Bijdrage: Visie Openbare Ruimte 2019-2029


Uitge­sproken in de verga­­dering van de commissie BWB op 19 juni 2019

19 juni 2019

Voorzitter,

Mijn fractie is tevreden dat er een visiedocument is opgesteld voor de Rotterdamse openbare ruimte. Gesteld wordt dat het document sturend zal zijn voor de keuzes die gemaakt moeten worden en als helder kader dient voor afwegingen van de verschillende claims op de schaarse openbare ruimte. Maar mijn fractie ziet toch wel een aantal punten waarover wij ons grote zorgen maken. Punten waarbij wij twijfelen of het belang van groen en stadsnatuur wel voldoende zal worden beschermd tegen bijvoorbeeld de bouwwoede van collega-wethouder Kurvers.

Dit brengt mij tot het punt integrale ontwikkeling van verdichting en versterken van het groen in de stad. Het baart mij zeer grote zorgen dat het probleem van onaantrekkelijke parkranden, ontbrekende schakels in de groenstructuren en tussen groengebieden wordt gekoppeld aan meer bebouwing als oplossing. Dit is gewoon hartstikke recht praten wat krom is. Op deze manier worden plannen om in en aan het groen te bouwen vergoelijkt. Ik noem Nieuw Kralingen, Parkhaven, Park de Twee Heuvels. We hebben hier in de commissie meerdere malen gezien dat in bestemmingsplannen de bebouwing juist een belemmering vormt voor groenstructuren. En dat het groen altijd het onderspit delft.

Een groene structuur of een parkrand heeft absoluut geen behoefte aan meer bebouwing. Wel aan ecologisch verantwoord beheer en een betere inrichting door middel van meer en/of ander groen. Denkt de wethouder echt dat groenstructuren, verbindingen en gebieden gebaat zijn bij meer bebouwing? Dat kan ik bijna niet geloven. Graag een reactie.

Ik ben daarnaast erg benieuwd naar hoe de integrale ontwikkeling over vergroening en verdichting er uit ziet als we kijken naar de samenwerking tussen de wethouders Wijbenga en Kurvers. Hoe verdedigt de wethouder de belangen van het groen en de biodiversiteit tegen de bouwmanie van de heer Kurvers? Heeft hij kaders of richtlijnen waarbinnen ruimtelijke ontwikkelingen moeten plaatsvinden, en dan heb ik het niet over de juridische kaders die bestaande flora en fauna beschermen, maar die ervoor zorgen dat de heer Wijbenga zijn doelstellingen op bescherming biodiversiteit en veel meer groen in de stad kan behalen? En die ervoor zorgen dat planten en dieren niet het slachtoffer worden van ruimtelijke ontwikkelingen? Ik hoor het graag van de wethouder.

Dan over biodiversiteit. We waarderen het dat het probleem met de biodiversiteit in onze stad wordt genoemd. Maar het ontbreekt voor ons aan een visie en beleid hierop. Het verbeteren van de biodiversiteit staat steeds in een zinnetje genoemd in de stukken, zoals in de begroting, het groenoffensief en nu in deze visie. Volgens Bureau Stadsnatuur is het al jaren zo dat er geen beleid wordt gevoerd. We hebben nu natuurlijk wel het groenoffensief, maar met vooral kwantitatieve doelen. Daar gaan we, in de woorden van de wethouder, de massale dieren en bomensterfte niet mee voorkomen.

De wethouder schrijft dat de ecologische ranking wordt gemeten met de Telos Monitor. Die heb ik natuurlijk even opgezocht. En wat blijkt? Rotterdam staat al vijf jaar als allerlaatste. Van de ongeveer 390 gemeenten! Uitroepteken! De ranking kijkt naar de veerkracht en de kwaliteit van de natuur, maar ook naar de soortenrijkdom. En wij scoren daar dus heel erg slecht op. Hoe denkt de wethouder over onze ranking? Waardoor staan wij zo laag en waarom ook al zo lang en waarom is er geen verbetering geweest? Komt deze ranking misschien door het ontbreken van concreet stadsnatuur/biodiversiteitsbeleid met doelen, maatregelen, middelen en monitoring? Ik denk het antwoord wel te weten, maar ik hoor het graag van de wethouder.

De Partij voor de Dieren wil dat de wethouder niet uitgaat van de Telos Monitor. Deze is te algemeen en zegt niets concreet over de lokale situatie. Hij heeft laatst al toegezegd het komende half jaar te onderzoeken hoe de biodiversiteit kan worden geobjectiveerd, samen met allerlei organisaties. We zijn blij met deze toezegging. Ik zou de wethouder graag willen wijzen op een reeds bestaande en effectieve methode om biodiversiteit te monitoren. Bureau Stadsnatuur monitort al vijftien jaar de biodiversiteit in Leiden met het zogenaamde stadsnatuurmeetnet. Het mooie hiervan is dat zij de effecten van beleid en beheer en landelijke trends hierin meeneemt. Zo ontstaat er een compleet beeld van de Rotterdamse situatie. De wethouder hoeft hier dus zeker niet het wiel zelf uit te vinden. Is hij bereid dit mee te nemen in zijn onderzoek?

Tot slot, wat bedoelt de wethouder precies met eigenaarschap van parken? Ik moet zeggen dat we bij onze fractie collectief de kriebels kregen van de term parkmanagement en de mogelijkheid samen te werken met private organisaties. Uit de beantwoording van onze technische vragen blijkt dat Feyenoord City privaat grondgebied wordt, dat mogelijk wordt afgesloten en waar het mogelijk is dat je als inwoner van de stad niet meer op een bankje mag zitten lezen. Wij maken ons zorgen dat dit mogelijk ook kan gebeuren wanneer parken worden beheerd door private partijen. Wij zien hier een hellend vlak ontstaan en zijn tegen samenwerkingen met private partijen als het gaat om beheer van onze kostbare parken. Graag een reactie.

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.