Aanbe­steding kunst­project “Kissing Earth” van Olafur Eliasson – Deel II


Indiendatum: aug. 2015

De Partij voor de Dieren vindt dat het publieke belang van de totstandkoming van het beeld "Kissing Earth" is gelegen in transparantie over de procedure en de rol en verantwoordelijkheden van de diverse instanties. Vandaar Deel II van de schriftelijke vragen die we op een eerder tijdstip zijn begonnen (zie kenmerk 15bb6635).

Op 26 augustus verscheen op de website van Trouw het artikel "Architect Stationsplein rolt ballen het liefst een stukje opzij" (1). SIR (Sculpture International Rotterdam) beheert en ontwikkelt de internationale collectie publieke kunstwerken ter ondersteuning van de internationale en culturele ambities van Rotterdam. SIR werkt zoveel mogelijk samen met het programma BKOR/ofwel de Rotterdamse collectie om de krachten ten behoeve van de publieke ruimte in Rotterdam te versterken (omschrijving op hun website).

1. Was SIR vertegenwoordigd was in de uiteindelijke Commissie-De Bruin die het beeld koos?

2. Is SIR momenteel betrokken bij de procedure van de totstandkoming van het beeld? Indien ja, wat zijn hun verantwoordelijkheden?

In het artikel staat verder: “(…) is bij Sculpture International Rotterdam (SIR), de beheerder van de beeldencollectie, onenigheid over het ontwerp ontstaan. Veel wil artistiek leider Dees Linders daar niet over kwijt, wel dat de discussie gaat over 'de schoonheid van een uniek en goed functionerend leeg plein en de kwaliteit van het kunstwerk'”.

3. Is deze onenigheid bij SIR bekend bij het college? Indien ja, vindt het college dit wenselijk? Indien nee, waarom niet?

4. Is de mening van SIR over de plek en kwaliteit van het kunstwerk reden voor het college om af te zien van "Kissing Earth"? Indien nee, waarom niet?

De voorzitter van de SIR denkt dat de procedure voor zo'n beeld in de stad voortaan anders zou moeten.

5. Deelt het college deze mening? Indien ja, waarom?

De Partij voor de Dieren verlangt meer transparantie over de selectieprocedure van de Commissie-De Bruin ('Selectiecommissie Kunstwerk Rotterdam Centraal') omdat er publiek geld mee gemoeid is. Alle leden van deze commissie hebben kandidaten aangedragen. Uit deze kandidatenlijst van 25 kunstenaars is een shortlist van 4 kunstenaars samengesteld, blijkt uit een brief verstuurd op 15 oktober 2014 en ondertekend door de commissievoorzitter (2). De Partij voor de Dieren beschouwt deze werkwijze als een gesloten selectieprocedure.

6. Is het college bereid de kandidatenlijst van 25 kunstenaars openbaar te maken? Indien nee, waarom niet?

7. Is het college bereid de shortlist van vier kunstenaars en de ontwerpen openbaar te maken? Indien nee, waarom niet?

De Partij voor de Dieren vraagt zich hardop af welke rol het college heeft gespeeld in de aanbesteding van een kunstwerk op het stationsplein. Wij zijn benieuwd welke opdracht de wethouder verantwoordelijk voor kunst en cultuur aan de commissie-De Bruin heeft meegegeven.

8. Is het college bereid het volledige Programma van Eisen openbaar te maken? Indien nee, waarom niet?

9. Is het Programma van Eisen in overleg geschreven met de architecten van het Centraal Station? Indien nee, waarom niet?

10. Is er een eis dat de zichtbaarheid van het Centraal Station behouden moet blijven? Indien nee, waarom niet?

11. Zijn er eisen gesteld aan de veiligheid van het kunstwerk? Indien nee, waarom niet?

12. Wie is er verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het kunstwerk na plaatsing? Wordt hier eventueel een beheersovereenkomst voor gesloten?


Ik zie uw beantwoording met belangstelling tegemoet.


(1) http://www.trouw.nl/tr/nl/4512/Cultuur/article/detail/4129920/2015/08/26/Architect-Stationsplein-rolt-ballen-het-liefst-een-stukje-opzij.dhtml

(2) http://www.ris.rotterdam.nl/cgi-bin/showdoc.cgi/action=view/id=76692/type=pdf/14bb6117_Brief_van_Selectiecommissie_Kunstwerk_Rotterdam_Centraal_aan_wethouder_Visser.pdf#search=%22eliasson%22

Indiendatum: aug. 2015
Antwoorddatum: 13 okt. 2015

Op 27 augustus 2015 stelde J.D. van der Lee (Partij voor de Dieren) ons schriftelijke vragen over de aanbesteding van het kunstproject "Kissing Earth" van Olafur Eliasson.

Inleidend wordt gesteld:

"De Partij voor de Dieren vindt dat het publieke belang van de totstandkoming van het beeld "Kissing Earth" is gelegen in transparantie over de procedure en de rol en verantwoordelijkheden van de diverse instanties. Vandaar Deel II van de schriftelijke vragen die we op een eerder tijdstip zijn begonnen.

Op 26 augustus verscheen op de website van Trouw het artikel "Architect Stationsplein rolt ballen het liefst een stukje opzij". SIR (Sculpture International Rotterdam) beheert en ontwikkelt de internationale collectie publieke kunstwerken ter ondersteuning van de internationale en culturele ambities van Rotterdam. SIR werkt zoveel mogelijk samen met het programma BKOR/ofwel de Rotterdamse collectie om de krachten ten behoeve van de publieke ruimte in Rotterdam te versterken (omschrijving op hun website)."


Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Was SIR vertegenwoordigd in de uiteindelijke Commissie-De Bruin die het beeld koos?

Antwoord:
Ja, een afgevaardigde uit de adviescommissie SIR, te weten de heer Jaap Guldemond, had zitting in de commissie De Bruin. Jaap Guldemond is director of exhibitions/curator van het Eye Filmmuseum Amsterdam, voorheen senior curator moderne en hedendaagse kunst bij Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam.

Vraag 2:
Is SIR momenteel betrokken bij de procedure van de totstandkoming van het beeld? Indien ja, wat zijn hun verantwoordelijkheden?

Antwoord:
SIR is een programma binnen het CBK Rotterdam. Het CBK adviseert de gemeente bij de totstandkoming van het kunstwerk en brengt daarbij de specifieke expertise in op het gebied van beeldende kunst in de openbare ruimte.

"In het artikel staat verder:"(...) is bij Sculpture International Rotterdam (SIR), de 'beheerder van de beeldencollectie, onenigheid over het ontwerp ontstaan. Veel wil artistiek leider Dees Linders daar niet over kwijt, wel dat de discussie gaat over 'de schoonheid van een uniek en goed functionerend leeg plein en de kwaliteit van het kunstwerk'".

Vraag 3:
Is deze onenigheid bij SIR bekend bij het college? Indien ja, vindt het college dit wenselijk? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De in de krant beschreven onenigheid is het college niet bekend. Het college heeft in 2014 een unaniem advies ontvangen van de commissie De Bruin, waarin ook het standpunt van de vertegenwoordiger van SIR is meegenomen.

Vraag 4:
Is de mening van SIR over de plek en kwaliteit van het kunstwerk reden voor het college om af te zien van "Kissing Earth"? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het standpunt van de vertegenwoordiger van SIR is meegenomen in het unanieme advies van de commissie De Bruin, hetgeen ons college geen aanleiding geeft om af te zien van het kunstwerk.
"De voorzitter van de SIR denkt dat de procedure voor zo'n beeld in de stad voortaan anders zou moeten."

Vraag 5:
Deelt het college deze mening? Indien ja, waarom?

Antwoord:
Het college herkent zich niet in de weergave zoals beschreven in het krantenartikel. Door de instelling van de selectiecommissie met brede deskundigheid en de wijze waarop de commissie het proces heeft ingericht, is een zorgvuldige procedure dooriopen.
"De Partij voor de Dieren verlangt meer transparantie over de selectieprocedure van de Commissie-De Bruin ('Selectiecommissie Kunstwerk Rotterdam Centraal') omdat er publiek geld mee gemoeid is. Alle leden van deze commissie hebben kandidaten aangedragen. Uit deze kandidatenlijst van 25 kunstenaars is een shortlist van 4 kunstenaars samengesteld, blijkt uit een brief verstuurd op 15 oktober 2014 en onderiekend door de commissievoorzitter. De Partij voor de Dieren beschouwt deze werkwijze als een gesloten selectieprocedure."

Vraag 6:
Is het college bereid de kandidatenlijst van 25 kunstenaars openbaar te maken? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Ons college stelde en stelt hoge eisen aan een kunstwerk op deze locatie, waardoor een kunstenaar met bewezen kwaliteiten werd beoogd. Beeldend kunstenaars die op dat niveau opereren melden zich doorgaans niet bij een open inschrijving. Ons college is van mening dat het openbaar maken van een lijst niet opweegt tegen de gerechtvaardigde belangen van betrokken kunstenaars.

Vraag 7:
Is het college bereid de shortlist van vier kunstenaars en de ontwerpen openbaar te maken? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het is zeer gebruikelijk dat de namen van de andere dan de winnende kunstenaar niet openbaar worden gemaakt, uit respect voor de kunstenaars die een schetsontwerp hebben gemaakt. De commissie De Bruin heeft overeenkomstig dat principe gewerkt en alleen het winnende ontwerp in haar voordracht aan het college genoemd. Ons college is van mening dat het openbaar maken van een lijst niet opweegt tegen de gerechtvaardigde belangen van betrokken kunstenaars.

De Partij voor de Dieren vraagt zich hardop af welke rol het college heeft gespeeld in de aanbesteding van een kunstwerk op het stationsplein. Wij zijn benieuwd welke opdracht de wethouder verantwoordelijk voor kunst en cultuur aan de commissie-De Bruin heeft meegegeven.

Vraag 8:
Is het college bereid het volledige Programma van Eisen openbaar te maken? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Bijgaand treft u het Programma van Eisen aan.

Vraag 9:
Is het Programma van Eisen in overleg geschreven met de architecten van het Centraal Station? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het Programma van Eisen is opgesteld in overleg met een vertegenwoordiging van Team CS, de architecten van het Centraal Station.

Vraag 10:
Is er een eis dat de zichtbaarheid van het Centraal Station behouden moet blijven? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
ln het Programma van Eisen en de selectieprocedure hebben de locatie van het kunstwerk en de relatie met de omgeving, waaronder het Centraal Station, een belangrijke rol gespeeld. De kunstenaars die gevraagd zijn een schetsontwerp te maken, zijn ook op locatie geweest voordat zij hun schetsontwerp indienden.

Vraag 11:
Zijn er eisen gesteld aan de veiligheid van het kunstwerk? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Vanzelfsprekend moet een kunstwerk voldoen aan veiligheidseisen. Bij de verdere uitwerking van schetsontwerp naar ontwerp wordt dit aspect meer in detail uitgewerkt.

Vraag 12:
Wie is er verantwoordelijk voor het beheer en onderhoud van het kunstwerk na plaatsing? Wordt hier eventueel een beheersovereenkomst voor gesloten?

Antwoord:
Op dit moment is nog niet bekend wie verantwoordelijk wordt voor het beheer en onderhoud van het kunstwerk. Zoals in onze antwoordbrief van 1 september 2015 op de door u gestelde vragen op 21 augustus 2015 is aangegeven, is een definitieve opdracht voor de realisatie van het object nog niet verstrekt. Bij de besluitvorming over het definitieve ontwerp en de financiering daarvan zal ook bekend zijn op welke wijze het beheer en het onderhoud wordt geregeld.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer