Raads­vragen: Came­ra­toe­zicht in de wijken waar het beter gaat


Indiendatum: feb. 2020

Geacht college,

In de evaluatie van het cameratoezicht uit 2019 ('Evaluatie cameratoezicht 2019'1) van de gemeente Rotterdam blijkt dat er op het moment van publicatie 388 toezichtcamera's in gebruik waren binnen de Rotterdamse openbare ruimte. Daarbij moeten de camera's nog worden opgeteld die na publicatie in gebruik zijn genomen in delen van de gebieden Charlois en Prins Alexander. De burgemeester heeft de bevoegdheid camera's in de openbare ruimte te plaatsen op basis van artikel 151 onder c van de Gemeentewet en zoals verankerd in de Algemene plaatselijke verordening (Apv). Volgens de Gemeentewet moet een beslissing tot het plaatsen van camera's in goede verhouding staan tot het beoogde doel.

In voornoemde evaluatie wordt gesteld dat de noodzaak tot cameratoezicht voortkomt uit een analyse van enerzijds de waarnemingen in de zogenoemde cameragebieden en anderzijds de veiligheidsindex van de wijkprofielen. Zeer recent zijn de wijkprofielen – en daarmee de veiligheidsindex – van de Rotterdamse wijken herijkt2. De veiligheidsindex bestaat op haar beurt uit een objectieve en een subjectieve meting, op basis van respectievelijk gegevens uit diverse registraties en van de resultaten van een enquête gehouden onder wijkbewoners.

1. Hoe verhouden de wijkprofielen zich tot de waarnemingen in de cameragebieden voor wat betreft een analyse over de noodzaak tot plaatsing van toezichtcamera's?

2. Hoe maakt u een afweging tussen enerzijds een veiligheidsmeting in objectieve zin en anderzijds de subjectieve veiligheidsbeleving van wijkbewoners in het vaststellen van de noodzaak tot plaatsing van toezichtcamera's? Welke cijfers zijn leidend: de objectieve of de subjectieve?

Het valt de gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam op dat het in veel wijken in objectieve zin (op basis van vijf indicatoren: diefstal, geweld, inbraak, vandalisme, overlast) beter gaat dan in voorgaande jaren. Vergeleken met de wijkprofielen uit 2018 valt er vooruitgang te bespeuren. Daarnaast merken wij op dat het verschil tussen veiligheid in objectieve zin en de subjectieve beleving van veiligheid nog steeds groot is. In sommige gevallen wordt het verschil groter. Zo laten de objectieve cijfers over veiligheid in het Oude Noorden tussen 2018 en 2020 in de vijf genoemde indicatoren bij elkaar opgeteld een toename van liefst 26 punten zien ten opzichte van het stedelijk gemiddelde uit 2014. Tegelijkertijd is de subjectieve veiligheidsbeleving in het Oude Noorden met vier punten afgenomen, volgens diezelfde rekenmethode. Al met al 'scoort' het Oude Noorden met een gemiddelde van 121 punten in de objectieve veiligheidsindex boven het stedelijk gemiddelde uit 2014. In deze wijk zijn er blijkens de evaluatie uit 2019 zeventien toezichtcamera's in gebruik.

Deze stijgende lijn stopt niet bij het Oude Noorden. En het kan nog bonter. In Bloemhof is de objectieve veiligheid in de vijf indicatoren gezamenlijk met 20 punten toegenomen en de subjectieve veiligheidsbeleving met 36 punten (!) afgenomen. In het aangrenzende Hillesluis is de objectieve veiligheid eveneens toegenomen. Gelukkig geldt dat in deze wijk ook voor de subjectieve veiligheidsbeleving. Maar wellicht door een lagere score op de indicator van overlast is de algemene veiligheidsbeleving (gebaseerd op algemene vragen over veiligheidsgevoel) ten opzichte van 2018 stukken lager. In Bloemhof en Hillesluis hangen bij elkaar opgeteld 25 toezichtcamera's.

3. Bent u het met ons eens dat Rotterdam in objectieve zin veiliger is geworden in sommige van de wijken waar momenteel camera's zijn geplaatst in het kader van toezicht? Indien nee, waarom niet? Indien ja, welke wijken zijn volgens u in objectieve zin veiliger geworden? Indien ja, vindt u dat cameratoezicht in deze wijken op de huidige schaal nog altijd noodzakelijk is in het borgen van de openbare orde?

4. Hanteert u bepaalde grenswaarden binnen de objectieve veiligheidsindex van sommige wijken in het maken van een beslissing over plaatsing van toezichtcamera's? Indien ja, welke grenswaarden?

5. Hanteert u tevens bepaalde grenswaarden voor wat betreft het aantal waarnemingen per camera of per cameragebied om al dan niet te beslissen over het gebruik van toezichtcamera's, niettegenstaande metingen van de objectieve en subjectieve veiligheid in de wijken? Indien ja, welke grenswaarden?

6. Kiest u er soms voor een camera te plaatsen om wijkbewoners het gevoel te geven dat er over hun veiligheid gewaakt wordt, zonder dat hier in objectieve zin noodzaak voor is? Indien ja, waarom?

7. Hoe waakt u ervoor in te spelen op eventuele onderbuikgevoelens over onveiligheid terwijl de objectieve cijfers over veiligheid daar geen aanleiding toe geven?

We kunnen nog wel even doorgaan. Dat zullen we (nu) niet doen. Van het college willen wij evenwel weten hoe de meest recente herijking van de wijkprofielen noopt tot het wijzigen van het besluit tot plaatsing van toezichtcamera's. Want de Rotterdamse wijken zijn helemaal niet zo structureel onveilig als vaak wordt gesteld. Vorig jaar nam het college in februari een voorlopig besluit over het plaatsen van cameratoezicht. Dit zogenoemde aanwijzingsbesluit werd vervolgens voorgelegd aan de gebiedscommissies, wijkraden en wijkcomités voor advies, alsmede aan de basisteams van de politie. Wij zijn benieuwd of de wijkprofielen leiden tot een daling van het aantal camera's die het college en ook of de adviezen van de politie en de bestuurscommissies in de Rotterdamse gebieden en wijken oproepen tot een daling van camera's.

8. Stelt u dat het gebruik van camera's heeft geleid tot een verbeterde veiligheid in objectieve zin in sommige wijken? Indien ja, waaruit blijkt dat? Indien ja, gebruikt u hierbij inzichten uit de sociale wetenschap die aantonen dat cameratoezicht juist kan leiden tot een hoger gevoel van onveiligheid?

9. Leiden de herijkte wijkprofielen van dit jaar tot een daling van het aantal camera's in die wijken waar de veiligheid in objectieve zin is verbeterd ten opzichte van 2018? Indien nee, waarom niet?

10. Hoe gaat u om met adviezen van de politie en de gebiedscommissies, wijkraden en wijkcomités (bestuurscommissies) die mogelijk afwijken van maatregelen die uit de metingen over veiligheid in objectieve zin als logisch zouden kunnen worden verondersteld?

1 https://www.rotterdam.nl/wonen-leven/cameratoezicht/Evaluatie-cameratoezicht-2019_TP.pdf

2 https://wijkprofiel.rotterdam.nl/nl/2020/rotterdam

Indiendatum: feb. 2020
Antwoorddatum: 5 mrt. 2020

Klik hier voor de beantwoording van het college van burgemeester en wethouders op de website van de gemeenteraad van Rotterdam.