Vragen: Lobby­pa­ra­graaf en lobby­is­ten­re­gister voor college en gemeen­teraad


Indiendatum: dec. 2017

Geacht college,

Eind 2015 is het initiatiefvoorstel met als titel 'Lobby in daglicht: luisteren en laten zien' [1] door enkele leden van de Tweede Kamer ingebracht ter beraadslaging en besluitvorming. De initiatiefnemers hebben met de nota drie doelen voor ogen: 1) mensen een gelijke kans geven tot beïnvloeding van publiek beleid; 2) het organiseren van tegenspraak als randvoorwaarde voor de kwaliteit van publiek beleid; en 3) het versterken van de controlerende rol van de wetgevende macht.

Lobbyen is problematisch omdat het buiten het democratische besluitvormingsproces plaatsvindt maar wel degelijk invloed heeft op besluiten. Deze invloed is slecht meetbaar. Daarnaast leidt lobbyen tot een onevenwicht tussen de diverse belangen die verband houden met besluitvorming. En de ene lobby is de andere niet. Sommige lobbyisten hebben betere toegang tot bestuurders, ambtenaren en politici dan andere lobbyisten. Het adequaat kunnen wegen van belangen komt hiermee in het geding.

In het initiatiefvoorstel wordt aan de bestuurlijke macht zeven aanbevelingen gedaan. Een van de aanbevelingen betreft het opnemen van een lobbyparagraaf in voorstellen van, in dit geval, het kabinet. De lobbyparagraaf maakt inzichtelijk welke personen of groepen hun belangen kenbaar hebben gemaakt tijdens de fase van besluitvorming en wat daarmee is gedaan. De Tweede Kamer heeft zich meermaals uitgesproken vóór het instellen van zo een lobbyparagraaf, zoals bijvoorbeeld verwoord in een motie [2].

De Partij voor de Dieren in Rotterdam is voorstander van meer openheid, openbaarheid en transparantie in de totstandkoming van publiek beleid. Wij staan voor een echte open bestuursstijl, niet alleen in woorden maar ook in daden. Om die reden zijn wij voorstander van het opnemen van een lobbyparagraaf in voorstellen van het college tot vaststelling van publiek beleid.

1. Kent het college de discussie over het opnemen van een lobbyparagraaf in voorstellen?

2. Staat het college net als wij voor de kernwaarden van openheid, openbaarheid en transparantie in de totstandkoming van publiek beleid?

3. Is het college bereid een lobbyparagraaf op te nemen in de voorstellen tot vaststelling van beleid die zij doet toekomen aan de Raad? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid een voorstel te doen hoe de lobbyparagraaf eruit komt te zien?

Een andere aanbeveling uit het initiatiefvoorstel betreft het betrachten van meer openheid, openbaarheid en transparantie bij toezichthoudende instanties. Een lobbyparagraaf wordt bepleit om de totstandkoming van de beleidsregels van deze instanties inzichtelijk te maken. Als wij dit vertalen naar de Rotterdamse context, dan denken wij al snel aan de DCMR. Deze instantie is in bestuurlijke zin een gemeenschappelijke regeling waar de gemeente Rotterdam deel van uitmaakt. Wij willen graag inzicht in de lobbyactiviteiten van organisaties bij de DCMR. Ongetwijfeld zijn er ook andere toezichthoudende instanties waar de gemeente deel van uitmaakt c.q. (mede)verantwoordelijkheid voor draagt en die te maken hebben met lobbyen. Als grootaandeelhouder van het Havenbedrijf Rotterdam heeft de gemeente bijvoorbeeld het laatste woord over beleidsregels inzake toezicht in het havengebied, door van zich te laten horen tijdens de aandeelhoudersvergadering. Wij willen daarom ook graag inzicht in de lobbyactiviteiten van organisaties bij de toezichthoudende instantie van het Havenbedrijf Rotterdam.

4. Is het college bereid zich hard te maken voor een lobbyparagraaf met betrekking tot de beleidsregels van de toezichthoudende instanties waar zij deel van uitmaakt c.q. (mede)verantwoordelijkheid voor draagt? Indien nee, waarom niet?

In recente besluitvormingsprocessen zoals de gemeentelijke positie ten aanzien van het plan voor Feyenoord City en het Rotterdamse biedboek voor de World Expo 2025 spelen grote belangen. Het gaat om projecten die meer dan een miljard euro zouden kunnen gaan behelzen en verschillende bedrijven hebben daar financieel belang bij. Onze fractie heeft vele organisaties en personen aan de deur gehad die ons aanboden te helpen met oordeelsvorming en stellingname in de besluitvorming. In sommige gevallen worden wij benaderd door personen waarvan niet geheel duidelijk is welke organisaties zij vertegenwoordigen of welke belangen zij nastreven of behartigen.

Evenzeer merken wij op dat tijdens werkbezoeken van de raadscommissies of in de koffiekamer tijdens raadsvergaderingen personen aanwezig zijn waarvan wij niet weten voor welke organisaties zij actief zijn. Naar verluidt hebben sommige van deze personen zich zelfs aangesloten bij een politieke partij om hun onderhandelingspositie te verbeteren. In principe is iedereen met haar of zijn belang welkom deze kenbaar te maken, maar dan wel met alle openheid, openbaarheid en transparantie van dien. Immers, het Stadhuis is gemeenschappelijk bezit en is een omgeving waarin publiek beleid wordt gemaakt.

Overigens zijn lobbyisten met een particulier belang bij de Partij voor de Dieren aan het verkeerde adres. Wij staan voor de publieke zaak en weten zeer goed zelf een oordeel te vormen.

In navolging van de Tweede Kamer lijkt het ons daarom zinvol een lobbyistenregister [3] in te stellen. In dit register staan, in dit geval, alle namen vermeld van de personen die toegang hebben tot de fracties in het Stadhuis en de organisaties die zij werkelijk vertegenwoordigen. Het register is openbaar raadpleegbaar.

5. Kent het college het lobbyistenregister waarnaar wij verwijzen?

6. Is het college bereid een lobbyistenregister in het leven te roepen voor de gemeenteraad van Rotterdam? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid een voorstel te doen hoe een Rotterdams lobbyistenregister eruit komt te zien?

[1] https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-34376-2.html

[2] https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=a86fea28-654b-4211-9984-cfcc9f1cba38&title=Gewijzigde%20motie%20van%20de%20leden%20Van%20Gerven%20en%20Oosenbrug%20%28t.v.v.%2032637%2C%20nr.%20229%29%20over%20toevoegen%20van%20een%20lobbyparagraaf%20aan%20wetsvoorstellen.pdf

[3] https://www.tweedekamer.nl/contact_en_bezoek/lobbyistenregister

Indiendatum: dec. 2017
Antwoorddatum: 23 jan. 2018

Vraag 1:
Kent het college de discussie over het opnemen van een lobbyparagraaf in voorstellen?
Antwoord:
Ja.

Vraag 2:
Staat het college net als wij voor de kernwaarden van openheid, openbaarheid en transparantie in de totstandkoming van publiek beleid?

Antwoord:
Ja.

Vraag 3:
Is het college bereid een lobbyparagraaf op te nemen in de voorstellen tot vaststelling van beleid die zij doet toekomen aan de Raad? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid een voorstel te doen hoe de lobbyparagraaf eruit komt te zien?

Antwoord:
Nee. Wij betwijfelen of het opnemen van een lobbyparagraaf in de voorstellen betekenisvol bijdraagt aan de genoemde kernwaarden. Beïnvloeding van beleid geschiedt, net als beïnvloeding in de politiek, langs vele lijnen. Dat gebeurt slechts deels via (formeel) georganiseerde belangenbehartiging. Voor het college kan invloed door bijvoorbeeld inwoners, georganiseerd of ongeorganiseerd, bij beleid een zeker zo
belangrijke rol spelen als invloed vanuit lobby.
In algemene zin zijn wij terughoudend met het opnemen van standaard paragrafen in voorstellen. Wij willen dat alleen overwegen als de bijdrage aan de genoemde kernwaarden klip en klaar is.

Vraag 4:
Is het college bereid zich hard te maken voor een lobbyparagraaf met betrekking tot de beleidsregels van de toezichthoudende instanties waar zij deel van uitmaakt c.q. (mede)verantwoordelijkheid voor draagt? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee. In uw inleidende tekst geeft u aan, inzicht te willen hebben in de lobbyactiviteiten van organisaties bij de DCMR en bij de toezichthoudende instanties van het Havenbedrijf Rotterdam. Aansluitend bij ons antwoord onder 3 zijn we ook op dit punt van mening dat een lobbyparagraaf met betrekking tot de beleidsregels van de toezichthoudende instanties waarvan wij (mede-)aandeelhouder zijn c.q. (mede)verantwoordelijkheid dragen weinig bijdraagt aan de door u genoemde kernwaarden. Los van de vraag over de uitvoerbaarheid van het verkrijgen van inzicht in de operationele activiteiten van deze op afstand van de gemeente geplaatste toezichthoudende instanties, zijn deze
organisaties ook onderworpen aan specifieke wet- en regelgeving die op werking van de toezichthouders en daarbij passende zelfstandige positie toezien.

Vraag 5:
Kent het college het lobbyistenregister waarnaar wij verwijzen?

Antwoord:
Ja.

Vraag 6:
Is het college bereid een lobbyisten register in het leven te roepen voor de gemeenteraad van Rotterdam? Indien nee, waarom niet? Indien ja, is het college bereid een voorstel te doen hoe een Rotterdams lobbyistenregister eruit komt te zien?

Antwoord:
Nee. Het college betwijfelt of de instelling van een lobbyregister bijdraagt aan openheid, openbaarheid en transparantie in de totstandkoming van publiek beleid. Het lobbyregister van de Tweede Kamer is gekoppeld aan een systeem van toegangspasjes. In die zin heeft het ongetwijfeld een praktisch nut. Tegelijkertijd kan het naar het oordeel van het college niet anders dan dat slechts een deel van de lobbyisten/belangenbehartigers hierin opgenomen is. In het register zijn bijvoorbeeld 7 provincies, 5 gemeenten (3 van de G4, en Almere en Breda) en 2 universiteiten opgenomen. Ongetwijfeld wordt er door veel meer stakeholders invloed uitgeoefend op de totstandkoming van publiek beleid.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer