Bijdrage: Inkoop­stra­tegie zorg en welzijn


Uitge­sproken in de verga­dering van de commissie ZOCS op 13 januari 2020

13 januari 2021

Voorzitter,

We bespreken vandaag de inkoopstrategieën WMO, welzijn, jeugdhulp en wijkteams, waarbij geldt dat de strategieën van jeugdhulp en wijkteams nog moeten volgen. Het is een interessant kijkje in de keuken van het college, omdat inkoop een zaak van het stadsbestuur is. Maar fijn dus om te zien dat het college ervan blijk geeft dat inkoop consequenties kan hebben over de doelmatigheid van de besteding, en dus van de kwaliteit.

Het gaat toch weer aanbesteden worden. Uit mijn deelname aan de hoorzittingen over specialistische jeugdzorg, als lid van deze commissie, is mij wel duidelijk geworden dat aanbesteden niet altijd de beste vorm van inkoop is. Waarom dan niet, voorzitter? Nou, aanbesteden leidt tot een strikte afbakening van verantwoordelijkheden, simpelweg omdat de uitgangspunten en voorwaarden van het aanbestedingsdocument moeten worden gevolgd. Dit betekent dat er vaak harde scheidslijnen worden ingebouwd, om zo beter de prestatie van gegunde partijen te kunnen meten. Bij een vrij homogeen product is dat niet echt problematisch, maar dat wordt anders bij de complexiteit van zorgvragen. Mensen laten zich niet in een kavel of arrangement stoppen.

Tijdens de technische sessie van 16 december jongstleden hebben wij gevraagd waarom een subsidierelatie met aanbieders in zorg en welzijn geen adequaat alternatief zou kunnen zijn. Wij krijgen min of meer terug dat een subsidierelatie minder goed werkt om een prestatie af te kunnen dwingen. En die snappen wij niet zo goed. In het sociale domein zijn er nu al tal van subsidierelaties met aanbieders voor maatschappelijke opvang, voor jeugdpreventie, op het gebied van taal zoals vroegschoolse educatie in de peuterspeelzalen, en couleur locale in het welzijn. Om er maar een paar te noemen. Onze ervaring met subsidies is dat je een bepaalde mate van flexibiliteit inbouwt met aanbieders om ervoor te zorgen dat zij zo wendbaar mogelijk kunnen zijn in het kunnen leveren van de prestatie. Vaak staan hierbij de doelen centraal, niet zozeer de methode om er te komen.

Het onderhoud dat deze commissie heeft gehad met de auteurs van het artikel over vier lessen voor de jeugdzorg, staat ons nog helder voor de geest. Maar wat vooral is blijven hangen is de rol die de overheid zou moeten toebedelen aan het vertrouwen van zorgprofessionals. De auteurs schrijven namelijk: vertrouwen werkt sneller dan controleren van contracten. Het kunnen toetsen van prestatielevering is een groot goed, evenals het juridisch borgen van gemaakte afspraken. Maar wij vragen ons af of dit niet averechts werkt in een werkveld met zulke complexe problematiek als die van WMO en jeugdhulp. En nogmaals: ook bij inkoop anders dan aanbesteden kun je je als overheid nog steeds vergewissen dat publiek geld doelmatig en rechtmatig is besteed. De accountant van de gemeente loopt namelijk ook alle subsidierelaties na.

Daarbij komt dat keuzes in de aanbesteding kleinere aanbieders kunnen uitsluiten, omdat deze vaak zeer gespecialiseerd zijn en om die reden simpelweg niet aan alle criteria kunnen voldoen. Tijdens de hoorzittingen over de jeugdzorg kregen wij namelijk vaak te horen: de gemeente, die wilde een soort supermarkt waar alles te halen viel. Als je je dan specialiseert in een enkel product, val je buiten de boot. Deze specialisten werden onderaannemer en werden op deze manier op ‘afstand’ gezet van de gemeente. Dat vinden wij niet zo wenselijk.

Aan de wethouder ook nog de volgende vraag, namelijk of er ook bij de volgende inkoop ketens van hoofdaannemer en onderaannemer zullen zijn, of zullen zijn toegestaan. En of er iets kan worden gedaan aan het afromen van marges bij het doorspelen van een opdracht naar onderaannemers. Dit kwam ook duidelijk naar voren in de hoorzittingen en is wat ons betreft een directe afgeleide van de keus tot aanbesteden.

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.