SV: Nauwe korfslak in het nauw


Indiendatum: dec. 2015

De Partij voor de Dieren maakt zich zorgen over het leefgebied van de nauwe korfslak (vertigo angustior) in het Vinetaduin als de Hoekse Lijn tussen Rotterdam en Hoek van Holland wordt verlengd tot aan het strand. Deze landslaksoort met het karakteristieke roodbruine tot geelbruine linksgewonden huisje staat vermeld op Bijlage II van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG), alsmede op de Rode Lijst Land- en zoetwaterweekdieren die wordt bijgehouden door het Rijk. In de huidige plannen doorkruist het voorkeursalternatief voor de verlenging van de Hoekse Lijn het Vinetaduin, onderdeel van Natura 2000-gebied Solleveld & Kapittelduinen. Maar dit gebied is ook een speciale beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn (ergo: 'Habitatrichtlijngebied'). Bepalingen omtrent de instandhouding van Natura-2000 gebieden en speciale beschermingszones zijn binnen de Nederlandse wetgeving ondergebracht in de Natuurbeschermingswet 1998.

Het voorkeursalternatief voor de verlenging van de Hoekse Lijn is gebaseerd op inpassingsvariant I van tracévariant A. Als enige van de onderzochte alternatieven doorkruist het voorkeursalternatief het Vinetaduin en daarmee het leefgebied van de nauwe korfslak.

1. Op welke wijze heeft de status van het Vinetaduin als Natura 2000-gebied én speciale beschermingszone een rol gespeeld in de beoordeling van de tracévarianten A tot en met C, en vervolgens voor de beoordeling van de inpassingsvarianten I en II van tracévariant A?

2. Op welke wijze heeft het Vinetaduin als leefgebied van de nauwe korfslak een rol gespeeld in deze beoordelingen?

Tot enkele jaren geleden was in de Wet milieubeheer de bepaling opgenomen dat een zogenoemd meest milieuvriendelijk alternatief (MMA) moet worden onderzocht in het kader van de milieueffectrapportage. Deze bepaling is weliswaar geschrapt, maar het MMA is wat ons betreft een welkome aanvulling op de alternatieven die in het milieueffectrapport zijn onderzocht.

3. Waarom is er in het milieueffectrapport voor gekozen geen MMA voor de Hoekse Lijn te onderzoeken?

De Natuurbeschermingswet 1998 regelt gebiedsbescherming, terwijl de Flora- en faunawet soortenbescherming regelt. Er bestaat evenwel samenhang tussen de natuurwaarden in een gebied en de staat van instandhouding van een bepaalde soort, namelijk dat een aantasting van een gebied als gevolg van een ruimtelijke ingreep consequenties kan hebben voor effectieve soortenbescherming.

4. Heeft het college bij de Provincie Zuid-Holland voor de voorgenomen ruimtelijke ingreep een vergunning aangevraagd krachtens Artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998?

5. Dient in het geval van de nauwe korfslak een ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in Artikel 9 van de Flora- en faunawet te worden verleend alvorens een ruimtelijke ingreep kan worden gepleegd? Indien ja, heeft het college een ontheffing aangevraagd? Indien nee, betekent dit volgens het college dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de nauwe korfslak?

In het milieueffectrapport 'Hoekse Lijn' (Figuur 8.3; pp.97) wordt duidelijk dat het Vinetaduin zeer belangrijk is voor de nauwe korfslak. De waarnemingen van de nauwe korfslak in het milieu-effectrapport komen overeen met het locatieprofiel van de slaksoort in 'Beheerplan bijzondere natuurwaarden Solleveld & Kapittelduinen', vastgesteld in 2013 door de Provincie Zuid-Holland, waarin waarnemingen uit de periode 2001-2011 zijn gebruikt. Eind september 2015 zijn er aanvullende waarnemingen gedaan die onomstotelijk aantonen dat de nauwe korfslak binnen gebied Solleveld & Kapittelduinen alleen in het Vinetaduin voorkomt (zie bijgevoegde plankaart). Dit betekent dat aantasting van het Vinetaduin in de operationele fase maar ook tijdens de aanleg van de verlengde Hoekse Lijn enorme consequenties kan hebben voor de staat van instandhouding van de nauwe korfslak, alsmede de samenhang tussen de soort en bepaalde habitattypen. In de eerste plaats is er sprake van oppervlakteverlies. Bovendien leidt de depositie van stikstof in het plangebied als gevolg van de bouwwerkzaamhedentot vermesting en verzuring van de bodem. Dit heeft een negatief effect op de nauwe korfslak.

6. Is het college bekend met de meest recente waarnemingen van de nauwe korfslak in gebied Solleveld & Kapittelduinen? Indien ja, onderschrijft het college dat het Vinetaduin een kritiek leefgebied is voor de nauwe korfslak?

7. Zijn er recent tellingen gedaan van het aantal nauwe korfslakken in gebied Solleveld & Kapittelduinen en meer specifiek in het Vinetaduin? Indien ja, is het college bereid deze de Raad te doen toekomen?

8. Denkt het college dat de aantasting van het leefgebied van de nauwe korfslak consequenties heeft voor de staat van instandhouding van deze soort? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe wordt invulling gegeven aan de instandhoudingsdoelstelling van de nauwe korfslak?

9. Denkt het college dat de toename in stikstofdepositie in het Vinetaduin door toedoen van het bouwverkeer voor de verlenging van de Hoekse Lijn consequenties heeft voor de staat van instandhouding van de nauwe korfslak in habitattypen grijs duin, duindoornstruweel en duinbos? Indien nee, waarom niet?

10. Is het college bereid de stikstofdepositieberekeningen onderliggend aan de beoordeling van tijdelijke effecten die optreden tijdens de bouwwerkzaamheden, en waar in het deelrapport Natuur van de milieueffectrapportage naar wordt verwezen, aan de Raad te doen toekomen? Indien nee, waarom niet?

11. Hanteert het college regels met betrekking tot maximale afname van de oppervlakte van leefgebied, bepaalde habitattypen en aantallen nauwe korfslakken als gevolg van een ruimtelijke ingreep, alsmede de termijn waarbinnen een toename tot het oorspronkelijke niveau kan worden verwacht?

12. Is het college na aanleg voornemens de instandhouding van de nauwe korfslak in het Vinetaduin actief te monitoren als de bouwwerkzaamheden zijn beëindigd? Indien nee, waarom niet?

De dispersiecapaciteit van de nauwe korfslak is beperkt. Dit betekent dat de soort zich niet makkelijk kan verspreiden. Als mitigerende maatregel voor het oppervlakteverlies van het leefgebied wordt in het milieueffectrapport voorgesteld omliggende duingebieden geschikt te maken voor de nauwe korfslak. De maatregel gaat gepaard met het afrasteren van de nieuwe leefgebieden, zodat refugia worden gerealiseerd. Van deskundigen hebben wij evenwel vernomen dat de nauwe korfslak geen pioniersoort is. Het welslagen van kunstmatige uitzetting valt derhalve te betwijfelen.

13. Kent het college voorbeelden waarin voornoemde mitigerende maatregel succesvol is toegepast? Indien ja, is het college bereid deze met de Raad te delen?

14. Overweegt het college voornoemde mitigerende maatregel toe te passen? Indien nee, waarom niet? Indien ja, welke duingebieden kunnen in aanmerking komen als refugia voor de nauwe korfslak?

15. Welke andere mitigerende maatregelen denkt het college te gaan nemen als wordt overgegaan tot verlenging van de Hoekse Lijn?

De Commissie voor de m.e.r. heeft het milieueffectrapport voor de Hoekse Lijn voorzien van een advies. Een belangrijke aanbeveling van de commissie betreft het opstellen van een ecologisch werkplan.

16. Is er door het college al invulling gegeven aan de aanbeveling van de Commissie voor de m.e.r. om een ecologisch werkplan op te stellen? Indien nee, gaat dit nog gebeuren? Indien ja, hoe is de staat van instandhouding van de nauwe korfslak hierin geborgd?

Ik zie uw beantwoording met belangstelling tegemoet.

Indiendatum: dec. 2015
Antwoorddatum: 22 jun. 2016

Op 1 december 2015 stelde J.D. van der Lee ons schríftelijke vragen over de nauwe korfslak en de Hoekse Lijn.

Inleidend wordt gesteld:

“De Partij voorde Dieren maakt zich zorgen over het leefgebied van de nauwe korfslak (vertigo angustior) in het Vinetaduin als de Hoekse Lijn tussen Rotterdam en Hoek van Holland wordt verlengd tot aan het strand. Deze landslaksoort met het karakteristieke roodbruine tot geelbruine ünksgewonden huisje staat vermeld op Bijlage II van de Europese Habitatrichtlijn (92/43/EEG), alsmede op de Rode Lijst Land- en
zoetwaterweekdieren die wordt bijgehouden door het Rijk. In de huidige plannen doorkruist het voorkeursalternatief voorde verlenging van de Hoekse Lijn het Vinetaduin, onderdeel van Natura 2000-gebied Solleveld 8c Kapittelduinen. Maar dit gebied is ook een speciale beschermingszone in het kader van de Habitatrichtlijn (ergo: 'Habitatrichtlijngebie?). Bepalingen omtrent de instandhouding van Natura-2000
gebieden en speciale beschermingszones zijn binnen de Nederlandse wetgeving ondergebracht in de Natuurbeschermingswet 1998.
Het voorkeursalternatief voorde verlenging van de Hoekse Lijn is gebaseerd op inpassingsvariant I van tracévariant A. Als enige van de onderzochte alternatieven doorkruist het voorkeursalternatief het Vinetaduin en daarmee het leefgebied van de nauwe korfslak.”

De fractie van de Partij voor de Dieren heeft ons een zestiental vragen gesteld:

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Op welke wijze heeft de status van het Vinetaduin als Natura 2000-gebied én speciale beschermingszone een rol gespeeld in de beoordeling van de tracévarianten A tot en met C, en vervolgens voor de beoordeling van de inpassingsvarianten I en II van tracévariant A?

Antwoord:
In de planvorming voor de Hoekse Lijn is een drietal tracévarianten voor de spoorverlenging in beeld geweest. Om diverse redenen als kosten, doorsnijding van de gebiedsontwikkeling Waterwegcentrum en ruimtelijke inpassing zijn de varianten B en C als niet haalbaar beschouwd. In de MER is uiteindelijk alleen de tracévariant A met de inpassingsvarianten I en II onderzocht en daarbij is ook getoetst op de effecten van
de inpassingsvarianten op het Vinetaduin, als onderdeel van het Natura 2000-gebied Solleveld ? Kapittelduinen. Ten behoeve van de vaststelling van het ontwerpbestemmingsplan is vervolgens voor het voorkeursalternatief een ‘Passende beoordeling’ uitgevoerd die verplicht is als aan de voorkant van het proces niet kan worden uitgesloten dat er in het Natura 2000-gebied significant negatieve effecten optreden. Het voorkeurstracé voor de verlenging van de Hoekse Lijn loopt door de zuidrand van het Vinetaduin.

Vraag 2:
Op welke wijze heeft het Vinetaduin als leefgebied van de nauwe korfslak een rol gespeeld in deze beoordelingen?

Antwoord:
Het doel van een Passende Beoordeling is te onderzoeken of de voorgestelde ingreep significantnegatieve effecten heeft op de kwalificerende habitats en soorten van in dit geval het Natura-2000 gebied Solleveld & Kapittelduinen. De nauwe korfslak kent een specifieke bescherming in dit gebied en is als zodanig dan ook een belangrijk aandachtspunt bij het onderzoek naar de effecten van de aanleg van de metrolijn.
Naast nieuw onderzoek naar het voorkomen van deze slak heeft ook een analyse plaatsgevonden van eerdere onderzoeken naar het voorkomen van deze soort in het tracé en het omringende gebied.

Voorts wordt gesteld:

“Tot enkele járen geleden was in de Wet milieubeheer de bepaling opgenomen dat een zogenoemd meest milieuvriendelijk alternatief (MMA) moet worden onderzocht in het kader van de milieueffectrapportage. Deze bepaling is vtëliswaar geschrapt, maar het MMA is wat ons betreft een wolkome aanvulling op de alternatieven die in het milieueffectrapport zijn onderzocht. ”

Vraag 3:
Waarom is erin het milieueffectrapport voor gekozen geen MMAvoor de Hoekse Lijn te onderzoeken?

Antwoord:
De verlenging van de Hoekse Lijn heeft effecten op zowel de natuur als voor de bewoners. Om inzichtte krijgen in de bandbreedte van effecten zijn in de MER de volgende situaties onderzocht:
1. De variant die het meest milieuvriendelijk is voor de natuur: Inpassingsvariant II, geheel gelegen buiten het Natura-2000 gebied.
2. De variant die positief is voor de leefomgeving van de bewoners: Inpassingsvariant I, deels gelegen in het Natura-2000 gebied.
3. De variant die (in beginsel) het meest positief is voor de bewoners. Dit is Inpassingsvariant I in combinatie meteen Verdiepte kruising onder de Strandweg.

Doel van de bepaling destijds in de Wet milieubeheer dat in de MER een meest milieuvriendelijk alternatief (MMA) moest worden onderzocht, was om het bevoegd gezag kennis te laten nemen van die informatie, opdat ze die informatie kon betrekken in zijn besluit. De MER Hoekse Lijn geeft hieraan op juiste wijze invulling. De Raad kan in haar besluit tot het vaststellen van het bestemmingsplan Spoorverlenging de informatie
van alle in de MER onderzochte varianten betrekken, waaronder de variant die het meest milieuvriendelijk is voor de natuur.

Voorts wordt gesteld:

“De Natuurbeschermingswet 1998 regelt gebiedsbescherming, terwijl de Flora- en faunawet soortenbescherming regelt. Er bestaat evenwel samenhang tussen de natuurwaarden in een gebied en de staat van instandhouding van een bepaalde soort, namelijk dat een aantasting vaneen gebied als gevolg van een ruimtelijke ingreep consequenties kan hebben voor effectieve soortenbescherming. ”

Vraag 4:
Heeft het college bij de Provincie Zuid-Holland voor de voorgenomen ruimtelijke ingreep een vergunning aangevraagd krachtens Artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998?

Antwoord:
Op dit moment loopt nog de bestemmingsplanprocedure voor de realisatie van de spoorverlenging. In het kader hiervan wordt ook een “Passende Beoordeling” opgesteld die wordt voorgelegd aan de Provincie/Omgevingsdienst Haaglanden met de vraag of zij op basis van de gepresenteerde informatie een natuurbeschermingsvergunning denken te kunnen verstrekken. De vergunning krachtens artikel 19d van de Natuurbeschermingswet voor de aanleg van de lightrail door de zuidrand van het Vinetaduin is pas nodig als de uitvoering van werkzaamheden start.

Vraag 5:
Dient in het geval van de nauwe korfslak een ontheffing van de verbodsbepalingen genoemd in Artikel 9 van de Flora-en faunawet te worden
verleend alvorens een ruimtelijke ingreep kan worden gepleegd? Indien ja, heeft het college een ontheffing aangevraagd? Indien nee, betekent dit volgens het college dat er geen afbreuk wordt gedaan aan de gunstige staat van instandhouding van de nauwe korfslak?

Antwoord:
Er dient in het geval van de nauwe korfslak geen ontheffing Flora- en faunawet te worden aangevraagd. Deze soort is niet beschermd op grond van de Flora- en faunawet. De consequenties van de aanleg van de bak voor de instandhoudingsdoelstelling van de nauwe korfslak wordt momenteel in het kader van de de Passende Beoordeling onderzocht.

Voorts wordt gesteld:

"In het milieueffectrapport 'Hoekse Lijn' (Figuur 8.3; pp.97) wordt duidelijk dat het Vinetaduin zeer belangrijk is voorde nauwe korfslak. De waarnemingen van de nauwe korfslak in het milieu-effectrapport komen overeen met het locatieprofiel van de slaksoorten 'Beheerplan bijzondere natuurwaarden Solleveld & Kapittelduinen', vastgesteld in 2013 door de Provincie Zuid-Holland, waarin waarnemingen uit de
periode 2001-2011 zijn gebruikt. Eind september 2015 zijn er aanvullende waarnemingen gedaan die onomstotelijk aantonen dat de nauwe korfslak binnen gebied Solleveld & Kapittelduinen alleen in het Vinetaduin voorkomt (zie bijgevoegde plankaart). Dit betekent dat aantasting van het Vinetaduin in de operationele fase maar ook tijdens de aanleg van de verlengde Hoekse Lijn enorme consequenties kan hebben voor de staat van instandhouding van de nauwe korfslak, alsmede de samenhang tussen de soort en bepaalde habitattypen. In de eerste plaats is er sprake van oppervlakteverlies. Bovendien leidt de depositie van stikstof in het plangebied als gevolg van de bouwwerkzaamheden tot vermesting en verzuring van de bodem. Dit heeft een negatief effect op de nauwe korfslak. ”

Vraag 6:
Is het college bekend met de meest recente waarnemingen van de nauwe korfslak in gebied Solleveld ã Kapittelduinen? Indien ja, onderschrijft het college dat het Vinetaduin een kritiek leefgebied is voorde nauwe korfslak?

Antwoord:
Bij het opstellen van de Passende beoordeling worden alle bekende onderzoeksgegevens over het voorkomen van de nauwe korfslak in het Vinetaduin meegenomen en wordt gebruik gemaakt van zo recent mogelijke inventarisaties. Deze zijn uitgebreider dan de gegevens die worden opgeslagen in de Nationale Database Flora en Fauna, waaraan wordt gerefereerd in de brief. Uit de diverse rapporten blijkt dat in het Vinetaduin, maar ook elders in het Natura-2000 gebied Solleveld & Kapittelduinen, nauwe korfslakken voorkomen. Ook buiten het Natura-2000 gebied wordt de soort aangetroffen. Het Vinetaduin lijkt op basis van de gegevens wel een kerngebied voor deze slakkensoort in dit Natura-2000 gebied. De nauwe korfslak heeft een bredere verspreiding binnen Nederland.

Vraag 7:
Zijn er recent tellingen gedaan van het aantal nauwe korfslakken in gebied Solleveld & Kapittelduinen en meer specifiek in het Vinetaduin? Indien ja, is het college bereid deze de Raad te doen toekomen?

Antwoord:
Ja. In 2013 is door Stichting Anemoon onderzoek uitgevoerd in het Vinetaduin en aangrenzende deelgebieden. In mei/begin juni 2016 zijn nog eens 65 extra plekken in het Vinetaduin onderzocht op het voorkomen van de nauwe korfslak. De bevindingen worden momenteel geanalyseerd en opgenomen in de Passende Beoordeling die bij de behandeling van het bestemmingsplan spoorverlenging aan de Raad wordt
aangeboden.

Vraag 8:
Denkt het college dat de aantasting van het leefgebied van de nauwe korfslak consequenties heeft voor de staat van instandhouding van deze soort? Indien nee, waarom niet? Indien ja, hoe wordt invulling gegeven aan de instandhoudingsdoelstelling van de nauwe korfslak?

Antwoord:
De instandhoudingsdoelstelling voor de nauwe korfslak in het Natura-2000 gebied Solleveld & Kapittelduinen is behoud van omvang en kwaliteit van het leefgebied voor behoud van de populatie. Het vergraven van het gebied voor de aanleg van de gesloten bak raakt een deel van het leefgebied van de nauwe korfslak. De resultaten van het onderzoek in mei/juni 2016 naar de aanwezigheid van de nauwe korfslak moeten nog geanalyseerd worden en opgenomen worden in de Passende Beoordeling. In dat kader zal worden ingegaan op de consequenties van de aanleg van de bak voor de instandhoudingsdoelstelling van de nauwe korfslak.

Vraag 9:
Denkt het college dat de toename in stikstofdepositie in het Vinetaduin door toedoen van het bouwverkeer voor de verlenging van de Hoekse Lijn consequenties heeft voorde staat van instandhouding van de nauwe korfslak in habitattypen grijs duin, duindoornstruweel en duinbos? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
Het bouwverkeer leidt tot een eenmalige toename van de stikstofdepositie met maximaal 6 mol N/ha. Deze toename heeft geen invloed op het realiseren van de instandhoudingsdoelstelling van de binnen het invloedsgebied van het bouwverkeer gelegen stikstofgevoelige habitats. Er is in het kader van de Passende Beoordeling ook onderzoek gedaan naar de effecten van de tijdelijke extra stikstofdepositie per type leefgebied van de nauwe korfslak. Ook hier zijn negatieve effecten uitgesloten. Voor Grijze duinen geldt dat de ruige, onbeheerde graslanden met langhalmige grassoorten geschikt leefgebied zijn voor de nauwe korfslak. Dit geeft ook meteen aan dat de soort niet gevoelig is voor overmatige depositie, de nauwe korfslak profiteert juist van deze verruiging. Duindoornstruwelen zijn niet erg gevoelig voor stikstofdepositie. Het habitattype is soortenarm en komt onder vrij voedselrijke omstandigheden voor, waardoor geen afname van de soortenrijkdom ten gevolge van stikstofdepositie zal optreden. Binnen het habitattype duinbossen is de nauwe korfslak gebonden aan de populieren/abelenbosjes. Deze boomsoorten hebben het vermogen om via hun bladstrooisel basen uit de ondergrond weer terug te pompen naar de bovengrond
(kalkpomp), waardoor verzuring kan worden voorkomen.

Vraag 10:
Is het college bereid de stikstofde positie be rekeningen onderliggend aan de beoordeling van tijdelijke effecten die optreden tijdens de bouwwerkzaamheden, en waar in het deelrapport Natuur van de milieueffectrapportage naar wordt verwezen, aan de Raad te doen toekomen? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De resultaten van de depositieberekeningenzijn opgenomen in de Passende Beoordeling, die wordt toegestuurd aan de Raad als onderdeel van de bestemmingsplanprocedure.

Vraag 11:
Hanteert het college regels met betrekking tot maximale afname van de oppervlakte van leefgebied, bepaalde habitattypen en aantallen nauwe
korfslakken als gevolg van een ruimtelijke ingreep, alsmede de termijn waarbinnen een toename tot het oorspronkelijke niveau kan worden verwacht?

Antwoord:
Er wordt in alle gevallen een ecologische beoordeling gemaakt van de vraag of en, zo ja, in hoeverre de instandhoudingsdoelstelling voor een bepaald habitat of een bepaalde soort door de ingreep in gevaar kan komen. Bij deze beoordeling worden alle relevante omstandigheden en specifieke kenmerken van het gebied en van de betreffende soorten/habitats betrokken.

Vraag 12:
Is het college na aanleg voornemens de instandhouding van de nauwe korfslak in het Vinetaduin actief te monitoren als de bouwwerkzaamheden zijn beëindigd? Indien nee, waarom niet?

Antwoord:
De monitoring van de natuurwaarden is een van de voorwaarden in het Natura-2000 beheerplan. Het is aan de Provincie als bevoegd gezag en het Zuid-Hollands Landschap als uitvoerder van het beheerplan om hier invulling aan te geven. Gezien de beschermde status lijkt het een goed idee om periodiek de ontwikkeling van de nauwe korfslak in beeld te brengen.

Voorts wordt gesteld:

‘De dispersiecapaciteit van de nauwe korfslak is beperkt. Dit betekent dat de soort zich niet makkelijk kan verspreiden. Als mitigerende maatregel voor het oppervlakteverlies van het leefgebied wordt in het milieueffectrapport voorgesteld omliggende duingebieden geschikt te maken voorde nauwe korfslak. De maatregel gaat gepaard met het afrasteren van de nieuwe leefgebieden, zodat refugia worden gerealiseerd.
Van deskundigen hebben wij evenwel vernomen dat de nauwe korfslak geen pioniersoort is. Het welslagen van kunstmatige uitzetting valt derhalve te betwijfelen. ”

Vraag 13:
Kent het college voorbeelden waarin voornoemde mitigerende maatregel succesvol is toegepast? Indien ja, is het college bereid deze met de Raad te delen?

Antwoord:
In overleg metZuid-Hollands landschap wordt verkend in hoeverre de Vafamilcamping, die wordt opgeheven, kansrijke locaties (refugia) biedt voor nieuwe leefgebieden voor de nauwe korfslak. Deze verkenning staat los van het onderzoek dat plaatsvindt in het kader van de Passende Beoordeling. Pas als duidelijk is wat de eventuele consequenties zijn van de aanleg van de gesloten bak voor de instandhoudingsdoelstelling van de nauwe korfslak, kan worden beoordeeld of mitigerende maatregelen aan de orde zijn.

Vraag 14:
Overweegt het college voornoemde mitigerende maatregel toe te passen? Indien nee, waarom niet? indien ja, welke duingebieden kunnen in aanmerking komen als refugia voorde nauwe korfslak?

Antwoord:
Zie 13.

Vraag 15:
Welke andere mitigerende maatregelen denkt het college te gaan nemen als wordt overgegaan tot verlenging van de Hoekse Lijn?

Antwoord:
Er worden met het oog op de aantasting van het leefgebied van de nauwe korfslak geen mitigerende maatregelen genomen. Die zijn niet nodig. Wel zal met het oog op de Grijze duinen een op maat gesneden pakket aan verstuiving beperkende maatregelen worden genomen, dit om te voorkomen dat er een significant negatief effect optreedt als gevolg van een te sterke afname van de verstuiving van kalkrijk zand.

Voorts wordt gesteld:
“De Commissie voorde m.e.r. heeft het milieueffectrapport voor de Hoekse Lijn voorzien vaneen advies. Een belangrijke aanbeveling van de commissie betreft het opstellen van een ecologisch werkplan. ”

Vraag 16:
Is er door het college al invulling gegeven aan de aanbeveling van de Commissie voor de m.e.r. om een ecologisch werkplan op te stellen? Indien nee, gaat dit nog gebeuren? Indien ja, hoe is de staat van instandhouding van de nauwe korfslak hierin geborgd?

Antwoord:
Er wordt inderdaad een ecologisch werkplan (ofwel: ecologisch werkprotocol) opgesteld, waarin naast aandacht voor de nauwe korfslak ook maatregelen worden opgenomen t.b.v. omgang met andere beschermde natuurwaarden (zoals soorten beschermd onder de Flora- en faunawet). Aangezien het ecologisch werkplan sterk gericht is op de uitvoeringsfase (de daadwerkelijke werkzaamheden) wordt dit in nauw overleg met de aannemer opgesteld of wordt aan de aannemer gevraagd dit zelf te laten opstellen.
Tijdens het werken in het gebied zal een ecologisch adviseur mede toezien op de uitvoering conform het ecologisch werkplan.

Help mee aan een betere wereld

    Word lid Doneer