SV: Bizarre wending ROAD


Indiendatum: dec. 2015

ROAD is een project dat beoogt koolstofdioxide (CO2) af te vangen en op te slaan in gasvelden onder de Noordzee voordat het vrijkomt in de atmosfeer. Het project wordt uitgevoerd door Maasvlakte CCS Project C.V., een zogenaamde joint venture van GDF Suez Nederland N.V. en E.ON Benelux. De initiatiefnemers van het project zijn eigenaar van kolencentrales op de Maasvlakte waar de uitstoot van koolstofdioxide wordt opgewekt.

De Partij voor de Dieren is fel tegenstander van technieken die de oude vervuilende industrieën in stand houden. ROAD wordt door de initiatiefnemers gebruikt om het bestaan van de kolencentrales op de Maasvlakte te legitimeren. In feite is het een vorm van greenwashing. Volgens de wethouder verantwoordelijk voor duurzaamheid (!) is ROAD een stap vooruit. Wij weten van niet en voelen ons gesteund door diverse milieuorganisaties die zich ook druk maken over opslag van koolstofdioxide. Het doet namelijk helemaal niets om de uitstoot van koolstofdioxide – een belangrijk broeikasgas – terug te dringen. Integendeel, grote commerciële partijen hebben belang bij een grote uitstoot zolang ze financieel worden gesteund door bestuurders met slappe knieën die graag in sprookjes willen geloven. Enorme sommen gemeenschapsgeld worden door het project verkwist.

1. Is het college het met ons eens dat energieproducenten zouden moeten investeren in duurzame energie in plaats van het afangen en opslaan van koolstofdioxide? Indien nee, waarom niet?

Maar het wordt allemaal nog erger. In de Volkskrant (1) van woensdag 9 december jongstleden valt op te maken dat de koolstofdioxide die binnen ROAD wordt afgevangen en opgeslagen wordt ingezet als drijfgas om aardgas (en lichte olie) te winnen. Koolstofdioxide is namelijk zwaarder dan aardgas. De initiatiefnemers hebben voor een gasveld gekozen dat helemaal niet leeg is, in tegenstelling tot wat ons eerder was verteld. ROAD is dus nog meer business as usual dan wat we al wisten. Uiteindelijk komt er door verbranding van aardgas additionele koolstofdioxide in de atmosfeer terecht en zijn we weer terug bij af. Van een transitie naar koolstofextensieve industrie is geen sprake.

2. Is het college het met ons eens dat ROAD niet meer doet waar het oorspronkelijk voor was bedoeld, namelijk het terugdringen van de uitstoot van koolstofdioxide? Indien nee, waarom niet?

3. Is ROAD volgens het college een voorbeeld van transitie? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet?

4. Is het college het met ons eens dat er geen gemeenschapsgeld aan ROAD had mogen worden besteed vanwege de commerciële invulling die momenteel aan het project wordt gegeven? Indien nee, waarom niet?

5. Is het college het met ons eens dat het financieel ondersteunen van vervuilende industrieën met gemeenschapsgeld een volledig verkeerd signaal afgeeft aan de buitenwereld? Indien nee, waarom niet?

Het gasveld dat door ROAD gaat worden gebruikt voor de opslag van koolstofdioxide is in handen van een private partij. Zij is eigenaar van het aardgas dat thans nog in het gasveld zit en heeft dus een commercieel belang bij het gebruik van koolstofdioxide als drijfgas.

6. Weet het college wie de aardgasbaten toekomen?

7. Is het college het met ons eens dat de uitbater van het gasveld profiteert van ROAD en een deel van de aardgasbaten weer zou moeten laten terugvloeien naar de schatkist? Indien nee, waarom niet?

In 2011 is er een milieueffectrapport (2) gepubliceerd over ROAD. De milieueffecten zijn deels beoordeeld op de veronderstelling dat koolstofdioxide in een gasveld op een locatie ('P18-A') twintig kilometer uit de kust wordt opgeslagen. Het gasveld dat nu door de initiatiefnemers van ROAD wordt gebruikt ligt ongeveer drie kilometer uit de kust. Voor het kiezen van een locatie voor het opslaan van koolstofdioxide in Nederland moet aan de bepalingen van richtlijn 2009/31/EC van de Europese Unie zijn voldaan.

8. Vindt het college dat de beoordeling van de milieueffecten van ROAD in het milieueffectrapport adequaat correspondeert met huidige invulling van het project, aangezien er voor een gasveld wordt gekozen dat veel dichter bij de kust ligt? Indien nee, waarom niet? Indien ja, gaat het college er bij het Rijk op aandringen dat een nieuw milieueffectrapport moet worden opgesteld?

9. Weet het college of het nieuwe gasveld voldoet aan de bepalingen van richtlijn 2009/31/EC? Indien ja, hoe weet zij dat?

Voor ROAD zijn diverse vergunningen vereist. De vergunning in het kader van de Mijnbouwwet voor de opslag van koolstofdioxide is in 2013 verleend voor de opslag van koolstofdioxide in een gasveld op locatie P18-A. Dit is niet meer de huidige locatie van ROAD. Een andere vergunning is verleend in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en ook daarin is de locatie voor opslag een belangrijk criterium. In het kader van de Waterwet is een vergunning verleend voor de buisleiding tussen de Maasvlakte en de locatie voor opslag.

10. Gaat het college het Rijk attenderen op het feit dat de vergunning in het kader van de Mijnbouwwet niet meer correspondeert met de huidige locatie van ROAD? Indien nee, waarom niet?

11. Weet het college of de andere vergunningen die zijn verleend adequaat corresponderen met de huidige locatie van ROAD? Indien nee, waarom niet?

Wij vinden dat ROAD een bizarre wending heeft genomen door de keuze voor een gasveld dat allereerst niet leeg is en bovendien dichter bij de kust ligt. Dit geeft te denken. De initiatiefnemers doen alsof het allemaal zo logisch als wat is, maar wij weten dat de keuze voor het nieuwe gasveld geen gevalletje voortschrijdend inzicht is. De kosten hebben een doorslaggevende rol gespeeld, evenals de aardgasbaten. Over de veiligheid voor bewoners aan de kust is hoogstwaarschijnlijk niet gedacht. In hoge concentraties is koolstofdioxide een dodelijk gas, aangezien het onzichtbaar is en pal boven het aardoppervlak blijft drijven omdat het zwaarder is dan zuurstof. Koolstofdioxide opgeslagen in de zeebodem zou kunnen gaan lekken en als een grote gaswolk met zuidwestelijke wind naar de kust toe kunnen drijven. Oceanen nemen weliswaar koolstofdioxide op, maar een ondiepe zee zoals de Noordzee heeft daar simpelweg de capaciteit niet voor. Een lek in het gasveld kan ook consequenties hebben voor alles wat leeft in de zee.

12. Is het college door de initiatiefnemers van ROAD geconsulteerd over hun voornemen een ander gasveld te gebruiken dan ze in eerste instantie hadden bedacht? Indien ja, hoe heeft het college bijgedragen aan de keuze voor het nieuwe gasveld? Indien nee, vindt het college het problematisch dat zij niet is geconsulteerd?

13. Hoe denkt het college de veiligheid van bewoners in Hoek van Holland te waarborgen in het geval er een grote hoeveelheid koolstofdioxide ontsnapt en naar de kust toe drijft?

14. Is het college voornemens in samenspraak met de Gebiedscommissie Hoek van Holland in Hoek van Holland een bewonersavond te organiseren met als inzet het bespreekbaar maken van de nieuwe locatie van ROAD? Indien nee, waarom niet?

15. Wil het college de initiatiefnemers van ROAD erop wijzen dat de opslag van koolstofdioxide veilig moet zijn voor het leven in de zee? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid bij de initiatiefnemers na te gaan hoe de veiligheid van het leven in de zee wordt gewaarborgd en dit te delen met de Raad?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

(1) http://www.volkskrant.nl/economie/broeikasgas-uit-kolen-wordt-ingezet-bij-winning-gas-en-olie-op-noordzee~a4204136/

(2) http://www.rvo.nl/sites/default/files/sn_bijlagen/bep/70-Opslagprojecten/ROAD-project/Fase1/2_MER/MER-samenvatting-en-hoofdrapport-1-353748.pdf

Indiendatum: dec. 2015
Antwoorddatum: 1 mrt. 2016

Op 11 december 2015 stelde J.D. van der Lee (Partij voor de Dieren) ons schriftelijke vragen over "Bizarre Wending ROAD".

Inleidend wordt gesteld:
"ROAD is een project dat beoogt koolstofdioxide ( C 0 2 ) af te vangen en op te slaan in gasvelden onder de Noordzee voordat het vrijkomt in de atmosfeer. Het project wordt uitgevoerd door Maasvlakte CCS Project C.V., een zogenaamde joint venture van GDF Suez Nederland N.V. en E.ON Benelux. De initiatiefnemers van het project zijn eigenaar van kolencentrales op de Maasvlakte waar de uitstoot van koolstofdioxide wordt opgewekt. De Partij voor de Dieren is fel tegenstander van technieken die de oude vervuilende industrieën in stand houden. ROAD wordt door initiatiefnemers gebruikt om het bestaan van de kolencentrales op de Maasvlakte te legitimeren. In feite is het een vorm van greenwashing. Volgens de wethouder verantwoordelijk voor duurzaamheid (!) is ROAD een stap vooruit. We weten van niet en voelen ons gesteund door diverse milieu-organisaties die zich druk maken over opslag van koolstofdioxide. Het doet namelijk helemaal niets om de
uitstoot van koolstofdioxide - een belangrijk broeikasgas - terug te dringen. In tegendeel, grote commerciële partijen hebben belang bij een grote uitstoot zolang ze financieel worden gesteund door bestuurders met slappe knieën die graag in sprookjes willen geloven. Enorme
sommen gemeenschapsgeld worden door het project verkwist."

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Is het college het met ons eens dat energieproducenten zouden moeten Investeren ín duurzame energie in plaats van het afvangen en opslaan van koolstofdioxide? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Energie producenten moeten én in duurzame energie investeren én tevens in het afvangen en opslaan van koolstofdioxide, ofwel in Carbon Capture and Storage (CCS). CCS is onderdeel van een mix van maatregelen die nodig zijn om het klimaatprobleem efficiënt en effectief aan te pakken. Diverse studies hebben aangetoond dat de kosten van de energietransitie zonder het gebruik van CCS aanmerkelijk hoger zijn dan met het gebruik van CCS. In een studie van de International Energy Agency worden deze extra kosten geschat op 70% van de "transitiekosten".

Vervolgens wordt door de vragensteller gesteld dat:
"Maar het wordt allemaal nog erger. In de Votkskranf van woensdag 9 december jongsleden valt op te maken dat de koolstofdioxide die binnen ROAD wordt afgevangen en opgeslagen wordt ingezet aís drijfgas om aardgas (en lichte olie) te winnen. Koolstofdioxide is namelijk zwaarder dan aardgas. De initiatiefnemers hebben voor een gasveld gekozen dat helemaal niet leeg is, in tegenstelling tot wat ons eerder was verteld. ROAD is dus nog meer business as usual dan wat we al wisten. Uiteindelijk komt er door verbranding van aardgas additionele koolstofdioxide in de atmosfeer terecht en zijn we weer terug bij af. Van een transitie naar koolstofextensieve industrie is geen sprake."

Vraag 2:
Is het college het met ons eens dat ROAD niet meer doet waar het oorspronkelijk voor was bedoeld, namelijk het terugdringen van de uitstoot van koolstofdioxide? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
ROAD is een grootschalig demonstratie project voor CCS. Op basis van de ervaringen kan later de techniek op volle schaalgrootte worden toegepast. Dit geldt zowel voor toepassing bij elektriciteitcentrales als ook bij andere grote bronnen van CO2 . In de huidige opzet is gekozen
voor een opslaglocatie die minder ver uit de kust ligt dan de eerder gedachte locatie. De nieuwe locatie is pas recentelijk beschikbaar gekomen.
Uitgangspunt van het project is nog steeds de opslag van CO2 . Doordat er zowel gas wordt gewonnen als CO2 geborgen vindt de winning van het gas sneller plaats. Er zal slechts een heel beperkte hoeveelheid extra gas worden gewonnen. In zijn brief aan de Tweede Kamer
d.d. 15 december 2015, betreffende reactie op het artikel "Beter gas winnen dankzij CO2 - opslag", bevestigd hij dat C02-injectíe ertoe leidt dat extra olie en gas gewonnen kan worden.
De minister vervolgt dat de C02-balans tussen de opgeslagen CO2 en de extra gewonnen fossiele brandstoffen netto gezien sterk negatief is. Dat wil zeggen dat er veel meer CO2 wordt opgeslagen dan dat er via de extra winning van fossiele brandstoffen wordt uitgestoten.
Wanneer er 2,7 miljoen ton CO2 wordt opgeslagen in het veld kan er extra olie en gas worden gewonnen met een C02-inhoud van ongeveer 0,01 tot 0,35 miljoen ton. Dit betekent dat er netto 2,35 tot 2,7 miljoen ton CO2 minder in de atmosfeer komt.

Vraag 3:
Is ROAD volgens het college een voorbeeld van transitie? Indien ja, waarom? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
ROAD is een onderdeel van de transitie naar een C02-emissieloze energievoorziening. ROAD kan een onderdeel zijn van de gewenste transitie naar een klimaatneutrale economie. Met ROAD wordt een stap gezet in de leercurve om CCS toe te passen. Dat is nog nauwelijks grootschalig gedaan op deze wijze. Verder zijn in Nederland de omstandigheden gunstig, zo zijn dicht bij de kust meerdere C02-bronnen geconcentreerd, opslaglocatie is dichtbij, er zijn voldoende deskundigen die betrokken kunnen worden bij het leerproces en de kosten zijn relatief laag,
CCS is ?én van de klimaatopties die nodig zijn voor het tijdig en tegen aanvaardbare kosten komen tot beperking van de CO2-uitstoot. Met dit project wordt een stap vooruit gezet in het ontwikkelen van CCS , een klimaatoptie die veel meer kan worden toegepast in de Rotterdamse haven. Rotterdam neemt hiermee het initiatief en loopt voorop in het tegengaan van de CO2-uitstoot bij industriële activiteiten.

Vraag 4:
Is het college het met ons eens dat er geen gemeenschapsgeld aan ROAD had mogen worden besteed vanwege de commerciële invulling die momenteel aan het project wordt gegeven? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Zowel door de Europese Commissie als door het Kabinet is uitvoerig getoetst of nog steeds wordt voldaan aan de oorspronkelijke voorwaarden van dit ROAD-project. Er is geen sprake van een commerciële invulling aangezien er door d e bedrijven nog steeds verlies wordt geleden in het project. Een publieke bijdrage is geboden om bij de huidige (te) lage CO2 emissieprijs het project mogelijk te maken.

Vraag 5:
Is het college het met ons eens dat het financieel ondersteunen van vervuilende industrieën met gemeenschapsgeld een volledig verkeerd signaal afgeeft aan de buitenwereld? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Er wordt met ROAD geïnvesteerd in een project met als doel de impact van de industrie als geheel op de klimaatverandering drastisch te verminderen. Het gaat hier niet alleen over energieopwekking, maar om industrie waarbij gebruik wordt gemaakt van fossiele grondstoffen.

Aansluitend stelt de vragensteller:
"Het gasveld dat door ROAD gaat worden gebruikt voor de opslag van koolstofdioxide is in handen van een commerciële partij. Zij is eigenaar van het aardgas dat thans nog in het gasveld zit en heeft d u s een commercieel belang bij het gebruik van koolstofdioxide als drijfgas."

Vraag 6:
Weet het college wie de aardgasbaten toekomen?

Antwoord:
De verdeling van d e aardgasbaten vindt op gelijke wijze plaats als bij andere gasvelden. Bij kleine gasvelden is de staat meestal voor 40% eigenaar en krijgt de staat ook 40% van de opbrengsten uit het veld. Bij de beantwoording van vraag 2 is al aangegeven dat de publieke middelen nodig zijn voor de realisatie.

Vraag 7:
Is het college het met ons eens dat de uitbater van het gasveld profiteert van ROAD en een deel van de aardgasbaten weer zou moeten laten terugvloeien naar de schatkist? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De uitbater van het gasveld faciüteert het project en deelname zorgt ervoor dat het gas eerder gewonnen wordt dan bij normale winning. Zie voor w a t betreft de kosten en opbrengsten ook ons antwoord op vraag 6.

De vragensteller vervolgt met:
"in 2011 is er een milieueffectrapport4 gepubliceerd over ROAD. De milieueffecten zijn deels beoordeeld op de veronderstelling dat koolstofdioxide in een gasveld op een locatie ('P18-A') twintig kilometer uit de kust wordt opgeslagen. Het gasveld dat nu door de initiatiefnemers van ROAD wordt gebruikt ligt ongeveer drie kilometer uit de kust. Voor het kiezen van een locatie voor het opslaan van koolstofdioxide in Nederland moet aan de bepalingen van richtlijn 2009/31/EC van de Europese Unie zijn voldaan."

Vraag 8:
Vindt het college dat de beoordeling van de milieueffecten van ROAD in het milieueffectrapport adequaat correspondeert met huidige invulling van het project, aangezien er voor een gasveld wordt gekozen dat veel dichterbij de kust ligt? Indien nee, waarom niet? Indien ja, gaat het college er bij het Rijk op aandringen dat een nieuw milieueffectrapport moet worden opgesteld?

Antwoord:
Het is niet noodzakelijk het Rijk hierop te wijzen. Ons is bekend dat ROAD voornemens is de vergunningen en het inpassingsplan voor de nieuwe locatie volgens de reguliere procedures te verwerven. Tevens is de MER-plichtigheid van de nieuwe locatie bekend bij ROAD.

Vraag 9:
Weet het college of het nieuwe gasveld voldoet aan de bepalingen van richtlijn 2009/31/EC? Indien ja, hoe weet zij dat?

Antwoord:
Richtlijn 2009/31/EC (de "CCS-richtlijn") biedt het juridische kader waarbinnen CO2 kan worden opgeslagen. De CCS-richtlijn is geïmplementeerd in de Mijnbouwwet en om CO2 op te kunnen slaan is een opslagvergunning nodig. Het is op grond van diezelfde Mijnbouwwet echter niet mogelijk om tegelijkertijd een productie- én een opslag vergunning voor dezelfde opslaglocatie te hebben. Q16-Maas beschikt reeds over een productievergunning en aangezien de CO2 geïnjecteerd zal worden terwijl het reservoir nog in productie is, is het juridisch niet mogelijk om een opslagvergunning aan te vragen. Daarom zal een aanpassing van de productievergunning
nodig zijn alvorens CO2 geïnjecteerd en opgeslagen kan worden. Studies van TNO hebben aangetoond dat het veld geschikt is om CO2 in op te slaan.
De vergunningenprocedure, via Staatstoezicht op de Wijnen, voor Q16-Maas moet nog worden gestart. Hierin zal moeten worden aangetoond dat de opslaglocatie geschikt is voor injectie van CO2 en dat er geen significante risico's bestaan op schade aan gezondheid of voor het
milieu. Ten behoeve van de vergunningverlening worden, in aanvulling op studies van TNO, nog nadere studies gedaan om een goed beeld te hebben van de risico's voor gezondheid en milieu.
De C02-injectie zal niet eerder plaatsvinden, dan wanneer voldaan is aan de wettelijke vereisten. Het College zal in het kader van de vergunningprocedure beoordelen of Q16-Maas aan de vereisten voldoet. Het College zal bij die beoordeling ook meenemen dat het gedrag
van de opgeslagen C 0 2 wordt gemonitord tijdens de opslag.

Voorafgaand aan vraag 10 stelt de vragensteller:
"Voor ROAD zijn diverse vergunningen vereist. De vergunning in het kader van de Mijnbouwwet voor de opslag van koolstofdioxide is in 2013 verleend voor de opslag van koolstofdioxide in een gasveld op locatie P18-A. dit is niet meer de huidige locatie van ROAD. Een andere vergunning is verleend in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en ook daarin is de locatie voor opslag een belangrijk criterium. In het kader van de Waterwet is een vergunning verleend voor de buisleiding tussen de Maasvlakte en de locatie voor opslag."

Vraag 10:
Gaat het college het Rijk attenderen op het feit dat de vergunning in het kader van de Mijnbouwwet niet meer correspondeert met de huidige locatie van ROAD? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Voor de beantwoording van vraag 10 verwijzen wij naar het antwoord op vraag 8.

Vraag 11:
Weet het college of de andere vergunningen die zijn verleend adequaat corresponderen met de huidige locatie van ROAD?

Antwoord:
Voor de beantwoording van vraag 11 verwijzen wij naar het antwoord op vraag 8.

Als inleiding op de vragen 12 tot en met 15 wordt gesteld:
"Wij vinden dat ROAD een bizarre wending heeft genomen door de keuze voor een gasveld dat allereerst niet leeg is en bovendien dichter bij de kust ligt. Dit geeft te denken. De initiatiefnemers doen alsof het allemaal zo logisch als wat is, maar wij weten dat de keuze voor het nieuwe gasveld geen gevalletje voortschrijdend inzicht is. De kosten hebben een doorslaggevende rol gespeeld, evenals de aardgasbaten. Over de veiligheid voor bewoners aan de kust is hoogstwaarschijnlijk niet gedacht. In hoge concentraties is koolstofdioxide een dodelijk gas, aangezien het onzichtbaar is en pal boven het aardoppervlak blijft drijven omdat het zwaarder is dan zuurstof. Koolstofdioxide opgeslagen in de zeebodem zou kunnen gaan lekken en als een grote gaswolk met zuidwestelijke wind naar de kust toe kunnen drijven.
Oceanen nemen weliswaar koolstofdioxide op, maar een ondiepe zee zoals de Noordzee heeft daar simpelweg de capaciteit niet voor. Een lek in het gasveld kan dan ook consequenties hebben voor alles wat leeft in de zee."

Vraag 12:
Is het college door de initiatiefnemers van ROAD geconsulteerd over hun voornemen een ander gasveld te gebruiken dan ze in eerste instantie hadden bedacht? Indien ja, hoe heeft het college bijgedragen aan de keuze van het nieuwe gasveld? Indien nee, vindt het college het problematisch dat zij niet is geconsulteerd?

Antwoord:
De initiatiefnemers hebben ons van hun voornemen om een ander, nog producerend gasveld te gebruiken op de hoogte gesteld. Het college heeft niet actief bijgedragen aan de keuze voor dit veld.

Vraag 13:
Hoe denkt het college de veiligheid van bewoners in Hoek van Holland te waarborgen in het geval er een grote hoeveelheid koolstofdioxide ontsnapt en naar de kust toe drijft?

Antwoord:
De leiding op land, in casu op de tweede Maasvlakte, staat onder druk. Mocht deze leiding lek raken dan vindt de uitstroming onder druk plaats hetgeen ook zorgt voor een directe menging met de omgevingslucht. Hierdoor zal er ook in dit eventuele geval geen verstikkingsgevaar zijn,
zelfs niet bij windstil weer. Bovendien is de kans op een lek vanuit het reservoir vrijwel verwaarloosbaar klein en wel om de volgende reden. Het reservoir, een laag poreus gesteente, ligt op 2.8 km diepte en is afgedekt met meerdere lagen niet poreus gesteente. Het reservoir heeft miljoenen jaren aardgas bevat dat in al die tijd niet is weggelekt en CO2 is minder mobiel dan aardgas. Het reservoir is gasdicht. Door de winning van het aardgas daalt de druk in het reservoir ten opzichte van het omliggend gesteente. Door de injectie van CO2 zal de druk in het reservoir weer toenemen. De injectie zal worden gestopt voordat de druk wordt bereikt waarmee het reservoir ook is aangeboord. Er is dan nog steeds een onderdruk ten opzichte van het omliggende gesteente, waardoor er dus niets uit het reservoir kan weglekken.
Het Q16-Maasveld bevindt zich offshore. Mocht er, wat níet de verwachting is, CO2 vrijkomen, dan zal dat snel oplossen in het zeewater en niet het wateroppervlak bereiken.

Vraag 14:
Is het college voornemens in samenspraak met de Gebiedscommissie Hoek van Holland in Hoek van Holland een bewonersavond te organiseren met ais inzet het bespreekbaar maken van de nieuwe locatie van ROAD? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het door vragensteller voorgestelde vinden wij een goede suggestie. Er is overigens zeer recentelijk al contact geweest met de gebiedscommissie en bewoners van Hoek van Holland tijdens een recent daarvoor georganiseerde informatiesessie. Daarbij heeft ROAD aangeboden nog meer in detail op de veiligheidsaspecten te willen ingaan. Dit gebeurt waarschijnlijk tijdens een in februari van dit jaar te organiseren bijeenkomst.

Vraag 15:
Wil het college de initiatiefnemers van ROAD erop wijzen dat de opslag van koolstofdioxide veilig moet zijn voor het leven in de zee? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid bij de initiatiefnemers na te gaan hoe de veiligheid van het leven in de zee wordt gewaarborgd en dit te delen met de Raad?

Antwoord:
Vooropgesteld dient te worden dat de opslag van CO2 in gasreservoirs als zeer veilig wordt gezien. In het reservoir heeft vele miljoenen jaren aardgas opgeslagen gezeten. In het reservoir is een lage druk ontstaan door de winning van het aardgas, zodat in de omgeving een hogere druk bestaat dan in het leeg geproduceerde gasreservoir. De opslag van CO2 tot onder de oorspronkelijke druk kan dus gezien worden als een veilige langdurige opslag van CO2 .
De afvang, transport en opslag van CO2 dient te voldoen aan de gezondheids-, veiligheids- en milieueisen zoals vastgelegd in geldende wet- en regelgeving. Zo dienen ten behoeve van de C02-opslag in het gasreservoir Q16-Maas de benodigde vergunningen te worden aangevraagd. In het kader hiervan zal eveneens een deeleffectrapportage moeten worden opgesteld. Hierin dient te worden aangegeven op welke wijze de CO2 veilig kan worden opgeslagen, alsmede de mogelijke gezondheids-, veiligheids- en milieueffecten die hierbij eventueel kunnen optreden, en hoe zeker kan worden gesteld dat opgeslagen CO2 daadwerkelijk in het gasreservoirs zal blijven. Ten behoeve van de deeleffectrapportage zal
aanvullend milieuonderzoek worden uitgevoerd door specialistische bureaus. Tevens zal een monitoringplan worden opgesteld dat voorziet in te nemen maatregelen tijdens en na de CO2 - injectieperiode.

Volgens de gebruikelijke procedure zullen vergunningaanvraag, bijbehorende milieueffectrapportage en ontwerpbeschikking worden gepubliceerd en ter inzage worden gelegd. Belanghebbende partijen kunnen hierop een zienswijze indienen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer