Geluids­overlast langs bebouwing Nieuwe Maas


Indiendatum: jan. 2015

Geacht college,

De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam is er door meerdere burgers op geattendeerd dat pleziervaart op de Nieuwe Maas – grofweg langs de bebouwing tussen de Van Brienenoordbrug en ter hoogte van Schiemond – een belangrijke bron van geluidsoverlast vormt. Pleziervaartondernemingen die er expliciet voor zijn opgericht mensen te vermaken met een wilde vaartocht werden hierbij aangewezen als de meest prominente lawaaimakers. Navraag bij DCMR heeft ons geleerd dat er ook geregeld klachten binnenkomen over geluidsoverlast veroorzaakt door harde muziek afkomstig door partyschepen die de Nieuwe Maas als vaarroute gebruiken.

1. Is het college op de hoogte van irritaties of klachten van burgers als gevolg van geluidsoverlast die wordt veroorzaakt door vaartuigen (zijnde niet-industrieel verkeer) langs de bebouwing op de Nieuwe Maas?

Volgens de burgers die ons hebben aangeschreven is hoge vaarsnelheid een belangrijke oorzaak van geluidsoverlast van de pleziervaart, vooral wanneer er – ter vermaak van de opvarenden – plotsklaps wordt afgeremd of opgetrokken. Landelijk geldt er op het water een snelheidsbegrenzing van twintig kilometer per uur, tenzij er in aanvullende regelingen anders is bepaald. In de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 is bepaald dat over vrijwel de gehele lengte van de Nieuwe Maas harder mag worden gevaren dan twintig kilometer per uur (zie Artikel 1, lid 1 onder z). De bepaling is bekrachtigd in het Besluit snelle motorboten haven van Rotterdam uit 2001.

2. Deelt het college de mening dat er een verband bestaat tussen vaarsnelheid en geluidsoverlast, of in ieder geval dat geluidsoverlast kan optreden als gevolg van grote snelheidswisselingen? Indien nee, waarom niet?

3. Stelt het college dat het oprekken van de vaarsnelheid op de Nieuwe Maas tot boven twintig kilometer per uur verband houdt met geluidsoverlast? Indien nee, waarom niet?

Het Havenbedrijf Rotterdam heeft met de sector 'snelle commerciële pleziervaart' een convenant1 opgesteld waarin afspraken zijn opgenomen ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid op het water. Onder punt 7 van het convenant wordt de vaarsnelheid behandeld en is bepaald dat in de diverse havens een maximumsnelheid van twintig kilometer per uur geldt.

4. Is het college bereid het Havenbedrijf Rotterdam aan te sporen om met de sector af te spreken de vaarsnelheid op rijkswateren zoals de Nieuwe Maas eveneens te begrenzen tot twintig kilometer per uur? Indien nee, waarom niet?

Wat ons betreft stopt de vrijheid van ondernemingen tot het ontplooien van activiteiten daar waar het genot van omwonenden en werkenden langs de Nieuwe Maas ernstig wordt belemmerd. Deze ondernemingen kunnen hun werkterrein (letterlijk) verleggen naar stukken van de Nieuwe Maas met geen of een ander type bebouwing. Daarnaast kan geluidsoverlast veroorzaakt door ronkende motoren makkelijk worden voorkomen door over te schakelen op elektrische aandrijving. De elektromotor biedt uitstekende mogelijkheden om stil over het water te scheuren. Hierbij is ook de luchtkwaliteit gebaat; alle kleine beetjes helpen!

5. Is het college bereid om met het ministerie van Infrastructuur & Milieu overleg te voeren met als doel de bepaling te herzien inzake de vaarsnelheid op het voornoemde stuk van de Nieuwe Maas in de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995? Indien nee, waarom niet?

6. Is het college bereid de sector snelle commerciële pleziervaart te enthousiasmeren tot het overgaan op elektrische aandrijving? Indien nee, waarom niet?

Naast de leemte in de wetgeving inzake vaarsnelheid stelt het DCMR dat er geen geluidsnormen bestaan voor vaartuigen die zich op rijkswateren begeven. Partyschepen maken hiervan dankbaar gebruik, vooral 's avonds en 's nachts. Ondernemingen met partyschepen hebben ook geen vergunning nodig van de gemeente Rotterdam waarin bepalingen ten aanzien van geluidsbelasting verankerd zijn, aangezien de gemeente geen bevoegd gezag is. Dit komt erop neer dat het aan de ondernemingen is om de geluidsbelasting – voortkomend uit muziek – terug te brengen tot een 'acceptabel' niveau.

7. Is het college bereid om met het ministerie van Infrastructuur & Milieu overleg te voeren met als doel geluidsnormen in te stellen voor vaartuigen die zich binnen de gemeentegrenzen op rijkswateren begeven? Indien nee, is het college bereid ondernemingen met partyschepen (alsmede de overige pleziervaart) ertoe te bewegen de geluidsbelasting terug te brengen tot een acceptabel niveau?

Ik zie uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

1Zie bijvoorbeeld http://www.rib-experience.nl/PDF/convenant.pdf

Indiendatum: jan. 2015
Antwoorddatum: 19 feb. 2015

Op 19 januari 2015 stelde J.D. van der Lee (Partij voor de Dieren) ons schriftelijke vragen over geluidsoveriast langs bebouwing Nieuwe Maas.

Inleidend wordt gesteld:
De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam is er door meerdere burgers op geattendeerd dat pleziervaart op de Nieuwe Maas - grofweg langs de bebouwing tussen de Van Brienenoordbrug en ter hoogte van Schiemond - een belangrijke bron van geluidsoveriast vormt. Pleziervaartondernemingen die er expliciet voor zijn opgericht mensen te vermaken met een wilde vaartocht werden hierbij aangewezen als de meest prominente lawaaimakers. Navraag bij DCMR heeft ons geleerd dat er ook geregeld klachten binnenkomen over geluidsoveriast veroorzaakt door harde muziek afkomstig door partyschepen die de Nieuwe Maas als vaarroute gebruiken.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:

Is het college op de hoogte van irritaties of klachten van burgers als gevolg van geluidsoverlast die wordt veroorzaakt door vaartuigen (zijnde niet-industrieel verkeer) langs de bebouwing op de Nieuwe Maas?

Antwoord:
Wij zijn er van op de hoogte dat er geluidsklachten zijn binnengekomen, zowel bij de DCMR als bij het Haven Coördinatie Centrum van de Havenmeester van Rotterdam, over snel varende motorboten en partyvaart. In 2014 zijn er in totaal acht klachten geregistreerd over geluidshinder van snel varende motorboten en 25 klachten hadden betrekking op geluidshinder veroorzaakt door partyvaart.

Vraag 2:
Deelt het college de mening dat er een verband bestaat tussen vaarsnetheid en geluidsoverlast, of in ieder geval dat geluidsoverlast kan optreden als gevolg van grote snelheidswisselingen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Hoewel er niet altijd een causaal verband is tussen de snelheid en de geluidsoveriast, zal in de regel een snel varend of snel accelererend schip meer geluid voortbrengen dan wanneer dat schip minder snel vaart of minder snel accelereert. Dit zegt echter weinig over de absolute waarden, in die zin dat het per schip verschilt hoeveel geluid het voortbrengt en in hoeverre daardoor hinder ontstaat.

Vraag 3:
Stelt het college dat het oprekken van de vaarsnelheid op de Nieuwe Maas tot boven twintig kilometer per uur verband houdt met geluidsoverlast? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Niet ieder snel varend schip veroorzaakt geluidsoveriast. Dit is van vele factoren afhankelijk, zoals de grootte van het schip, het type schip of de motorisering van het schip.
In de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu vastgelegd op welke wateren met een snelle motorboot harder dan 20 kilometer per uur mag worden gevaren. Dit mag onder meer op de Nieuwe Maas, maar bijvoorbeeld ook op de Nieuwe Waterweg. Vanuit nautisch oogpunt is door de Minister gekeken op welke wateren sneller dan 20 kilometer per uur veilig kan worden gevaren. Dit is het geval op de Nieuwe Maas. Er is dan ook geen sprake van een "gebrek" of "leemte" in de regelgeving, maar van een afweging van de minister. Overigens gold ook vóór 1995 geen snelheidsbeperking op de Nieuwe Maas voor snelle motorboten.

Tevens wordt gesteld:
Het Havenbedrijf Rotterdam heeft met de sector 'snelle commerciële pleziervaart' een convenant (zie bijvoorbeeld http://www.rib-experience.nl/PDF/convenant.pdf) opgesteld waarin afspraken zijn opgenomen ten aanzien van het waarborgen van de veiligheid op het water. Onder punt 7 van het convenant wordt de vaarsnelheid behandeld en is bepaald dat in de diverse havens een maximumsnelheid van twintig kilometer per uur geldt.

Vraag 4:
Is het college bereid het Havenbedrijf Rotterdam aan te sporen om met de sector af te spreken de vaarsnelheid op rijkswateren zoals de Nieuwe Maas eveneens te begrenzen tot twintig kilometer per uur? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Allereerst wil ons college opmerken dat het convenant niet met het Havenbedrijf Rotterdam is gesloten, maar met de Havenmeester van Rotterdam, tevens Rijkshavenmeester. De Havenmeester oefent op de Rijksvaarwegen, waaronder de Nieuwe Maas, verschillende nautische bevoegdheden zelf en namens de Minister uit.

In de gesprekken die in de voorbereiding tot het tot stand komen van het convenant hebben plaatsgevonden, hebben de bedrijven de Havenmeester aangegeven dat de snelheid over het water het belangrijkste element van hun bedrijfsvoering is. Een beperking van de vaarsnelheid op de rivier zou overigens ook andere partijen in hun bedrijfsvoering raken. Denk bijvoorbeeld aan de watertaxi's, de roeiers, de loodsen en het openbaar vervoer over water die hun werk met (grote) snelheid uitvoeren. Gelet op de binnengekomen klachten, constateren wij dat slechts een beperkt aantal snel varende schepen de geluidsklachten veroorzaken. Een algemene maatregel is in onze ogen dan ook te verstrekkend, zeker gelet op het feit dat de verschillende partijen die werken met snel varende motorboten voorzien in een grote behoefte voor de stad en haar inwoners. Wel is ons college met u van mening dat deze activiteiten niet tot (geluids)hinder zouden moeten leiden.

Vraag 5:
Is het college bereid om met het ministerie van Infrastructuur & Milieu overleg te voeren met als doel de bepaling te herzien inzake de vaarsnelheid op het voornoemde stuk van de Nieuwe Maas in de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Zie de eerste alinea bij het antwoord op vraag 4.

Vraag 6:
Is het college bereid de sector snelle commerciële pleziervaart te enthousiasmeren tot het overgaan op elektrische aandrijving? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het gebruik van elektrische aandrijving in de scheepvaart staat nog in de kinderschoenen, zeker als het gaat om het elektrisch aandrijven van snelle of grote vaartuigen, aangezien daar veel elektrisch vermogen voor nodig is. En hoewel wij ieder initiatief toejuichen waardoor milieuvriendelijker en geluidsarmer kan worden gevaren, is het in onze ogen in de eerste plaats aan de Minister van Infrastructuur en Milieu om hier, al dan niet in Europees verband, aandacht aan te schenken.

Tevens wordt gesteld:
Naast de leemte in de wetgeving inzake vaarsnelheid stelt de DCMR dat er geen geluidsnormen bestaan voor vaartuigen die zich op rijkswateren begeven. Partyschepen maken hien/an dankbaar gebruik, vooral 's avonds en 's nachts. Ondernemingen met partyschepen hebben ook geen vergunning nodig van de gemeente Rotterdam waarin bepalingen ten aanzien van geluidsbelasting verankerd zijn, aangezien de gemeente geen bevoegd gezag is. Dit komt erop neer dat het aan de ondernemingen is om de geluidsbelasting - voortkomend uit muziek - terug te brengen tot een 'acceptabel' niveau.

Vraag 7:
Is het college bereid om met het ministerie van Infrastructuur & Milieu overleg te voeren met als doet geluidsnormen in te stelten voor vaartuigen die zich binnen de gemeentegrenzen op rijkswateren begeven? Indien nee, is het college bereid ondernemingen met partyschepen (alsmede de overige pleziervaart) ertoe te bewegen de geluidsbelasting terug te brengen tot een acceptabel niveau?

Antwoord:
Wij vinden het op dit moment te vroeg om met het Ministerie van Infrastructuur en Milieu overieg over dit ondenwerp te voeren. De eerste stap die wij zullen zetten, is om met de partyschepen, die verenigd zijn in het Rotterdamse partyschepen oyerieg, in gesprek te gaan en hen te wijzen op de klachten die zijn binnengekomen. Daarbij zullen de deelnemers worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid om geen geluidshinder in hun bedrijfsuitoefening te veroorzaken.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer