Controle en hand­having onderhoud en illegale opstallen in buiten­gebied Hoek van Holland


Indiendatum: apr. 2015

Geacht college,

Onlangs hebben wij in het kader van het rekenkamerrapport 'Gemodder in de polder' alsook het ontwikkelplan Oranjebonnen op eigen initiatief het buitengebied van Hoek van Holland bezocht, te weten de Oranjebuitenpolder en Bonnenpolder. Ter plaatse werden wij getroffen door het achterstallige onderhoud aan een aantal opstallen. Wij beschouwen dit als een signaal dat de voorgenomen gebiedsontwikkeling al een tijd stagneert. Achterstallig onderhoud kan worden veroorzaakt door geldgebrek, maar het kan ook opzettelijk gebeuren. Voorts hebben wij de indruk dat er nogal wat opstallen waren geplaatst zonder de vereiste omgevingsvergunning, zoals containers, schuurtjes en caravans, die nogal schots en scheef verspreid liggen in het polderlandschap.

We vragen ons af of de gemeente handhaaft en controleert ten aanzien van achterstallig onderhoud en illegale opstallen. Een inadequaat handhavings- en controleregime van de gemeente kan een gevaar vormen voor de (brand)veiligheid, het is een inbreuk op het algemene aanzien van het buitengebied en het welbevinden van bewoners en bezoekers aldaar, maar ook de rechtmatigheid van opstallen in het gebied van ontwikkelplan Oranjebonnen is mogelijk in het geding.

1. Is het college bereid een overzicht te doen toekomen van het aantal agrarische bouwpercelen in het buitengebied? Indien nee, waarom niet?

2. Is het college bereid inzicht te verschaffen in de controlerapporten van de afgelopen tien jaar inzake achterstallig onderhoud aan opstallen in het buitengebied? Indien nee, waarom niet?

3. Is er volgens het college sprake van achterstallig onderhoud bij karakteristieke panden in het buitengebied?

4. Is het college bereid inzicht te verschaffen inzake de aanschrijvingen met betrekking tot opstallen die zijn gebouwd of verbouwd zonder de vereiste vergunningen? Indien nee, waarom niet?

In 2013 is het bestemmingsplan 'Oranjebonnen (Fase 1)' (1) vastgesteld. Een deel van het buitengebied van Hoek van Holland valt binnen dit bestemmingsplan.

In Artikel 9.1.1 van het bestemmingsplan wordt gesteld dat een bouwwerk of concrete plannen daartoe (middels het aanvragen van een omgevingsvergunning), alvorens het voorliggende bestemmingsplan gaat gelden, mag worden (af)gebouwd, vergroot, veranderd, et cetera. In Artikel 9.1.3. staat voorts:

“Het bepaalde in 9.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan”.

Bovennoemde bepalingen zijn onderdeel van het zogenoemde omgevingsrecht.

5. Zal het overgangsrecht op eenzelfde wijze worden toegepast in het plangebied onderliggend aan het nog op te stellen bestemminsplan Oranjebonnen (Fase 2) of iets met deze strekking, corresponderend met de tweede fase van het ontwikkelplan Oranjebonnen?

6. Wat gebeurt er volgens het college met opstallen in het buitengebied die weliswaar illegaal zijn gebouwd ten tijde van de voorheen geldende bestemmingsplannen (in casu 'Hoek van Holland buitengebied-oost 1979', 'Hoek van Holland buitengebied noord en oost II' en 'Tweede ontsluitingsweg Hoek van Holland'), maar in een nieuw bestemmingsplan wel binnen de regels vallen?

Tijdens ons werkbezoek aan het buitengebied viel op dat een agrarisch perceel dienst doet als opslagplaats. In het bestemmingsplan 'Oranjebonnen (Fase 1)' is in een bestemmingsregel bepaald dat het gebruik van grond als opslagplaats in strijd is met de algehele bestemming van het gebied (zie p. 49).

7. Kan het college bevestigen dat er in het buitengebied van Hoek van Holland agrarische percelen al dan niet illegaal worden gebruikt als opslagplaats? Indien ja, vallen één of meer agrarische percelen binnen het plangebied van voornoemd bestemmingsplan?

Tenslotte willen wij nog opmerken dat het overgrote deel van het buitengebied momenteel een geactualiseerd bestemmingsplan ontbeert. Dit betekent dat de gemeente geen juridisch instrument heeft om bijvoorbeeld leges te innen, maar dus ook niet om adequaat te controleren en handhaven. Dit is jammer, aangezien het buitengebied nu aan haar lot wordt overgelaten.

8. Kan het college uitleggen waarom de procedure van het bestemmingsplan 'Hoek van Holland – Landelijk Gebied' niet is afgemaakt, teneinde het buitengebied van Hoek van Holland te beschermen?

(1) http://www.rotterdam.nl/Clusters/RSO/Document%202013/Bekendmakingen/Bestemmingsplannen/DEELGEMEENTE%20HOEK%20VAN%20HOLLAND/t_NL.IMRO.0599.BP2072Oranjebonnen-va01.pdf

Indiendatum: apr. 2015
Antwoorddatum: 8 jul. 2015

Op 21 april 2015 stelden J.D. van der Lee (Partij voor de Dieren) en Q. Velter (SP) ons schriftelijke vragen over controle en handhaving onderhoud en illegale opstallen in buitengebied Hoek van Holland.

Inleidend wordt gesteld:

Onlangs hebben wij in het kader van het rekenkamerrapport 'Gemodder in de polder' alsook het ontwikkelplan Oranjebonnen op eigen initiatief het buitengebied van Hoek van Holland bezocht, te weten de Oranjebuitenpolder en Bonnenpolder. Ter plaatse werden wij getroffen door het achterstallige onderhoud aan een aantal opstallen. Wij beschouwen dit als een signaal dat de voorgenomen gebiedsontwikkeling al een tijd stagneert. Achterstallig onderhoud kan worden veroorzaakt door geldgebrek, maar het kan ook opzettelijk gebeuren. Voorts hebben wij de indruk dat er nogal wat opstallen waren geplaatst zonder de vereiste omgevingsvergunning, zoals containers, schuurtjes en caravans, die nogal schots en scheef verspreid liggen in het polderlandschap.

Wij vragen ons af of de gemeente handhaaft en controleert ten aanzien van achterstallig onderhoud en illegale opstallen. Een inadequaat handhavings- en controleregime van de gemeente kan een gevaar vormen voor de (brand)veiligheid, het is een inbreuk op het algemene aanzien van het buitengebied en het welbevinden van bewoners en bezoekers aldaar, maar ook de rechtmatigheid van opstallen in het gebied van ontwikkelplan Oranjebonnen is mogelijk in het geding.

Alvorens in te gaan op de beantwoording van de 8 specifieke vragen wordt de algemene achtergrond bij handhaving geschetst.

In opdracht van het college voeren de DCMR, Veiligheidsregio Rijnmond en Stadsontwikkeling binnen de gemeente gezamenlijk het Meerjarenprogramma handhaving fysieke veiligheid uit aan de hand van een jaarlijks Integraal Handhavingsprogramma (IHP). Verwezen wordt naar het door het college op 28 april 2015 vastgestelde "Integraal Handhaving Programma 2015" en het "Verslag van het Integraal Handhaving Programma 2014" (BS 15/285 15/32927 15BB2908).

Stadsontwikkeling (Bouw en Woningtoezicht) ziet in brede zin toe op de staat en het gebruik van gebouwen (en gronden) in Rotterdam. In de praktijk betekent dit - kort gezegd - dat wordt toegezien op goed onderhoud en goed gebruik van gebouwen (en gronden) in Rotterdam.

Samengevat wordt er op de volgende aspecten gehandhaafd:

- Veiligheid: naleving bouwkundige veiligheidsregels en gebruiksvoorschriften.

- Gezondheid: naleving regels op het gebied van luchtverversing, hygiëne e.d.

- Achterstallig onderhoud: naleving voorschriften die voortvloeien uit de Woningwet en het Bouwbesluit.

- Hinder en overlast: malafide eigenaren, illegale logementen en hennepkwekerijen.

- Ongeoorloofd gebruik in het kader van het bestemmingsplan en de huisvestingsverordening.

- Woon-, werk en leefomgeving: bevorderen van de integrale kwaliteit van de woon-, werk- en leefomgeving door onder meer projectmatige verbetering van huizenblokken.

De daarbij gehanteerde handhavingsstrategieën zijn een 'harde' aanpak (de toezicht- en een sanctiestrategie) en een 'zachte' aanpak (stimulerende instrumenten). De toezichtstrategie gaat over kijken en controleren, de sanctiestrategie over de beëindiging van een overtreding en de strategie stimulerende instrumenten over motiveren, bewust maken, uitbreiden van kennis, overtuigen en belonen.

De uit de jurisprudentie voortvloeiende beginselplicht tot handhaving gaat niet zover dat er voor de overheid op alle terreinen een actieve opsporingsplicht bestaat. Veelal zijn klachten van omwonenden dan ook aanleiding voor onderzoek. Ook werd, indien de deelgemeenten daartoe aanleiding zagen (voor april 2014), in opdracht van de deelgemeenten als bevoegd gezag projectmatig (niet reactief) gehandhaafd.

Bij het constateren van een overtreding wordt in principe altijd een procedure gestart om een besluit te nemen met daarin de opdracht tot het beëindigen van de overtreding en ook de aanzegging van het dwangmiddel. In sommige gevallen wordt gekozen voor een periode van minnelijk overleg, maar ook daarin worden termijnen gehanteerd. Van geval tot geval wordt bezien welke aanpak het meest geëigend is.

Onderstaande beantwoording dient te worden gezien in het licht van de hierboven geschetste uitgangspunten.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Is het college bereid een overzicht te doen toekomen van het aantal agrarische bouwpercelen in het buitengebied? Indien nee, waarom niet.

Antwoord:
Ja. Het betreft de percelen Polderhaakweg 9, 17, 29 en Bonnenweg 2 en 50. In het vigerend bestemmingsplan "Hoek van Holland Buitengebied Oost" hebben deze percelen de bestemming "Agrarisch bouwperceel".

Vraag 2:
Is het college bereid inzicht te verschaffen in de controlerapporten van de afgelopen tien jaar inzake achterstallig onderhoud aan opstallen in het buitengebied? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. Raadpleging van de handhavingsregistratiesystemen levert 1 dossier op. Dit betreft een gebouw gelegen op het adres Bonnenweg 2. Het betreft een, zonder omgevingsvergunning, verbouwde schuur waarvan het beoogde gebruik in strijd is met de agrarische bestemming van het nu nog geldende bestemmingsplan. De eigenaar is aangeschreven. Dit dossier bevindt zich in de zogenaamde minnelijke fase omdat het beoogde gebruik als "bed and breakfast" past in het toekomstige bestemmingsplan. Een nog in te dienen aanvraag omgevingsvergunning zal dienen te voldoen aan alle in de Wet algemene Bepalingen omgevingsrecht genoemde toetsingsgronden waaronder het Bouwbesluit en redelijke eisen van Welstand.

In dit kader wordt gememoreerd dat er geen sprake is geweest van klachten van omwonenden en ook door voormalig deelgemeente Hoek van Holland geen aanleiding is gezien Stadsontwikkeling te verzoeken projectmatig, dat wil zeggen niet reactief, te handhaven. Wel heeft er in januari 2015, mede vanuit het oogpunt van Toezicht en Handhaving, een schouw/inventarisatie plaatsgevonden. Hieruit zijn, ten aanzien van mogelijke onregelmatigheden, de eerste stappen genomen die in het vervolg van de beantwoording van de vragen de revue zullen passeren.

Vraag 3:
Is er volgens het college sprake van achterstallig onderhoud bij karakteristieke panden in het buitengebied?

Antwoord:
Er is in dit gebied geen sprake van een beschermd stads- of dorpsgezicht, noch van een rijks of gemeentelijk monument. Met karakteristieke panden worden naar onze inschatting, gezien de ligging in overwegend agrarisch gebied, waarschijnlijk de boerderijen bedoeld aan de Polderhaakweg 9, 17, 29, Bonnenweg 20 en 50.

De eerste inventarisatie heeft geen achterstallig onderhoud opgeleverd zodanig dat de geconstateerde feiten een aanschrijving op grond van het Bouwbesluit rechtvaardigen. Wel is er aan de Polderhaakweg 9 sprake van een slooppand waarvoor een handhavingsdossíer is aangemaakt. Vanuit het oogpunt van veiligheid zal het slooppand beveiligd moeten worden: "in de hekken" worden gezet.

De Polderhaakweg 17 betreffen opstallen en gronden in eigendom van de gemeente Rotterdam. Ten aanzien van een, zonder omgevingsvergunning gerealiseerd bouwwerk voorde voorgevelrooilijn, zullen dan ook privaatrechtelijke maatregelen eerder passend zijn en nader worden onderzocht/getroffen.

Vraag 4:
Is het college bereid inzicht te verschaffen inzake de aanschrijvingen met betrekking tot opstallen die zijn gebouwd of verbouwd zonder de vereiste vergunningen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. Dit betreft het gebouw gelegen aan de Bonnenweg 2 en een aanbouw/overkapping op de Bonnenweg 50. Voor de Bonnenweg 2: zie het antwoord op vraag 2. Het adres Bonnenweg 50 is in het kader van handhaving in onderzoek. Voor zover er geen sprake is van een omgevingsvergunningvrij bouwwerk past dit bijbehorende bouwwerk in het bestemmingsplan, zodat legalisatie in de vorm van een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor de hand ligt. Uiteraard zal een nog in te dienen aanvraag omgevingsvergunning moeten voldoen aan alle in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht genoemde toetsingsgronden.

In 2013 is het bestemmingsplan 'Oranjebonnen (Fasel)' vastgesteld. Een deel van het buitengebied van Hoek van Holland valt binnen dit bestemmingsplan.

Voorts wordt gesteld:

In Artikel 9.1.1 van het bestemmingsplan wordt gesteld dat een bouwwerk of concrete plannen daartoe (middels het aanvragen van een omgevingsvergunning), alvorens het voorliggende bestemmingsplan gaat gelden, mag worden (af)gebouwd, vergroot, veranderd, et cetera. In Artikel 9.1.3. staat voorts:

''Het bepaalde in 9.1.1. is niet van toepassing op de bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan."

Bovengenoemde bepalingen zijn onderdeel van het zogenoemde omgevingsrecht.

http://www.rotterdam.nl/Clusters/RSO/Document%202013/Bekendmakingen/BestemminqsplannenZDEELGEfv1EENTE07o200ZQHOEK07020VAN0Zo20HOLLANDZt NLIMRO.0599.BP 2072Oraniebonnen-va01-.pdf

Vraag 5:
Zal het overgangsrecht op eenzelfde wijze worden toegepast in het plangebied onderliggend aan het nog op te stellen bestemmingsplan Oranjebonnen (Fase 2) of iets met deze strekking, corresponderend met de tweede fase van het ontwikkelplan Oranjebonnen?

Antwoord:
In artikel 3.2.1 van het Besluit Ruimtelijk Ordening zijn standaardregels opgenomen voor het in bestemmingsplannen op te nemen overgangsrecht. Deze standaard regels zijn verplicht opgenomen in het bestemmingsplan Oranjebonnen (Fasel) en moeten en zullen ook worden opgenomen in het bestemmingsplan Oranjebonnen Fase 2.

3.2.1. BRO? 3.2. Standaardregels in bestemmingsplannenArtikel 3.2.1In een bestemmingsplan worden de volgende regels van overgangsrecht ten aanzien van bouwwerken opgenomen, met dien verstande dat het percentage genoemd in het tweede lid van die regeling lager kan worden vastgesteld:Overgangsrecht bouwwerken1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd;b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan.2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10oA.3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

Vraag 6:
Wat gebeurt er volgens het college met opstallen in het buitengebied die weliswaar illegaal zijn gebouwd ten tijde van de voorheen geldende bestemmingsplannen (in casu 'Hoek van Holland buitengebied noord en oost II 'en Tweede ontsluitingsweg Hoek van Holland'), maar in een nieuwe bestemmingsplan wel binnen de regels vallen?

Tijdens ons werkbezoek aan het buitengebied viel op dat een agrarisch perceel dienst doet als opslagplaats. In het bestemmingsplan 'Oranjebonnen (Fase 1)' is in een bestemmingsregel bepaald dat het gebruik van grond als opslagplaats in strijd is met de algehele bestemming van het gebied (zie p.49).

Antwoord:
Met deze vraag wordt waarschijnlijk de beoogde "bed and breakfast" aan de Bonnenweg 2 bedoeld. Hierbij wordt verwezen naar de beantwoording van vraag 2.

In zijn algemeenheid kan worden opgemerkt dat, indien er voor wordt gekozen om gebouwen die in strijd zijn met het nog geldende bestemmingsplan positief te bestemmen in het nieuwe bestemmingsplan, er geen sprake meer is van strijd met het bestemmingsplan, zodat er op die grond uiteraard niet meer gehandhaafd kan worden. Wel kan nog een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen aan de orde zijn.

Vraag 7:
Kan het college bevestigen dat er in het buitengebied van Hoek van Holland agrarische percelen al dan niet illegaal worden gebruikt als opslagplaats? Indien ja, vallen één of meer agrarische persen binnen het plangebied van voornoemd bestemmingsplan?

Antwoord:
Het is het college bekend dat er een agrarisch perceel in het buitengebied van Hoek van Holland in gebruik is als opslagplaats. Dit betreft een gebied ten zuiden van de Polderhaakweg 9. Dit terrein wordt gebruikt als opslag voor de jaarlijkse paardenwedstrijd. Het betreft shovels, barrages, portakabins en dergelijke. De eigenaar van de gronden is hierop, nog in het kader van een minnelijk traject, aangesproken. Met de eigenaar is overleg gaande over de mogelijkheid van het oprichten van een overkoepelend, landschappelijk inpasbaar bouwwerk/gebouw, waarin de nu nog losse opslag kan plaatsvinden.

Vraag 8:
Kan het college uitleggen waarom de procedure van het bestemmingsplan "Hoek van Holland - Landelijk Gebied" niet is afgemaakt, teneinde het buitengebied van Hoek van Holland te beschermen?

Antwoord:
Het bestemmingsplan "Hoek van Holland - Landelijk gebied" betreft een gebied waar geen of zeer beperkte bouwmogelijkheden zijn. Dat soort plannen heeft vanwege het te verwaarlozen risico op derving van leges een verw lage prioriteit om te worden herzien.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer