Bijdrage: Het Open Venster


Uitge­sproken in de verga­­­dering van de commissie BWB op 28 november 2018

28 november 2018

Voorzitter,

Onze bijdrage gaat voor een groot deel over de Rotterdamse Standaard voor Projectmatig Werken ofwel RSPW die niet of niet afdoende is opgevolgd tijdens de nieuwbouw van Het Open Venster.

Wij lezen in de brief van het college over de bevindingen van de evaluatie van Policy Research Corporation dat zij de conclusie delen dat verantwoordelijkheden niet conform RSPW waren belegd en dat afstemming binnen de clusters niet goed verliep, bijvoorbeeld tussen Stadsontwikkeling en Maatschappelijke Ondersteuning. Dat vinden we problematisch. In de uitvoeringsagenda van Stadsontwikkeling wordt gesteld dat zo'n twintig procent van de RSPW niet wordt nageleefd, te weten de onderdelen dossiervorming, het auditeren van evaluaties, archivering en juridische borging. Kijk voorzitter, dit zijn nu precies de onderdelen die voor ons van belang zijn. Voor onze fractie geldt namelijk dat de RSPW een belangrijke informatievoorziening is voor de Raad om haar controlerende taak zo goed mogelijk te vervullen. Met de RSPW kan je een project namelijk binnenstebuiten keren.

De RSPW is zowel een leerinstrument als een verantwoordingsinstrument. In het recente advies van AT Osborne met als titel 'Onderzoek realisatievermogen grote fysieke projecten' staat over de RSPW de volgende belangwekkende stelling:

“Het is ongewenst en ineffectief dat de RSPW én het karakter van leerinstrument én het karakter van verantwoordingsinstrument heeft.”

Wij zien graag dat de wethouder nu stelling neemt. Is de RSPW een lerend instrument of een verantwoordingsinstrument? Een interne werkinstructie of een handvat voor de Raad? Want momenteel horen we pas iets van de RSPW als het onheil al geschied is.”

Met betrekking tot Het Open Venster vragen wij de wethouder het volgende: hoe vertaalt de RSPW zich nu precies tot de totstandkoming van het Integraal Huisvestingsprogramma (IHP) dat zich ontfermt over onderwijshuisvesting? Zijn de ambtenaren die zich inzetten voor onderwijshuisvesting op RSPW-cursus gegaan, evenals tweehonderd collega's? Welke rol speelt onderwijshuisvesting in de herziene versie van de RSPW die wij blijkens de organisatievisie van Stadsontwikkeling volgend jaar tegemoet kunnen zien? Wij vragen dit specifiek omdat onderwijshuisvesting precies zo'n domein is waar de ondoorgrondelijkheid van de clusterstructuur van de gemeente tot uiting komt. Rotterdamse leerlingen mogen er nooit meer de dupe van worden dat de gemeente zijn zaakjes niet goed voor elkaar heeft.

Als in 2020 de nieuwe duurzaamheidseisen voor scholen in het kader van BENG van kracht worden, krijgen we met nog meer bestuurders te maken. Is de wethouder zich hiervan bewust? Hoe wordt de organisatie BENG-proof? Kunnen wij dit teruglezen in het toegezegde programma over het onderwijshuisvestingsbestand dat in de loop van volgend jaar gereed is? We horen graag een toezegging.

Over de evaluatie van Het Open Vester hebben wij overigens nog wel een paar vragen, wederom met betrekking tot de RSPW. Waar ligt momenteel het bestuurlijk opdrachtgeverschap? Bij een accountmanager of bij de wethouder? Is de accountmanager ook nog altijd ambtelijk opdrachtgever? Waar ligt nu de eindverantwoordelijkheid? En kunnen wij inzicht krijgen in de financiële ramingen en welke onzekerheidsmarges worden gebruikt?

Bij de herziening van de RSPW hopen wij een sterk gekoesterde wens in vervulling te zien gaan, namelijk dat het ambtelijk wensdenken – dat wil zeggen de baten overschatten en de kosten onderschatten – beter in kaart wordt gebracht met het gebruik van onzekerheidsmarges op basis van scenario's. Is de wethouder bereid de risico's als gevolg van wensdenken integraal op te nemen in de RSPW? We horen het graag.

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.