Bijdrage: Sportnota 2021+


Uitge­sproken in de verga­dering van de commissie ZOCS op 3 maart 2021

3 maart 2021

Voorzitter,

Wij kunnen ons vinden in de ambities in de voorliggende sportnota. We hebben wel een belangrijk zorgpunt, namelijk de strijd om ruimte. Met de nota wordt een ruimtelijke claim gelegd in de stad terwijl de Omgevingsvisie nog niet klaar is. Dat vinden wij onwenselijk. De sportcirkel gaat namelijk tot heel veel debat leiden en wij zullen in de looptijd van de sportnota door veel belanghebbenden erop worden aangesproken dat een of ander collegevoorstel op dat moment niet strookt met het ruimtelijk uitgangspunt van het sportbeleid, bijvoorbeeld als dit uithuizing naar de randen van de stad betekent. En dat moeten wij dan weer allemaal gaan uitleggen, iets wat de Partij voor de Dieren in ieder geval niet kan of wil. Tijdens de technische sessie hebben wij gevraagd of de sportcirkel geografisch kan worden geduid. Waarom wij dat vroegen? In de nota staat het volgende:

“Omdat geen enkele vierkante meter straks van één gebruiker is, moet sport haar plek in die schaarse ruimte blijven behouden en opeisen. Om dat beter te duiden gebruiken we het begrip sportcirkel. Dit betekent overigens niet dat in de toekomstige ontwikkelingen de huidige sportterreinen altijd op dezelfde locatie liggen. Verplaatsingen van sportterreinen vinden wel plaats binnen de sportcirkel.”

Het college is dus stellig: verplaatsing moet binnen de sportcirkel. Maar die cirkel wordt niet begrenst, om zo flexibiliteit te behouden in de toekomst, en dan weten wij wel hoe laat het is. Dus we kunnen met deze nota in de hand niet controleren. Gaat de wethouder alsnog de sportcirkel geografisch duiden? En bedoelt de wethouder met het sportcirkelbeleid dat het aantal sportterreinen niet afneemt? Dat is ons niet duidelijk, voorzitter.

Verder is de nieuwe sportnota voor ons een prima moment om te werken aan versterking van andere beleidsvelden. Neem publieke gezondheid. Wij willen niet dat fastfoodbedrijven of fossiele bedrijven sportverenigingen gaan sponsoren. Het college wil sportverenigingen verleiden niet in zee te gaan met deze aanbieders van een ongezonde leefomgeving, maar drukt niet door met harde actie. Zelf staat het geen kindermarketing toe op gemeentelijke evenementen. Maar de sportverenigingen die grond huren van de gemeente, kun je toch prima per contract opdragen zich niet te bedienen van foute sponsoring? Graag een inhoudelijke reactie wat de Raad hier kan doen.

Tot slot blijken sportverenigingen vindplaatsen te zijn van geweld in huiselijke omgeving. Dus dat geweld wordt op de vereniging opgemerkt. Het lijkt ons zinvol om sportverenigingen op te nemen in de meldcode voor huiselijk geweld en kindermishandeling en onderdeel worden van de SISA-keten. In de wet worden de verenigingen niet genoemd als plek waar professionals verplicht zijn te melden. Dat is jammer. Wij zien graag dat er per sportvereniging een meldingscoördinator is die bij signalen van huiselijk geweld en kindermishandeling contact zoekt met Veilig Thuis. Hoe ziet de wethouder dit? De huidige mate van vrijwilligheid is namelijk ook een risico, namelijk dat signalen niet worden herkend of serieus genomen. Hoe vaak wordt de pedagoog van Sportsupport Rotterdam ingeschakeld bij vermoedens van huiselijk geweld? Wat vindt de wethouder van deze werkwijze? Wordt de pedagoog ook ingeschakeld bij vermoedens van huiselijk geweld onder volwassenen? Zo nee, wie kan dan escaleren bij vermoedens van huiselijk geweld?

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.