd op geluidhinder veroorzaakt door activiteiten op RTHA?

Antwoord:
Ten behoeve van de MER voor het bestemmingsplan RTHA is door de initiatiefnemer een akoestisch onderzoek opgesteld waarin de geluidhinder ten gevolge van de activiteiten op RTHA is onderzocht. Dit onderzoek is beoordeeld door de DCMR en de Commissie voor de MER. Het onderzoek is mede als onderbouwing gebruikt door de gemeenteraad voor de vaststelling van het bestemmingsplan.

Vraag 19:
Is de maximering van geluidproductie in het gezoneerde industrieterrein op RTHA - zoals verankerd in het bestemmingsplan Parapluherziening geluidzone RTHA - gebaseerd op wettelijke normen of is er rekening gehouden met de geluidbeleving door direct omwonenden?

Antwoord:
De geluidproductie en de daaruit volgende maximering in het bestemmingsplan Parapluherziening geluidzone RTHA is gebaseerd op wettelijke normen. Deze vloeien voort uit CHldefeoek dosis-effect-relaties tussen percentages gehinderden en geluidniveaus.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer