Opinie: Duiven­tillen: dier­vrien­delijk en effectief


30 juni 2014

Al ruim 13 jaar wordt er gesteggeld over de manier waarop we in Rotterdam omgaan met de “overlast” die stadsduiven veroorzaken. In 2001 heeft de voormalige Commissie Buitenruimte een onderzoek laten instellen naar hoe de stadsduivenoverlast het best bestreden kon worden. De beste manier om dit te doen bleek de duiventil, zo constateerde Bureau Stadsnatuur. Tussen 2003 en 2005 vond er een pilot met een duiventil plaats op de Mauritsweg. Uit de evaluatie bleek dat de duiventil over het algemeen een groot succes was en dat het aantal duiventillen uitgebreid diende te worden. In 2006 werd een begroting gemaakt voor 4 duiventillen maar er kwamen geen duiventillen. In 2009 werd in de Rotterdamse gemeenteraad een motie aangenomen die als strekking had om voortaan de duivenoverlast op een diervriendelijke manier aan te pakken. Er volgde weer een rapport, er werden schriftelijke vragen gesteld maar de duiventillen kwamen er niet.

Anno 2014 worden er in Rotterdam nog altijd jaarlijks tussen de 10.000 en 20.000 duiven gevangen en vergast. Deze methode van duivenoverlast bestrijden is uiterst dieronvriendelijk en volkomen ineffectief. Een duivenpopulatie past zich namelijk altijd aan aan de beschikbare hoeveelheid voedsel. Als er duiven weggevangen worden, gaan de resterende duiven meer eieren leggen en is de populatie binnen 1 jaar vaak groter dan voor het wegvangen van de duiven. Het gebruik van duiventillen is daarentegen een diervriendelijke en effectieve manier om een duivenpopulatie in toom te houden, zo is gebleken in diverse Duitse steden, waaronder Aken, Augsburg en Hannover maar ook in het Zwitserse Zurich. In deze steden zijn de duivenpopulaties gehalveerd of op zijn minst gestabiliseerd.

De duiven krijgen bij de duiventillen dagelijks, gezond voedsel. Hierdoor krijgen ze een binding met deze duiventillen. Ze zullen ervoor kiezen om in de duiventillen te gaan nestelen. Vrijwilligers zullen de gelegde eieren vervangen door namaakeieren en hierdoor zullen er geen nakomelingen komen. Bovendien zullen de duiven hun behoefte voornamelijk doen in de duiventillen waardoor er ook minder overlast zal zijn van duivenpoep. Uiteraard zijn niet alleen duiventillen de oplossing. Er moet ook bewustwording komen bij de Rotterdammers. Rotterdammers moeten niet overal maar voedsel neergooien. Dit trekt niet alleen heel veel plaagdieren aan, maar het voedsel dat mensen eten is over het algemeen ook nog eens ongezond voor dieren.

In het eerste Rotterdamse dierendebat waren alle partijen van mening dat de duiventillen er moesten komen. De Partij voor de Dieren roept de Rotterdamse politiek dan ook op om onze motie, waarin wij vragen om op korte termijn over te gaan tot het plaatsen van de duiventillen, te ondersteunen.