Voortgang dossier Wereld­museum


Indiendatum: sep. 2015

De Partij voor de Dieren heeft uw brief over de voortgang in het dossier Wereldmuseum van 9 juli jongstleden (kenmerk 15bb6198) met belangstelling gelezen. Naar aanleiding van de brief heeft de Partij voor de Dieren enkele vragen.

In de brief kondigt de wethouder verantwoordelijk voor kunst en cultuur een extra subsidie van twee miljoen euro aan voor het Wereldmuseum. De subsidie dient ertoe de kosten te dekken die moeten worden gemaakt om het Wereldmuseum tijdens de huidige cultuurplanperiode te laten functioneren.
Naast inhaalkosten – kosten die voortkomen uit het uitvoeren van achterstallige activiteiten – wordt er gesproken over eenmalige kosten, waaronder de kosten van het interim-bestuur, advieskosten en de kosten voor het uitvoeren van scenario-onderzoek.

1. Kan het college specificeren wat er bedoeld wordt met advieskosten? Indien nee, waarom niet?

2. Wat is een scenario-onderzoek? En kan het college specificeren wat een scenario-onderzoek kost? Indien nee, waarom niet?

Tussen 14 april en 30 juni jongstleden is een nieuwe Raad van Toezicht geïnstalleerd. De Raad van Toezicht houdt toezicht op Stichting Wereldmuseum.

3. Kan het college een toelichting geven over de totstandkoming van de nieuwe Raad van Toezicht: zijn de leden via informele netwerken geworven of is er gebruik gemaakt van werving via bijvoorbeeld professionele bureaus?

4. Ontvangen de leden van de Raad van Toezicht een onkostenvergoeding? Indien ja, hoeveel bedraagt de onkostenvergoeding?

De wethouder schrijft in voornoemde brief: “De raad van toezicht heeft besloten om aan mevrouw G. Luiten opdracht te geven een verkennend onderzoek te doen naar mogelijke toekomstscenario's van het Wereldmuseum.“ Een van de benoemde leden van de Raad van Toezicht bij het Wereldmuseum is tevens voorzitter van de Raad van Toezicht van een andere instelling in Rotterdam, te weten Het Nieuwe Instituut. Mevrouw G. Luiten, de uitvoerder van het externe onderzoek naar het Wereldmuseum en verkennende toekomstscenario's, schreef eerder een beleidsplan voor deze instelling. Wat ons betreft geeft dit de voortgang in het dossier Wereldmuseum nieuwe betekenis.

5. Kan het college inzichtelijk maken hoe en waarom zowel de opdracht voor het externe onderzoek (uitgevoerd in de periode december 2014 - maart 2015) als het onderzoek naar de toekomstscenario's aan voornoemd onderzoeker is toegekend? Indien nee, waarom niet?

6. Was de opdrachtverstrekking aan voornoemd onderzoeker op voorspraak van het destijds kandidaat- lid van de Raad van Toezicht, thans benoemd als lid, en die toen en nu tevens voorzitter is van de Raad van Toezicht van Het Nieuwe Instituut?

7. Is door het college nagegaan of andere consultants, dan wel adviesbureaus dit onderzoek konden verrichten? Indien ja, om welke bureaus ging het hier en waarom viel de uiteindelijke keuze op voornoemd onderzoeker? Indien nee, waarom niet?

8. Is door de Raad van Toezicht nagegaan of andere consultants, dan wel adviesbureaus dit onderzoek konden verrichten? Indien nee, om welke bureaus ging het hier en waarom viel de keuze op voornoemd onderzoeker?

9. Heeft voornoemd onderzoeker opdrachten verricht voor instellingen waaraan andere leden van de huidige Raad van Toezicht verbonden zijn?

De brief rept over de rechtsgeldigheid van jaarstukken uit voorgaande jaren, namelijk accountantsverklaringen. Deze verklaringen zijn opgesteld door een firma dat in de voorbije jaren verbonden was aan het Wereldmuseum. In de bevindingen van voornoemd onderzoeker, gevat in het rapport Onderzoek Wereldmuseum Rotterdam (kenmerk 15bb002714) is een opmerking geplaatst over het gebrek aan transparantie in de jaarstukken uit voorgaande jaren.

10. Blijft de firma die de accountantsverklaring heeft opgesteld betrokken bij het Wereldmuseum voor de jaarrekeningen over 2015 en 2016? Indien ja, waarom?

Indiendatum: sep. 2015
Antwoorddatum: 13 okt. 2015

Op 9 september 2015 stelde J.D. van der Lee-van der Haagen (PvdD) ons schriftelijke vragen over Voortgang dossier Wereldmuseum.

Inleidend wordt gesteld:

De Partij voor de Dieren heeft uw brief over de voortgang in het dossier Wereldmuseum van 9 juli jongstieden (kenmerk 15bb6198) met belangstelling gelezen. Naar aanleiding van de brief heeft de Partij voor de Dieren enkele vragen. In de brief kondigt de wethouder verantwoordelijk voor kunst en cultuur een extra subsidie van twee miljoen euro aan voor het Wereldmuseum. De subsidie dient ertoe de kosten te dekken die moeten worden gemaakt om het Wereldmuseum tijdens de huidige cultuurplanperiode te laten functioneren. Naast inhaalkosten - kosten die voortkomen uit het uitvoeren van achterstallige activiteiten - wordt er gesproken over eenmalige kosten, waaronder de kosten van het interim-bestuur, advieskosten en de kosten voor het uitvoeren van scenario-onderzoek.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Kan het college specificeren wat er bedoeld wordt met advieskosten? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De advieskosten betreffen juridische adviezen, adviezen over verschillende bedrijfsonderdelen en de kosten van het verkennend onderzoek naar de toekomst van het Wereldmuseum.

Vraag 2:
Wat is een scenario-onderzoek? En kan het college specificeren wat een scenario-onderzoek kost? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De raad van toezicht van het museum heeft besloten tot het scenario-onderzoek. Zij laten ons desgevraagd weten dat een scenario-onderzoek het verkennende onderzoek naar de toekomst van het Wereldmuseum is. Uw raad is hierover eerder schriftelijk geïnformeerd per brief door wethouder Visser (kenmerk 15bb6198) over de voortgang bij het Wereldmuseum. De kosten van dit onderzoek, dat inmiddels is afgerond bedroegen € 17.000 incl. btw.

Vraag 3:
Kan het college een toelichting geven over de totstandkoming van de nieuwe raad van toezicht: zijn de leden via informele netwerken geworven of is er gebruik gemaakt van werving via bijvoorbeeld professionele bureaus?

Antwoord:
De leden van de raad van toezicht zijn, op basis van een profiel, via informele netwerken geworven zonder gebruikmaking van een professioneel bureau. Bij het Wereldmuseum speelde een acute situatie, omdat gebleken was dat de raad van toezicht niet meer bevoegd was tot het nemen van besluiten. Om van deze situatie zo snel mogelijk af te komen is ervoor gekozen om een nieuwe raad van toezicht via informele wegen samen te stellen, om zo geen tijd te verspillen met een tijdrovende procedure. We zijn ons ervan bewust dat dit niet de ideale wijze is waarop een raad van toezicht samengesteld wordt, maar de precaire situatie bij het museum rechtvaardigt ons inziens deze werkwijze. De' raad van toezicht heeft toegezegd bij de invulling van toekomstige vacatures de code cultural governance te zullen volgen.

Vraag 4:
Ontvangen de leden van de Raad van Toezicht een onkostenvergoeding? Indien ja, hoeveel bedraagt de onkostenvergoeding?

Antwoord:
Door de raad van toezicht heeft ons het volgende voorstel gedaan voor de hoogte van het vacatiegeld:

Voorzitter (1x) € 5000
Vicevoorzitters (2x) € 3000
Leden (4x) € 1500
Totaal € 17000

Ons college heeft ingestemd met deze regeling. De belangrijkste oven/veging om deze toestemming te verienen was dat deze raad van toezicht veel meer tijd kwijt is aan haar bestuurstaken dan raden van toezicht van vergelijkbare instellingen in de stad. De vergoeding voor de voorzitter en de twee vice-voorzitters is hoger omdat zij ook de drie eerdere 'waarnemers' vonnden voordat zij daadweri
Vraag 5:
De wethouder schrijft in voornoemde brief: "De raad van toezicht heeft besloten i_ om aan mevrouw G. Luiten opdracht te geven een verkennend onderzoek te doen naar mogelijke toekomstscenario's van het Wereldmuseum." Een van de benoemde leden van de Raad van Toezicht bij het Wereldmuseum is tevens voorzitter van de Raad van Toezicht van een andere instelling in Rotterdam, te weten Het Nieuwe Instituut Mevrouw G. Luiten, de uitvoerder van het externe onderzoek naar het Wereldmuseum en verkennende toekomstscenario's, schreef w eerder een beleidsplan voor deze instelling. Wat ons betreft geeft dit de voortgang in het dossier Wereldmuseum nieuwe betekenis. Kan het college inzichtelijk maken hoe en waarom zowel de opdracht voor het externe onderzoek (uitgevoerd in de periode december 2014 - maart 2015) als het onderzoek naar de toekomstscenario's aan voornoemd onderzoeker is toegekend? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Voor het externe onderzoek waar ons college opdracht toe gegeven heeft is gezocht naar bureaus met specifieke kennis van de museale sector. Dat de opdracht uiteindelijk aan mevrouw Luiten gegeven is, heeft vooral te maken met haar kennis van zaken én snelle beschikbaarheid toentertijd.
De opdracht om mevrouw G. Luiten het onderzoek naar de toekomstscenario's van het wereldmuseum te laten doen is een bevoegdheid van de raad van toezicht van het Wereldmuseum. Zij laten ons desgevraagd weten dat de keuze voor mevrouw G. Luiten gebaseerd is op haar kennis van de sector in het algemeen en die van het specifieke speelveld van het Wereldmuseum in het bijzonder. Haar opgedane kennis over het Wereldmuseum maakt haar inzet kostenefficiënt. Tot slot heeft ook de breed gedragen waardering voor haar eerste rapportage door ons college en uw raad de raad van toezicht overtuigd om te kiezen voor mevrouw Luiten.

Vraag 6:
Was de opdrachtverstrekking aan voomoemd onderzoeker op voorspraak van het destijds kandidaat-lid van de raad van toezicht, thans benoemd als lid, en die toen en nu tevens voorzitter is van de raad van toezicht van Het Nieuwe Instituut?

Antwoord:
Nee.

Vraag 7:
Is door het college nagegaan of andere consultants, dan wel adviesbureaus dit onderzoek konden verrichten? Indien ja, om welke bureaus ging het hier en waarom viel de uiteindelijke keuze op voornoemd onderzoeker? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, de opdracht en daarmee ook de selectie en keuze voor het adviesbureau om het scenario-onderzoek te doen is een verantwoordelijkheid van de raad van toezicht van het museum. Ons college heeft hierin geen rol gespeeld.

Vraag 8:
Is door de raad van toezicht nagegaan of andere consultants, dan wel adviesbureaus dit onderzoek konden verrichten? Indien nee, om welke bureaus ging het hier en waarom viel de keuze op voornoemd onderzoeker?

Antwoord:
Nee, zie ook het antwoord op vraag 5.

Vraag 9:
Heeft voornoemd onderzoeker opdrachten verricht voor instellingen waaraan andere leden van de huidige raad van toezicht verbonden zijn?

Antwoord:
De raad van toezicht van het museum heeft ons laten weten dat begin 2013 het bureau Lawson en Luiten een position paper geschreven heeft voor Het Nieuwe Instituut.

Vraag 10:
De brief rept over de rechtsgeldigheid van jaarstukken uit voorgaande jaren, namelijk accountantsverklaringen. Deze verklaringen zijn opgesteld door een firma dat in de voorbije jaren verbonden was aan het Wereldmuseum. In de bevindingen van voornoemd onderzoeker, gevat in het rapport Onderzoek Wereldmuseum Rotterdam (kenmerk 15bb002714) is een opmerking geplaatst over het gebrek aan transparantie ln de jaarstukken uit voorgaande jaren. Blijft de firma die de accountantsverklaring heeft opgesteld betrokken bij het Wereldmuseum voor de jaarrekeningen over 2015 en 2016? Indien ja, waarom?

Antwoord:
Nee. De raad van toezicht zal een nieuwe accountant benoemen om deze jaarrekeningen te controleren.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer