SV: Bomenkap plan­gebied Hart van Zuid


Indiendatum: feb. 2016

Onlangs zijn er twee aanvragen omgevingsvergunning ingediend bij de gemeente Rotterdam voor het kappen van bomen in plangebied Hart van Zuid, op basis van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. De eerste aanvraag (ingediend 25 januari jongstleden) gaat over het kappen van bomen aan de Gooilandsingel, de tweede (ingediend 11 februari jongstleden) over het kappen van bomen aan de Carnissesingel (op de plek van de voormalige Carnissetuin). De vergunning voor kap aan de Gooilandsingel is verleend op 15 februari 2016.

Tijdens de beraadslaging over het bestemmingsplan Hart van Zuid is door zowel het college als de Raad de wens uitgesproken het groen zoveel mogelijk te ontzien in de herontwikkeling van het gebied. De Partij voor de Dieren en de SP vinden het belangrijk na te gaan welk doel de kap van houtopstand in plangebied Hart van Zuid dient. Wat ons betreft dienen oude, dikke en grote bomen zoveel mogelijk te worden behouden en wij voelen ons hierin gesteund door de natuuronderzoeken die zijn besproken in het kader van de beraadslaging over het bestemmingsplan.

Over de aanvraag en verlening van een vergunning voor kap van bomen op de Gooilandsingel hebben wij de volgende vragen:

1. Om welke soorten bomen gaat het?

2. Waarom kan uit de vergunning niet worden opgemaakt welke soorten bomen in aanmerking komen voor de kap?

3. Wat is de leeftijd, stamdikte en grootte van de bomen die in aanmerking komen voor de kap?

4. Welke redenen hebben ertoe geleid dat het college een vergunning heeft verleend?

5. Waarom heeft het college toestemming gegeven voor het kappen van 18 bomen, terwijl er voor 21 bomen een vergunning is aangevraagd?

In de vergunningverlening wordt gewag gemaakt van een nog op te stellen groenplan, dat voorziet in een herplantplicht voor een minimum van achttien bomen. De gemeente stelt tevens dat belanghebbenden bezwaar kunnen maken tegen de vergunningverlening.

6. Wanneer denkt het college dat belanghebbenden het groenplan tegemoet kunnen zien?

7. Is het college het met ons eens dat belanghebbenden nog vóór aanvang van de bezwaarschriftenprocedure inzage moeten hebben in alle relevante documentatie? Indien nee, waarom niet?

Over de aanvraag van een vergunning voor kap van bomen op de Carnissesingel hebben wij de volgende vragen:

8. Om welke soorten bomen gaat het?

9. Wat is de leeftijd, stamdikte en grootte van de bomen die in aanmerking komen voor de kap?

10. Gaat het college een vergunning afgeven voor het kappen van bomen aan de Carnissesingel? Indien ja, om welke redenen?

11. Is het aantal bomen zoals genoemd in de aanvraag van een vergunning ook daadwerkelijk het aantal bomen dat gekapt gaat worden? Indien nee, hoeveel bomen worden er in totaal gekapt?

12. Is het college voornemens een herplantplicht op te leggen? Indien nee, waarom niet?

13. Krijgen belanghebbenden inzage in een groenplan als de vergunning daadwerkelijk wordt verleend? Indien nee, waarom niet?

In het geval van kap geldt er vaak een herplantplicht. Helaas blijkt al te vaak dat gekapte bomen worden vervangen door jonge bomen met weinig bladeren en een kleine stamdikte. De gemeente Rotterdam beschikt evenwel over een bomendepot waar grote oudere bomen klaar staan om in de stad teruggeplaatst te worden.

14. Is het college van plan gebruik te maken van het bomendepot om, in het geval van kap als gevolg van herontwikkeling, volwaardige bomen terug te plaatsen in plangebied Hart van Zuid? Indien nee, waarom niet?

Al langer maken wij ons zorgen over onderhoud van de buitenruimte waar het de bescherming van diersoorten betreft. Vogels maar ook vleermuizen maken dienstbaar gebruik van bomen om in te nestelen en een bomenrij is bij uitstek geschikt als vliegroute. Het einde van de bezwaarschriftenprocedure valt samen met het begin van het broedseizoen. Volgens de Flora- en faunawet is het verboden broedende vogels te verstoren. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen staan vermeld in Tabel 3 van de Flora- en faunawet en genieten derhalve de hoogste mate van bescherming.

In het 'Aanvullend Natuuronderzoek Flora- en faunawet' (1) ten bate van de Herontwikkeling Hart van Zuid wordt gesteld:

“Met betrekking tot (...) broedende vogels dienen werkzaamheden die verstorend kunnen zijn in beginsel buiten het broedseizoen plaats te vinden.”

15. Acht het college het problematisch dat de voorgenomen kap in plangebied Hart van Zuid samenvalt met het begin van het broedseizoen? Indien nee, waarom niet?

In het aanvullend onderzoek wordt verder gesteld:

“Het werkterrein vergt nadere controle op mogelijke nestelpotenties voor soorten met jaarrond beschermde nesten.” De ransuil is zo een jaarrond beschermde soort en is in het plangebied waargenomen.

16. Is de 'nadere controle' reeds uitgevoerd of staat zij nog te gebeuren voordat met een eventuele kap kan worden begonnen? Indien nee, waarom niet?

17. Kan het college met zekerheid zeggen dat de voorgenomen kap geen consequenties heeft voor de nestellocatie(s) van ransuilen in het plangebied?

In het aanvullend onderzoek staat dat de herontwikkeling in plangebied Hart van Zuid geen verstoring voor vleermuizen met zich meebrengt. De aanvragen omgevingsvergunning voor het kappen van bomen aan de Gooilandsingel en Carnissesingel zijn onderdeel van de herontwikkeling.

18. Stelt het college dat de aanvragen omgevingsvergunning overeenkomstig zijn met de conclusie van het aanvullend onderzoek dat de herontwikkeling van Hart van Zuid geen gevolgen heeft voor de vleermuizen in het plangebied? Indien ja, waarom?

In het aanvullend onderzoek staat aangekondigd dat er in de nazomer van 2015 nog eens onderzoek zal worden verricht naar de paarverblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied Hart van Zuid.

19. Is dit 'nazomeronderzoek' inmiddels uitgevoerd? Indien ja, wanneer mogen wij kennis nemen van de uitkomsten?

Een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet is vereist als een omgevingsvergunning ertoe leidt dat soorten met een beschermde status worden verstoord als gevolg van een ruimtelijke ingreep.

20. Verwacht het college dat er een of meerdere ontheffingen nodig zijn om de voorgenomen kap in overeenstemming te brengen met het juridische kader van de Flora- en faunawet? Indien ja, welk bevoegd gezag verleent deze ontheffingen en wanneer kunnen wij deze tegemoet zien?

Wij zien uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

(1) http://www.rotterdam.nl/Clusters/RSO/Document%202013/Bekendmakingen/Bestemmingsplannen/DEELGEMEENTE%20CHARLOIS/Bijlage%20bij%20toelichting%2011%20Flora-%20en%20Faunawet%20aanvullend%20onderzoek.pdf

Indiendatum: feb. 2016
Antwoorddatum: 12 apr. 2016

Op 24 februari 2016 stelden J.D. van der Lee (Partij voor de Dieren) en Q. Velter (SP) ons schríftelijke vragen over Bomenkap plangebied Hart van Zuid.

Inleidend stellen de indieners van de raadsvragen het volgende:

Onlangs zijn er twee aanvragen omgevingsvergunning ingediend bij de gemeente Rotterdam voor het kappen van bomen in plangebied Hart van Zuid op basis van de wet bepalingen omgevingsrecht. De eerste aanvraag (ingediend op 25 januari jongstleden) gaat over het kappen van bomen aan de Gooilandsingel, de tweede (ingediend 1 februari jongstleden) over het kappen van bomen aan de Carnissesingel (op de plek van
de voormalige Carnissetuin). De vergunning voor kap aan de Gooilandsingel is verleend op 15 februari 2016.
Tijdens de beraadslaging over het bestemmingsplan Hart van Zuid is door zowel het college als de Raad de wens uitgesproken het groen zoveel mogelijk te ontzien in de herontwikkeling van het gebied. De Partij voor de Dieren en de SP vinden het belangrijk na te gaan welk doel de kap van houtopstand in plangebied Hart van Zuid dient. Wat ons betreft dienen oude, dikke en grote bomen zoveel mogelijk te worden behouden en wij voelen ons hierin gesteund door de natuuronderzoeken die zijn besproken in het kader van de beraadslaging over het bestemmingsplan.

Voordat ik op de beantwoording van de vragen inga, merk ik inleidend het volgende op: Volgens de richtlijnen die de gemeente aan de voorkant van de aanbesteding Hart van Zuid heeft meegegeven, en waaraan Ballast Nedam zich heeft gecommitteerd, is het de inzet om de buitenruimte in Hart van Zuid aangenamer te maken. Er dient een aantrekkelijk en samenhangend stedelijk weefsel gecreëerd te worden dat programma's, gebieden en daardoor ook mensen verbindt. Dit vraagt om verbetering van de verbindingen in het stedelijk weefsel en verbetering van de verblijfskwaliteit van de openbare ruimte in en om Zuidplein en Ahoy. Vergroenen is daarbij een belangrijk aspect. Het gaat dan om het behouden van bestaande groene kwaliteiten waar mogelijk, het vergroenen van meest versteende plekken, het versterken van groen langs de hoofdstructuur/het stedelijk netwerk en het behoud en bevorderen van boombeplanting in van formaat in woonstraten. Deze richtlijnen voor vergroenen binnen Hart van Zuid zijn gebaseerd op het handboek Rotterdamse Stijl.
Daarbij geldt dat het verkrijgen van volwaardige en bovenal volwassen bomen in een stedelijke omgeving de nodige inspanningen vergt. Daarom zijn in de Bomenstructuurvisie randvoorwaarden opgenomen voor het duurzaam omgaan met bomen. Oftewel: de juiste boom (boomsoort) op de juiste plek (omstandigheden). Dit heeft een sterke relatie met het ondergrondse netwerk (kabels en leidingen).
Het bovenstaande betekent in het geval van Hart van Zuid niet dat er geen bomen gekapt kunnen worden; immers als gevolg van de nieuwbouwplannen dienen soms bomen te wijken. Hierbij wordt zorgvuldig gekeken naar compensatie van deze bomen op een goede wijze, die bijdraagt aan de kwaliteit van de buitenruimte. Dit zal verder worden uitgewerkt in een programma van eisen en een inrichtingsplan voor de buitenruimte.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording, respectievelijk over de aanvraag en verlening van de vergunning voor kap van de bomen rond de Gooilandsingel (bouwplan zwembad) en over de aanvraag voor kap van de bomen rond de Carnissesingel (bouwplan Hoornbeeckcollege).

Vraag 1:
Om welke soorten bomen gaat het?

Antwoord:
De aanvraag betreft de kap van de volgende bomen: hemelbomen (12 stuks), knotwilg (1 stuks), acacia’s (3 stuks), populieren (4 stuks).

Vraag 2:
Waarom kan uit de vergunning niet worden opgemaakt welke soorten bomen in aanmerking komen voor de kap?

Antwoord:
De specifieke gegevens van de bomen zijn toegevoegd in bijlage 1: Notitie kapvergunning zwembad. Deze informatie is door de aanvrager bij de vergunningaanvraag gevoegd.

Vraag 3:
Wat is de leeftijd, stamdikte en grootte van de bomen die in aanmerking komen voor de kap?

Antwoord:
De leeftijd en grootte van de bomen zijn onbekend. Totaal betreffen het 20 bomen die in de aankomende periode gekapt zullen worden. Twee van de bovengenoemde hemelbomen zijn niet vergunningplichtig omdat zij een stamomtrek op 1,30 m. hoogte hebben die kleiner is dan 50 cm. De specifieke gegevens van de bomen zijn toegevoegd in bijlage 1: Notitie kapvergunning zwembad. Deze informatie is door de aanvrager bij de vergunningaanvraag gevoegd.

Vraag 4:
Welke redenen hebben ertoe geleid dat het college een vergunning heeft verleend?

Antwoord:
Hart van Zuid is één van de belangrijkste projecten in en van Rotterdam: het moet Zuid een volwaardig centrum geven, waarbij aan ruimtelijke en sociaal-economische doelstellingen tegemoet wordt gekomen. In 2013 is de gebiedsontwikkeling gegund aan Ballast Nedam op basis van een visie op de ontwikkeling van het gebied. Deze visie, die is vertaald in de Structuurvisie Hart van Zuid, vormt de basis voor de diverse bouwplannen in het gebied. De kern van de visie is dat Hart van Zuid een plek wordt om te (ver)blijven.
Om de doelen van de gebiedsontwikkeling Hart van Zuid te realiseren, worden onder andere het nieuwe theater en zwembad op en centrale plek in het plangebied gesitueerd aan de verbeterde Gooilandsingel, pal aan de OV-knoop en de hoofdentree van het Winkelcentrum.
Het zwembad wordt gerealiseerd in het beeldbepalende gebouw van het voormalig deelgemeentekantoor Rotterdam-Charlois. Met de transformatie van het voormalige deelgemeentekantoor worden ook de schaal en geschiedenis van het stedelijk knooppunt Hart van Zuid behouden. De bomen die moeten wijken, worden enkel gekapt als gevolg van de veranderingen in het stedelijk weefstel. Dit draagt bij aan de
ambitie voor het nieuwe Hart van Zuid.

Vraag 5:
Waarom heeft het college toestemming gegeven voor het kappen van 18 bomen, terwijl ervoor 21 bomen een vergunning is aangevraagd?

Antwoord:
De nummering van de bomen in bijlage 1 loopt inderdaad van 1 tot 21 , echter is boom 6 in de situatietekening niet opgenomen aangezien deze boom niet gekapt zal worden ten behoeve van het de realisatie van het zwembad. Totaal is de vergunning hiermee dan ook verleend voor de 18 vergunningsplichtige bomen waarvoor een herplantplicht is opgenomen. Zie voor een volledig overzicht van de te kappen bomen bijlage 1: Notitie kapvergunning zwembad. Deze informatie is door de aanvrager bij de vergunningaanvraag gevoegd.

Vraag 6:
In de vergunningverlening wordt gewag gemaakt van een nog op te stellen groenplan, dat voorziet in een herplantplicht voor een minimum van achttien bomen. De gemeente stelt tevens dat belanghebbenden bezwaar kunnen maken tegen de vergunningverlening.
Wanneer denkt het college dat belanghebbenden het groenplan tegemoet kunnen zien?

Antwoord:
Momenteel wordt er door Ballast Nedam en Heijmans een stedenbouwkundig plan opgesteld en een start gemaakt met het inrichtingsplan. Bij het opstellen van deze plannen zullen onder andere de richtlijnen vergroenen in acht worden genomen. De verwachting is dat het stedenbouwkundig plan begin mei gereed zal zijn. Aspecten in relatie tot groen worden opgenomen in het nog op te stellen inrichtingsplan voor het gehele gebied Hart van Zuid.

Vraag 7:
Is het college het met ons eens dat belanghebbenden nog vóór de aanvang van de bezwaarschriften procedure inzage moeten hebben in alle relevante documentatie? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Bij het aanvragen van de kapvergunning zijn alle relevante stukken aangeleverd. Deze informatie is opvraagbaar. Een visie op het groen maakt integraal onderdeel uit van het nog op te stellen inrichtingsplan en zal niet als los onderdeel ter inzage worden gelegd. Door middel van diverse werkbijeenkomsten die de komende periode georganiseerd worden, biedt Contractpartij de mogelijkheid voor belanghebbenden om mee te denken over het nog op te stellen inrichtingsplan en in het bijzonder de invulling van het toekomstige groen.

Carnissesingel:
Vraag 8:
Om welke soorten bomen gaat het?

Antwoord:
De aanvraag betreft de kap van de volgende bomen: essen (5 stuks), hazelaar (3 stuks), berk (1 stuks) en wilde hazelaar (2 stuks). De specifieke gegevens van de eerdergenoemde bomen zijn toegevoegd in bijlage 2: notitie kapvergunning Hoornbeeck College. Deze informatie is door de aanvrager bij de vergunningaanvraag gevoegd.

Vraag 9:
Wat is de leeftijd, stamdikte en grootte van de bomen die in aanmerking komen voor de kap?

Antwoord:
De leeftijd en grootte van de bomen is onbekend. Totaal betreffen het 11 vergunningplichtige bomen die in de aankomende periode gekapt zullen worden; daarnaast zullen er nog 5 tot 10 niet vergunningplichtige bomen gekapt worden. Deze zijn niet vergunningplichtig omdat zij een stamomtrek op 1,30 m. hoogte hebben die kleiner is dan 50 cm. De specifieke gegevens van de bomen zijn toegevoegd in bijlage 2: notitie kapvergunning Hoornbeeck College. Deze informatie is door de aanvrager bij de vergunningaanvraag gevoegd.

Vraag 10:
Gaat het college een vergunning afgeven voor het kappen van bomen aan de Carnissesingel? Indien ja, om welke redenen?

Antwoord:
Het college is voornemens de vergunning voor het kappen van de bomen aan de Carnissesingel te verlenen. Ook hier geldt dat er enkel een vergunning is aangevraagd voor de bomen die moeten wijken als gevolg van de ontwikkelingen. Bomen die gehandhaafd kunnen worden in het nieuwe plan zullen dan ook blijven staan. Zie voor verdere onderbouwing vraag 4.

Vraag 11:
Is het aantal bomen zoals genoemd in de aanvraag van een vergunning ook daadwerkelijk het aantal bomen dat gekapt gaat worden? Indien nee, hoeveel bomen worden er in totaal gekapt?

Antwoord:
Het aantal bomen genoemd in de vergunningsaanvraag is daadwerkelijk het aantal bomen dat gekapt gaat worden. Daarnaast worden er ten minste 13 nieuwe bomen geplant aan de Carnissesingel 210.

Vraag 12:
Is het college voornemens een herplantplicht op te leggen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De te kappen bomen ten behoeve van de vergunningsaanvragen zullen allemaal herplant worden (Hetzelfde aantal bomen als het aantal te kappen bomen ten behoeve van de vergunningsaanvragen zal worden herplant). Voor de vergunningsaanvraag is een herplantplicht opgenomen. De te herplanten bomen moeten passen binnen de vergroeningsvisie en het integraal ontwerp buitenruimte.
Zie voor een volledig overzicht van de te kappen bomen bijlages 1 en 2: Notities kapvergunning Hoornbeeck College en Zwembad. Deze informatie is door de aanvrager bij de vergunningaanvraag gevoegd.

Vraag 13:
Krijgen belanghebbenden inzage in een groenplan als de vergunning daadwerkelijk wordt verleend? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Aspecten in relatie tot groen worden opgenomen in het nog op te stellen inrichtingsplan voor het gehele gebied Hart van Zuid. De Gebiedsorganisatie geeft input voor het programma van eisen. De Gebiedscommissie toetst of de belangen van het gebied voldoende zijn opgenomen in het programma van eisen, en adviseert op het voorlopig ontwerp.

Vraag 14:
In het geval van kap geldt er vaak een herplantplicht. Helaas blijkt al te vaak dat gekapte bomen worden vervangen door jonge bomen met weinig bladeren en een kleine stamdikte. De gemeente Rotterdam beschikt evenwel over een bomendepot waar grote oudere bomen klaar staan in in de stad teruggeplaatst te worden. Is het college van plan gebruik te maken van het bomendepot om, in het geval van kap als gevolg van herontwikkeling, volwaardige bomen terug te plaatsen in plangebied Hart van Zuid? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Er zal door Contractpartij voldaan worden aan de voorwaarden die door de gemeente gesteld zijn in de bomenstructuurvisie bij de herplanting van bomen. Deze bomen zullen niet per definitie komen uit het bomendepot.

Vraag 15:
Al langer maken wij ons zorgen over onderhoud van de buitenruimte waar het de bescherming van diersoorten betreft. Vogels maar ook vleermuizen maken dienstbaar gebruik van bomen om in te nestelen en een bomenrij is bij uitstek geschikt als vliegroute. Het einde van de bezwaarschriftenprocedure valt samen met het begin van het broedseizoen. Volgens de Flora- en faunawet is het verboden broedende vogels te verstoren. Alle in Nederland voorkomende vleermuizen staan vermeld in Tabel 3 van de Flora- en Faunawet en genieten derhalve de hoogste mate van bescherming.
In het ‘Aanvullend natuuronderzoek Flora- en Faunawet’ ten bate van de herontwikkeling Hart van Zuid wordt gesteld: “Met betrekking tot (...) broedende vogels dienen werkzaamheden die verstorend kunnen zijn in beginsel buiten het broedseizoen plaats te vinden.” Acht het college het problematisch dat de voorgenomen kap in plangebied Hart van Zuid samenvalt met het begin van het broedseizoen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Wij zijn ons ervan bewust dat de kap samenvalt met het begin van het broedseizoen (vanaf 15 maart). Momenteel wordt bekeken welke mitigerende maatregelen getroffen kunnen en moeten worden om het nesten van vogels tegen te gaan. De mitigerende maatregelen die getroffen zullen worden, passen binnen de gestelde kaders van de gemeente Rotterdam en binnen de Flora en Faunawet. Dit is ook opgenomen in de voorwaarden van de verleende beschikking. Zolang er geen nesten van vogels worden verstoord zien wij geen bezwaar om de voorgenomen kap uit te voeren.

Vraag 16:
In het aanvullend onderzoek wordt verder gesteld: ”Het werkterrein vergt nadere controle op mogelijke nestelpotenties voor soorten met jaarrond beschermde nesten.” De ransuil is zo een jaarrond beschermde soort en is in het plangebied waargenomen.
Is de ‘nadere controle’ reeds uitgevoerd of staat zij nog te gebeuren voordat met een eventuele kap kan worden begonnen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De formele nacontrole m.b.t. het aanvullend natuuronderzoek is inmiddels uitgevoerd. In mei 2015 zijn er onderzoeken uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen en ransuilen. Het aanvullend natuuronderzoek is in het kader van de bestemmingsplanprocedure beschikbaar gesteld aan de Raad. Voor de volledigheid is het aanvullend natuuronderzoek van oktober 2015 ook bij deze brief gevoegd, zie hiervoor bijlage 3. Begin maart 2016 is er een quick scan gedaan aan de Carnissesingel 210 om na te gaan of er geen sporen zijn van nestelende vogels.

Vraag 17:
Kan het college met zekerheid zeggen dat de voorgenomen kap geen consequenties heeft voor de nestellocatie(s) van ransuilen in het plangebied?

Antwoord:
De conclusie van het aanvullend natuuronderzoek met betrekking tot broedvogels (en daarmee ransuilen) beschrijft het volgende: “Er is in het werkgebied één jaarrond beschermd nest van Ransuil aangetroffen (zie ? 3.5). Kap van deze boom en omringende bomen vergt aanvraag van ontheffing. Echter er zijn zodanige alternatieve nestelmogelijkheden dat er géén ontheffingsvoorwaarden worden verwacht met betrekking tot compensatie. Andere jaarrond beschermde nesten kunnen thans worden uitgesloten.”
De ransuil is nabij de tennisbanen waargenomen. De mogelijke nestlocatie heeft geen betrekking op de kap van de bomen op de Carnissesingel. Er is dus met zekerheid te zeggen dat de kap van de bomen op de Carnissesingel 210 niet van invloed zullen zijn op de nest locatie(s) van ransuil(en) in het plangebied.

Vraag 18:
In het aanvullend onderzoek staat dat de herontwikkeling in plangebied Hart van Zuid geen verstoring voor vleermuizen met zich meebrengt. De aanvragen omgevingsvergunning voor het kappen van bomen aan de Gooilandsingel en Carnissesingel zijn onderdeel van de herontwikkeling.
Stelt het college dat de aanvragen omgevingsvergunning overeenkomstig zijn met de conclusies van het aanvullend onderzoek dat de herontwikkeling van Hart van Zuid geen gevolgen heeft voor de vleermuizen in het plangebied? Indien ja, waarom?

Antwoord:
De conclusie van het aanvullende natuuronderzoek met betrekking tot vleermuizen beschrijft het volgende: “Er zijn op alle aanvullende onderzoeklocaties géén vliegroutes en kraam-, zomer- of paarverblijven aangetroffen (zie ? 3.5). Wel is op diverse plekken foerageergebruik vastgesteld van vooral dwergvleermuizen, naast een enkele Watervleermuis. Met de werkzaamheden komen de foerageercondities echter geheel niet in het gedrang zodat ook effect hierop kan worden uitgesloten."
Er is dus met zekerheid te zeggen dat de kap van de bomen op de Carnissesingel 210 niet van invloed zullen zijn op de nest locatie(s) van de vleermuizen in het plangebied.

Vraag 19:
In het aanvullend onderzoek staat aangekondigd dat er in de nazomer van 2015 nog eens onderzoek zal worden verricht naar de paarverblijfplaatsen van vleermuizen in het plangebied Hart van Zuid. Is dit ‘nazomeronderzoek’ inmiddels uitgevoerd? Indien ja, wanneer mogen wij kennis nemen van de uitkomsten?

Antwoord:
De formele nacontrole m.b.t. het aanvullend natuuronderzoek is inmiddels uitgevoerd. In mei 2015 zijn er onderzoeken uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen en ransuilen. Het aanvullend natuuronderzoek is eerder beschikbaar gesteld aan de Raad. Voor de volledigheid ontvangt u hierbij nogmaals het aanvullend natuuronderzoek van oktober 2015, zie hiervoor bijlage 3.
De conclusie van dit rapport is dat de vleermuizen geheel niet in het gedrang komen. (P21). Wat wij overigens wel hebben geconstateerd is dat er op de gemeente website een tussenversie is gepubliceerd (en niet het definitieve aanvullende onderzoek, zoals bijgesloten).

Vraag 20:
Een ontheffing in het kader van de Flora- en faunawet is vereist als een omgevingsvergunning ertoe leidt dat soorten met een beschermde status worden verstoord als gevolg van een ruimtelijke ingreep.
Verwacht het college dat er een of meerdere ontheffingen nodig zijn om de voorgenomen kap in overeenstemming te brengen met het juridische kader van de Flora- en faunawet. Indien ja, welk bevoegd gezag verleent deze ontheffingen en wanneer kunnen wij deze tegemoet zien?

Antwoord:
In het natuuronderzoek (bijlage 4) en het aanvullende onderzoek is een ‘dwingende reden van groot openbaar belang’ naast het belang ‘ruimtelijke ontwikkeling en inrichting’ van toepassing. Daarmee komt de uitvoerbaarheid van het plan met betrekking tot de Flora- en faunawet, afgezien van mogelijke mitigatie en/of compensatie, niet in het gedrang.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer