Nahef­fings­aanslag kente­ken­par­keren


Indiendatum: nov. 2015

Zeer recent heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak (1) gedaan in een geding waar het kentekenparkeren centraal stond. Bij het kentekenparkeren wordt een parkeerder bij de parkeermeter gevraagd het kenteken van het voertuig in te voeren waardoor digitaal wordt vastgelegd dat aan de parkeerbelasting is voldaan. De rechtbank heeft bepaald dat de gemeente Amsterdam geen naheffingsaanslag mag opleggen als een onjuist kenteken wordt ingevoerd als door parkeerders kan worden aangetoond dat er betaald is. Dit kan bijvoorbeeld door een betaalbewijs achter de voorruit te leggen waardoor een juiste invoer van het kenteken van desbetreffende auto niet meer noodzakelijk is. De uitspraak van de rechtbank volgde op hoger beroep van de gemeente Amsterdam tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank met dezelfde strekking.

1. Is het college bekend met voornoemde rechterlijke uitspraak?

In Rotterdam is er sinds 2014 kentekenparkeren, maar hier gaat het net even anders dan in Amsterdam. Ook hier wordt een naheffingsaanslag opgelegd als er een verkeerd kenteken wordt ingevoerd, maar de gemeente Rotterdam stelt dat deze wordt geseponeerd als achteraf bewijs kan worden aangeleverd dat aan de parkeerbelasting is voldaan. Hierover schrijft de gemeente op haar website (2):

“U kunt bezwaar maken tegen de naheffing. Als u een betaalbewijs hebt gekozen bij uw betaling aan de parkeerautomaat, stuur die dan mee als bewijs dat u parkeergeld hebt betaald. Als u geen betaalbewijs hebt laten printen door de parkeerautomaat, dan kunt u aan de hand van de bankgegevens laten zien dat u parkeergeld hebt betaald. Meer informatie over bezwaar maken”.

2. Ziet het college door de rechterlijke uitspraak aanleiding om beleid omtrent de naheffingsaanslag bij het onjuist invoeren van een kenteken te herzien? Indien nee, waarom niet?

3. Vindt het college dat het reactieve beleid in Rotterdam onnodige administratieve rompslomp met zich meebrengt? Indien nee, waarom niet?

In de Amsterdamse rechtszaak stond in de eerste plaats ter discussie of het gebruik van de naheffingsaanslag als vorm van boete gegrond was. Maar de rechtszaak ging ook over het opleggen van een naheffingsaanslag als zodanig. Dit tweede aspect is onverkort van toepassing op het huidige beleid van de gemeente Rotterdam.

4. Is het college bereid het beleid omtrent de naheffingsaanslag juridisch te toetsen? Indien nee, waarom niet?

5. Is er reden voor het college om aan te nemen dat een eventuele rechtszaak in Rotterdam met betrekking tot het opleggen van een naheffingsaanslag tot een andere uitkomst leidt dan in Amsterdam?

De rechtszaak in Amsterdam werd bewust aangespannen door burgers die menen dat kentekenparkeren hun privacy aantast. Immers, een kenteken is persoonsgebonden informatie. In Rotterdam worden de kentekens van parkeerders opgeslagen in een database, waarvan de gegevens onder andere worden gebruikt als parkeerders een naheffingsaanslag willen aanvechten na een onjuist kenteken te hebben ingevoerd. Het gebruik van de database voor deze groep parkeerders zal overbodig worden als de gemeente Rotterdam de rechterlijke uitspraak vertaalt in nieuw beleid omtrent de naheffingsaanslag.

6. Vindt het college dat de database met kentekengegevens slechts een administratief doel dient? Indien nee, waarom niet? Indien ja, deelt het college de mening dat de database overbodig wordt als de gemeente Rotterdam de rechterlijke uitspraak vertaalt in nieuw beleid omtrent de naheffingsaanslag?

Onlangs heeft wethouder Langenberg per brief (kenmerk 15bb6931) aan de Raad gesteld dat kentekengegevens nog slechts drie maanden hoeven te worden bewaard, in plaats van de bewaartermijn van zeven jaar die eerst gold. Op de website van de gemeente wordt echter nog altijd gesproken over een bewaartermijn van zeven jaar.

7. Wanneer gaat de nieuwe bewaartermijn van drie maanden in? Wordt de website van de gemeente aangepast indien dit al het geval is?

8. Welke derde partijen zijn wettelijk bevoegd toegang te hebben tot de versleutelde gegevens in de database die de gemeente gebruikt?

Door de rechterlijke uitspraak staat het verplichtende karakter van kentekenparkeren op losse schroeven. De organisatie Privacy First pleit dan ook voor vrijwillige invoer van kentekens als bewijs voor betaald parkeren. Keuzevrijheid staat voorop. Zij pleit er tevens voor anoniem te kunnen betalen in geval van betaald parkeren, bijvoorbeeld door middel van een anonieme parkeerkaart.

