Bijdrage: Gebeur­te­nissen Emmaus­college


Uitge­sproken in de verga­dering van de commissie VB op 19 november 2020

19 november 2020

Voorzitter,

Wij denken dat het antwoord op situaties zoals bij het Emmauscollege besloten ligt in het onderwijs zelf. In ‘Gelijke kansen voor elk talent’ – het Rotterdamse onderwijsbeleid – staat over burgerschapsonderwijs dat leerlingen in het voortgezet onderwijs de kans moeten krijgen weerbare en verantwoordelijke burgers te worden. Maar tegelijkertijd heerst er op scholen handelingsverlegenheid en ongemak om de ongemakkelijke boodschappen aan te snijden. Op alle niveaus, voorzitter.

Voor wat betreft burgerschapsonderwijs vinden we de reactie van het college wat lauw. Het college mag best een intensivering van de ingeslagen weg aankondigen. Die ingeslagen weg is overigens prima: paragraaf 5 van het Rotterdamse onderwijsbeleid.

Rotterdams burgerschapsonderwijs heeft vier uitgangspunten:

  1. Een Rotterdamse context. Burgerschap in het Rotterdams onderwijs gaat merendeels over actuele Rotterdamse thema’s;
  2. Leefwereld. De insteek van de leefwereld van de jongeren borgt voor een deel tevens de inbreng van de Rotterdamse context in de aanpak, bijvoorbeeld over democratie en religie;
  3. Oefenplaats. De schoolcultuur is een voorbeeld als het gaat over democratische waarden en draagt bij aan het versterken van deze waarden bij de leerlingen en jongeren;
  4. Maatwerk per school en sector: de werkwijze wordt door het gehele Rotterdamse scholenveld onderschreven maar per onderwijssector op een voor de leerling passende manier uitgewerkt.

Pure proza, voorzitter. Wij zijn benieuwd hoe het college haar aanpak gaat intensiveren op burgerschapsonderwijs op basis van deze vier uitgangspunten. Dus 1): wordt de casus Emmauscollege lesmateriaal op andere scholen?; 2) wordt in burgerschapsonderwijs meer toegespitst naar democratie en religie?; 3) worden er op school debatten georganiseerd over vrijheid van meningsuiting; 4) heeft een deel van de onderwijssector naar aanleiding van ‘Emmaus’ meer hulp nodig van de gemeente dan tevoren?

En voorts zijn er de volgende vier pijlers: kennen, oefenen, ontmoeten en doen. Hoe vullen de scholen deze pijlers in? Hoe wordt de grondwet onder de aandacht gebracht, en hoe wordt geoefend met ‘lastige’ onderwerpen, zoals LHBTI of het beledigen van religies? Vinden er daadwerkelijk interreligieuze ontmoetingen plaats, waarbij een islamitische school op bezoek gaat bij een christelijke school en andersom? Of hoe wordt gedaan? Worden er maatschappelijke stages aangeboden of misschien zelfs verplicht moeten worden gesteld aan hen die zichtbaar moeite hebben te accepteren dat vrijheid ook betekent dat je dingen hoort die je niet aanstaan?

Wij snappen dat de wethouder niet mag interfereren of interveniëren in het curriculum. Maar kan hij dan wel zeggen hoe hij sturing geeft in de sectorkamers of in persoonlijke gesprekken met schoolbestuurders?

Het probleem is ook een beetje de prestatie-indicator die het college hanteert voor burgerschapsonderwijs. Die is ook een beetje lauw, namelijk: De Rotterdamse werkwijze democratisch burgerschap is uitgewerkt en in werking. Wat zegt dit, voorzitter? Wat zegt dit over effectiviteit van het burgerschapsonderwijs?

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.