Bijdrage: Evaluatie hore­ca­beleid


Uitge­sproken in de verga­dering van de commissie EDEM op 3 februari 2021

3 februari 2021

Voorzitter,

Het valt ons op dat horeca voor velen uit deze commissie gelijkgesteld wordt aan terrassen, maar ook fastfoodzaken, snackbars, kantines, ijssalons, en zo verder, en zo verder is allemaal horeca. Problematisch dus als je iets wilt doen aan zwaarlijvigheid. Uit de technische sessie van vorige week kwam zo ongeveer naar voren dat er geen enkele sturing vanuit het horecabeleid te verwachten valt om een gezondere voedselomgeving aan te bieden aan de Rotterdammers. Dat is zuur, omdat wethouder De Langen juist probeert dat voor elkaar te krijgen.

Uit de evaluatie van het horecabeleid van afgelopen jaren staat het volgende: Als een initiatief wel in het horecagebiedsplan past en niet in het bestemmingsplan, is het mogelijk om af te wijken van het bestemmingsplan. (…) Er zijn echter ook initiatieven die niet in strijd zijn met het bestemmingsplan. Dan komt het voor dat een bouwvergunning wordt afgegeven voor een horecapand, terwijl de exploitatievergunning voor de horecazaak vervolgens wordt geweigerd omdat volgens het horecagebiedsplan geen horeca gevestigd kan worden.”

In de technische sessie werd gesteld dat er vanuit horecagebiedsplannen geen ruimtelijke sturing uit mag gaan. Die snappen wij niet. Want horecagebiedsplannen kunnen dus wel degelijk vestiging van nieuwe zaken tegenhouden, blijkt uit de evaluatie. Als dat met het weigeren van een bouwvergunning moet, dan moet dat maar zo. Misschien niet fraai, maar wel effectief om nieuwe fastfoodzaken te weren uit de kwetsbare wijken. En juist horecagebiedsplannen mogen wél iets zeggen over branchering. Een zaak voor broodjes gezond, salades en verse sapjes is iets anders dan de zoveelste hamburgerketen. Graag een reactie van de wethouder.

Het kan ook andersom. En eigenlijk is het best simpel. Als je minder horeca toestaat in een bestemmingsplan, kun je gewoon per aanvraag voor een nieuwe zaak kijken hoe wenselijk dat is voor buurt of wijk, al dan niet met een horecagebiedsplan in de hand. Daarna kan je buitenplans afwijken. Misschien ook niet fraai, maar de zwaarlijvigheid onder Rotterdammers vragen om onorthodoxe maatregelen. Graag een reactie van de wethouder.

Dan over naar branchering. Het recent gepubliceerde onderzoek van de Universiteit van Amsterdam over gemeentelijk instrumentarium voor een gezonde leefomgeving stelt het volgende: “Brancheringsregels (…) dienen te strekken ten behoeve van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Dit betekent dat brancheringsregels alleen zijn toegestaan als de noodzaak daartoe vanuit ruimtelijk relevante overwegingen door het vaststellend orgaan in het concrete geval kan worden aangetoond.” Met andere woorden, weigering van ongezond voedsel moet een ruimtelijke dimensie hebben. Voorzitter, het lijkt ons evident dat een fastfoodzaak in de wijk wijkbewoners aantrekt. Als je dan als gemeente verwijst naar die wijken waar zwaarlijvigheid het meeste voorkomt, heb je een ruimtelijk argument om een bepaalde horecabranche op bepaalde plekken niet toe te staan. En anders kun je het gooien op de toeloop en dus een ongewenst ruimtelijk bijeffect. Of zien wij dat verkeerd? Graag een reactie.

Behalve het publiekrechtelijk kader, is er nog een heel scala aan privaatrechtelijke instrumenten te bedenken. Allereerst erfpacht. Je kunt in erfpacht gewoon regels opnemen over wat er verkocht mag worden. Daarnaast heb je het kettingbeding. Stel dat de gemeente grond verkoopt aan een ontwikkelaar die er een nieuwe woonwijk neerzet of kantorencomplex met ook een aantal vierkante meters voor horeca. Bestemmingsplan staat het toe, horecagebiedsplan staat het toe. Dan kun je als gemeente in je overeenkomst met die ontwikkelaar gewoon bedingen dat bepaalde vormen van horeca niet toegestaan zijn, zoals fastfoodzaken. En kettingbeding regelt dat deze bepaling voortduurt bij eventuele doorverkoop. Bijzonder effectief. Gewoon te regelen. Graag een reactie van de wethouder.

Tot slot, voorzitter. Het afstandscriterium van coffeeshops nabij onderwijsinstellingen is een veelgebruikt instrument om jongeren niet te verleiden softdrugs te consumeren. Waarom kan dat niet met verkoop van ongezond voedsel? Waar ligt het verschil? Het argument voor het afstandscriterium voor coffeeshops is namelijk niet de openbare orde, maar bescherming van jeugdigen. Ook hier graag een reactie van de wethouder.

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.