Raads­vragen: Perma­nente tijde­lijke crisis­opvang van dieren


Geacht college,

De gemeentelijke zorgplicht ten aanzien van de opvang van dieren in het asiel wordt geregeld in het Burgerlijk Wetboek, waarbij als regel geldt dat de gemeente voor ten minste twee weken eigenaar wordt van een dier dat wordt gevonden of in beslag wordt genomen. Dit zijn dieren zonder eigenaar of waarvan de eigenaar niet bekend is bij het bevoegd gezag.

De huidige regeling biedt geen soelaas voor dieren waarvan de eigenaar bekend is maar die evenwel niet de zorg krijgen die van eigenaars in hun hoedanigheid van houders van dieren verlangd mag worden. Deze problemen kunnen bijvoorbeeld optreden als een houder wordt opgenomen in een gesloten zorginstelling, in hechtenis gaat of in het geval van huiselijk geweld uit huis wordt geplaatst. Wat vervolgens kan gebeuren, is dat dieren van deze houders weliswaar tijdelijk in de opvang belanden maar dat dit een permanent karakter krijgt. Dit leidt tot een uitzichtloze situatie voor de dieren in kwestie, aangezien zij namelijk zonder succes wachten op de terugkeer van de houder.

De gemeenteraadsfractie van de Partij voor de Dieren in Rotterdam wil graag weten of deze problemen zich ook in deze stad voordoen. Permanente tijdelijke opvang laat zich namelijk slecht in beeld brengen, gegeven de tegenstrijdigheid van de wens tot tijdelijke crisisopvang enerzijds en de permanente (uitzichtloze) situatie van opvang anderzijds als de eigenaar en tevens houder niet bij machte is zich te kweten van haar of zijn taak.

1. Bent u bekend met de hierboven geschetste problematiek?

2. Speelt de hierboven geschetste problematiek ook in Rotterdam, met dien verstande dat de wettelijke zorgplicht van de gemeente Rotterdam thans wordt uitgevoerd door een instelling met een locatie in Spijkenisse? Indien ja, weet u of kunt u nagaan over welke aantallen dieren het gaat, tevens toegespitst naar soort?

3. Zijn er behalve de hierboven geschetste problematiek nog andere problemen met betrekking tot het eigenaarschap van dieren die leiden tot permanente tijdelijke opvang en die mogelijk, naar uw mening, een herijking van landelijke wetgeving behoeven voor het vinden van een oplossing? Indien ja, welke problemen?

Wij begrijpen dat het eigenaarschap, bezit en het houden van dieren wordt geregeld in de wet. Toch hopen wij dat de gemeente een faciliterende rol kan spelen in het borgen van dierenwelzijn als een eigenaar geen afstand van een dier wil of kan doen als de noodzakelijke zorg voor het dier in het geding is. De gemeente zou bijvoorbeeld het gesprek aan kunnen gaan met een eigenaar en tevens houder van dieren die is opgenomen, in hechtenis is of uit huis is geplaatst met als inzet het bespreekbaar maken van beëindiging van het eigenaarschap. Wij zijn van mening dat dierenwelzijn zoveel als mogelijk wordt beborgd als dieren zo kort mogelijk in de crisisopvang zitten. Daarom vinden wij het wenselijk dat de gemeente zich ontfermt over de dieren die onverhoopt in deze situaties verzeild raken, want zij kan als breekijzer optreden als de wet een barrière vormt.

4. Vindt u het wenselijk dat de gemeente Rotterdam een faciliterende rol speelt in het beslechten van situaties, zoals bijvoorbeeld hierboven geschetst, waarin het eigenaarschap van dieren een sta-in-de-weg blijkt voor het borgen van dierenwelzijn? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe wilt u deze faciliterende rol invullen?

Antwoorddatum: 14 mei 2019

1. Bent u bekend met de hierboven geschetste problematiek?

"Ja, wij zijn bekend met de problematiek bij de opvang van huisdieren in het geval de eigenaar wordt opgenomen in een gesloten zorginstelling of in hechtenis wordt genomen. In deze gevallen is de eigenaar doorgaans bekend en wordt de gemeente daarom niet op grond van wetgeving na twee weken eigenaar van het opgevangen huisdier. Hierdoor moet een huisdier inderdaad soms veel te lang worden opgevangen. Alleen in het geval van bestuursdwang, zoals bijvoorbeeld bij een huisuitzetting, gaat het eigendom van het dier op grond van de Algemene Wet Bestuursrecht (artikel 5.30) na 13 weken over naar de gemeente."

2. Speelt de hierboven geschetste problematiek ook in Rotterdam, met dien verstande dat de wettelijke zorgplicht van de gemeente Rotterdam thans wordt uitgevoerd door een instelling met een locatie in Spijkenisse? Indien ja, weet u of kunt u nagaan over welke aantallen dieren het gaat, tevens toegespitst naar soort?

"Deze problematiek speelt ook in Rotterdam. Daarom zijn we met de Dierenbescherming in overleg of er afspraken kunnen worden gemaakt met GGD, GGZ-instellingen en politie om de eigenaren van deze huisdieren, indien dier en mens daarbij gebaat zijn, in dergelijke situaties te wijzen op de mogelijkheid om vrijwillig afstand te doen van het dier. Na zo’n afstandsverklaring kan dan een nieuwe eigenaar gezocht worden.

Volgens opgave van de Dierenbescherming gaat het om de volgende aantallen:"

(Klik hier voor de beantwoording van de schriftelijke vragen op de website van de gemeente Rotterdam, waarin de tabel met de aantallen te vinden is in antwoord op vraag 2.)

3. Zijn er behalve de hierboven geschetste problematiek nog andere problemen met betrekking tot het eigenaarschap van dieren die leiden tot permanente tijdelijke opvang en die mogelijk, naar uw mening, een herijking van landelijke wetgeving behoeven voor het vinden van een oplossing? Indien ja, welke problemen?

"Andere situaties zijn ons niet bekend."

4. Vindt u het wenselijk dat de gemeente Rotterdam een faciliterende rol speelt in het beslechten van situaties, zoals bijvoorbeeld hierboven geschetst, waarin het eigenaarschap van dieren een sta-in-de-weg blijkt voor het borgen van dierenwelzijn? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe wilt u deze faciliterende rol invullen?

"Wij zijn het met u eens, dat het dierenwelzijn is gebaat bij een zo kort mogelijke opvang in de dierenopvang en dat dit, vanwege het gesloten systeem van eigendom, niet altijd mogelijk is. Uit de tabel in ons antwoord op vraag 2 blijkt dat het niet om grote aantallen dieren gaat. Zoals geformuleerd in de beantwoording van vraag 2 zijn wij met de Dierenbescherming in overleg of er afspraken kunnen worden gemaakt met de betrokken instanties om eigenaren te wijzen op de mogelijkheid tot het vrijwillig doen van afstand van hun huisdier. Wij gaan er dan ook vanuit dat op basis van de genoemde afspraken er een verbetering van de opvangtijd is te verwachten."