SV: Bijen en bodem­ver­dichting


Indiendatum: feb. 2016

Het is slecht gesteld met de bij. Momenteel staan er maar liefst 188 wilde bijensoorten op de Rode Lijst die wordt bijgehouden door het Rijk, wat neerkomt op meer dan de helft van alle soorten die in Nederland voorkomen. Bijen hebben het vooral zwaar op het boerenland en de buitengebieden. Monoculturen, kaalslag als gevolg van slecht maaibeleid en het toenemend gebruik van bestrijdingsmiddelen (e.g. pesticiden, herbiciden, fungiciden, neonicotinoïden) vormen een bedreiging en hebben ertoe geleid dat bijen steeds vaker in steden te vinden zijn. Sterker nog, momenteel zijn steden de belangrijkste leefgebieden voor bijen.

De Partij voor de Dieren in Rotterdam zet zich in voor de bijen in de stad. Bijenlinten, ook wel aangeduid als bloemrijke bermen in het uitvoeringsprogramma van de Natuurkaart Rotterdam, vormen een belangrijke ecologische structuur voor een gunstige staat van instandhouding van bijen. Inwoners in Rotterdam kunnen ook een duit in het zakje doen, bijvoorbeeld door een zogenoemd bijenhotel in hun tuin of op hun balkon aan te brengen.

1. Is het college bereid een overzicht te maken van bijenlinten (bloemrijke bermen) in de stad? Indien ja, is het college bereid dit overzicht te doen toekomen aan de Raad?

2. Is het college bereid op de website van de gemeente Rotterdam een informatiepagina in het leven te roepen waarmee burgers worden aangemoedigd bijenhotels aan te brengen, met als belangrijkste motivering de staat van instandhouding van bijen? Indien nee, waarom niet?

Ook in de stad wordt de bij bedreigd. Bodemverdichting vormt een reëel gevaar voor de instandhouding van bijen. Het gebruik van zwaar materieel in het onderhoud van de buitenruimte kan leiden tot bodemverdichting, waardoor lucht en dus ook zuurstof uit de ondergrond wordt geperst. Zuurstoftekort in de bodem heeft gevolgen voor de biodiversiteit van bijenlinten, omdat verschillende soorten (tweezaadlobbige) planten en bloemen in sterke mate afhankelijk zijn van zuurstof. Indirect heeft dit gevolgen voor bijenvolken en ook solitaire bijen, omdat de kans op succesvolle bestuiving wordt verkleind. Maar bodemverdichting heeft ook een direct effect. Een bodem met minder lucht houdt de warmte minder goed vast, waardoor bijenlarfjes weinig kans tot overleven hebben.

3. Is er volgens het college sprake van bodemverdichting in Rotterdam als gevolg van het gebruik van zwaar materieel in het onderhoud van de buitenruimte? Indien ja, stelt het college dat bodemverdichting optreedt als gevolg van de methode van onderhoud?

4. Stelt het college dat een verschraling van biodiversiteit optreedt als gevolg van bodemverdichting, bijvoorbeeld een overmatige groei van madeliefjes, grote weegbree of kruipende boterbloem? Indien ja, kan het college plekken aanwijzen in de stad waar deze overmatige groei heeft plaatsvonden?

5. Wat doet het college er aan om bodemverdichting tegen te gaan?

6. Hanteert het college een andere onderhoudsaanpak van de buitenruimte langs bijenlinten dan elders het geval is, gezien het gevaar van bodemverdichting voor de staat van instandhouding van bijen? Indien nee, waarom niet?

In de beantwoording (kenmerk 15bb6415) van onze schriftelijke vragen met betrekking tot festivals in parken is door het college te verstaan gegeven dat bodemverdichting in geringe mate is opgetreden tijdens opruimwerkzaamheden (lees: druk op de bodem door gebruikmaking van zwaar materieel), in combinatie met hevige regenbuien (lees: natte ondergrond). Het is niet ondenkbaar dat het gebruik van zwaar materieel langs bijenlinten onder soortgelijke weersomstandigheden eenzelfde effect veroorzaakt. Een effectieve manier om deze vorm van bodemverdichting tegen te gaan is door onderhoud uit te stellen.

7. Is het momenteel gemeentebeleid om onderhoud aan de buitenruimte met zwaar materieel uit te stellen als de ondergrond (te) nat is? Indien nee, waarom niet?

Op 11 november 2014 is er door de Raad een motie (kenmerk 14bb6256) aangenomen die ecologisch maaibeheer bepleit. Ecologisch maaibeheer is wat ons betreft een goed alternatief voor het onderhoud van de buitenruimte waar thans gebruik wordt gemaakt van zwaar materieel.

8. Hoe geeft het college invulling aan het begrip 'ecologisch maaibeheer'?

9. Ziet het college ecologisch maaibeheer als een goed alternatief voor onderhoud van de buitenruimte met gebruikmaking van zwaar materieel? Indien ja, hoe draagt ecologisch maaibeheer bij aan het tegengaan van bodemverdichting?

10. Is het college bereid de staat van instandhouding van bijen te betrekken bij het afdoen van voornoemde motie? Indien nee, waarom niet?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

Indiendatum: feb. 2016
Antwoorddatum: 1 mrt. 2016

Op 2 februari 2016 stelde J.D. van der Lee-van der Haagen (PvdD) ons schriftelijke vragen over bijen en bodemverdichting

Inleidend wordt gesteld:

Het is slecht gesteld met de bij. Momenteel staan er maar liefst 188 wilde bijensoorten op de Rode Lijst die wordt bijgehouden door het Rijk, wat neerkomt op meer dan de helft van alle soorten die in Nederland voorkomen. Bijen hebben het vooral zwaar op het boerenland en de buitengebieden. Monoculturen, kaalslag als gevolg van slecht maaibeleid en het toenemend gebruik van bestrijdingsmiddelen (e.g. pesticiden,
herbiciden, fungiciden, neonicotinoïden) vormen een bedreiging en hebben ertoe geleid dat bijen steeds vaker in steden te vinden zijn. Sterker nog, momenteel zijn steden de belangrijkste leefgebieden voor bijen.

De Partij voor de Dieren ín Rotterdam zet zich in voor de bijen in de stad. Bijenlinten, ook wel aangeduid als bloemrijke bermen in het uitvoeringsprogramma van de Natuurkaart Rotterdam, vormen een belangrijke ecologische structuur voor een gunstige staat van instandhouding van bijen. Inwoners in Rotterdam kunnen ook een duit in het zakje doen, bijvoorbeeld door een zogenoemd bijenhotel in hun tuin of op hun balkon aan te brengen.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Is het college bereid een overzicht te maken van bijenlinten (bloemrijke bermen) in de stad? Indien ja, is het college bereid dit overzicht te doen toekomen aan de Raad?

Antwoord:
Ja, dat is mogelijk. We zullen de Raad binnenkort de locaties doen toekomen die in meer of mindere mate interessant zijn. Het zijn met name de grasvegetaties en bloemrijke bermen die voor bijen interessant zijn.

Vraag 2:
Is het college bereid op de website van de gemeente Rotterdam een informatiepagina in het leven te roepen waarmee burgers worden aangemoedigd bijenhotels aan te brengen, met als belangrijkste motivering de staat van instandhouding van bijen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Er is een informatiepagina over dierenwelzijn op de gemeentelijke website (www.rotterdam.nl/dierenwelzijn), waarop ook informatie over bijen en bijenhotels zal worden opgenomen.

Voorts wordt gesteld:
Ook in de stad wordt de bij bedreigd. Bodemverdichting vormt een reëel gevaar voor de instandhouding van bijen. Het gebruik van zwaar materieel in het onderhoud van de buitenruimte kan leiden tot bodemverdichting, waardoor lucht en dus ook zuurstof uit de ondergrond wordt geperst Zuurstoftekort in de bodem heeft gevolgen voor de biodiversiteit van bijenlinten, omdat verschillende soorten (tweezaadlobbige) planten en bloemen in sterke mate afhankelijk zijn van zuurstof. Indirect heeft dit gevolgen voor bijenvolken en ook solitaire bijen, omdat de kans op succesvolle bestuiving wordt verkleind. Maar bodemverdichting heeft ook een direct effect. Een bodem met minder lucht houdt de warmte minder goed vast, waardoor bijenlarfjes weinig kans tot overleven hebben.

Vraag 3:
Is er volgens het college sprake van bodemverdichting in Rotterdam als gevolg van het gebruik van zwaar materieel in het onderhoud van de buitenruimte? Indien ja, stelt het college dat bodemverdichting optreedt als gevolg van de methode van onderhoud?

Antwoord:
Nee, niet of nauwelijks. Bodemverdichting als gevolg van zwaar materieel tijdens regulier groenonderhoud wordt zoveel mogelijk voorkomen door begeleidende maatregelen zoals bijvoorbeeld rijplaten. Wanneer dit niet mogelijk is treedt de verdichting zeer lokaal op zonder wezenlijke gevolgen voor de insectenwereld. Bij regulier onderhoud in gebieden met belangrijke natuurwaarden wordt geen zwaar materieel ingezet en
gebeuren de meeste werkzaamheden met handkracht.

Vraag 4:
Stelt het college dat een verschraling van biodiversiteit optreedt als gevolg van bodemverdichting, bijvoorbeeld een overmatige groei van madeliefjes, grote weegbree of kruipende boterbloem? Indien ja, kan het college plekken aanwijzen in de stad waar deze overmatige groei heeft plaatsvonden?

Antwoord:
Nee. Het optreden van Madeliefjes, Grote weegbree of Kruipende boterbloem hoeft geen teken van verschraling van de biodiversiteit te zijn. Wij kunnen geen plekken aanwijzen waar deze groei heeft plaatsgevonden in relatie tot bodemverdichting. Omdat er geen sprake is van verschraling van biodiversiteit als gevolg van groei van bovengenoemde plantensoorten en het gegeven dat bodemverdichting zeer lokaal optreedt, ziet het college geen aanleiding om deze plekken aan te wijzen.

Vraag 5:
Wat doet het college er aan om bodemverdichting tegen te gaan?

Antwoord:
Zie antwoord op vraag 3. In de gehanteerde bestekken en de contracten met aannemers zijn standaardeisen opgenomen over de maximale bodembelasting door werktuigen en de bandenspanning van werktuigen bij de aanleg en onderhoud van groenvoorzieningen. Na afloop van de grondbewerkingen mag maximale verdichting ten hoogste 1,5 Mpa bedragen. Deze verdichtingsgraad veroorzaakt geen onomkeerbare nadelige bodemverdichting. De aannemer is verplicht het werk te onderbreken wanneer weers- of terreinomstandigheden risico geven op
bodemverdichting.

Vraag 6:
Hanteert het college een andere onderhoudsaanpak van de buitenruimte langs bijenlinten dan elders het geval is, gezien het gevaar van bodemverdichting voor de staat van instandhouding van bijen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Bloemrijke bermen worden extensief beheerd: het maairegime wordt afgestemd op de bloeiperiode en er wordt tot 3 keer gemaaid, mede afhankelijk van de ontwikkeling van de vegetatie.

Voorts wordt gesteld:
In de beantwoording (kenmerk 15bb6415) van onze schriftelijke vragen met betrekking tot festivals in parken is door het college te verstaan gegeven dat bodemverdichting in geringe mate is opgetreden tijdens opruimwerkzaamheden (lees: druk op de bodem door gebruikmaking van zwaar materieel), in combinatie met hevige regenbuien (lees: natte ondergrond). Het is niet ondenkbaar dat het gebruik van zwaar materieel langs bijenlinten onder soortgelijke weersomstandigheden eenzelfde effect veroorzaakt. Een effectieve manier om deze vorm van bodemverdichting tegen te gaan is door onderhoud uit te stellen.

Vraag 7:
Is het momenteel gemeentebeleid om onderhoud aan de buitenruimte met zwaar materieel uit te stellen als de ondergrond (te) nat is? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie antwoord 5. Wanneer wordt voorzien dat er ernstige schade kan optreden wordt in overleg tussen aannemer en directievoerder het onderhoud uitgesteld.

Voorts wordt gesteld:
Op 11 november 2014 is er door de Raad een motie (kenmerk 14bb6256) aangenomen die ecologisch maaibeheer bepleit. Ecologisch maaibeheer is wat ons betreft een goed alternatief voor het onderhoud van de buitenruimte waar thans gebruik wordt gemaakt van zwaar materieel.

Vraag 8:
Hoe geeft het college invulling aan het begrip 'ecologisch maaibeheer'?

Antwoord:
Binnen de categorie grasvegetatie wordt een divers maairegime toegepast om de natuurwaarden en de biodiversiteit te (aten toenemen. Dit betekent ook dat binnen de meest ecologisch kansrijke grasvegetatie, naast het maaien ook het maaisel wordt afgevoerd om verschraling van de bodem te bevorderen en daarmee de mate van biodiversiteit te verhogen.

Vraag 9:
Ziet het college ecologisch maaibeheer als een goed alternatief voor onderhoud van de buitenruimte met gebruikmaking van zwaar materieel? Indien ja, hoe draagt ecologisch maaibeheer bij aan het tegengaan van bodemverdichting?

Antwoord:
Ja. In het beheer gebruiken we materieel dat past bij de eisen om bodemverdichting te voorkomen. Zie antwoorden op vraag 3 en 5.
Door het huidige maaibeleid is Rotterdam in staat om een zeergroot areaal gras op een ecologische wijze te beheren (690 ha).

Vraag 10:
Is het college bereid de staat van instandhouding van bijen te betrekken bij het afdoen van voornoemde motie? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. De gemeente Rotterdam vindt ecologisch beheer belangrijk om de biodiversiteit te verhogen^dus ook voor de bij. Dit uít zich in acties om bij het beheer rekening te houden met flora en fauna, onder andere door geen gebruik te maken van insecticiden en aangepast maaibeheer toe te passen.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer