Raads­vragen: Grote projecten lopen niet in de PAS


Geachtcollege,

Eindmei heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State1geoordeeld dat het zogenoemde Programma Aanpak Stikstof (PAS) nietmeer mag worden gebruikt als toestemmingsbasis om activiteiten testarten die stikstofdepositie veroorzaken als niet tegelijkertijdmitigerende maatregelen worden genomen om de effecten van depositiete verminderen. De PAS moet er namelijk voor zorgen dat voorafgaandaan de start van een dergelijke activiteit bekend moet zijn hoe deeffecten van stikstofdepositie worden verminderd. Dit is van belangvoor de bescherming van kwetsbare natuurgebieden die onderdeel zijnvan Natura 2000 en die vallen binnen de Habitatrichtlijn. Maar omdatnatuurbescherming niet valt te controleren, mag de PAS niet wordengebruikt door de initiatiefnemers van activiteiten die de natuurernstig schaden.

Voornoemdeuitspraak heeft mogelijk grote consequenties voor grote projecten inRotterdam of die door de gemeente worden gesteund dan wel financieelondersteund. Volgens minister Schouten van het ministerie vanLandbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) raakt de uitspraak diverseprojecttypen, zoals de aanleg van transportleidingen,bedrijventerreinen, industriële installaties, woningbouw,havenactiviteiten en grote evenementen2.Diverse projecten die het college zich heeft voorgenomen uit tevoeren, vallen binnen deze groep projecttypen. De projecten moetenworden stilgelegd totdat de negatieve gevolgen van stikstofdepositiezijn verminderd, bijvoorbeeld door nieuwe natuur aan te leggen of destaat van instandhouding van beschermde soorten flora en fauna inbestaande natuurgebieden te bevorderen.

1.Hoe verhoudt voornoemde uitspraak zich tot de grote projecten die inRotterdam gaan gebeuren of die door het college worden gesteund offinancieel ondersteund, zoals bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend)het doortrekken van de A16 Rotterdam, de aanleg van een mogelijkenieuwe oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord, deontwikkeling van een ‘Food Hub’ op de Kop van de Beer in hethavengebied, de ontwikkeling van bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard,de realisatie van een nieuw voetbalstadion aan de zuidoever van deMaas of de enorme bouwopgave van achttienduizend woningen in dezebestuursperiode? En wat zijn de geraamde kosten van eventuelevertraging van deze en andere projecten?

2.Hoe denkt u eventuele negatieve effecten als gevolg vanstikstofdepositie te compenseren?

3.Hoe wordt eventuele vertraging van grote projecten verankerd in deeerstvolgende Monitor Grote Projecten die het college periodiekpubliceert?

In2013 gaf de Commissie m.e.r. een uitputtend overzicht3van de negatieve effecten van stikstofdepositie door toedoen vanactiviteiten in de Rotterdamse haven. Het betreft een bijlage(‘Bijlage Effectbeoordeling Stikstofdepositie')van de milieueffectrapportage (MER) van de bestemmingsplannen voorMaasvlakte 1, de Europoort en Botlek/Vondelingenplaat. De MER isonderdeel van een Passende Beoordeling, uitgevoerd om de effecten vanstikstofdepositie in Natura 2000-gebieden in kaart te brengen.

4.Kent u bekend met de MER uit 2013 van de havenbestemmingsplannen voorMaasvlakte 1, de Europoort en Botlek/Vondelingenplaat, alsmede debijlage over de effectbeoordeling van stikstofdepositie?

5.Hoe beoordeelt u de effecten van stikstofdepositie in Natura2000-gebieden door activiteiten in deze plangebieden?

6.Welke maatregelen gaat u nemen om activiteiten in deze plangebiedenin de pas te laten lopen met voornoemde uitspraak?

WarmtebedrijfRotterdam wil met het project ‘Leiding over Oost’ restwarmte uitde Rotterdamse haven via ondergrondse pijpleidingen vervoeren naarLeiden. Dit project is als gevolg van voornoemde uitspraak ommeerdere reden zeer risicovol. Allereerst is de ruimtelijke ingreepmet de aanleg van de pijpleidingen groot. Daarbij komt dat deleidingen langs diverse kwetsbare natuurgebieden lopen die als eerstede negatieve effecten van stikstof zullen ondervinden. Omdat erdiverse overheden betrokken zijn bij het project, zal ‘Leiding overOost’ naar onze overtuiging aanzienlijk worden vertraagd. Want aldeze overheden moeten hun deel van het project in overeenstemmingbrengen met de PAS.

7.Weet u wat de gevolgen zijn van voornoemde uitspraak voor derealisatie van het project ‘Leiding over Oost’ van hetWarmtebedrijf Rotterdam? Indien ja, wat zijn de gevolgen? Indien nee,waarom niet?

8.Welke overheid is financieel verantwoordelijk voor het nemen vanmitigerende maatregelen om eventuele negatieve effecten vanstikstofdepositie door het project 'Leiding over Oost' teverminderen?

1 https://www.raadvanstate.nl/@115651/pas-mag/

2 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/kamerstukken/2019/06/19/kamerbrief-reactie-op-verzoek-inventarisatie-van-projecten-en-update-van-de-stand-van-zaken-over-het-programma-aanpak-stikstof-pas/kamerbrief-reactie-op-verzoek-inventarisatie-van-projecten-en-update-van-de-stand-van-zaken-over-het-programma-aanpak-stikstof-pas.pdf

3 http://www.commissiemer.nl/docs/mer/p27/p2731/2731-116stikstofdepositie.pdf

1.Hoe verhoudt voornoemde uitspraak zich tot de grote projecten die inRotterdam gaan gebeuren of die door het college worden gesteund offinancieel ondersteund, zoals bijvoorbeeld (maar niet uitsluitend)het doortrekken van de A16 Rotterdam, de aanleg van een mogelijkenieuwe oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord, deontwikkeling van een ‘Food Hub’ op de Kop van de Beer in hethavengebied, de ontwikkeling van bedrijventerrein Nieuw Reijerwaard,de realisatie van een nieuw voetbalstadion aan de zuidoever van deMaas of de enorme bouwopgave van achttienduizend woningen in dezebestuursperiode? En wat zijn de geraamde kosten van eventuelevertraging van deze en andere projecten?

"De Raad van State heeft geoordeeld dat PAS niet gebruikt kan worden als onderbouwing van plannen en projecten, die mogelijk leiden tot een toename van de stikstofdepositie bij Natura2000 gebieden met een stikstofgevoelige habitat. Op dit moment wordt door het Rijk gewerkt aan een nieuw rekenprogramma, beoordelingskader en beleid. Het is op dit moment nog niet mogelijk de consequenties van de uitspraak voor Rotterdamse plannen en projecten goed in beeld te brengen vanwege het ontbreken van deze kaders. De verwachting is in ieder geval dat bij plannen en projecten in de nabijheid van een Natura 2000 gebied, waarbij sprake is van een forse emissie van stikstof, de uitspraak gevolgen zal hebben.

Het Rijk en de Provincie hebben aangegeven dat totdat er nadere afspraken zijn gemaakt tussen de bevoegde gezagen en er nieuwe beleidskaders zijn opgesteld, er door de Provincie geen besluiten worden genomen in het kader van de Wet natuurbescherming waar stikstofdepositie een rol speelt. Dat geldt ook wanneer er een verklaring van geen bedenkingen nodig is van de Provincie in het kader van de omgevingsvergunningprocedure, waar het college van B&W het bevoegd gezag is. Eén en ander kan ook van invloed zijn op de uitvoerbaarheid van (project)bestemmingsplannen waar nog (definitieve) besluitvorming over moet plaatsvinden.

Er wordt nu gewerkt aan het inzichtelijk maken van plannen en projecten in Rotterdam die geraakt worden door de uitspraak van de Raad van State. We komen hier later per brief op terug. Het is op dit moment nog niet mogelijk de financiële gevolgen van de eventuele vertraging als gevolg van het vervallen van het PAS aan te geven.

Op 25 september jl is het Eerste advies van de Commissie Remkes openbaar geworden, met als titel ‘Niet alles kan’. Daarin staan concrete aanbevelingen voor de korte termijn. De commissie beveelt aan zowel in te zetten op herstel en verbetering van de Natura 2000-gebieden als op reductie van de uitstoot.

Voor de korte termijn noemt het rapport maatregelen bij grote bronnen. Daarbij gaat het om de veehouderij, de mobiliteit, de bouwsector en de industrie, vooral in de nabijheid van kwetsbare gebieden. De minister heeft toegezegd begin oktober te komen met een kabinetsreactie op dit Eerste advies.

De Commissie Remkes zal vóór de zomer van 2020 komen met een advies voor de lange termijn.

Naar verwachting kan uw Raad eind oktober worden geïnformeerd over de gevolgen voor Rotterdamse plannen en projecten."

2.Hoe denkt u eventuele negatieve effecten als gevolg vanstikstofdepositie te compenseren?

"Op dit moment wordt, voor zover mogelijk, voor de afzonderlijke projecten/plannen inzichtelijk gemaakt of een toename van de stikstofdepositie aan de orde is nabij stikstofgevoelige habitattypes in Natura 2000-gebieden. Zie ook het antwoord op vraag 1. Als een dergelijke toename van stikstofdepositie aannemelijk is zal worden bezien wat compenserende maatregelen kunnen zijn."

3.Hoe wordt eventuele vertraging van grote projecten verankerd in deeerstvolgende Monitor Grote Projecten die het college periodiekpubliceert?

"Planning is onderdeel van de rapportage Monitor Grote Projecten. Een eventuele vertraging als gevolg van de uitspraak van de Raad van State over het PAS zal worden meegenomen in deze rapportage."

4.Kent u bekend met de MER uit 2013 van de havenbestemmingsplannen voorMaasvlakte 1, de Europoort en Botlek/Vondelingenplaat, alsmede debijlage over de effectbeoordeling van stikstofdepositie?

"Ja, het college is hiermee bekend."

5.Hoe beoordeelt u de effecten van stikstofdepositie in Natura2000-gebieden door activiteiten in deze plangebieden?

"In het kader van de havenbestemmingsplannen is een milieueffectrapport opgesteld en een passende beoordeling uitgevoerd. Op basis van deze onderzoeken is geconcludeerd dat op één specifiek habitattype in het Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck significante effecten niet uit te sluiten zijn. Om deze effecten alsnog te voorkomen, wordt jaarlijks het sluik uit 4 ha veenmosrietland afgevoerd i.p.v. lokaal verbrand. Afvoeren van dit sluik fungeert als compenserende maatregel. Hierdoor wordt voorkomen dat er een significant effect op treedt als gevolg van de activiteiten die in de havenbestemmingsplannen mogelijk worden gemaakt. Het Havenbedrijf heeft hierover een overeenkomst afgesloten met de Provincie Zuid-Holland, zodat de uitvoering van deze maatregel geborgd is."

6.Welke maatregelen gaat u nemen om activiteiten in deze plangebiedenin de pas te laten lopen met voornoemde uitspraak?

"Zie het antwoord op vraag 5 en de eerdere antwoorden inzake de vergunningplicht voor het uitvoeren van projecten."

7.Weet u wat de gevolgen zijn van voornoemde uitspraak voor derealisatie van het project ‘Leiding over Oost’ van hetWarmtebedrijf Rotterdam? Indien ja, wat zijn de gevolgen? Indien nee,waarom niet?

"Het WBR werkt aan een inschatting van de consequenties van de uitspraak van de Raad van State voor de overall planning voor het gehele tracé. Zie hiervoor ook de brieven die wij uw raad in de afgelopen weken hebben toegestuurd (19bb20312 en 19bb21134). Uw raad wordt verder separaat geïnformeerd via de berichtgeving rondom het Warmtebedrijf."

8.Welke overheid is financieel verantwoordelijk voor het nemen vanmitigerende maatregelen om eventuele negatieve effecten vanstikstofdepositie door het project 'Leiding over Oost' teverminderen?

"Het Warmtebedrijf (WBR) is financieel verantwoordelijk voor de realisatie van het project ‘Leiding over Oost’ en daarmee ook voor de eventuele mitigerende maatregelen, mochten deze aan de orde zijn. Pas wanneer duidelijk is wat de gevolgen zijn van de uitspraak kunnen eventuele financiële gevolgen in beeld worden gebracht."