9. Is het college het met ons eens dat de vrijwillige invoer van betaald parkeren leidt tot een grotere keuzevrijheid? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het vergroten van keuzevrijheid voor het college doorslaggevend om het huidige beleid te herzien?

10. Is het college bereid na te denken over het mogelijk maken van anoniem betalen in geval van betaald parkeren? Indien nee, waarom niet?

(1) http://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:GHAMS:2015:4471

(2) http://www.rotterdam.nl/product:kentekenparkeren

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

Indiendatum: nov. 2015
Antwoorddatum: 16 dec. 2015

Op 18 november 2015 stelde J.D. van der Lee-van der Haagen (PvdD) ons schriftelijke vragen over naheffingsaanslag kentekenparkeren

Inleidend wordt gesteld:

Zeer recent heeft het Gerechtshof Amsterdam uitspraak gedaan in een geding waar het kentekenparkeren centraal stond. Bij het kentekenparkeren wordt een parkeerder bij de parkeermeter gevraagd het kenteken van het voertuig in te voeren waardoor digitaal wordt vastgelegd dat aan de parkeerbelasting is voldaan. De rechtbank heeft bepaald dat de gemeente Amsterdam geen naheffingsaanslag mag opleggen als een onjuist kenteken wordt ingevoerd als door parkeerders kan worden aangetoond dat er betaald is. Dit kan bijvoorbeeld door een betaalbewijs achter de voorruit te leggen waardoor een juiste invoer van het kenteken van desbetreffende auto niet meer noodzakelijk is. De uitspraak van de rechtbank volgde op hoger beroep van de gemeente Amsterdam tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank met dezelfde strekking.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Is het college bekend met voornoemde rechterlijke uitspraak?

Antwoord:
Ja.

Inleidend aan vraag 2 wordt gesteld:

In Rotterdam is er sinds 2014 kentekenparkeren, maar hier gaat het net even anders dan in Amsterdam. Ook hier wordt een naheffingsaanslag opgelegd als er een verkeerd kenteken wordt ingevoerd, maar de gemeente Rotterdam stelt dat deze wordt geseponeerd ais achteraf bewijs kan worden aangeleverd dat aan de parkeerbelasting is voldaan. Hierover schrijft de gemeente op haar website:
"U kunt bezwaar maken tegen de naheffing. Als u een betaalbewijs hebt gekozen bij uw betaling aan de parkeerautomaat, stuur die dan mee als bewijs dat u parkeergeld hebt betaald. Als u geen betaalbewijs hebt laten printen door de parkeerautomaat, dan kunt u aan de hand van de bankgegevens laten zien dat u parkeergeld hebt betaald. Meer informatie over bezwaar maken".

Vraag 2:
Ziet het college door de rechterlijke uitspraak aanleiding om beleid omtrent de naheffingsaanslag bij het onjuist invoeren van een kenteken te herzien? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. Deze uitspraak in hoger beroep bevestigt de uitspraak in eerste aanleg. Naar aanleiding van de eerdere uitspraak hebben wij ons parkeersysteem nogmaals tegen het licht gehouden. De conclusie was, dat onze werkwijze strookt met de uitspraak. De rechter maakt een onderscheid tussen aangifte doen en de betaling van de heffing. Aangifte doen via het systeem van kentekenparkeren blijft in deze (en andere uitspraken) in stand. Als de heffing aantoonbaar voldaan is, kan geen naheffing opgelegd worden. De naheffing moet dan geseponeerd worden.
Zie ook de beantwoording van de schriftelijke vragen van mevr. B.C. Kathman (PvdA) d.d. 2 februari 2015 en de aanvullende vragen van de heer A. Bonte (GL) d.d. 2 februari 2015 (beantwoordingen d.d. 18 februari 2015, respectievelijk nr. 15bb874 en 15bb875).

Vraag 3:
Vindt het college dat het reactieve beleid in Rotterdam onnodige administratieve rompslomp met zich meebrengt? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het achteraf aantonen dat er betaald is, levert weliswaar extra administratieve handelingen op, maar wij zien dit niet als onnodig.
Het systeem van kentekenparkeren zoals door de raad besloten en vastgelegd in de gemeentelijke regelgeving voor het doen van aangifte voor parkeerbelasting is door de rechterlijke uitspraken gebillijkt. De parkeerder kan extra administratieve rompslomp voorkomen door zich aan de regelgeving te houden.

Inleidend aan vraag 4 wordt gesteld:
In de Amsterdamse rechtszaak stond in de eerste plaats ter discussie of het gebruik van de naheffingsaanslag als vorm van boete gegrond was. Maar de rechtszaak ging ook over het opleggen van een naheffingsaanslag als zodanig. Dit tweede aspect is onverkort van toepassing op het huidige beleid van de gemeente.

Vraag 4:
Is het college bereid het beleid omtrent de naheffingsaanslag juridisch te toetsen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ons beleid omtrent de naheffingsaanslag voldoet aan de rechterlijke uitspraak. Als aangetoond kan worden dat er betaald is, wordt de naheffing geseponeerd. Verdere juridische toetsing is naar onze mening niet nodig.

Vraag 5:
Is er reden voor het college om aan te nemen dat een eventuele rechtszaak in Rotterdam met betrekking tot het opleggen van een naheffingsaanslag tot een andere uitkomst leidt dan in Amsterdam?

Antwoord:
Nee. Zie ook het antwoord op vraag 2.

Inleidend aan vraag 6 wordt gesteld:
De rechtszaak in Amsterdam werd bewust aangespannen door burgers díe menen dat kentekenparkeren hun privacy aantast. Immers, een kenteken is persoonsgebonden informatie. In Rotterdam worden de kentekens van parkeerders opgeslagen in een database, waarvan de gegevens onder andere worden gebruikt als parkeerders een naheffingsaanslag willen aanvechten na een onjuist kenteken te hebben ingevoerd. Het gebruik van de database voor deze groep parkeerders zal overbodig worden als de gemeente Rotterdam de rechterlijke uitspraak vertaalt in nieuw beleid omtrent de naheffingsaanslag.

Vraag 6:
Vindt het college dat de database met kentekengegevens slechts een administratief doel dient? Indien nee, waarom niet? Indien ja, deelt het college de mening dat de database overbodig wordt als de gemeente Rotterdam de rechterlijke uitspraak vertaalt in nieuw beleid omtrent de naheffingsaanslag?

Antwoord:
De database met kentekengegevens dient inderdaad een administratief doel, namelijk het administereren van de geheven parkeerbelasting. De database bevat naast de kentekengegevens - de financiële administratie van de opgelegde en geïnde heffingen en is noodzakelijk zo lang er betaald parkeren is.
De financiële administratie moet op grond van de belastingwetgeving 7 jaar bewaard worden. Wij zijn van mening, dat het niet nodig is de kentekengegevens de volledige 7 jaar te bewaren. Op ons verzoek heeft de staatssecretaris van Financiën inmiddels toestemming gegeven om voor een proefperiode van 3 jaar de kentekengegevens na 3 maanden te verwijderen.

Inleidend aanvraag 7 wordt gesteld:
Onlangs heeft wethouder Langenberg per brief (kenmerk 15bb6931) aan de Raad gesteld dat kentekengegevens nog slechts drie maanden hoeven te worden bewaard, in plaats van de bewaartermijn van zeven jaar die eerst gold. Op de website van de gemeente wordt echter nog altijd gesproken over een bewaartermijn van zeven jaar.

Vraag 7:
Wanneer gaat de nieuwe bewaartermijn van drie maanden in? Wordt de website van de gemeente aangepast indien dit al het geval is?

Antwoord:
De nieuwe bewaartermijn van drie maanden is kort na ontvangst van de brief van de staatssecretaris ingevoerd.
Per abuis is vergeten de tekst op de website tegelijkertijd aan te passen. Dit is inmiddels alsnog gebeurd.

Inleidend aan vraag 9 wordt gesteld:
Door de rechterlijke uitspraak staat het verplichtende karakter van kentekenparkeren op losse schroeven. De organisatie Privacy First pleit dan ook voor vrijwillige invoer van kentekens als bewijs voor betaald parkeren. Keuzevrijheid staat voorop. Zij pleit er tevens voor anoniem te kunnen betalen in geval van betaald parkeren, bijvoorbeeld door middel van een anonieme parkeerkaart.

Vraag 8:
Welke derden zijn wettelijke bevoegd toegang te hebben tot de versleutelde gegevens in de database doe de gemeente gebruikt?

Antwoord:
Wettelijk bevoegd om toegang te hebben tot de versleutelde gegevens zijn de Belastingdienst en OM/Politie in geval van opsporing van criminele activiteiten. Voor de kentekengegevens geldt - net zoals voor alle belastinggegevens - een geheimhoudingsplicht voor een ieder die met deze gegevens werkt.

Vraag 9:
Is het college het met ons eens dat de vrijwillige invoer van betaald parkeren leidt tot een grotere keuzevrijheid? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het vergroten van keuzevrijheid voor het college doorslaggevend om het huidige beleid te herzien?

Antwoord:
Er is al sprake van keuzevrijheid. Voor het parkeren op straat in wijken waar betaald parkeren van kracht is, kan gebruik gemaakt worden van een automaat maar er kan ook betaald worden via 06-parkeren. In beide gevallen wordt het kenteken gebruikt. Voor wie zijn kenteken niet wil invoeren zijn parkeergarages of P&R-terreinen een alternatief. Invoeren van het kenteken is daar niet nodig.
Tot de invoering van kentekenparkeren inclusief controle door middel van scantechnologie is door de raad besloten. De kosten van de invoering hebben € 6,8 min bedragen. Invoering van een ander systeem betekent een forse kapitaalvernietiging en heeft een sterk negatief effect op de efficiency.

Vraag 10:
Is het college bereid na te denken over het mogelijk maken van anoniem betalen in geval van betaald parkeren? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Anoniem betalen is reeds mogelijk. Er zijn niet-tenaamgestelde betaalkaarten te koop via internet en diverse tijdschriftenwinkels.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer