Bijdrage: Beschik­baar­heids­cijfers en ijkpunten sociale woning­voorraad


19 mei 2021

Voorzitter,

In het afdoeningsvoorstel lezen wij dat het vergroten van de omvang van de sociale voorraad een maatregel is. Nummer vier in het afdoeningsvoorstel. Onze eerste vraag is hoe de wethouder is gekomen tot de impact van deze maatregel. Hoe komt de wethouder aan de aantallen nieuwe verhuringen die wordt benoemd, te weten tweehonderd woningen op de lange termijn? Wat is voor de wethouder 'lange termijn'?

Aanvullend is mijn vraag wat het eigenlijk oplevert in het grotere plaatje. Als je deze afdoening namelijk loszingt van de Woonvisie, krijg je geen goed beeld hoe het betaalbare segment zich ontwikkelt. Hoe is dat vergroten van de sociale voorraad mogelijk in een stad waar eveneens ruim tienduizend betaalbare huurwoningen worden onttrokken gedurende de komende tien jaar? Een stad, waar de komende jaren bovendien duizenden corporatiewoningen gaan worden verkocht en geliberaliseerd?

Met het gevaar af te gaan woonvisiën, maar toch. Is de wethouder het met ons eens dat het vergroten van de sociale woningvoorraad alleen aan de orde kan zijn als er wordt gestopt met het huidige beleid, dat per saldo voorziet in de bouw van weinig en de sloop van veel betaalbare huurwoningen?

Wij lezen binnen de maatregel over vergroten omvang sociale voorraad dat de wethouder bouwlocaties voor sociale woningen wil concretiseren en naar voren wil halen. En ook om corporaties aan te sporen meer middensegment te bouwen dan waarvan de huidige plannen uitgaan. Welke bouwlocaties kunnen naar voren worden gehaald? Hoe staat het met de vorderingen? Hoeveel woningen meer gaan corporaties in het middensegment bouwen? Verandert dit de 20-30-30-20 - ons welbekend - of moeten wij begrijpen dat het idee is dat huurders binnen de corporatie kunnen doorstromen, dus van sociaal naar midden? Gaat meer middenhuur bij de corporaties ten koste van geplande sociale bouw of gaat het hier om aanvullend volume?

Slechts een enkele maatregel, die moet leiden tot een betere beschikbaarheid van de sociale voorraad, kan rekenen op een gegarandeerde succesvolle impact van meer dan tweehonderd extra verhuringen per jaar. Dat is de maatregel voor tijdelijke woningbouw en tussenvoorzieningen. Het lijkt logisch. Bouw je vierhonderd flexwoningen, dan vinden er vierhonderd verhuringen plaats. Wel hebben wij er een paar vragen over: wilt u tijdelijke woningen gaan meetellen in de productie van sociale huurwoningen? Uit de afdoening van de motie over tijdelijke woningen van collega Balwantsingh uit 2018 maken wij op van wel, want daar staat: “In de definitie van de collegetarget speelt levensduur van woningen geen rol. Tijdelijke woningen vallen dus formeel ook onder de definitie van de collegetarget.”

Zo ja, betekent dit dan dat het opnieuw ten koste gaat van de twintig procent echte sociale woningen, waarvan u de bouw in uw Woonvisie voorspiegelt? We hadden namelijk ook al sociale woningen die worden geliberaliseerd of onzelfstandige wooneenheden die tóch worden meegeteld in de goedkope voorraad.

Over de afdoening van onze motie over inwonende mantelzorgers zijn wij in principe tevreden, alhoewel het ons nu onduidelijk is of de maatwerkafspraken ook gaan gelden voor corporatiewoningen in de vrije sector. Waarom niet, zouden wij zeggen, want als de mantelzorger de woning kan betalen is er in principe geen reden om naar een nieuwe huurder te zoeken. Verder denken wij niet dat fraude snel zal voorkomen. We hebben hier te maken met mantelzorgers die worden verrast door het overlijden van een zorgbehoevende hoofdhuurder, dat soort evenementen in het leven plan je niet.

Tot zover, voorzitter.

--

Klik hier voor de uitzending van de vergadering op het raadsinformatiesysteem van de gemeenteraad van Rotterdam.