Raads­vragen: Als de lusten, dan ook de lasten


Indiendatum: mei 2019

Geacht college,

Het Parool [1] berichtte onlangs dat de gemeente Amsterdam jaarlijks voor ongeveer zes miljoen euro kwijt is aan het faciliteren van evenementen, waarbij vooral festivals in de buitenruimte zwaar op de begroting drukken. De leges zijn te laag om alle kosten te dekken. Daarbij geldt dat de gemeente Amsterdam nog dieper in het rood gaat door het grote aantal aan festivals in de buitenruimte dat jaarlijks wordt georganiseerd. En dat aantal lijkt alleen maar toe te nemen.

De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam ziet parallellen tussen de situatie in de hoofdstad en in onze stad. Steeds meer en grotere festivals in de buitenruimte leiden tot een zware kostenpost bij het cluster Stadsbeheer om de buitenruimte op orde te houden, alsook bij de gemeentelijke veiligheidsdiensten om de openbare orde te bewaken. Wij vragen ons terdege af of alle kosten wel verdisconteerd worden in de leges voor de vergunningen die nodig zijn om festivals in de buitenruimte te organiseren. Dit is belangrijk om te weten, want de Rotterdammer moet niet opdraaien voor de feestjes van een ander. Als de lusten, dan natuurlijk ook de lasten. De gebruiker betaalt.

1. Kunt u uiteenzetten welke kosten de gemeente maakt voor het faciliteren van festivals in de buitenruimte? Indien nee, waarom niet? Indien nee, bent u bereid dit te onderzoeken?

2. Zijn volgens u alle gemeentelijke kosten voor het faciliteren van festivals in de buitenruimte verdisconteerd in de leges voor de benodigde vergunningen? Indien ja, waaruit blijkt dat? Indien ja, hoe verklaart u het verschil met de gemeente Amsterdam? Indien nee, wat is de jaarlijkse kostenpost voor de gemeente?

3. Vindt u het terecht dat Rotterdammers moeten opdraaien voor de feestjes van een ander, als blijkt dat het faciliteren van festivals in de buitenruimte op de begroting van de gemeente drukt? Indien ja, waarom?

Het college gaat er prat op dat er directe en indirecte baten gemoeid zijn met festivals in de buitenruimte. Vooraleerst wagen wij dit te betwijfelen, zeker waar het eendaagse festivals betreft. Naar inkomsten uit de logiesbelasting kunnen we fluiten. Voorts is het ons onduidelijk of eventuele baten wel mogen worden toegerekend aan het festivalbeleid van de gemeente, aangezien een referentiescenario op basis van een nulmeting (ergo: een situatie zónder festivals) ontbreekt. Bovendien zijn er opportuniteitskosten die het college niet meerekent. Ze had namelijk andere economische keuzes kunnen maken bij het gebruik van de buitenruimte, met andere (maatschappelijke) baten tot gevolg. Die lopen we nu mis. Ook hier kan een referentiescenario uitkomst bieden in het inzichtelijk maken van het totale kostenplaatje.

4. Kunt u uiteenzetten welke directe en indirecte baten gemoeid zijn met festivals in de buitenruimte?

5. Wat zijn de directe en indirecte baten gemiddeld per jaar die volgens u kunnen worden toegerekend aan festivals in de buitenruimte?

6. Komen deze baten terecht in de gemeentekas? Indien ja, hoe?

7. Weet u welke baten de gemeente misloopt door toedoen van het gebruik van A-locaties in de buitenruimte voor festivals?

8. Beschikt u over een actueel referentiescenario op basis van een nulmeting van de directe en indirecte (maatschappelijke) baten van het gebruik van de buitenruimte, dus een scenario zónder grootschalige festivals? Indien nee, bent u bereid een dergelijk scenario op te laten stellen?

De gemeente Amsterdam is voornemens een zogenoemde vermakelijkhedenretributie in te stellen om de kosten voor het organiseren van festivals in de buitenruimte te verhalen op de organisatoren, aanvullend op de leges voor het aanvragen van een evenementenvergunning. Het voornemen is opgenomen in de Voorjaarsnota [2] van het Amsterdamse college.

9. Bent u bekend met een vermakelijkhedenretributie als lokale heffing?

10. Wat vindt u van het idee als zodanig om een vermakelijkhedenretributie in te voeren aanvullend op bestaande leges, teneinde gemeentelijke kosten te dekken?

11. Bent u bereid een vermakelijkhedenretributie in te voeren als nieuwe lokale heffing, teneinde de gemeentelijke kosten voor het faciliteren van festivals in de buitenruimte te dekken? Indien nee, waarom niet?

1 https://www.parool.nl/amsterdam/festivalbezoekers-gaan-belasting-betalen-voor-kaartje~b992ef88/?referer=https%3A%2F%2Fwww.google.com%2F

2 https://assets.amsterdam.nl/publish/pages/96325/voorjaarsnota_2019.pdf

Indiendatum: mei 2019
Antwoorddatum: 15 okt. 2019

1. Kunt u uiteenzetten welke kosten de gemeente maakt voor het faciliteren van festivals in de buitenruimte? Indien nee, waarom niet? Indien nee, bent u bereid dit te onderzoeken?

"In de evaluatierapporten over evenementen zijn de jaarlijkse kosten aan de gemeenteraad gerapporteerd. De meest recente evaluatie betreft het jaar 2017. In 2017 investeerde Rotterdam ca. € 11 mln in evenementen. Dit bedrag is ais volgt opgebouwd:
- Cultuurplan € 3,5 mln.
- Evenementenbeleid € 3,4 mln stichting Rotterdam Festivals en € 0,7 mln naar stichting Rotterdam Topsport.
- Evenementenfonds € 2,5 mln.
- Overige evenementen t.l.v. begroting Sport en Cultuur bedraagt € 0,9 mln. Dit zijn voornamelijk programmakosten (dit is exclusief de om niet-regeling).
- Om niet-regeling ca. € 1 mln. De om niet-regeling houdt in dat organisatoren van gratis toegankelijke B/C-evenementen in de buitenruimte kosteloos gebruik kunnen maken van bepaalde diensten van de gemeente. Hierbij valt onder andere te denken aan kosten die de gemeente maakt voor schoonmaak na afloop van een evenement en aanpassingen van het wegareaal om een evenement op een bepaalde locatie te kunnen laten plaatsvinden.

Daarnaast moet de organisator een schoonplan aanleveren. De organisator is namelijk verplicht het evenemententerrein zo snel mogelijk na afloop van een evenement schoon te maken. De organisator is dat verplicht te doen in een straal van 250 meter om het evenemententerrein. De gemeente kan worden ingehuurd tegen betaling, maar ook andere partijen kunnen hiervoor worden ingehuurd. Hier hebben we het dus niet over de om niet-regeling. Bij evenementen die onder deze regeling vallen neemt de gemeente de schoonmaaktaak op zich na afloop van een evenement.

In totaal maakte de gemeente ca. € 12 mln aan kosten voor evenementen. Een aantal voorbeelden hiervan zijn evenementen zoals North Sea Jazz Festival, de Marathon, IFFR, Architectuur Film Festival Rotterdam, Operadagen Rotterdam en Poetry International. Deze toonaangevende evenementen dragen bij aan de aantrekkelijke, internationale positie van de stad.

Daarnaast hebben de gemeente, de politie en de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond, naast de organisator, een belangrijke rol om de veiligheid en het welzijn van bewoners en bezoekers te garanderen. Zo zijn diverse afdelingen van Stadsbeheer actief in de buitenruimte, ook in de aanloop naar, tijdens en na afloop van evenementen Deze inzet rondom evenementen wordt vaak gecombineerd met of vloeit voort uit reguliere werkzaamheden en inzet in de buurt van evenementen of op en rond evenemententerreinen. Hierbij is dus geen scherp onderscheid te maken tussen inzet direct en uitsluitend gerelateerd aan evenementen en reguliere, routinematige, ingeplande dagelijkse inzet op en rond evenemententerreinen."

2. Zijn volgens u alle gemeentelijke kosten voor het faciliteren van festivals in de buitenruimte verdisconteerd in de leges voor de benodigde vergunningen? Indien ja, waaruit blijkt dat? Indien ja, hoe verklaart u het verschil met de gemeente Amsterdam? Indien nee, wat is de jaarlijkse kostenpost voor de gemeente?

"Nee. De leges die de organisatoren van evenementen betalen zijn bedoeld om de gemeenten tegemoet te komen in de kosten die zijn gemoeid met het behandelen van de vergunningaanvraag. Deze zijn dus niet bedoeld om andere kosten van de gemeente te dekken. Zie ook het antwoord op vraag 1."

3. Vindt u het terecht dat Rotterdammers moeten opdraaien voor de feestjes van een ander, als blijkt dat het faciliteren van festivals in de buitenruimte op de begroting van de gemeente drukt? Indien ja, waarom?

"Wij zijn niet van mening dat Rotterdammers “opdraaien voor feestjes van een ander”. Het evenementenbeleid is in de eerste plaats gericht op het realiseren van een aantrekkelijk vrijetijdsaanbod voor inwoners van de stad. Dit blijkt ook uit onderzoek van Rotterdam Festivals en OBI. Slechts 340Zo van de bezoekers aan evenementen komt van buiten de regio Rotterdam en 640Zo van de Rotterdammers bezocht in 2015 ten minste één evenement en gemiddeld 3-4 evenementen (VTO cultuurparticipatie van Rotterdammers 2015)."

4. Kunt u uiteenzetten welke directe en indirecte baten gemoeid zijn met festivals in de buitenruimte?

"Evenementen leveren de stad veel op, zowel maatschappelijk, cultureel als economisch. Ze zorgen voor een levendige en aantrekkelijke stad om in te wonen en te bezoeken, ze dragen bij aan participatie en trots op de stad, ze zijn een krachtig middel voor een gebied in ontwikkeling, evenementen zorgen voor internationale media-aandacht en economische spin-off en dragen bij aan de internationale positie van de stad.

Met ca. 200 mln. euro aan bezoekersbestedingen en 4.400 fulltimebanen in het evenementenseizoen leveren evenementen een positieve bijdrage aan de economie van de stad (Beleidskader evenementen 2019)."

5. Wat zijn de directe en indirecte baten gemiddeld per jaar die volgens u kunnen worden toegerekend aan festivals in de buitenruimte?

"Met ca. 200 mln. euro aan bezoekersbestedingen en 4.400 fulltimebanen in het evenementenseizoen leveren evenementen een positieve bijdrage aan de economie van de stad (Beleidskader evenementen 2019). Zie ook het antwoord op vraag 4."

6. Komen deze baten terecht in de gemeentekas? Indien ja, hoe?

"De baten van bezoekers komen in beperkte mate in de gemeentekas terecht via de logiesbelasting. De overige baten (cultureel en maatschappelijk) zijn indirect of niet in geld uit te drukken."

7. Weet u welke baten de gemeente misloopt door toedoen van het gebruik van A-locaties in de buitenruimte voor festivals?

"Wij menen dat de gemeente geen baten misloopt. Evenementen leveren een intrinsieke, maatschappelijke en economische bijdrage aan de stad. Zie ook antwoorden vraag 5 en 6."

8. Beschikt u over een actueel referentiescenario op basis van een nulmeting van de directe en indirecte (maatschappelijke) baten van het gebruik van de buitenruimte, dus een scenario zónder grootschalige festivals? Indien nee, bent u bereid een dergelijk scenario op te laten stellen?

"Nee. Een scenario zonder grootschalige festivals wordt als niet zinvol geacht gezien het feit dat festivals de stad veel opleveren. Het collegebeleid is gericht op een goede balans tussen leefbaarheid en levendigheid en een evenwichtige spreiding van evenementen in tijd en ruimte."

9. Bent u bekend met een vermakelijkhedenretributie als lokale heffing?

"Ja."

10. Wat vindt u van het idee als zodanig om een vermakelijkhedenretributie in te voeren aanvullend op bestaande leges, teneinde gemeentelijke kosten te dekken?

"Vooralsnog zijn wij geen voorstander van het invoeren van een vermakelijkhedenretributie. Wij willen een gastvrije evenementenstad blijven waar professionele én vrijwilligersorganisaties in staat worden gesteld een aantrekkelijk en divers aanbod voor zoveel mogelijk Rotterdammers te realiseren."

11. Bent u bereid een vermakelijkhedenretributie in te voeren als nieuwe lokale heffing, teneinde de gemeentelijke kosten voor het faciliteren van festivals in de buitenruimte te dekken? Indien nee, waarom niet?

"Nee. Zie antwoord op vraag 10."

--

Klik hier voor de beantwoording van het college van burgemeester en wethouders op de website van de gemeenteraad van Rotterdam