SV: Centraal vuurwerk in het Prin­senpark


Indiendatum: sep. 2016

De Gebiedscommissie Prins Alexander speelt met het idee om een centraal vuurwerk te organiseren (1). Een deel van het gebied zal dan als vuurwerkvrije zone worden aangewezen. De Partij voor de Dieren is voorstander van centraal vuurwerk, omdat hiermee de overlast van het ongereguleerd afsteken van vuurwerk voor mens en dier wordt teruggedrongen. Wij juichen de planmakerij op het punt van centraal vuurwerk dan ook toe.

Wat wij evenwel niet toejuichen, is de locatie die de gebiedscommissie momenteel voor ogen heeft voor het organiseren van een centraal vuurwerk: het Prinsenpark. Parken fungeren het hele jaar door als rustoord voor dieren. Ook is het een toevluchtsoord voor mensen om zich aan de stadse drukte te onttrekken, óók rond de jaarwisseling. Over kwetsbare bomen hoeven we het nog geeneens te hebben. Een evenement met vuurwerk in een park, waar een grote menigte op afkomt, zien wij dan ook totaal niet zitten.

Momenteel polst de gebiedscommissie bij bewoners van het gebied Prins Alexander per enquête (2) of er steun bestaat voor het plan. Wij willen de uitkomst van de enquête en verdere beraadslaging van de gebiedscommissie niet afwachten en stellen het college nu alvast de volgende vraag:

1. Is het college het met ons eens dat het organiseren van een centraal vuurwerk in een park onwenselijk is? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid haar standpunt kenbaar te maken aan de Gebiedscommissie Prins Alexander?

2. Hoe verhoudt het afsteken van vuurwerk in parken zich tot de Nota dierenwelzijn, waar het de verstoring betreft van dieren die in het park leven?

Momenteel hebben gebiedscommissies de bevoegdheid vuurwerkvrije zones aan te wijzen. Blijkbaar geldt uit bovenstaande casus van het Prinsenpark dat gebiedscommissies ook locaties kunnen aanwijzen voor evenementen waar vuurwerk onderdeel van is.

3. Vindt het college dat gebiedscommissies het laatste woord dienen te hebben over het aanwijzen van vuurwerkvrije zones? Indien ja, waarom? Indien nee, acht het college het opportuun deze bevoegdheid naar zich toe te trekken?

4. Is het college bereid regels op te stellen over de functie van parken als locatie voor het organiseren van evenementen waar vuurwerk onderdeel van is? Indien nee, waarom niet? Indien ja, zullen deze regels beperkingen met zich meebrengen voor wat betreft het park als dergelijke locatie?

Enkele gebiedscommissies hebben ervaring met het aanwijzen van parken of 'groene locaties' als vuurwerkvrije zones, zoals de landtong van Rozenburg. Deze gebiedscommissies hebben aldus ervaring met beperkende maatregelen ten aanzien van het afsteken van vuurwerk.

5. Is het college bereid bij gebiedscommissies informatie in te winnen over de (goede) ervaringen ten aanzien van het aanwijzen van parken of andere 'groene locaties' als vuurwerkvrije zone? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid deze informatie te gebruiken voor het vellen van een oordeel over het afsteken van vuurwerk op dergelijke locaties?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

(1) http://www.rotterdam.nl/centraalvuurwerkinprinsalexander

(2) https://nl.surveymonkey.com/r/YP2ZVN8

Indiendatum: sep. 2016
Antwoorddatum: 25 okt. 2016

Op 6 september 2016 stelde het raadslid J.D. van der Lee (Partij voor de Dieren) ons schríftelijke vragen over centraal vuurwerk in het Prinsenpark.

Inleidend wordt gesteld:

“De Gebiedscommissie Prins Alexander speelt met het idee om een centraal vuurwerk te organiseren. Een deel van het gebied zal dan als vuurwerkvrije zone worden aangewezen. De Partij voor de Dieren is voorstander van centraal vuurwerk, omdat hiermee de overlast van het ongereguleerd afsteken van vuurwerk voor mens en dier wordt teruggedrongen. Wij juichen de planmakerij op het punt van centraal vuurwerk dan ook toe.
Wat wij evenwel niet toejuichen, is de locatie die de gebiedscommissie momenteel voor ogen heeft voor het organiseren van een centraal vuurwerk: het Prinsenpark. Parken fungeren het hele jaar door als rustoord voor dieren. Ook is het een toevluchtsoord voor mensen om zich aan de stadse drukte te onttrekken, óók rond de jaarwisseling. Over kwetsbare bomen hoeven we het nog geeneens te hebben. Een evenement met vuurwerk in een park, waar een grote menigte op afkomt, zien wij dan ook totaal niet zitten.
Momenteel polst de gebiedscommissie bij bewoners van het gebied Prins Alexander per enquête2 of er steun bestaat voor het plan. Wij willen de uitkomst van de enquête en verdere beraadslaging van de gebiedscommissie niet afwachten en stellen het college nu alvast de volgende vraag.”

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Is het college het met ons eens dat het organiseren van een centraal vuurwerk in een park onwenselijk is? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid haar standpunt kenbaar te maken aan de Gebiedscommissie Prins Alexander?

Antwoord:
Nee, wij vinden dit niet onwenselijk. Wanneer een centraal vuurwerk inhoudt dat er in het overige gebied van Prins Alexander minder tot geen vuurwerk afgestoken wordt, is dat winst voor de (gezelschaps)dieren. De overlast is dan kortstondig en geconcentreerd.

Vraag 2:
Hoe verhoudt het afsteken van vuurwerk in parken zich tot de Nota dierenwelzijn, waar het de verstoring betreft van dieren die in het park leven?

Antwoord:
In de nota Dierenwelzijn is als ambitie opgenomen om het aantal vuurwerkvrije zones uit te breiden, met name in de buurt van kinderboerderijen, dierenopvangcentra en maneges. Er wordt in de nota geen standpunt ingenomen over het organiseren van een centraal vuurwerk.

Vervolgens wordt gesteld:

“Momenteel hebben gebiedscommissies de bevoegdheid vuurwerkvrije zones aan te wijzen. Blijkbaar geldt uit bovenstaande casus van het Prinsenpark dat gebiedscommissies ook locaties kunnen aanwijzen voor evenementen waar vuurwerk onderdeel van is."

Vraag 3:
Vindt het college dat gebiedscommissies het laatste woord dienen te hebben over het aanwijzen van vuurwerkvrije zones? Indien ja, waarom? Indien nee, acht het college het opportuun deze bevoegdheid naar zich toe te trekken?

Antwoord:
De bevoegdheid om vuurwerkvrije zones aan te wijzen, is in de gemeente Rotterdam een aan de gebiedscommissies gedelegeerde collegebevoegdheid. De gebiedscommissies kennen hun gebied, waardoor zij goed kunnen inschatten waar de vuurwerkvrije zones voor de hand liggen en waar niet. De meeste zones bevinden zich rond verzorgingshuizen en kinderboerderijen. Er is ook een aantal andersoortige locaties (stadhuis plein en gebied rondom het nationaal vuurwerk) aangewezen, omwille van openbare orde en veiligheid. Overigens zou de evaluatie van het bestuursmodel kunnen leiden tot een heroverweging van de bevoegdheid tot aanwijzen van vuurwerkvrije zones
door de gebiedscommissies.

Vraag 4:
Is het college bereid regels op te stellen over de functie van parken als locatie voor het organiseren van evenementen waar vuurwerk onderdeel van is? Indien nee, waarom niet? Indien ja, zullen deze regels beperkingen met zich meebrengen voor wat betreft het park als dergelijke locatie?

Antwoord:
Het college is niet bereid om separate regels op te stellen over de functie van parken als locatie voor evenementen met vuurwerk. Net als bij andere evenementen wordt ook een evenement waarbij vuurwerk gebruikt wordt beoordeeld door verschillende gemeentelijke clusters en de veiligheidspartners. Vuurwerk kan onderdeel uitmaken van een evenement. Dit kan ook op andere dagen dan tijdens de jaarwisseling. Bij
evenementenvergunningen adviseert iedere cluster vanuit haar eigen verantwoordelijkheid en expertise en zijn de adviezen op maat gemaakt. Hierbij wordt onder andere ook gekeken of de locatie geschikt is voor de gewenste activiteit en is er tevens aandacht voor de natuurwaarden.
Bij evenementen met vuurwerk vragen wij separaat advies bij de DCMR. De organisator vraagt naast de evenementenvergunning bij de DCMR een vergunning aan voor het afsteken van vuurwerk. Hierbij is onder andere aandacht voor de veiligheidscirkel.

Vervolgens wordt gesteld:

“Enkele gebiedscommissies hebben ervaring met het aanwijzen van parken of ‘groene locaties’ als vuurwerkvrije zones, zoals de landtong van Rozenburg. Deze gebiedscommissies hebben aldus ervaring met beperkende maatregelen ten aanzien van het afsteken van vuurwerk.”

Vraag 5:
Is het college bereid bij gebiedscommissies informatie in te winnen over de (goede) ervaringen ten aanzien van het aanwijzen van parken of andere 'groene locaties' als vuurwerkvrije zone? indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid deze informatie te gebruiken voor het vellen van een oordeel over het afsteken van vuurwerk op dergelijke locaties?

Antwoord:
De bevoegdheid om vuurwerkvrije zones aan te wijzen, is zoals reeds aangegeven bij de beantwoording van vraag 3, in de gemeente Rotterdam een aan de gebiedscommissies gedelegeerde collegebevoegdheid. De gebiedscommissies kennen hun gebied goed, weten op basis van ervaring en ervaren klachten waar de noodzaak ligt om vuurwerkvrije zones aan te wijzen.
In de b?ief aan de raad met daarin een terugbiik op de jaarwisseling 2016-2017 zal net als vorig jaar een paragraaf besteed worden aan de evaluatie op de vuurwerkvrije zones.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer