SV: Bijtin­cident met vos in Hille­gersberg


Indiendatum: mei 2016

Verleden week berichtte het Algemeen Dagblad (1) over een bijtincident aan de Lijsterlaan in Hillegersberg waar een vos bij betrokken was. Naar verluidt heeft de vos vier mensen gebeten. Gealarmeerden in de wijk hebben bij het zien van de vos in bewoond gebied de dierenambulance gebeld, maar die kon niets uitrichten aangezien de vos fysiek geen verwondingen had. Uiteindelijk is de gemeente Rotterdam in actie gekomen om de vos te vangen. Een grote politiemacht en een hondenbrigade kwamen er aan te pas. Er is besloten de vos te doden. De vos is met een kogel om het leven gebracht. Het kadaver is vervolgens onderzocht op hondsdolheid of op andere ziekten.

1. Is bij het college duidelijk geworden wat de vos mankeerde? Indien ja, wat mankeerde de vos? Indien nee, wanneer denkt het college dit te weten?

2. Weet het college waarom de vos zich in bewoond gebied begaf, wellicht op basis van een oordeel van een deskundige op het gebied van dierziekten?

3. Waarom is de vos gedood? Was dit de enige mogelijke uitkomst van het bijtincident?

4. Wie heeft besloten de vos te doden? En is dit in samenspraak gedaan met een deskundige op het gebied van dierziekten, bijvoorbeeld een dierenarts? Indien nee, waarom niet?

5. Waarom is er gekozen voor afschot en bijvoorbeeld niet voor het laten inslapen van de vos?

6. Stelt het college dat afschot in overeenstemming is met het dierenwelzijnsbeleid van de gemeente?

De gemeente is uiteindelijk in actie gekomen om de afhandeling van het bijtincident in goede banen te leiden. Onderdeel daarbij is een goede nazorg voor mensen die zijn gebeten, niet in de laatste plaats omdat een beet van een vos met hondsdolheid dodelijk is als niet tijdig medisch wordt ingegrepen.

7. Heeft de gemeente de GGD actief benaderd om de mensen die gebeten zijn op te sporen en hun gezondheid na het bijtincident te monitoren? Indien nee, waarom niet?

8. Zijn er daadwerkelijk vier mensen gebeten door de vos, zoals in het artikel in het Algemeen Dagblad wordt gesuggereerd?

9. Ziet de gemeente het als haar kerntaak nazorg te bieden aan mensen die worden gebeten door vossen? Indien nee, waarom niet?

10. Wie heeft binnen de gemeente de regie als incidenten zoals een bijtincident met een vos zich in de stad voordoen?

11. Wat vindt het college van de coördinatie tussen de diensten die betrokken zijn geweest bij de afhandeling van het bijtincident?

Bureau Stadsnatuur heeft in 2014 een uitgebreid rapport (2) opgesteld met daarin aanbevelingen aan de gemeente over hoe om te gaan met vossen in de stad. De kern van het advies was betere informatievoorziening voor burgers en een betere registratie van incidenten. Informatievoorziening leidt tot meer begrip onder inwoners van Rotterdam voor het gedrag van vossen en meer kennis over ziekteverschijnselen. Ook neemt het onrust weg. Registratie van incidenten leidt ertoe dat we meer te weten komen over de aanwezigheid van vossen in bewoond gebied en waar dit knelpunten oplevert.

12. Wat heeft het college met de aanbevelingen van voornoemd rapport tot dusverre gedaan?

13. Stelt het college dat burgers goed op de hoogte zijn van de procedure die moet worden gevolgd als een vos zich in bewoond gebied begeeft?

14. Is het college bereid een overzicht te doen toekomen van registreerde incidenten met vossen die zich in de laatste vijf jaar hebben voorgedaan? Indien nee, waarom niet?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

(1) http://www.ad.nl/ad/nl/1038/Rotterdam/article/detail/4293315/2016/05/02/Vier-mensen-gebeten-door-Terrorvos-in-Rotterdam.dhtml

(2) http://www.bureaustadsnatuur.nl/fileadmin/user_upload/documents-bsr/rapporten/2014/bSR-rapport-236-_Omgaan_met_vossen_in_Rotterdam.pdf

Indiendatum: mei 2016
Antwoorddatum: 10 mei 2016

Op 10 mei 2016 stelde J.D. van der Lee-van der Haagen (PvdD) ons schriftelijke vragen over een bijtincident met een vos in Hillegersberg.

Inleidend wordt gesteld:

Verleden week berichtte het Algemeen Dagblad overeen bijtincident aan de Lijsterlaan in Hillegersberg waar een vos bij betrokken was. Naar verluidt heeft de vos viermensen gebeten. Gealarmeerden in de wijk hebben bij het zien van de vos in bewoond gebied de dierenambulance gebeld, maar die kon niets uitrichten aangezien de vos fysiek geen verwondingen had. Uiteindelijk is de gemeente Rotterdam in actie gekomen om de vos te vangen. Een grote politiemachten een hondenbrigade kwamen er aan te pas. Er is besloten de vos te doden. De vos is meteen kogel om het leven gebracht Het kadaver is vervolgens onderzocht op hondsdolheid of op andere ziekten.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Is bij het college duidelijk geworden wat de vos mankeerde? Indien ja, wat mankeerde de vos? Indien nee, wanneer denkt het college dit te weten?

Antwoord:
Het is niet bekend of de vos een infectieziekte onder de leden had. Het CVI heeft getest op rabiës, de uitslag was negatief. De vos had oude verwondingen, was sterk vermagerd en vertoonde agressief gedrag. In april zijn diverse meldingen gedaan van een gewonde vos in Bergschenhoek. Mogelijk gaat het om dezelfde vos.

Vraag 2:
Weet het college waarom de vos zich in bewoond gebied begaf, wellicht op basis van een oordeel van een deskundige op het gebied van dierziekten?

Antwoord:
Het college kan dat niet met zekerheid zeggen. De boswachter vermoedt dat deze vos een verkeersslachtoffer is geweest, gezien zijn eerder opgelopen verwondingen. Aan het heupgewricht was een oneffenheid waar te nemen. Mogelijk is hij daarna verzorgd of gevoerd door mensen met als gevolg dat hij zijn natuurlijke terughoudendheid naar mensen toe is kwijtgeraakt. Waarschijnlijk was de vos hongerig waardoor hij de nabijheid van mensen weer opzocht.

Vraag 3:
Waarom is de vos gedood? Was dit de enige mogelijke uitkomst van het bijtincident?

Antwoord:
De vos is gedood zodat er onderzoek naar rabiës kon plaatsvinden. Het besluit is genomen omdat verschillende mensen door de vos gebeten waren en in deze omstandigheden het risico van een rabiës besmetting niet genomen kon worden. Helaas kan rabiës niet bij levende zoogdieren aangetoond worden. Al is het risico op rabiës zeer klein, de gevolgen van rabiës bij bijtincidenten kunnen fataal zijn. Daarnaast vertoonde de vos onnatuurlijk gedrag en de kans dat hij bij vrijlating weer mensen zou opzoeken (en mogelijk bijten) was erg groot. De boswachter en de betrokken agenten hebben de afweging zorgvuldig gemaakt.

Vraag 4:
Wie heeft besloten de vos te doden? En is dit in samenspraak gedaan met een deskundige op het gebied van dierziekten, bijvoorbeeld een dierenarts? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De boswachter heeft, in samenspraak met de politie, dit besluit genomen. Hierbij is geen deskundige op het gebied van dierziekten betrokken. De boswachter is opgeleid om natuurlijk en onnatuurlijk gedrag van o.a. vossen te herkennen en daaruit voortvloeiende acties te bepalen. Doordat onderzoek naar rabiës slechts bij een dood dier kan plaatsvinden, was er geen andere mogelijkheid dan het dier te doden.

Vraag 5:
Waarom is er gekozen voor afschot en bijvoorbeeld niet voor het laten inslapen van de vos?

Antwoord:
Om de vos te laten inslapen, had deze nogmaals vervoerd moeten worden naar een dierenarts, wat extra stress en pijnlijden voor de vos, tijdsverlies en risico met zich mee had gebracht.

Vraag 6:
Stelt het college dat afschot in overeenstemming is met het dierenwelzijnsbeleid van de gemeente?

Antwoord:
Afschot wordt hoogstzelden en alleen in zeer specifieke en uitzonderlijke omstandigheden toegepast. Het beleid geeft hiertoe wel ruimte. In dit geval was er sprake van een incident waarop basis van feiten en mogelijke risico’s een snelle beslissing moest worden genomen. Daarbij is niet lichtvaardig gehandeld; het doden van een dier is een maatregel die zowel de boswachterij als politie bij voorkeur niet uitvoert.

Voorts wordt gesteld:
De gemeente is uiteindelijk in actie gekomen om de afhandeling van het bijtincident in goede banen te leiden. Onderdeel daarbij is een goede nazorg voormensen die zijn gebeten, niet in de laatste plaats omdat een beet vaneen vos met hondsdolheid dodelijk is als niet tijdig medisch wordt ingegrepen.

Vraag 7:
Heeft de gemeente de GGD actief benaderd om de mensen die gebeten zijn op te sporen en hun gezondheid na het bijtincidentte monitoren? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Zowel op locatie als via social media van de politie en via de pers zijn mensen opgeroepen zich direct te melden bij GGD of huisarts, als zij door de vos waren gebeten. Er hebben zich geen mensen gemeld, anders dan zij die op locatie door de boswachter zijn gesproken. De GGD is door het onderzoeksinstituut geïnformeerd over de uitslag van het onderzoek naar rabiës.

Vraag 8:
Zijn er daadwerkelijk vier mensen gebeten door de vos, zoals in het artikel in het Algemeen Dagblad wordt gesuggereerd?

Antwoord:
Ja, er is van vier personen bekend dat zij zijn gebeten. Twee mensen meldden dat tijdens de aanwezigheid van boswachter ter plaatse en een aanwezige fysiotherapeut liet weten dat twee van zijn cliënten door een vos gebeten waren. Mogelijk zijn er nog meer mensen gebeten die daar geen melding van hebben gedaan.

Vraag 9:
Ziet de gemeente het als haar kerntaak nazorg te bieden aan mensen die worden gebeten door vossen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij zien het als onze taak om mensen te wijzen op de mogelijke gevolgen van een vossenbeet en hen te adviseren contact op te nemen met de GGD. De nazorg aan gebeten mensen wordt gedaan door huisarts en/of GGD.

Vraag 10:
Wie heeft binnen de gemeente de regie als incidenten zoals een bijtincident met een vos zich in de stad voordoen?

Antwoord:
De boswachters van cluster Stadsbeheer nemen hierin de lead. Een melding kan via verschillende kanalen bij de gemeente binnenkomen (bijvoorbeeld via 14010, de politie, bewoners, GGD, boswachter, huisarts, etc.)

Vraag 11:
Wat vindt het college van de coördinatie tussen de diensten die betrokken zijn geweest bij de afhandeling van het bijtincident?

Antwoord:
Er is door de betrokken boswachter en de politie snel, professioneel en in goed overleg met betrokken diensten opgetreden.

Voorts wordt gesteld:
Bureau Stadsnatuur heeft in 2014 een uitgebreid rapport opgesteld met daarin aanbevelingen aan de gemeente over hoe om te gaan met vossen in de stad. De kern van het advies was betere informatievoorziening voorburgers en een betere registratie van incidenten. Informatievoorziening leidt tot meer begrip onder inwoners van Rotterdam voor het gedrag van vossen en meerkennis over ziekteverschijnselen. Ook neemt het onrust weg. Registratie van incidenten leidt ertoe dat we meer te weten komen over de aanwezigheid van vossen in bewoond gebied en waar dit knelpunten oplevert.

Vraag 12:
Wat heeft het college met de aanbevelingen van voornoemd rapport tot dusverre gedaan?

Antwoord:
Naar aanleiding van het rapport is er een artikel over vossen geschreven waarin, naast inhoudelijke informatie, ook wordt uitgelegd met wie men contact kan opnemen in geval van overlast of een zieke/gewonde vos. Helaas is door een misverstand dit artikel niet tijdig op de juiste internetpagina over dierenwelzijn terechtgekomen. Dit is inmiddels gecorrigeerd. We nemen het onderwerp op in de communicatiekalender over dieren(welzijn) en we zullen het artikel middels een twitterbericht verder onder de aandacht brengen.
Wat betreft de registratie van incidenten: het is niet mogelijk om een melding specifiek voor vossen te doen via het meldingensysteem buitenruimte (MSB). Via de categorie ‘dieren overig' zijn er de afgelopen anderhalf jaar geen meldingen over vossen geregistreerd.

Vraag 13:
Stelt het college dat burgers goed op de hoogte zijn van de procedure die moet worden gevolgd als een vos zich in bewoond gebied begeeft?

Antwoord:
Nee, veel mensen zullen hiermee niet bekend zijn maar zullen evenwel de gemeente telefonisch of per e-mail benaderen wanneer zij vragen hebben. Niet elke gesignaleerde vos hoeft overigens gemeld te worden. Het is wel van belang dat mensen weten dat ze een vos niet moeten benaderen of voeren. Dat kunnen en gaan we nog beter onder de aandacht brengen.

Vraag 14:
Is het college bereid een overzicht te doen toekomen van registreerde incidenten met vossen die zich in de laatste vijfjaar hebben voorgedaan? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De gemeente heeft geen aparte registratie van incidenten met vossen. Uit analyse van het MSB blijkt dat er de afgelopen 5 jaar 14 meldingen zijn gedaan over vossen. Daarvan hadden de meesten betrekking op een dode vos:

Onderwerp melding Aantal
Dode vos 10
Overlast van vos (cavia’s gedood) 1
Burcht aangetroffen onder gebouw 1
Vraag over vos 2


Uit onderzoek naar overige correspondentie blijkt dat er geen andere brieven of e-mails geschreven zijn met vragen of klachten over vossen (mogelijk is er in het verleden met de voormalige deelgemeenten over gecorrespondeerd, maar wij beschikken niet over een compleet overzicht).

De dierenambulance heeft het afgelopen jaar twee dode vossen vervoerd en drie gewonde vossen opgehaald. De vossen waren zo ernstig gewond dat ze afgemaakt zijn.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer