Vragen: Amfi­bie­voertuig doodt zwaan


Indiendatum: dec. 2016

Zondag 18 december rond kwart voor twee in de middag is een amfibievoertuig van een Rotterdamse touroperator in Rotterdam over een zwaan gereden/gevaren, met de dood tot gevolg. Het voorval vond plaats bij een steiger op het Katendrechtse Hoofd, waar de amfibievoertuigen van de touroperator het water in glijden. Op deze locatie bevinden zich ook knobbelzwanen. Op Katendrecht is dit algemeen bekend en mag ook als bekend worden verondersteld bij de touroperator.

Afgelopen zondag vond het amfibievoertuig een zwaan op haar pad. Van twee getuigen van het voorval hebben wij vernomen dat de bestuurder van het voertuig eerst enkele malen heeft getoeterd om de zwaan ertoe te bewegen het pad vrij te maken. Toen dat niet gebeurde, heeft de bestuurder ervoor gekozen door te rijden tot in het water. Hierbij is de zwaan onder het voertuig gekomen. De bestuurder heeft moedwillig het risico genomen dat de zwaan zich niet zou verplaatsen, met alle gevolgen van dien. Blijkt. Bijgaande foto is door een van de getuigen genomen en toont de dode zwaan.

De knobbelzwaan is een beschermde inheemse diersoort. Artikel 9 van de Flora- en faunawet verbiedt het opzettelijk doden of verwonden van dit dier. De bestuurder van het amfibievoertuig heeft dus de wet overtreden.

1. Wat vindt het college van het voorval met dodelijke afloop?

2. Vindt het college het handelen van de bestuurder van het amfibievoertuig laakbaar? Indien nee, waarom niet?

3. Vindt het college dat hier de wet is overtreden? Indien nee, waarom niet?

Een van de getuigen heeft na het voorval contact gezocht met de politie. Die wilde niets doen, met als reden dat zwanen 'goederen' zijn.

4. Wat vindt het college van de opstelling van de politie, ook met inachtneming van wettelijke voorschriften met betrekking tot soortenbescherming?

5. Is het volgens het college mogelijk aangifte te doen van het voorval? Indien nee, waarom niet?

Uiteraard dienen dit soort voorvallen in de toekomst te worden voorkomen. Het verplaatsen van een populatie knobbelzwanen is evenwel lastig. De diersoort is gebiedsgetrouw. Het is makkelijker om de steiger te verplaatsen waar de touroperator momenteel gebruik van maakt.

6. Is het college bereid in gesprek te gaan met de touroperator (naam is bij ons bekend) met als inzet het verplaatsen van de steiger? Indien nee, waarom niet? Indien ja, op welke termijn vindt het gesprek plaats?

7. Ziet het college nog andere manieren om de touroperator ertoe te bewegen een andere locatie te vinden voor de steiger? Indien nee, waarom niet?

Indiendatum: dec. 2016
Antwoorddatum: 23 dec. 2016

Vraag 1:
Wat vindt het college van het voorval met dodelijke afloop?

Antwoord:
Het college vindt het erg spijtig dat deze zwaan is omgekomen.

Vraag 2:
Vindt het college het handelen van de bestuurder van het amfibievoertuig laakbaar? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, er was geen sprake van opzet. Wij zijn geïnformeerd over de toedracht van het incident. Volgens de directie van de touroperator is de bestuurder van het voertuig alvorens het te water gaan uitgestapt om de hellingbaan te controleren. Dat is de gebruikelijke procedure bij elke rit. De zwanen zijn verjaagd, de hellingbaan was vrij. Daarop is de bestuurder weer ingestapt en heeft het amfibievoertuig in gang gezet om te
water te gaan via de hellingbaan. Op dat moment is om onbekende reden één zwaan weer teruggelopen. Dat was buiten het zich van de bestuurder (en de passagiers). De bestuurder merkte niet dat het voertuig de zwaan overreed, dat vernam hij pas bij terugkeer. Daarop is contact opgenomen met de dierenambulance. Het bedrijf geeft aan dat dit het eerste incident is dat zich de afgelopen acht jaar heeft voorgedaan en men betreurt het zeer.

Vraag 3:
Vindt het college dat hier de wet is overtreden? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het voorval vond plaats vóór 1 januari 2017 en valt daarmee nog onder de Flora- en faunawet. Artikel 9 van deze wet: luidt: “Het is verboden dieren, behorende tot een beschermde inheemse diersoort, te doden, te verwonden, te vangen, te bemachtigen of met het oog daarop op te sporen”.
Onder de Flora- en faunawet was het dus niet relevant of het doden of verwonden van een beschermde diersoort opzettelijk gebeurde. Alle inheemse vogelsoorten zijn wettelijk beschermd. Bij het voorval heeft dus inderdaad een overtreding van een verbodsbepaling uit de Flora- en faunawet plaatsgevonden.

Voorts wordt gesteld:

‘Een van de getuigen heeft na het voorval contact gezocht met de politie. Die wilde niets doen, met als reden dat zwanen 'goederen' zijn.”

Vraag 4:
Wat vindt het college van de opstelling van de politie, ook met inachtneming van wettelijke voorschriften met betrekking tot soortenbescherming?

Antwoord:
Waarschijnlijk komt de opstelling van de betreffende politieagent voort uit gebrek aan kennis over de ‘groene’ wetgeving. Dit voorval is intern bij de politie besproken waarbij de taakaccenthouder dierenwelzijn heeft bevestigd dat zwanen sinds 2013 geen goederen meer zijn maar beschermde diersoorten. Het doden van een beschermde diersoort was ten tijde van het in incident strafbaar gesteld in artikel 9 van de Flora en Faunawet (inmiddels wet Natuurbescherming).

Vraag 5:
Is het volgens het college mogelijk aangifte te doen van het voorval? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, een getuige van het voorval kan aangifte doen bij de politie. Afhankelijk van de uitkomst van het onderzoek en het bewijs in de zaak beoordeelt het OM vervolgens of de bestuurder ook gestraft kan worden en zo ja wat de straf gaat zijn.

Voorts wordt gesteld:
“Uiteraard dienen dit soort voorvallen in de toekomst te worden voorkomen. Het verplaatsen van een populatie knobbelzwanen is evenwel lastig. De diersoort is gebiedsgetrouw. Het is makkelijker om de steiger te verplaatsen waar de touroperator momenteel gebruik van maakt.”

Vraag 6:
Is het college bereid in gesprek te gaan met de touroperator (naam is bij ons bekend) met als inzet het verplaatsen van de steiger? Indien nee, waarom niet? Indien ja, op welke termijn vindt het gesprek plaats?

Antwoord:
Er is inmiddels contact geweest tussen de gemeente en de directeur van de touroperator. Daaruit is ons de toedracht volgens de touroperator gebleken. Wij concluderen daaruit dat dit een betreurenswaardig incident betreft. Daarom zal verplaatsing van de hellingbaan niet onze inzet zijn. Er is in de omgeving geen alternatieve locatie voorhanden die geschikt is voor dit doel.
Daarnaast is de Knobbelzwaan in de broedtijd erg territoriaal maar buiten die broedperiode niet zeer locatiegetrouw. De hellingbaan is ’s winters blijkbaar een populaire rustplek van deze vogels. Het verplaatsen ervan biedt weinig soelaas als de zwanen besluiten dat de nieuwe plek van de steiger ook een goede rustplek is. Het risico is niet ondenkbeeldig dat het probleem met de hellingbaan mee verplaatst wordt. Het is dus naar ons idee geen realistische optie.

Vraag 7:
Ziet het college nog andere manieren om de touroperator ertoe te bewegen een andere locatie te vinden voor de steiger? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het college is dit moment niet van mening dat het verplaatsen van de steiger noodzakelijk is. Zie ook het antwoord op vraag 6.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer