Collectie Wereld­museum en het voorstel tot ontza­melen


Indiendatum: jan. 2015

Geacht college,

In het AD Rotterdams Dagblad van 27 januari jongstleden is een artikel verschenen over de collectie van het Wereldmuseum. In het artikel wordt gesteld dat de directeur van Museum Boijmans van Beuningen bij het Wereldmuseum per direct 445 stukken terugeist die zij aan laatstgenoemde in bruikleen heeft gegeven. Het leeuwendeel van deze stukken behoort op dit moment toe aan de Azië-collectie van het Wereldmuseum.

1. Heeft het college kennis genomen van het artikel in het AD Rotterdams Dagblad van 27 januari 2015?

2. Is het college op de hoogte van de reden van Museum Boijmans van Beuningen om stukken terug te eisen van het Wereldmuseum? Indien nee, waarom niet? Indien ja, wat is de reden?

De wethouder verantwoordelijk voor cultuur beschouwt een bruikleenovereenkomst als een privaatrechtelijke kwestie. Hij stelt in het bewuste krantenartikel: “Het is een zaak tussen de musea”. Ofwel, hij gaat er simpelweg niet over.

3. Waar gaat de wethouder dan wel over?

4. Verbindt de wethouder een waardeoordeel aan de beëindiging van de bruikleenovereenkomst tussen Museum Boijmans van Beuningen en het Wereldmuseum?

5. Hoe beschouwt de wethouder zijn eigen rol en verantwoordelijkheden met betrekking tot een museum dat de afgelopen maanden meerdere keren in een kwaad daglicht heeft gestaan?

“Wij zijn aan het ontzamelen”, aldus de directeur van het Wereldmuseum in het krantenartikel. In de afgelopen maanden is het voorstel tot ontzamelen stevig bediscussieerd. In november 2014 heeft de Toetsingscommissie Ontzamelen Rotterdam het college negatief geadviseerd over het ontzamelvoorstel van het Wereldmuseum. Volgens de commissie is het voorstel tot ontzamelen gespeend van de nodige zorgvuldigheid, juistheid en transparantie.

6. Klopt het volgens het college dat het ontzamelen nog steeds in volle gang is? Indien nee, is het ontzamelen tot nader order uitgesteld, zoals de wethouder verantwoordelijk voor cultuur ons tijdens de commissie- en raadsvergadering(en) in november 2014 informeerde?

7. Verbindt het college een waardeoordeel aan het advies van de Toetsingscommissie Ontzamelen Rotterdam?

Bij het Wereldmuseum ontbreekt momenteel een functionerende Raad van Toezicht (RvT). De kafkaëske situatie doet zich voor dat het college zich niet kan uitspreken over ontzamelvoorstellen van een museum als een RvT ontbreekt (zie griffienummer en 14bb7110). Echter, dit houdt ook in dat een museum niet mag beginnen met ontzamelen zonder toestemming van een RvT.

8. Deelt het college de mening dat het Wereldmuseum niet mag beginnen met ontzamelen zonder uitdrukkelijke toestemming van een RvT? Indien nee, waarom niet? Indien ja, wat vindt het college van de uitspraak van de directeur van het Wereldmuseum, met dien verstande dat hij juist is geciteerd?

9. Hoe rijmt het college haar opstelling binnen het ontzamelvoorstel met haar eerder gevelde oordeel “de ingrijpende beleidstrajecten (...) bij het Wereldmuseum (…) voorlopig stil te leggen” (zie griffienummer 14bb6958)?

Naar schatting is tachtig tot negentig procent van de Azië-collectie in bruikleen. Het is niet ondenkbaar dat andere bruikleengevers het voorbeeld van Museum Boijmans van Beuningen zullen volgen. Juist met de Azië-collectie wil het Wereldmuseum zich naar verluidt profileren.

10. Gezien de eigendomssituatie van een groot deel van de Azië-collectie, deelt het college de mening dat de focus op Azië een uiterst kwetsbare marketingstrategie is? Indien nee, waarom niet?

11. Hoe denkt het college de museale functie en daarmee het publiek belang te waarborgen in de huidige plannen van het Wereldmuseum zich te beperken tot de Azië-collectie?

In het krantenartikel wordt verder gesteld dat het verzoek tot teruggave van de 445 stukken al maanden geleden is gedaan, maar dat het verzoek tot zeer recent niet werd beantwoord.

12. Stelt het college dat het Wereldmuseum zijn eigen administratie op orde heeft en adequaat kan reageren op verzoeken van bruikleengevers?

Naar de bedrijfsvoering inclusief het ontzamelvoorstel van het Wereldmuseum lopen momenteel twee onderzoeken. Inmiddels heeft de Rekenkamer Rotterdam, die op verzoek van de voltallige Raad één van de onderzoeken uitvoert, haar onderzoeksopzet geopenbaard. Het onderzoeksbureau LawsonLuiten is door het college gevraagd het andere onderzoek voor haar rekening te nemen.

13. Wat is de huidige stand van zaken in het onderzoek van LawsonLuiten?

14. Kunnen wij op korte termijn een tussenbericht of onderzoeksopzet verwachten van LawsonLuiten?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

Indiendatum: jan. 2015
Antwoorddatum: 9 mrt. 2015

Inleidend wordt gesteld:
In het AD Rotterdams Dagblad van 27 januari jongstleden is een artikel verschenen over de collectie van het Wereldmuseum. In het artikel wordt gesteld dat de directeur van museum Boijmans van Beuningen per direct 445 stukken terugeist die zij aan laatstgenoemde in bruikleen heeft gegeven. Het leeuwendeel van deze stukken behoort op dit moment toe aan de Azië-collectie van het Wereldmuseum.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Heeft het college kennis genomen van het artikel in het AD Rotterdams Dagblad van 27 januari 2015?

Antwoord:
Ja.

Vraag 2:
Is het college op de hoogte van de reden van Museum Boijmans van Beuningen om stukken terug te eisen van het Wereldmuseum? Indien nee, waarom niet? Indien ja, wat is de reden?

Antwoord:
Ja. Ons college heeft de correspondentie tussen Boijmans en het Wereldmuseum in afschrift ontvangen.

De wethouder verantwoordelijk voor cultuur beschouwt een bruikleenovereenkomst als een privaatrechtelijke kwestie. Hij stelt in het bewuste krantenartikel: "Het is een zaak tussen de musea". Ofwel, hij gaat er simpelweg niet over.

Vraag 3.
Waar gaat de wethouder dan wel over?

Antwoord:
Omdat er in 2005 door uw raad voor is gekozen om een aantal musea, waaronder het Wereldmuseum en Boijmans van Beuningen, te verzelfstandigen en daarmee op afstand te plaatsen, betekent dit dat de rol en verantwoordelijkheden van de gemeente een andere zijn geworden dan deze in het verleden waren.

De gemeente heeft thans op een aantal vlakken een relatie met deze musea:
- de gemeente is eigenaar van (een groot deel van) de collectie;
- de gemeente is de eigenaar van de panden waarin de musea zijn gevestigd;
- de gemeente verleent subsidie aan de musea.

De afspraken tussen gemeente en musea over het beheer van de collectie zijn vastgelegd in zogenaamde collectiebeheerovereenkomsten (december 2005). Conform deze overeenkomst zijn de musea vrij delen uit de gemeentelijke collectie in bruikleen te geven en hiertoe overeenkomsten aan te gaan. Voor het afstoten van objecten, oftewel ontzamelen, is wel voorgaande toestemming van ons college vereist.

Vraag 4:
Verbindt de wethouder een waardeoordeel aan de beëindiging van de bruikleenovereenkomst tussen Museum Boijmans van Beuningen en het Wereldmuseum?

Antwoord:
Nee.

Vraag 5:
Hoe beschouwt de wethouder zijn eigen rol en verantwoordelijkheden met betrekking tot een museum dat de afgelopen maanden meerdere keren in een kwaad daglicht heeft gestaan?

Antwoord:
Ons college wacht eerst de uitkomsten van de onderzoeken af die op dit moment worden uitgevoerd. Nadat de onderzoeken zijn afgerond zal ons college zijn reactie geven op de uitkomsten en daarbij ook ingaan op zijn eigen rol en verantwoordelijkheid.

"Wij zijn aan het ontzamelen", aldus de directeur van het Wereldmuseum in het krantenartikel. In de afgelopen maanden is het voorstel tot ontzamelen stevig bediscussieerd. In november 2014 heeft de Toetsingscommissie Ontzamelen Rotterdam het college negatief geadviseerd over het ontzamelvoorstel van het Wereldmuseum. Volgens de commissie is het voorstel tot ontzamelen gespeend van de nodige zorgvuldigheid, juistheid en transparantie.

Vraag 6:
Klopt het volgens het college dat het ontzamelen nog steeds in volle gang is? Indien nee, is het ontzamelen tot nader order uitgesteld, zoals de wethouder verantwoordelijk voor cultuur ons tijdens de commissie- en raadsvergadering(en) in november 2014 informeerde?

Antwoord:
Nee. Ontzamelen, dat wil zeggen het afstoten van museale objecten in gemeentelijk eigendom, kan uitsluitend plaatsvinden met voorafgaande toestemming van ons college. Zoals gesteld in onze brief d.d. 4 december jl. (14bb7109) hebben wij het ontzamelvoorstel van het Wereldmuseum niet in behandeling kunnen nemen, aangezien een Raad van Toezicht bij indiening van het voorstel ontbrak. Het museum kan dus niet tot uitvoering overgaan. Het is aan de nieuw te benoemen Raad van Toezicht van het Wereldmuseum om te bepalen hoe met het ontzamelvoorstel van de directie om te gaan. Het ontzamelprotocol, zoals vastgesteld door uw raad, biedt hiervoor het kader.

Vraag 7:
Verbindt het college een waardeoordeel aan het advies van de Toetsingscommissie Ontzamelen Rotterdam?

Antwoord:
Nee. Aangezien wij het advies niet in behandeling hebben kunnen nemen, onthouden wij ons van nadere oordelen.

Bij het Wereldmuseum ontbreekt momenteel een functionerende Raad van Toezicht (RvT). De kafkaëske situatie doet zich voor dat het college zich niet kan uitspreken over ontzamelvoorstellen van een museum als een RvT ontbreekt (zie griffienummer en 14bb7110). Echter, dit houdt ook in dat een museum niet mag beginnen met ontzamelen zonder toestemming van een RvT.

Vraag 8:
Deelt het college de mening dat het Wereldmuseum niet mag beginnen met ontzamelen zonder uitdrukkelijke toestemming van een RvT? Indien nee, waarom niet? Indien ja, wat vindt het college van de uitspraak van de directeur van het Wereldmuseum, met dien verstande dat hij juist is geciteerd?

Antwoord:
Zie onze beantwoording bij vraag 7.

Vraag 9:
Hoe rijmt het college haar opstelling binnen het ontzamelvoorstel met haar eerder gevelde oordeel "de ingrijpende beleidstrajecten (...) bij het Wereldmuseum (...) voorlopig stilte leggen" (zie griffienummer 14bb6958)?

Antwoord:
Zoals gesteld in onze brief d.d. 26 november jl. (14bb6958) heeft ons college de voorbereidingen die het Wereldmuseum trof om de collectie uit het depot aan de Metaalhofweg te halen en geheel of gedeeltelijk over te brengen naar het museumgebouw aan de Willemskade, vooriopig stilgelegd. Als het museum objecten wil verplaatsen, bijv. voor een tentoonstelling of een bruikleen, wordt hiervoor toestemming aan de gemeente gevraagd. In deze brief is het museum tevens gemeld dat ons college het advies van de Toetsingscommissie Ontzamelen betreffende het ontzamelvoorstel van het Wereldmuseum tot nader order niet in behandeling kan nemen. Uiteindelijk hebben beide besluiten hetzelfde oogmerk: geen ingrijpende wijzigingen en bewegingen met de collectie: het museum mag (delen van) de collectie niet verhuizen en het college is van oordeel het ontzamelvoorstel noch het advies in behandeling genomen kunnen worden aangezien een Raad van Toezicht ontbreekt.

Naar schatting is tachtig tot negentig procent van de Azië-collectie in bruikleen. Het is niet ondenkbaar dat andere bruikleengevers het voorbeeld van Museum Boijmans van Beuningen zullen volgen. Juist met de Azië-collectie wil het Wereldmuseum zich naar verluidt profileren.

Vraag 10:
Gezien de eigendomssituatie van een groot deel van de Azië-collectie, deelt het college de mening dat de focus op Azië een uiterst kwetsbare marketingstrategie is? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De inhoudelijke ontwikkeling van het museum is geen zaak van ons college, maar van het museum zelf. Overigens beoordeelde de RKCC de keuze van het museum om zich te ontwikkelen tot een gespecialiseerd kunstmuseum voor Aziatische kunst als "goed beargumenteerd".

Vraag 11:
Hoe denkt het college de museale functie en daarmee het publiek belang te waarborgen in de huidige plannen van het Wereldmuseum zich te beperken tot de Azië-collectie?

Antwoord:
Het publieke belang van het museum is er vooral daar in gelegen dat het museum toegankelijk is en dat zii activiteiten onderneemt om publiek te trekken. Dit doet het museum onder andere door het organiseren van (tijdelijke) exposities. Op welke wijze zij hier invulling aan geeft is een zaak van het museum zelf. Ons college ziet er middels de subsidierelatie wel op toe dat het museum doet wat het zegt te zullen doen (door het toetsen van jaarplannen en -verslagen). Daarbij wordt vooral gekeken naar de realisatie van de bezoekcijfers en realisatie van de voorgenomen prestaties (aantal tentoonstellingen, verwervingen, uren openstelling, etc.)

In het krantenartikel wordt verder gesteld dat het verzoek tot teruggave van de 445 stukken al maanden geleden ls gedaan, maar dat het verzoek tot zeer recent niet werd beantwoord.

Vraag 12:
Stelt het college dat het Wereldmuseum zijn eigen administratie op orde heeft en adequaat kan reageren op verzoeken van bruikleengevers?

Antwoord:
Op dit moment vindt een aantal onderzoeken plaats waaruit zal moeten blijken in hoeverre het Wereldmuseum zijn administratie op orde heeft en adequaat kan reageren op verzoeken van bruikleengevers.

Vraag 13:
Wat ls de huidige stand van zaken in het onderzoek van LawsonLuiten?

Antwoord:
Het onderzoek wordt niet door het bureau lawsonluiten uitgevoerd, maar alleen door Gitta luiten (zie ook de bijlage). Het zal naar verwachting in maart zijn afgerond. Als ook de Rekenkamer zijn onderzoeksrapport heeft gepubliceerd (vermoedelijk in de 2^ helft van april), zal de situatie met betrekking tot het Wereldmuseum in de volle breedte duidelijk zijn en kan worden beoordeeld wat nodig is om het Wereldmuseum goed te laten functioneren.

Vraag 14:
Kunnen wij op korte termijn een tussenbericht of onderzoeksopzet verwachten van LawsonLuiten?

Antwoord:
De onderzoeksopzet van luiten treft u als biilage bij deze beantwoording aan. Daarbij dient te worden aangetekend dat de planning zoals deze in de oorspronkelijke onderzoeksopzet is opgenomen inmiddels is bijgesteld. Zie ook de beantwoording bij vraag 13.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer